'Demente patiënt was ziek genoeg om niet meer te willen'

Legalisering van euthanasie voor dementerende psychiatrische patiënten is dichterbij gekomen, nu bekend is geworden dat een arts in Twente daarvoor niet is vervolgd....

Van onze verslaggeefster Ineke Jungschleger

S. van der Meer, arts in het Twents Psychiatrisch Ziekenhuis in Enschede, verleende hulp bij zelfdoding aan een 71-jarige man. In overleg met de directie van het ziekenhuis en de officier van justitie in Almelo werd een procedure gemaakt. Het is het eerste psychiatrisch ziekenhuis dat een procedure heeft voor patiënten die hulp bij euthanasie vragen.

'De patiënt was ziek genoeg om niet meer te willen, maar nog niet zo dement dat hij daar niet meer over kon beslissen', zegt Van der Meer. Op 67-jarige leeftijd begon de man te klagen over slechte concentratie, angst en onzekerheid. Hij was bang om dement te worden en werd met een ernstige depressie opgenomen in het Twents Psychiatrisch Ziekenhuis. De depressie werd behandeld, de patiënt at en sliep weer normaal, maar het diepe verdriet over zijn toestand bleef. Dagbehandeling op de afdeling ouderenpsychiatrie van het ziekenhuis bood hem structuur. Maar hij verbleef de hele dag tussen ernstig dementerende medepatiënten en was daar zeer ongelukkig mee. Thuis hanteerde zijn vrouw vaste scenario's om dingen die hem konden ontregelen te vermijden. Desondanks kreeg hij regelmatig impulsieve woedeaanvallen, waar hij zich voor schaamde. Van der Meer sprak hem eens in de twee weken. 'Het ergste voor hem was dat hij zichzelf niet meer herkende in de persoon die hij geworden was.'

Na een aantal mislukte zelfmoordpogingen polste hij zijn arts of zij eventueel bereid zou zijn tot hulp bij zelfdoding. Hij was bijna 71 jaar, hoop op verbetering was er niet meer en hij voelde er niets voor om verdere onttakeling af te wachten. 'Hij zei: ongeveer 15 procent van mijn tijd vind ik het af en toe nog leuk. De rest is lijden en tobben. Zijn familie vond dat ook.'

Van der Meer zegde toe het verzoek bij de directie van het ziekenhuis aan de orde te stellen. De patiënt beloofde geen suïcidepogingen meer te doen zolang er over zijn verzoek werd overlegd. Het heeft daarna nog bijna een jaar geduurd voordat de directie en de psychiaters van het ziekenhuis het eens werden over een procedure voor hulp bij zelfdoding.

'Wij zijn het eerste psychiatrisch ziekenhuis dat beleid op dit gebied gemaakt heeft', zegt Van der Meer. 'Ik heb het afgedwongen. We zullen wel moeten, heb ik gezegd. In de meeste psychiatrische ziekenhuizen zeggen ze: dat kan bij ons niet. En dan gebeurt het toch, in het geheim. Daar ben ik heel erg tegen. Het grote voordeel van een beleid is dat je met de patiënt een procedure kunt aangaan. Ook als het resultaat is dat het verzoek wordt afgewezen, heeft de patiënt erkenning gehad voor het feit dat hij het wou.'

Het feit dat ze serieus met zijn verzoek bezig waren, is voor de 71-jarige patiënt voldoende geweest om geen suïcidepogingen meer te doen. Hij had drie gesprekken, eerst twee met een psychiater van het ziekenhuis die hem niet kende en daarna met een onafhankelijk verpleeghuisarts uit de regio die zowel voor de patiënt als voor zijn hoofdbehandelaar, mevrouw Van der Meer, een vreemde was.

Toen deze twee oordeelden dat het verzoek gerechtvaardigd was, ging Van der Meer, samen met dr. H. Kraan, psychiater en eerste geneeskundige van zijn ziekenhuis, naar de officier van justitie in Almelo. Die beoordeelde de procedure als 'zorgvuldig', maar kon niet garanderen dat er geen vervolging zou komen.

Vier maanden nadat de 71-jarige patiënt thuis, in het bijzijn van zijn familie en zijn arts, zijn dodelijk drankje had gedronken, schreef de officier van justitie: 'Naar mijn oordeel is in deze zaak aan alle zorgvuldigheidscriteria die gelden voor het toepassen van euthanasie voldaan. Deze mening wordt gedeeld door het College van Procureurs-Generaal, aan wie ik het geval heb voorgelegd.'

Dit geval van hulp bij zelfdoding speelde zich af in juli 1996. Bijna drie jaar later publiceerden Van der Meer, Kraan en twee andere artsen een minutieus verslag van de gang van zaken in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 'Wij vinden het jammer dat er geen rechtszaak gekomen is want dan had iedereen al drie jaar geleden geweten hoe we het gedaan hadden. En dan was er ook voortgang gekomen in de jurisprudentie over hulp bij zelfdoding bij patiënten met een psychiatrische stoornis.'

Emeritus-hoogleraar Van Dantzig vindt dat voor dementerenden die eerder in hun leven een wilsverklaring voor euthanasie tekenden, hulp bij zelfdoding mogelijk moet worden. Nu telt zo'n verklaring niet bij iemand die door dementie niet meer in staat is tot beslissen. Maar verpleeghuizen en ziekenhuizen hebben in toenemende mate te maken met verzoeken van dementerenden die niet meer verder willen aftakelen. 'Als er zoveel oude mensen komen dat volwaardige zorg niet meer mogelijk is, dan zullen de wilsverklaringen voor euthanasie vanzelf serieuzer genomen worden. Ik denk dat er dan ook druk uitgeoefend zal worden, vanuit overbelaste verpleeghuizen. Het is een maatschappelijke kwestie die openlijk besproken moet worden. Je moet de standpunten op tafel leggen en de zaak uitvechten. Ook het CDA is daar nu wel rijp voor.'

Zeggenschap over hun eigen levenseinde is voor oude mensen van groot belang, zegt Van Dantzig. 'Dat je uit eigen keuze in een verpleeghuis kunt gaan, maar dat je er ook uit kunt stappen als het zover komt. En ook het verpleeghuis valt beter te verdragen als je de zekerheid hebt dat de dokter niet moeilijk zal doen als je niet meer verder wil.'

In 1994 oordeelde de Hoge Raad in de zaak-Chabot dat hulp bij zelfdoding bij psychisch lijden aanvaardbaar kan zijn in uitzonderlijke omstandigheden.

Meer over