analyse

Demissionair kabinet strooit met miljarden, maar wie is daar eigenlijk op tegen?

De demissionaire regering en de Tweede Kamer verkeren in de veronderstelling dat geld momenteel niet schaars is. Pijnlijke keuzes hoeven niet te worden gemaakt. Niemand heeft daarom haast met het formeren van een nieuw kabinet.

Wopke Hoekstra (CDA) in gesprek met Mark Rutte en Sophie Hermans (VVD) tijdens de schorsing van het debat over de formatie. Op de achtergrond Geert Wilders (PVV).  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Wopke Hoekstra (CDA) in gesprek met Mark Rutte en Sophie Hermans (VVD) tijdens de schorsing van het debat over de formatie. Op de achtergrond Geert Wilders (PVV).Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De essentie van regeren is keuzes maken, schreven de topambtenaren van de Studiegroep Begrotingsruimte in een advies voor het aankomende kabinet. Maar politieke keuzes vallen niet te ontdekken in het eindverslag dat informateur Mariëtte Hamer dinsdag opleverde, toch hét document dat als ruwe basis moet dienen voor een nieuw regeerakkoord. Hamers samenvatting leest als een rij open deuren uit de verkiezingsprogramma’s van de zes partijen die nog in de race zijn voor kabinetsdeelname.

Zo vermeldt zij dat VVD, D66, CDA, PvdA, GroenLinks en ChristenUnie het stikstof- en klimaatprobleem willen oplossen. Andere door Hamer genoemde doelstellingen van een nieuw kabinet zijn: beter openbaar vervoer, meer woningen bouwen, betere en betaalbare gezondheidszorg, beter onderwijs, een beter functionerende arbeidsmarkt, minder armoede, meer innovatie en minder digibeten.

Stuk voor stuk plannen waar niemand tegen is, en vrijwel iedereen vóór; inclusief partijen die tot de oppositie veroordeeld zijn. De echte vraag, hóe de zes partijen deze doelen willen bereiken, laat Hamer onbeantwoord. Ook staat vast dat het realiseren van al deze loffelijke doelen vele miljarden zal kosten, maar ook daar rept de informateur niet over. Misschien is het te vroeg om het al over geld te hebben, maar er speelt nog iets anders mee.

Politieke keuzes gaan over het verdelen van schaarste. Zowel het demissionaire kabinet als de Tweede Kamer verkeren in de veronderstelling dat geld momenteel niet schaars is. Dat gevoel leefde al vóór de coronacrisis, maar is deze maand versterkt door de optimistische economische ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) en De Nederlandsche Bank (DNB). Beide instituten voorspellen zowel dit als volgend jaar een onverwacht sterke bbp-groei. Daardoor zou de staatsschuld volgend jaar in relatieve zin alweer dalen. Met dank aan de lage rente kan de Nederlandse overheid ook al een paar jaar praktisch gratis lenen.

Coronasteun

De zware bezuinigingen die de eerste twee kabinetten-Rutte na de kredietcrisis van 2008 doorvoerden zijn politici en economen slecht bevallen. De consensus is nu dat bezuinigen in een recessie meer kwaad doet dan goed, en dat het voor overheden beter is het land ‘uit de crisis te investeren’. Dat heeft het kabinet gedaan, door – tot nu toe – 81 miljard euro overheidssteun te verstrekken aan door corona getroffen bedrijven en burgers. Het CPB en DNB vinden dat verstandig beleid. Dat de economie na de lockdown zo sterk opveert, is aan te danken die steunpakketten.

Geert Wilders (PVV) en Jesse Klaver (GroenLinks) in gesprek voor aanvang van het Kamerdebat over de formatie. In het midden Wopke Hoekstra (CDA).  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Geert Wilders (PVV) en Jesse Klaver (GroenLinks) in gesprek voor aanvang van het Kamerdebat over de formatie. In het midden Wopke Hoekstra (CDA).Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Alleen lijkt de politiek geen gas terug te nemen nu de recessie voorbij is. Alle politieke partijen, met uitzondering van de SGP, willen volgens hun verkiezingsprogramma’s in de volgende regeerperiode de uitgaven structureel verhogen. Deze ‘geld speelt geen rol’-mentaliteit verlost het demissionaire kabinet van elke druk om haast te maken met de formatie. Als geldgebrek niet dwingt tot het maken van keuzes, ontstaat er minder snel frictie tussen de coalitiepartijen, ook al zijn ze niet langer gebonden aan een regeerakkoord. En welke oppositiepartij durft te stemmen tegen steunpakketten en andere uitgaven die ook háár achterban ten goede komen?

Zo valt op dat het CDA vóór de verkiezingen nog zeer kritisch was over de onbeheersbare kosten van de Jeugdzorg. Er zijn sterke aanwijzingen dat het Jeugdzorgbudget slecht wordt besteed: substantieel aan ‘luxe’ hulp voor kinderen van hoogopgeleide ouders. CDA-minister Hoekstra blokkeerde vlak voor de verkiezingen – tot woede van de ChristenUnie – een voorstel de noodlijdende gemeenten uit de brand te helpen. CU-staatssecretaris Paul Blokhuis mocht vervolgens uitleggen dat het afgetreden kabinet het ‘niet chic’ vond zoveel geld uit te geven. Miljardenuitgaven moesten worden overgelaten aan de partijen die na 17 maart met elkaar zouden gaan formeren.

Onderwijsachterstanden

Welke partijen dat zijn, weten we nog steeds niet, maar het demissionaire kabinet heeft inmiddels alsnog 1,9 miljard euro extra voor Jeugdzorg uitgetrokken. Plus 8,5 miljard euro voor het wegwerken van onderwijsachterstanden, terwijl een goed plan daarvoor ontbreekt tot ergernis van onder meer de Algemene Rekenkamer.

Een ander teken dat de coalitiepartijen loyaal blijven aan elkaar, is de geruisloze uitvaart van de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). De VVD had de BIK aan de coalitiepartners opgedrongen ter compensatie voor het niet doorgaan van de afschaffing van de dividendbelasting. CDA, D66 en ChristenUnie slikten de 2 miljard kostende BIK, omdat zij de VVD in het regeerakkoord lastenverlichting voor het bedrijfsleven hadden beloofd.

Door de val van het kabinet, half januari, verviel die afspraak. Kamerlid Pieter Omtzigt zei in maart tijdens een verkiezingsdebat dat het CDA de BIK wilde terugdraaien. D66’er Steven van Weyenberg erkende tijdens een Kamerdebat dat zijn partij die 2 miljard euro liever aan onderwijs wilde besteden. Dus toen de Europese Commissie de BIK vorige maand torpedeerde als zijnde verboden staatssteun, stond het CDA en D66 in principe vrij zich aan de deal met de VVD te onttrekken. Dat deden zij niet. De coalitie wil nu de werkgeverspremies met 2 miljard euro verlagen.

Geen wonder dat VVD en CDA liever over hun graf heen blijven regeren met de ChristenUnie dan dat ze om de formatietafel gaan met de linkse tandem PvdA-GroenLinks. De Tweede Kamer heeft de meeste extra uitgaven (ter hoogte van bijna 26 miljard euro) die het kabinet sinds zijn aftreden heeft voorgesteld, al goedgekeurd. Niet vreemd in de wetenschap dat het demissionaire kabinet sinds de verkiezingen weer een comfortabele Kamermeerderheid heeft. Ook de oppositie betaalt geen politieke prijs in de vorm van noodzakelijke kostenbesparingen elders. Het gaat steeds om eenmalige uitgaven die bij de staatsschuld worden opgeteld.

‘Het is onwenselijk als de begrotingsdiscipline wegvalt: keuzemogelijkheden die geld kosten worden dan onvoldoende tegen elkaar afgewogen, met als risico dat dit resulteert in ondoelmatig beleid’, waarschuwde de Studiegroep Begrotingsruimte afgelopen najaar. Ruimte voor structurele lastenverlichtingen en uitgavenverhogingen is er niet, volgens de begrotingsexperts. Die waarschuwing lijkt aan dovemansoren gericht. Een volgend kabinet zal de rijksuitgaven waarschijnlijk structureel opvoeren, constateerde het CPB na doorrekening van de verkiezingsprogramma’s.

Meer over