Nieuws

Defensie negeerde waarschuwingen van bondgenoten over Afghaanse burgerdoden

Nederlandse militairen in Uruzgan zijn zowel vóór als tijdens het bombardement op Chora meerdere malen door het Navo-commandocentrum gewaarschuwd dat het risico op burgerdoden groot was. Twijfels over de legitimiteit van de actie zijn door Nederland in de wind geslagen. Bij de aanval in 2007 kwamen 50 tot 80 onschuldige mannen, vrouwen en kinderen om.

Nederlandse militairen tijdens een vuurgevecht met de Taliban op 25 augustus 2007 in de groene zone in de Choravallei in de Afghaanse provincie Uruzgan.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Nederlandse militairen tijdens een vuurgevecht met de Taliban op 25 augustus 2007 in de groene zone in de Choravallei in de Afghaanse provincie Uruzgan.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Aanstaande maandag eisen vier Afghaanse nabestaanden een schadevergoeding van de Nederlandse staat. Volgens hun advocaat Liesbeth Zegveld heeft defensie buitensporig veel geweld gebruikt en is voor haar cliënten onduidelijk waarom hun huizen zijn gebombardeerd.

Defensie heeft de actie altijd zelfverdediging genoemd. Tijdens een gevecht tegen ‘800 tot 1.000’ Talibanstrijders zijn per ongeluk ook burgers geraakt. Maar uit voorheen staatsgeheime documenten, die de Volkskrant heeft ingezien na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), blijkt dat Nederland bewust een risico nam dat er burgerdoden zouden vallen. Tot driemaal toe werden waarschuwingen van het Navo-hoofdkwartier in Kandahar genegeerd dat de bombardementen mogelijk niet legitiem waren, omdat Nederlanders niet goed zagen of de bommen die ze gooiden terechtkwamen op burgers of vijanden. Vooraf wees ook de eigen juridisch adviseur op het grote risico van burgerdoden. Ondanks de waarschuwingen ging Nederland door met bombarderen.

Defensie stelt in een reactie dat het destijds zoveel mogelijk heeft geprobeerd om burgers vooraf te waarschuwen voor het bombardement. Defensie vond het van belang om Chora ‘met alle mogelijke middelen’ te beschermen, omdat ‘een slachting dreigde onder de lokale politie en bevolking’. Verder was Chora van ‘strategisch belang’ vanwege de ‘belangrijke verbindingswegen’ die door de streek liepen. De val van Chora zou de ‘geloofwaardigheid van Nederlandse militairen en Afghaanse autoriteiten bovendien ‘op het spel hebben gezet’. Defensie erkent dat de slag om Chora ‘een verschrikkelijke periode was voor de burgerbevolking van Afghanistan’. Ook een Nederlandse militair sneuvelde.

Drie keer twijfels

De voorheen staatsgeheime documenten onthullen nu dat het Navo-hoofdkwartier al tijdens het bombardement twijfels had over de actie van de Nederlanders. Zo staat in logboeken dat het Navo-commando op zondag 17 juni om 00.43 uur vraagt: ‘Welke autoriteit heeft u om de doelen aan te vallen? Het onbemande verkenningsvliegtuig heeft GEEN vijandelijke activiteit gezien bij het onderkomen van de Nederlanders?’ Defensie belt binnen vijf minuten met het commandocentrum, waarna om onduidelijke redenen wordt besloten om de informatie van het verkenningsvliegtuig (‘de predator’) voorlopig te ‘negeren’.

Maar een uur later, om 01.46 uur, slaat de twijfel voor de tweede maal toe bij het Navo-hoofdkwartier. ‘In de tussentijd hebben wij geprobeerd de vijand te lokaliseren op elk van de locaties waar u militairen in vuurcontact heeft gehad, maar we hebben niks kunnen identificeren.’ De vraag waar de vijand zich bevindt is van groot belang, omdat Nederlanders volgens het oorlogsrecht alleen mogen vuren als ze zelf eerst bedreigd worden.

De Nederlandse officier operaties antwoordt volgens het logboek dat ‘eigen militairen’ met ‘eigen ogen’ hebben waargenomen waar de vijand zit. Maar wat hij er niet bij vertelt, is dat Nederlanders zich baseren op informatie die soms al dagen of weken oud is. Het Navo-commando is allerminst gerustgesteld. Tien minuten later, om 01.56 uur, uit het voor de derde keer twijfels. Nederlanders wordt dan expliciet gevraagd of ze zich realiseren dat ‘de normale regels gelden’ en dat ze dus moeten weten ‘waar de vijand zich bevindt’ voordat ze vuren?

Rechtszaak

Achtereenvolgende ministers van Defensie hebben altijd volgehouden dat Nederland niets verkeerd heeft gedaan in Chora, omdat defensie is vrijgepleit na een onderzoek van de Navo-top in Brussel. Dit gebeurde ondanks een snoeihard rapport van de hoogste Navo-commandant in Afghanistan, waarin juist staat dat Nederland het oorlogsrecht heeft geschonden in Chora. Defensie voelt zich echter gesteund door het Navo-eindrapport en ook twee onderzoeken van de VN en het Afghaanse parlement, waarin eveneens staat dat Nederland zich heeft gehouden aan het humanitair oorlogsrecht. Het Openbaar Ministerie zag geen reden om de zaak verder te onderzoeken.

Toch buigt de rechter zich komende maandag nogmaals over Chora. Advocaat Zegveld acht de zaak die zij namens nabestaanden voert kansrijk, omdat het ditmaal gaat om een civiele zaak, waarvoor ze ‘geen oorlogsmisdrijf met opzet hoeft te bewijzen, maar alleen onrechtmatig handelen door de Nederlandse staat’. De bewijslast ligt dus lager.

Ongeacht het oordeel van de rechter, zijn de nieuwe onthullingen pijnlijk voor Defensie. Nooit heeft het departement aan de Tweede Kamer of slachtoffers verteld dat er tijdens de bombardementen al twijfels waren over de legitimiteit van de actie. Het valt niet uit te sluiten dat het aantal burgerdoden kleiner was geweest als er aan die twijfels gehoor was gegeven.

In het verleden is Defensie vaker beschuldigd van het toedekken van onwelgevallige zaken. In 2018 ging demissionair minister Bijleveld diep door het stof omdat Defensie had verzwegen dat er zeventig burgerdoden waren gevallen in het Iraakse Hawija nadat risico’s van tevoren verkeerd waren ingeschat. ‘In zekere zin is deze zaak nog explosiever dan Hawija’, zegt Zegveld. ‘Ze hebben in Chora gewoon aangenomen dat alle burgers weg waren. Toen er tijdens het bombardement twijfels werden geuit, gingen ze gewoon door.’

Defensie wacht de rechtszaak af om te reageren op de claim van de nabestaanden en ‘de juridische positie van de staat te onderbouwen en toe te lichten. Om de rechtsgang niet te verstoren kunnen we hier nu niet verder op ingaan’.

Meer over