Deinende kalmte overheerst ode aan de zeeman

De zee van twijfel door Hollandia. T/m 15 juli in Den Oever...

Ze mochten zelf een plek in Noord-Holland uitkiezen, de vier jonge regisseurs die bij Theatergroep Hollandia voor het sluitstuk zorgen van het seizoen: Noordpunt Zuidpunt. Vier bescheiden produkties, waarvan de inhoud is afgestemd op de lokatie. De laatste in de rij, Een zee van twijfel in de regie van Peter Paul Muller, zou oorspronkelijk worden gespeeld naast de visafslag in Den Oever. Toepasselijk, maar er kwamen bezwaren. Het werd een voormalig munitiedepot.

De zolder is voor de gelegenheid omgetoverd tot een klein theater, in de ruimte waar ooit de portier moet hebben gezeten, schenken autochtone dames de koffie in. Het terrein is nog stevig omheind door hoog prikkeldraad, al ligt er geen granaat meer opgeslagen en de sfeer heeft dat onbestemd grauwe dat hoort bij kazernes en legerplaatsen.

De kaalslag past wel bij deze ode aan het zeemansbestaan. Ook hier is het aanpakken geblazen, voor mietjes is geen ruimte en vrouwen zijn vooral goed om naar te verlangen en je snikkel in te steken. De visserij vraagt om mannen van stavast, wijdbeens, borst vooruit, een tatouage op hun arm en genoeg aan een enkel woord.

We zijn in het noordelijkste puntje van de provincie en de zee speelt hier van oudsher een rol van betekenis. Tot 1930 was Wieringen een eiland, je woont nog steeds op Wieringen. Peter Paul Muller liep hier Jeroen Zijlstra, een dichtende visser tegen het lijf die in tien jaar tijd twaalf gedichten over de zee had gemaakt. De imaginaire bundel is de basis voor de voorstelling.

In alle toonaarden bezingt de tekst het leven van vissers. Voor de een is de zee een vrouw met borsten als bollende netten, voor de ander een grauwe lap die het tegendeel van liefde opwekt. Het is niet louter romantiek: er is angst, afschuw van het monotone leven aan boord, heimwee naar warmte, naar geborgenheid, maar telkens steekt dat onontkoombare verlangen de kop op, om de wal te verlaten.

De tekst wordt onderbroken door mooi gezongen ballades, zoals dat hoort bij de zee. De vier spelers proberen de indruk te wekken dat ze op een schip zijn, ze hangen over de railing, staan op de brug. En op zee word je kennelijk teruggeworpen op jezelf: van samenspel is nauwelijks sprake.

De acteur Hein van der Heyden speelt een varensgezel die tegen heug en meug aan boord stapt, zelfs de gedachte aan de zee brengt hem spontaan aan het kotsen. Zijn tegenspeler Ids van der Krieke heeft zeebenen die vaker op een schuit hebben gestaan, alleen al aan de manier waarop hij de zaal in tuurt herken je de blik van een zeeman.

Muller heeft het niet gezocht in een beweeglijke mise-en-scène of in verrassende overgangen. De deinende kalmte overheerst. Geestig is de ode aan de zeemanshoeren waarin de geneugten van het wippen aan de wal onverbloemd worden bezongen, terwijl de heren er bijstaan als uitgestreken koorknapen. Fraai zijn ook de sterke verhalen, waarbij Van der Krieke ongemerkt overschiet in een smeuïg dialect.

Drie van de vier spelers komen uit de streek en weren ze zich uitstekend. De muziek van Onno Krijn is aangenaam, maar was er geen Wieringer mannenkoor bereid om mee doen? Met zo'n meedeinende menigte had de voorstelling aan plezier en volume gewonnen.

Wie in de buurt is, moet even de tijd nemen voor een wandeling over de dijk. Daar is het landschap op zijn mooist, het brengt de bezoeker in de juiste stemming om de ode aan die grote waterplas in gepaste kalmte te ondergaan.

Marian Buijs

Meer over