Democratie en kakofonie

IN HET Italiaanse politieke landschap woekert tussen eik en olijf dicht struikgewas, tot aan de poolstreken toe...

De Eik is het symbool van de voormalige communistische partij, die een nieuw doel voor de arbeidersstrijd heeft ontdekt: de liberale revolutie.

De Olijf is de symbolische boom waaronder professor Romano Prodi alle partijen van centrum en links verzamelt die zijn kandidatuur willen steunen voor het premierschap.

Het pad naar verkiezingen wordt versperd door het Struikgewas, verzamelnaam van alle partijen die de verkiezingen zo ver mogelijk willen vooruitschuiven.

Dit struikgewas tiert welig, vooral in zijn neo-christendemocratische variant, rond de olijf en in de streken waar Berlusconi's rechtse Pool van de Vrijheid huist.

Sinds in 1992 met de Operatie Schone Handen ook de crisis begon, is er maar één regering geweest die door het volk is gekozen. En wat voor een. Na de zakenkabinetten van de premiers Amato en Ciampi trad in mei 1994 het kabinet-Berlusconi aan. De onmogelijke coalitie sneuvelde na zeven chaotische maanden. Opnieuw kwam er een zakenkabinet.

Premier Dini is intussen een aangename verrassing gebleken. Maar in een democratie kan een zakenkabinet niet te lang duren. Want Dini mag dan kundig puin hebben geruimd, hij dankt zijn mandaat niet aan het volk maar aan slechts één persoon, president Scalfaro. En ook die is niet door het volk gekozen.

Net als de vorige zakenpremiers steunt Dini op Scalfaro, de enige institutionele figuur wiens macht door de chaos is gegroeid. Zijn leven lang heeft hij haast ongemerkt in het parlement gezeten, en nu speelt Scalfaro op zijn oude dag zo'n actieve politieke rol, dat de parlementaire republiek Italië haast een presidentiële is geworden.

Dat is begrijpelijk. Want een parlement waarin partijen worden geboren, uiteenvallen of sterven, waarin coalities niet zeker zijn en iedereen met iedereen in de clinch ligt, zo'n gistend parlement is als basis voor een stabiele regering even stevig als een glijbaan.

Dini heeft wel een parlementaire meerderheid, maar die dankt hij niet aan verkiezingen maar aan de val van de regering-Berlusconi, waarin hijzelf minister is geweest. Hij heeft de steun van een bont gezelschap van anti-berlusconianen, van de ex-communisten tot de onberekenbare Liga Noord, van de afgescheiden neo-communisten tot de hervormde christendemocraten van de Volkspartij. Al deze partijen hebben de laatste parlementsverkiezingen verloren. Behalve de Liga, maar die wil niets meer met de andere winnaars te maken hebben.

Sinds het aantreden van Dini praten de politici over bijna niets anders dan verkiezingen. Dat gepraat is aangezwollen tot een kakofonie. Verkiezingen in april, riep Berlusconi eerst. Lukte niet. Verkiezingen in juni, schreeuwde hij. Bleek politiek onmogelijk. Verkiezingen in november, gilt hij nu.

Tussen dat geroep door klinken links en rechts uit het struikgewas steeds meer kreten op. Verkiezingen? Maar dan moet eerst de begroting voor 1996 rond zijn en de lire terug in het EMS. Verkiezingen? Maar eerst verandering van het kiesstelsel, rechtstreekse verkiezing van de premier, een nieuwe mediawet. Verkiezingen? Maar eerst moeten de belangenconflicten uit de wereld worden geholpen, de grondwet gewijzigd, een regering van nationale eenheid gevormd, de onderontwikkeling van zuid-Italië opgelost, de oorlog in Bosnië beëindigd. Alle argumenten zijn voor het struikgewas goed, als ze maar dienen om de verkiezingen op de lange baan te schuiven.

Sinds kort heeft de roepende Berlusconi gezelschap van Massimo D'Alema, de leider van de ex-communistische Democratische Partij van Links. Is dit 'kleinzoontje van Stalin', dat in zijn jonge jaren molotovcocktails hanteerde toen Berlusconi al zijn eerste miljard binnen had, niet zijn grootste politieke vijand? Zeker. Maar al heeft hij niet zoveel haast als Berlusconi, ook D'Alema wil onderhand af van het zakenkabinet-Dini.

De komst van een gekozen regering is een democratische eis. Maar dan moeten wel de democratische spelregels worden gerespecteerd, en dat is niet Berlusconi's sterkste zijde gebleken. Daarom klinkt uit zijn mond het argument dat de democratie wordt verkracht zolang het volk zich niet kan uitspreken, lichtelijk verdacht.

Maar Berlusconi wil zo vurig verkiezingen, dat hij akkoord ging met gesprekken tussen zijn Pool van de Vrijheid met de Olijf over het opstellen van democratische regels. Na drie ontmoetingen werd men het eens over drie belangrijke kwesties: een voor alle partijen rechtvaardige toegang tot de tv tijdens de verkiezingscampagne, nieuwe regels voor de verkiezing van het bestuur van de publieke omroep RAI, en garanties voor de verliezers van de verkiezingen.

En toen begon de kakofonie pas goed. Onzin, al die regels, riep Berlusconi, er moeten verkiezingen komen in november, en daarna moet Italië door een wijziging van de grondwet een republiek worden waarin de president ook regeringsleider is. D'Alema zag koning Silvio I al op de troon en kondigde een initiatief aan om het quorum voor een grondwetswijziging, nu een absolute meerderheid, te verhogen tot een meerderheid van tweederde.

Berlusconi heeft D'Alema een 'garantiepact' aangeboden. Rep en roer in het struikgewas. Verkiezingen, daar willen de minderheidspartners van D'Alema en Berlusconi voorlopig niet van horen, want ze willen niet het bos worden ingestuurd. Rocco Buttiglione, leider van de christen-democratie, vindt dat er eerst een tijdrovende 'grondwetgevende fase' moet komen. Kennelijk wil hij de restauratie van het oude regime niet overlaten aan zijn bondgenoot Berlusconi.

Jan van der Putten

Meer over