Den Bakker is weer eens boos op Den Bakker

Maarten den Bakker (30) is aan zijn tiende seizoen als beroepswielrenner bezig, staat 41ste op de wereldranglijst van de UCI, wordt nog elk jaar beter, maar heeft door al die jaren heen één minder gelukkige eigenschap: hij wint te weinig voor iemand van zijn kwaliteiten....

'O, Adri, ik ben zóó stom!', foetert Den Bakker op zichzelf terwijl hij ploegleider Van Houwelingen aanspreekt. De vierde etappe van Parijs - Nice is vijf minuten tevoren beëindigd en napuffend bij de rennersbus zou Den Bakker het liefst zichzelf iets aandoen. Bij alle zelfverwijt: hij schuift deze dag op van plaats zes naar plaats vier in het algemeen klassement van de wedstrijd en er is dus geen enkele reden om voortijdig Parijs - Nice te verlaten.

Profwielrenners zijn per definitie hard voor zichzelf en Den Bakker is geen uitzondering. Zijn zelfverwijt betreft zijn rol in de vluchtgroep van zeven die er in de slotfase van de rit naar Vichy vandoor gaat. Den Bakker is de hoogstgeklasseerde van de zeven renners, de voorsprong op het peloton bedraagt enkele kilometers voor de finish meer dan een halve minuut en daardoor lonkt de witte leiderstrui.

Het lijkt eindelijk weer eens een Den Bakker-dag te worden, maar zo gemakkelijk en luxe is zijn positie in de vluchtgroep niet. Het liefst zou hij zo hard mogelijk in de richting van de finishplaats koersen, maar dat kan niet. Een van de medevluchters heet Paolo Savoldelli en deze kopman van de Italiaanse Saecoploeg is een bedreiging voor de eindzege, de prijs die aan Den Bakkers ploeggenoot Boogerd is toebedacht.

Den Bakker: 'Salvodelli zomaar een half minuutje of meer cadeau geven doe je in deze situatie niet.' Dan had Michael Boogerd Den Bakker een tijdje niet aangekeken. 'Maar ik had zelf in de laatste kilometers nog wel wat meer gas kunnen geven, maar ik dacht niet dat dat nodig was. Ik dacht dat het gaatje groot genoeg was om mij in de leiderstrui te krijgen.'

Niet dus. Nu kijkt Maarten den Bakker zichzelf weer een tijdje niet aan.

Heel even, en niet ten onrechte, was Den Bakker woensdag in Vichy boos op andere renners. 'Salmon, Heulot, Planckaert! Waarom reden die jongens niet? Ik moest in de kopgroep alles in mijn eentje opknappen. Als er eentje demarreerde moest ik er achteraan. En dan springt de zwakste van ons zevenen weg en die laten ze zomaar rijden... Dat is toch volstrekt onbegrijpelijk! Als die Planckaert nou een beetje meewerkt, dan wint ie hier op één been en dan zit ik in de leiderstrui.'

Oeps, realiseert Den Bakker zich, misschien ziet hij het wel helemaal fout. O, zegt Planckaert zei dat hij juist wél heeft gewerkt in de kopgroep? Den Bakker wist zich het zweet nog eens van het voorhoofd: 'Nee, ik ben niet zo snel kwaad maar nu....' Nog eens tegen ploegleider Van Houwelingen: 'Stom, hé?'

Deze zegt: 'Inderdaad, misschien rijden alle andere ploegen wel tegen ons nu we er na die coup van maandag zo goed voor staan. Iedereen is hier vol lof over ons, maar voorlopig hebben we nog helemaal niks gewonnen. Geen dagzege, geen leiderstrui, niks.'

Deze woorden worden in aanwezigheid van Maarten den Bakker met een glimlach uitgesproken. Van Houwelingen wil zijn teleurgestelde wegkapitein graag nog even opbeuren: 'Maarten, je staat nu tenminste voor Merckx in het klassement en zo moeilijk als het voor Boogerd wordt om langs Merckx te komen, zo moeilijk wordt het voor Merckx om langs jou te komen.'

Meer over