'Democratie Italië verkeert in nood'

Er is alle reden voor Europa om zeer bezorgd te zijn over de situatie in Italië, vindt historicus Paul Ginsborg....

Door Eric Arends

Of hij de tekst van het interview – vertaald in het Engels of Italiaans – nog vóór publicatie kan lezen, vraagt Paul Ginsborg enkele dagen voordat het gesprek moet plaatshebben. ‘De advocaten van meneer Berlusconi’, schrijft hij in een mail, ‘zijn namelijk zeer actief, deze dagen.’

Voor de duidelijkheid: Ginsborg, hoogleraar hedendaagse Europese geschiedenis aan de universiteit van Florence, is ‘nog op geen enkele manier vervolgd’ door de raadsheren van de Italiaanse premier. De ‘giftige penbrieven’ die hij ontving en de ‘antisemitische leuzen’ die een paar jaar geleden beneden op de muur van zijn Florentijnse appartement verschenen, waren ‘duidelijk niet het werk van deze regering’.

Desondanks is de Britse historicus op zijn hoede, ‘omdat Berlusconi’s regime alle commentatoren die het als vijandig beschouwt, nauwkeurig volgt’.

‘Vijandig’ is de bescheiden, zacht sprekende Ginsborg moeilijk te noemen. Hij schreef twee veel geprezen werken over de contemporaine geschiedenis van Italië, plus een heldere politieke biografie over de excentrieke zakenman-politicus uit Milaan. Ginsborg geldt thans als een van de best ingevoerde Italië-kenners – en als zodanig maakt hij zich grote zorgen over het land. Voor het Berlusconi-kamp is dat aanleiding genoeg voor grote argwaan.

Wat zegt de buitengewone werklust van Berlusconi’s advocaten over het hedendaagse Italië?

‘Dat de democratie in dit land in gevaar is. Ik denk echt dat we te maken hebben met een democratische noodsituatie.’

Dat zijn zware woorden. We hebben het over een van de oprichters van de Europese Unie.

‘Zeker. Maar de politici die de laatste verkiezingen wonnen, blijken zeer weinig respect te hebben voor de bestaande staatsinstituties. Berlusconi en zijn ministers hebben aanvallen uitgevoerd op president Napolitano, op de directeur van de Italiaanse centrale bank, op de onafhankelijke pers. Het meest neemt hij de magistratuur onder vuur. Die háát hij echt. Berlusconi heeft het dus gemunt op de belangrijkste pijlers van een democratische staat.’

Critici vergelijken Berlusconi al met Mussolini.

‘Er bestaat geen enkele twijfel over de overeenkomsten tussen die twee figuren als het gaat om charisma, het gebrek aan respect voor parlement en rechterlijke macht, en het ontbreken van een echt democratische overtuiging.

‘Het was nota bene een van Berlusconi’s beste vrienden, Fedele Confalonieri (topman bij Mediaset, de televisietak van Berlusconi’s zakenimperium – red.), die zei: Silvio is geen natuurlijke democraat, hij is een verlicht despoot.

‘Daarnaast verschilt hij op fundamentele punten van Mussolini. Berlusconi oefent zijn macht bijvoorbeeld niet uit met de wapenstok, niet met het fysieke geweld dat typerend was voor de fascistische knokploegen. Hij gebruikt zijn macht met behulp van de verbeelding en zijn zeggenschap over de media.’

Berlusconi is subtieler?

‘Véél subtieler. Hij werkt bijna op een magische manier. Het is uiterst interessant te zien hoe hij en zijn medewerkers allerlei verhalen verzinnen, hoe zij een geheel eigen versie van de waarheid geven – en hoe die in Italië vervolgens waarheid wordt.’

Geeft u eens een voorbeeld.

‘Kijk hoe de hele geschiedenis is herschreven over Tangentopoli, het grote smeergeldschandaal dat in de jaren negentig leidde tot een enorme ontwrichting van de Italiaanse politiek. Tangentopoli werd ontdekt dankzij zeer moedig onderzoek van Milanese en Siciliaanse onderzoeksrechters met het doel corrupte contacten tussen zakenlieden, staatsinstellingen en politici uit te bannen. Maar Berlusconi en zijn aanhangers hebben daar in de media iets totaal anders van gemaakt. Volgens hen gaat het om een duidelijk politiek gemotiveerde actie van zogeheten ‘rode toga’s’, uitgevoerd zonder enig gevoel voor menselijkheid, die zelfs de dood heeft veroorzaakt van vele onschuldige mensen in de gevangenis. Een van de spreekbuizen van Berlusconi noemde de aanklagers op televisie letterlijk moordenaars.’

In zijn kritiek op de magistratuur lijkt Berlusconi een punt te hebben. Aanklagers hebben in het verleden grote fouten gemaakt.

‘Dat klopt. Er zijn enkele excessen geweest. De journalist Enzo Tortora bijvoorbeeld, die er in de jaren tachtig van werd beschuldigd een maffioso te zijn, totdat duidelijk werd dat de spijtoptant van de maffia van wie deze informatie afkomstig was had gelogen. In de tussentijd had Tortora in de gevangenis gezeten, kanker gekregen en was hij overleden. Echt een vreselijke zaak. Maar zulke voorbeelden kom je overal ter wereld tegen. Dit kan gebeuren. Wat gevaarlijk is aan Berlusconi’s plannen, is dat hij de rechterlijke macht echt wil castreren.’

Moet Europa de noodklok luiden?

‘Ik denk van wel. Berlusconi heeft zijn ogen zeer vast gericht op het presidentschap van de republiek. Kijk naar de conglomeratie die hij dan in handen zou hebben: het presidentschap, de directie van de Italiaanse centrale bank, de functie van minister-president. Voeg daarbij de wetten die hij doorvoert tegen de persvrijheid en tegen de autonomie van de rechterlijke macht.

‘Italië is in formele zin een democratie, omdat er nog steeds vrije verkiezingen zijn. Maar het zijn wel verkiezingen waarbij Berlusconi aan de vooravond van de Europese verkiezingen op zijn eigen televisiezender 57 minuten zonder interruptie aan het woord mag zijn, en de ander nauwelijks toegang tot een tv-camera krijgt. Maar goed, probeer de 27 lidstaten van de EU maar eens overeenstemming te laten bereiken over een maatregel tegen dit gevaar.’

Wat zou Europa moeten doen?

‘Europa zou zich moeten afvragen of een EU-lidstaat als Italië nog wel voldoet aan de regels die het zelf oplegt aan staten die graag bij de EU willen horen. Stel je voor: een land waar wordt getornd aan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, waar een meerderheid van de pers en de televisie in handen is van de premier – wat zou Europa van zo’n kandidaat-lidstaat zeggen? Als de EU echt iets van betekenis wil doen, zou ze het lidmaatschap van Italië moeten opschorten totdat het aan alle democratische voorwaarden voldoet. Maar de EU ontbeert de eenheid voor zulke strenge maatregelen.’

In eigen land wordt Berlusconi nog steeds geadoreerd. Wijken Italianen genetisch af van andere Europeanen?

‘Dat denk ik niet. Berlusconi vertegenwoordigt als zakenman gewoon een zeer significante groep van zelfstandige ondernemers. Die groep van kleine winkeliers, handwerklieden, boeren en familiebedrijven is in Italië veel groter dan in andere Europese landen. Zij geloven zeer in Berlusconi’s principes van vrijheid: vrij van staatsbemoeienis, vrij van het betalen van belasting. Maar zo vindt het diepgewortelde cliëntelisme van Italië wel z’n hoogste punt in de premier. Hoe vaak heeft hij niet tegen gewone Italianen gezegd: zit je in de problemen, nou, je mag op mijn kosten op vakantie; ik, de premier, geef jou een cadeau. Deze verticale structuur van cliëntelisme is zeer afwijkend van een democratische.’

Heeft Berlusconi eigenlijk wel ideologische doelstellingen?

‘Hij is een echte Thatcher-aanhanger. Hij dweept met het idee van de selfmade person. Thatcher was de dochter van een winkelier uit de provincie. Maar zij ging naar Oxford, werd de leider van de Conservatieve Partij, en werd een dominante figuur in de wereldpolitiek. Berlusconi houdt van dat soort verhalen. Natuurlijk zitten er bij hem enkele donkere kanten aan. Maar dat is zijn boodschap aan de Italianen: vecht, houd vol en je gaat het maken.’

Vecht, en heb lak aan de regels.

‘Dat zijn uw woorden.’

En bent u het daarmee eens?

Lachend: ‘Nu betreden we het territorium van Berlusconi’s advocaten. Ik zou liever zeggen: zijn manier van handelen conflicteert met democratische principes.’

Meer over