Democratie zonder grenzen

Nationale staten worden steeds minder zelfstandig. Belangrijke beslissingen komen pas tot stand na uitgebreid onderhandelen met andere landen of organisaties....

door Hans Wansink

OP ZONDAG 30 april 1995 bezetten ruim dertig Green-Peace-activisten in een ruwe zee het olieplatform Brent Spar. Greenpeace beweerde, naar later bleek ten onrechte, dat de Brent Spar, een buiten bedrijf gesteld oliereservoir van Shell, een keur aan gevaarlijke stoffen zou bevatten. Schepen van belendende booreilanden probeerden de Moby Dick van Greenpeace te verhinderen het platform te enteren. Zonder succes. Het leverde wel spectaculaire beelden op, die door Greenpeace zelf via een satellietverbinding naar het hoofdkwartier in Frankfurt werden gezonden. Vandaar stelde de organisatie het beeldmateriaal geredigeerd en al ter beschikking van gretige tv-stations over de hele wereld.

De Brent Spar was een opslagopslagvat voor aardolie, dat aan de bodem was vastgeklonken. Tot 1991 had het gediend als tijdelijke opslagplaats voor ruwe olie. Shell had na drie jaar studie bepaald dat het 'afzinken' van de Brent Spar naar een diepte van ruim twee kilometer, 240 kilometer ten westen van Schotland, voor het milieu de beste optie was. Na uitvoerige consultaties met Schotse milieu-organisaties had de Britse regering toestemming gegeven voor de operatie.

Dat Shell een kort geding won waarin de actievoerders werden gesommeerd het platform te verlaten, was dan ook te verwachten. De Schotse politie verwijderde de Greenpeace-activisten. Op persconferenties probeerde de oliemaatschappij met behulp van wetenschappelijke gegevens aan te tonen dat afzinken het milieu geen enkele schade zou berokkenen.

Greenpeace hield het eenvoudig. De milieu-activisten hadden nooit het idee gehad dat ze het dumpen van de Brent Spar zouden kunnen tegenhouden. Maar het olieplatform, een van de vierhonderd op de Noordzee, was het perfecte symbool van de vervuiling van de zee.

Greenpeace ging door met de actie. Ze riep automobilisten op het Shell-tankstation te boycotten. Tot verbijstering van Shell en de Britse regering werd de boycot een enorm succes, vooral in Duitsland en Nederland. Theo Waigel en Klaus Kinkel, de ministers van Financiën en van Buitenlandse Zaken in de Duitse regering-Kohl, waren de eerste toppolitici die aan de boycotactie van Greenpeace meededen. Op 16 juni drong niemand minder dan bondskanselier Helmut Kohl bij de Britse premier Major aan op het intrekken van de toestemming om de Spar tot zinken te brengen. De Nederlandse minister van Verkeer en Waterstaat, Annemarie Jorritsma, sloot zich bij Kohl aan.

Op 20 juni 1995 liet de oliemaatschappij weten af te zien van het tot zinken brengen van de Brent Spar. De oliegigant en de Britse regering waren verslagen door een stelletje milieu-activisten die - met aantoonbaar onjuiste gegevens - een internationale protestgolf had ontketend.

De zaak-Brent Spar stortte Shell in een diepe identiteitscrisis. De verwerking van het trauma duurt tot vandaag voort. Aan de kloof tussen het zelfbeeld van de onderneming en de kijk van de publieke opinie op Shell werden discussiebijeenkomsten op alle niveaus in het concern gewijd. Vroeger vertrouwde het publiek Shell, nu is er sprake van institutioneel wantrouwen, zo realiseerden de geschrokken medewerkers zich. Vroeger kon het bedrijf binnen de wet zijn gang gaan, nu wordt een verantwoordelijke opstelling verwacht en moet uitdrukkelijk toestemming worden gevraagd voor allerlei activiteiten. Vroeger werd geheimhouding geaccepteerd, nu wordt transparantie verlangd. Vroeger werd het milieu als een probleem van de overheid gezien, nu als een probleem van het bedrijfsleven zelf. Tegen wil en dank werd de oliemaatschappij een trendsetter als 'maatschappelijk verantwoordelijke' onderneming.

Voor sociale wetenschappers is de affaire-Brent Spar letterlijk een schoolvoorbeeld, waaraan de veranderingen in het internationale politieke klimaat sinds het einde van de Koude Oorlog aanschouwelijk gemaakt kunnen worden. Dit klimaat wordt bepaald door twee belangrijke erfenissen uit het einde van de vorige eeuw: de mondialisering van het maatschappelijke leven en de opmars van democratie, die - als enige juiste regeringsvorm - naar meer smaakt.

Steeds meer activiteiten en problemen krijgen een grensoverschrijdend karakter. De nationale staat is niet langer vanzelfsprekend als politieke lotsgemeenschap; kapitaal- en immigratiestromen, multinationals, milieu-problemen, criminaliteit, gezondheids- of veiligheidsvraagstukken trekken zich van de landsgrenzen niets aan. Staten kunnen dan ook steeds minder beslissingen nemen zonder uitgebreid met andere staten en organisaties te onderhandelen en samen te werken. Zo is in snel tempo een dicht web van internationale samenwerkingsverbanden, wetgeving, convenanten en instellingen ontstaan. Het is geen anarchie; er is sprake van verschillende krachten die op elkaar inwerken. Niettemin onttrekt dit web zich aan de klassieke democratische controle, aan politiek debat en aan publieke verantwoording.

Het protest tegen het afzinken van de Brent Spar laat zien dat de internationale publieke opinie zich met succes kan mengen in wat staatsrechtelijk een aangelegenheid is tussen een Brits bedrijf en de Britse regering. De Brent Spar-affaire duidt op een toenemend internationaal politiek bewustzijn, maar demonstreert ook een gebrek aan symmetrie in de democratische besluitvorming.

Sinds het ontstaan van het idee van de soevereine staat, en het wederzijdse respect van die soevereiniteit door een Europese 'gemeenschap van staten' - geïnspireerd door Hugo de Groot en plechtig verkondigd bij de Vrede van Westfalen (1648) - zijn we eraan gewend geraakt dat de staatsburgers (als degenen die hun vertegenwoordigers naar wetgevende lichamen afvaardigen) binnen de landsgrenzen samenvallen met de onderdanen die aan de gestelde regels zijn gebonden.

Maar de deksel past steeds minder goed op het doosje. De nationale staat kan niet langer fungeren als exclusieve politieke gemeenschap. Het internationale politieke landschap van vandaag doet weer enigszins denken aan dat van de late Middeleeuwen: een lappendeken van autoriteiten, lotsgemeenschappen en uiteenlopende loyaliteiten.

En zo moesten John Major, het Britse parlement en Shell opzij voor Greenpeace, de automobilistenboycot en Helmut Kohl. En zo zijn uitspraken van het Europese Hof en besluiten van de Europese Unie bindend voor de lidstaten, ook al komen de kiezers er, noch op nationaal, noch op Europees niveau aan te pas.

De tweede erfenis van de vorige eeuw is de wereldwijde verbreiding van het verlangen naar democratie. De overwinning van de democratie is nog lang niet definitief, maar in elke hoek van de wereld zijn de dictaturen in de verdediging. De rol van de informatietechnologie, de massamedia en de internationale publieke opinie bij de bevrijding van Oost-Europa, Rusland, Zuid-Afrika en een groot aantal derdewereldlanden, kan moeilijk overschat worden. We zien hier als het ware de affaire-Brent Spar in het groot. Maar juist nu meer en meer volken het idee van de democratie omarmen, blijkt de effectiviteit van de democratie als een nationale vorm van politieke organisatie af te nemen.

Enerzijds wordt dus het democratisch tekort als gevolg van de intensivering van politieke processen over de landsgrenzen heen steeds groter. Anderzijds manifesteert zich op lokaal, nationaal en internationaal niveau een wereldwijd verlangen naar meer zeggenschap en zelfbeschikking. Deze combinatie schreeuwt als het ware om een nieuw politiek project.

Het is opmerkelijk dat de initiatieven hiertoe worden genomen door intellectuelen en politici met een linkse achtergrond. Joschka Fischer, de Groene minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland, domineerde deze zomer de internationale discussie over de inrichting van de Europese Unie. Bondskanselier Schröder steunt Fischer in zijn streven naar een Europese politieke unie. De Britse premier Tony Blair zegt het nog niet hardop, maar wil dat Engeland zich zo snel mogelijk aansluit bij de euro.

In de schaduw van Schröder, Fischer en Blair hebben progressieve intellectuelen uit Engeland, Duitsland, Italië, Frankrijk en de VS een netwerk gevormd dat de mogelijkheden onderzoekt van een nieuwe internationale politieke gemeenschap. De Britse politicoloog David Held formuleert dit politieke perspectief als 'kosmopolitische democratie' (in: Democracy and the global order). Held is (samen met de Britse socioloog Anthony Giddens, bekend van de Derde Weg, en de Duitse socioloog Ulrich Beck, bekend van de Risicomaatschappij) de gangmaker van dit project.

Democratie veronderstelt de vrijheid en de garantie dat burgers over hun eigen leven kunnen beschikken. Deze autonomie van de burger in een gegeven politieke gemeenschap blijft alleen overeind wanneer zij niet wordt bedreigd door acties van buiten die politieke gemeenschap. Autonomie op lokaal en nationaal niveau kan niet meer bestaan zonder wettelijk gegarandeerde burgerrechten over de grenzen heen: het vereist 'meervoudig burgerschap' en 'kosmopolitische wetgeving'. De universele verklaring van de rechten van de mens is een voorbeeld van wat Held bedoelt met kosmopolitische wetgeving. Het initiatief van de Europese Unie om een grondwet op te stellen waarin ook sociale grondrechten een plaats krijgen, is een ander voorbeeld. Democratische staten moeten zich verenigen om deze grensoverschrijdende burgerrechten op te stellen en te handhaven. Nieuwe democratieën kunnen zich later aansluiten.

Behalve het garanderen van burgerrechten betekent kosmopolitische democratie de aansprakelijkheid van alle machtssystemen, zowel economische als politieke. Held denkt hierbij aan het instellen van een Tweede Kamer bij de Verenigde Naties, als opstapje naar een wereldparlement, aan grensoverschrijdende referenda, aan een internationaal hof voor strafrecht, aan een effectieve internationale krijgsmacht, maar ook aan democratisering van de economie door maatschappelijke invloed op investeringen.

Om dergelijke hervormingen te kunnen afdwingen is op zijn minst een brede, actieve, internationaal opererende politieke gemeenschap noodzakelijk. Held pleit voor een basisinkomen voor elke volwassene, om iedereen in staat te stellen vrijwilligerswerk te doen of actie te voeren voor een maatschappelijk doel.

Ulrich Beck werkt deze gedachte van een actieve internationale politieke gemeenschap uit in Neue Arbeitswelt. Vision Weltbürgergemeinschaft. Beck neemt afscheid van de illusie van de volledige werkgelegenheid en wil het nu heersende model van de 'werkmaatschappij' vervangen door dat van de 'multi-activiteitenmaatschappij'. Hierin floreert 'burgerarbeid' als thuiswerk, gezinszorg, clubwerk, vrijwilligerswerk, hulp aan vluchtelingen en daklozen, 'georganiseerde, creatieve ongehoorzaamheid' (daar bedoelt Beck mee: actievoeren tegen de autoriteiten), kunst- of welzijnsprojecten naast loonarbeid. Becks burgerarbeid is géén werklozenproject, maar wordt wel gefinancierd met 'burgerfondsen', die de zelfstandigheid van de burgerarbeid garanderen. Becks ideaal is dat elk mens betaalde arbeid en burgerarbeid afwisselt, hetzij door arbeidstijdverkorting, hetzij door lange periodes verlof. Een forse reductie van de volledige werkweek zal volgens hem mogelijk worden door toepassing van arbeidsbesparende slimme technologie.

Beck leent van Immanuel Kant het ideaal van het wereldburgerschap: een 'kosmopolitische burgerbeweging'. Op Europees niveau is hij voor het oprichten van grensoverschrijdende politieke partijen, die bij nationale verkiezingen buitenlandse kandidaten kunnen stellen. Internationale pressiegroepen en ondernemingsraden bieden tegenwicht tegen multinationale ondernemingen.

Voor Beck is de democratie op het niveau van de natiestaat een gepasseerd station: 'In Europa is alleen nog grensoverschrijdende democratie mogelijk. Zeker na de monetaire unie moet Europa worden versterkt met politieke ideeën. Want alleen een sterk Europa kan de te voorspellen maatschappelijke en politieke problemen en de daarmee gepaard gaande onrust absorberen en overwinnen.'

Het idee van de kosmopolitische democratie is - Held en Beck geven dat grif toe - nogal utopisch. Toch verdient het meer aandacht, omdat het in elk geval recht doet aan onze complexe wereld van overlappende lotsgemeenschappen. Internationale centra van democratische besluitvorming zijn noodzakelijk wanneer een publieke zaak grenzen overschrijdt, wanneer lokale niveaus de kwestie niet kunnen oplossen en wanneer de publieke verantwoording niet anders dan over de landsgrenzen gestalte kan krijgen.

Een wereldregering zal er niet snel komen, een Europese politieke unie met een echte grondwet evenmin. Aan de andere kant is het Greenpeace-model onbevredigend, omdat internationale actiegroepen per definitie eendimensionaal zijn. Kosmopolitische politiek veronderstelt, zoals Beck naar voren brengt, politieke organisaties en partijen met leden uit verschillende landen.

In Nederland is het debat over de vorming van een internationale politieke gemeenschap volledig afwezig. Nederland laat de snelle veranderingen in de Europese Unie gelaten over zich heen komen: het zal zo'n vaart wel niet lopen. Ondertussen zal de komende uitbreiding van de unie onvermijdelijk tot vermindering van de Nederlandse zeggenschap leiden. In België gaan daarom stemmen op om de Benelux nieuw leven in te blazen. Een formatie van dertig miljoen inwoners, economisch een grote Europese mogendheid, zou inderdaad wél gewicht in de schaal kunnen leggen. Wanneer wordt politiek Nederland wakker?

Het inmiddels vertrouwde liberale discours, dat de bevrijding van de burger van de bemoeizuchtige verzorgingsstaat voorop stelde, verdwijnt langzamerhand naar de achtergrond. Hetzelfde geldt voor de euroscepsis: het fulmineren tegen de Brusselse 'eurocratie' uit naam van de soevereine nationale staat. De sanering van de verzorgingsstaten van de Europese Unie op weg naar de euro werd door liberalen in de jaren tachtig aan de orde gesteld, maar door sociaal-democraten in de jaren negentig uitgevoerd. Dit karwei is overigens nog lang niet geklaard. Maar als middel om de burgers te mobiliseren is het niet langer geschikt. Het is tijd voor een nieuw politiek project. Kosmopolieten aller landen, verenigt u!

Meer over