'Demmink was wel degelijk verdachte in misbruikzaak'

Voormalige topambtenaar Joris Demmink was wel degelijk verdachte in het onderzoek naar misbruik van minderjarigen in Amsterdam. Dat zei voormalig politieagent Emile Broersma, destijds commandant van het observatieteam van de CRI, dinsdag in de Utrechtse rechtbank.

UTRECHT - 'We moesten informatie verzamelen over vier verdachten, een van hen was Demmink', zei hij tijdens de civiele procedure die aangespannen is door stichting de Roestige Spijker. Deze heeft als doel de 'waarheid over Joris Demmink boven tafel te halen'.

Broersma's verklaring staat haaks op die van de voormalige OM-top, en van het ministerie van Justitie. Minister Opstelten zei gisteren nog steeds in de onschuld te geloven van de voormalige secretaris-generaal, die al jaren achtervolgd wordt door geruchten over kindermisbruik. Hij heeft het OM gevraagd de verklaring nader te bekijken, maar blijft erbij dat de naam Demmink niet voorkomt in het zogenoemde Rolodex-onderzoek van eind jaren negentig naar misbruik van jongens.

'Hij moet zich vergissen', zegt ook Hans Vrakking over de verklaring van Broersma. De oud-hoofdofficier van Amsterdam was in 1998 verantwoordelijk voor het Rolodex-onderzoek. Volgens hem richtte dit zich alleen op twee hoofdofficieren van justitie. 'Die twee wilden we observeren', aldus Vrakking. De naam Demmink is wel gevallen. Het team kreeg informatie van de inlichtingendienst BVD, nu AIVD, maar dat had volgens Vrakking geen link met zijn politieonderzoek. De veiligheidsdienst had van een chauffeur van het ministerie van Justitie klachten ontvangen over Demmink, die seks zou hebben gehad op de achterbank van een dienstauto. Maar Demmink is nooit verdachte geweest in het Rolodex-onderzoek, aldus Vrakking.

Uiteindelijk heeft het team van Broersma nooit geobserveerd, vertelde hij gisteren: na een paar dagen kreeg de commandant de instructie om te stoppen met de voorbereidingen. Volgens hem vond de hoogste baas van de rijkspolitie, generaal De Wijs 'het erg ingewikkeld om onderzoek te doen naar de bazen van het OM'. Hem werd verteld dat de korpschef een van de verdachte hoofdofficieren had ingelicht. 'Daarna was het onderzoek stuk.'

In de zaak-Demmink is afgelopen weken geregeld tegenstrijdig verklaard. Het lijkt erop dat soms over verschillende onderzoeken wordt gesproken. Mogelijk was de opdracht om te observeren afkomstig van de BVD, los van het Rolodex-onderzoek, 'maar daar wisten wij niks van', zegt Vrakking. Broersma zegt niet te weten van wie de opdracht kwam.

Als de BVD opdracht had gegeven voor observaties van vier justitiemedewerkers dan zou Bram Peper, destijds minister van Binnenlandse Zaken, daarvan op de hoogte moeten zijn. Hij kan zich er niets van herinneren, zegt hij telefonisch. 'Het is nooit aan de orde geweest. Ik ken Joris Demmink alleen als een ongelooflijk voortreffelijke ambtenaar.'

undefined

Meer over