DEMOCRATIE KAN GEVAARLIJK ZIJN

DE AFRIKANEN lijken weer de smaakmakers van het wereldkampioenschap voetbal te worden. Nadat de 'Ontembare Leeuwen' van Kameroen in de openingswedstrijd van het WK van 1990 Argentinië versloegen, is het Afrikaanse voetbal aan een langzame opmars begonnen....

Voorlopig hoogtepunt was de Olympische titel van Nigeria, dat twee jaar geleden zowaar het Brazilië van Ronaldo de baas bleef.

Dat het in de chaotische Afrikaanse voetbalwereld echter nog niet allemaal van een leien dakje gaat, bleek uit de aardige documentaire-reeks van de RVU, The African dream. De meeste indruk maakte de aflevering over Ghana. Kijkers zullen niet gauw het wanhopige gezicht van Rinus Israel, gedurende korte tijd de voor zijn leven vrezende trainer van het nationale team, vergeten.

Dat het Afrikaanse voetbal desondanks zo nu en dan een succesje boekt, doet onder meer deugd omdat het laat zien dat het hier niet om een verloren continent gaat. We zijn gewend om in de somberste termen te spreken over een werelddeel van chaos, anarchie, honger en oorlog, en hebben de neiging de lichtpuntjes over het hoofd te zien. Zo'n lichtpuntje was de democratisering die begin jaren negentig werd ingezet.

Na het revolutionaire jaar 1989 spoelde een democratiseringsgolf over de globe die ook gevolgen had voor Afrika. Zowel van binnen (nationale hervormers) als van buiten (buitenlandse donoren) werd druk uitgeoefend om afstand te nemen van het traditionele éénpartijstelsel. Tal van staten namen constituties aan waarin een meerpartijensysteem werd gegarandeerd.

Het probleem was echter dat de voor een voorspoedige ontwikkeling cruciale democratische cultuur doorgaans ontbrak. Funest waren vooral de scherpe etnische tegenstellingen tussen diverse bevolkingsgroepen in één land. Democratie in een sterk verdeelde samenleving resulteert al gauw in instabiliteit en kan gemakkelijk in een autocratisch stelsel ontaarden, zo heeft Nederlands beroemdste politicoloog Lijphart betoogd.

De stelling van Lijphart wordt enigszins bevestigd door ontwikkelingen in Afrika. Democratisering leidde daar in sommige landen tot staatsgrepen, zoals in Nigeria waar de militairen de verkiezingsuitslag niet accepteerden, of burgeroorlogen. Door Afrika-kenners is wel verband gelegd tussen de westerse eis tot democratisering in Rwanda en de gruwelijke strijd tussen Hutu's en Tutsi's.

Zo'n Afrika-kenner is Stephen Ellis. De medewerker van het Afrika-studiecentrum in Leiden heeft er herhaaldelijk op gewezen dat democratie en vrije pers in sommige landen levensgevaarlijk kunnen zijn. Belangrijker dan een meerpartijenstelsel acht hij stabiliteit en goed bestuur. Westerse hulpverleners zouden er goed aan doen deze doeleinden voorop te stellen en in hun relatie met Afrikaanse landen niet aan te dringen op een snelle invoering van een westers politiek stelsel.

Ellis spreekt vandaag in het West-Indisch huis in Amsterdam op een conferentie over de rol van politieke partijen in Afrika, in het bijzonder Zuidelijk Afrika. In het preadvies voor deze bijeenkomst maakt de politicoloog Arthur Verheij nog eens duidelijk hoe zwak de doorsnee politieke partij in die regio is.

Veel minder dan bijvoorbeeld in West-Europa vertegenwoordigen politieke partijen in Afrika bezuiden de Sahara ideologische posities. Vaak gaat het om vertegenwoordigingen van stammen zonder een duidelijk uitgewerkt programma. De meeste partijen zijn slecht georganiseerd, worden sterk gedomineerd door een kleine elite, hebben praktisch geen aanhang buiten de steden en kampen met de politiek-culturele erfenis van de autoritaire stelsels uit het verleden. Cliëntelisme en corruptie zijn schering en inslag.

Politieke macht, legt Verheij uit, wordt in Afrika nog steeds gezien als een methode om rijkdom te vergaren. Partijen zijn losse verbanden rond personen of kleine elites, primair gericht op de verdeling van banen, privileges en geld onder volgelingen. Bij verkiezingen geldt het principe dat de winnaar alles krijgt, de verliezer niets.

Door deze treurige situatie zien westerse beleidsmakers die democratiseringsprocessen in Afrika willen steunen, zich voor een dilemma geplaatst. Zij weten uit eigen ervaring dat in een democratie politieke partijen een voorname rol spelen. Partijen recruteren immers volksvertegenwoordigers, zorgen voor scholing van kader, formuleren beleidsalternatieven en vergemakkelijken de communicatie tussen overheid en burger.

De neiging bestaat dan ook deze organisaties financieel te steunen. Tegelijkertijd moet een objectieve waarnemer vaststellen dat politieke partijen in Afrika allesbehalve goed functioneren. Zij vormen vaak eerder een deel van het probleem dan van de oplossing.

Na een sombere analyse van de gebreken van de politieke partijen in sub-Sahara Afrika pleit Verheij toch voor substantiële westerse steun aan deze organisaties. Hier zien we de bekende combinatie van het pessimisme van het verstand en het optimisme van de wil. Een combinatie die de basis heeft gevormd voor menig goede daad, maar ook voor zinloze acties en geldverspilling.

Meer over