Defensie laat veteranen nog te vaak zakken

Ook al worden veteranen jaarlijks in het zonnetje gezet, toch laat de zorg voor lichamelijk of psychisch beschadigde militairen veel te wensen over, vindt Louis Timmermans....

Vandaag is het Veteranendag. Op de verjaardag van prins Bernhard, die tot zijn dood beschermheer was van de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (BNMO), worden veteranen in het zonnetje gezet. Militairen die in de Tweede Wereldoorlog de vrijheid van Nederland hebben bevochten, worden door de samenleving alom gerespecteerd. Het respect dat militairen krijgen die tijdens moderne vredesoperaties hun leven hebben gewaagd, valt nog wel eens tegen. Dat heeft te maken met het feit dat de samenleving zich te weinig realiseert dat vredesoperaties er mede toe dienen de oorlogsdreiging op zo groot mogelijke afstand van onze eigen grenzen te houden.

De stabiliteit die Nederlandse militairen samen met onze bondgenoten overal ter wereld bewerkstelligen, is een voorwaarde ook in eigen land in vrede en veiligheid te kunnen leven. Tenminste 20 procent van de militairen die worden uitgezonden, loopt daarbij krassen op aan lijf en ziel. Bij de Dutchbat veteranen van Sebrenica ligt dat percentage zelfs op 40 procent. En 5 procent van alle militairen die worden uitgezonden, houdt daar blijvend psychisch letsel aan over. Op deze vrolijke Veteranendag is er weinig aandacht voor veteranen die beschadigd thuis zitten.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog bestond er nauwelijks aandacht voor de soms zwaar gehandicapte Nederlandse militairen uit de meidagen van 1940 en de achter gebleven weduwen. Als reactie is in 1945 de BNMO opgericht. Wij leveren aangepaste huisvesting en uitgebreide nazorgprogramma's. Dat doen we ook voor militairen die nu worden uitgezonden voor vredesoperaties. De BNMO wil als particuliere organisatie een goede relatie met Defensie onderhouden. Zo werken we onder anderen met Defensie samen in het Veteraneninstituut.

In de Nota Veteranenzorg, die staatssecretaris Van der Knaap op 1 juni 2005 aan de Tweede Kamer heeft aangeboden, wordt eraan voorbij gegaan dat de nazorg voor veteranen gedurende bijna een halve eeuw (1945-1990) nagenoeg uitsluitend door de BNMO werd gedaan. Verder wordt er met geen woord over gerept dat de huidige zorg in het Veteraneninstituut nagenoeg geheel door de BNMO wordt ingevuld en betaald. Dat doet onrecht aan de geschiedenis, maar ook aan onze private inbreng en zorg voor alle veteranen. Defensie zegt dat zij de veteranenzorg wil verbeteren, maar de vaste subsidie aan het Veteraneninstituut wordt beëindigd en vanaf 2007 op een onzekere, projectmatige basis in de defensiebegroting opgenomen. Dat stemt mij niet gerust over de toekomst, omdat de defensiebegroting de laatste jaren steeds verder is afgebouwd. Dit terwijl het aantal veteranen dat zorg behoeft, juist toeneemt.

De BNMO is niet onverdeeld gelukkig met de Nota Veteranenzorg . Oud-militairen en hun thuisfront, die dagelijks lijden onder de gevolgen van hun uitzending, zullen na lezing niet veel illusies koesteren dat er door Defensie snel aandacht aan hun problematiek wordt gegeven. Zo worden het post traumatische stress syndroom (ptss) en lichamelijk onverklaarbare ziekten (lok) als gevolg van uitzending nog steeds niet erkend als beroepsziekte. Militairen die aan dit syndroom of aan een lok lijden, moeten keihard knokken voor voorzieningen van hun (oud) werkgever Defensie; dezelfde werkgever die bij de toekenning van het Veteranen insigne over respect spreekt.

Militairen met ptss worden bij hun WAO-herkeuring maar al te vaak als simulant neergezet. Als de oproep voor zo'n herkeuring in de bus valt, dan hangen sommige veteranen een touw met een strop in het trapgat, zoals een partner van een ptss-veteraan het voor de vaste Kamercommissie vertelde. Hulpverleners van de BNMO worden regelmatig geconfronteerd met zelfmoord(pogingen) door veteranen. De Nota Veteranenzorg zwijgt daarover, omdat het benoemen van de echte problematiek politiek niet goed uitkomt.

Onze bond bestaat niet uit pacifisten, maar uit mensen die het Koninkrijk der Nederlanden trouw hebben gediend. Toch wil de BNMO dat er bij de politieke besluitvorming over deelname aan vredesmissies meer rekening wordt gehouden met de afschuwelijke gevolgen die uitzendingen voor een op de vijf militairen hebben. Echte erkenning voor de inzet van militairen, die hun leven op het spel hebben gezet ten behoeve van de internationale samenleving, heb je pas bereikt als diezelfde militairen daadwerkelijk de zorg en aandacht krijgen die ze verdienen en niet langer het gevoel hebben een vervelende kostenpost te zijn, die zo laag mogelijk wordt gehouden. De overheid moet hart gaan krijgen voor haar veteranen. Dat moet blijken uit beleid en niet uit goedkope complimenten.

Veteranendag moet een vrolijke dag zijn, want de meeste veteranen kijken positief terug op het nuttige werk dat zij hebben verricht. Maar overheid en samenleving dienen ook stil te staan bij de oorlogstrauma's en verwondingen die een niet onbelangrijk deel van de Nederlandse militairen hebben opgelopen, omdat ze een bijdrage leverden aan vrede en veiligheid.

Meer over