Declaratiegrappen

Minister Peper wilde een 'robuust bestuurder' zijn. Maar de afgelopen maanden kwam hij nauwelijks aan besturen toe. De verdediging tegen de beschuldigingen van te royaal declaratiegedrag slokte hem op....

'MANNEN, geef me even de ruimte', bast Bram Peper tegen een tiental fotografen en cameramannen als hij maandag half vier het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verlaat. Het is zijn laatste gang naar perscentrum Nieuwspoort, waar hij dikwijls kwam voor een omelet en een glas alcoholvrij bier. Hij gaat zijn aftreden bekend maken.

Peper wil de driehonderd meter te voet afleggen. Niet laf met een dienstauto naar het perscentrum, maar met opgeheven hoofd naar de grote finale. In stijl. 'Hij voelt zich klote', zegt voorlichter Richard Matthijsse. 'Zeker voor deze minister is aftreden een hele stap.'

Op weg naar zijn afscheids optreden, kijkt Peper even opzij, zet zijn brede lach op en zegt: 'Ik kom graag in Nieuwspoort. Maar ik weet niet of ik mijn lidmaatschap nu zelf moest betalen of dat ik het heb verkregen uit hoofde van mijn functie.'

De grappen over zijn eigen leed, zijn declaratiegedrag en bourgondische manier van leven zijn de afgelopen maanden tot zijn standaardrepertoire gaan behoren. 'Ik wil het weer eens over besturen hebben', verzucht hij een keer in de wandelgangen van de Tweede Kamer.

Maar sinds de eerste grote publicaties begin november over zijn buitenlandse reisjes en uitgavenpatroon kan hij er niet meer van loskomen. 'Ik word stapelgek van hem', hoor je menig ambtenaar al maandenlang zeggen. 'Hij praat alleen over zijn bonnen.'

Het was een ware Pepershow in de wandelgangen sinds de beschuldigingen in het Algemeen Dagblad van 28 oktober. 'Het is flauwekul dat ik iets mee naar huis zou hebben genomen', verweert de minister zich. 'Als ik iets van waarde kreeg, ging het naar het archief. De kelder van het stadhuis is een massagraf van relatiegeschenken.'

De onschuld. De wijde gebaren met zijn grote handen. Meer dan tien jaar geroezemoes rond Bram Peper eindigt in een apotheose.

Hij gaat schadevergoeding eisen van het AD, zegt hij op 2 november. 'Geen geld. Het moet een wrijfpaal zijn voor de olifanten in Blijdorp. Ik ben gek op olifanten.' Op zijn rode stropdas prijken de 'grijze dikhuiden'.

Het is de eerste ronde in zijn lange gevecht tegen alle beschuldigingen. En hij gaat door, zegt hij maandag op de persconferentie, ruim drie maanden later. Maar als minister buigt hij nu het hoofd.

Met twee verliefde uilen op zijn stropdas staat Peper strijdlustig de pers te woord. Die das moet hij hebben gekregen van zijn echtgenote, ex-minister Neelie Peper-Kroes. Ze heeft hem immer gesteund.

'Ik wil vrij zijn', roept hij. 'Ik kan geen vechtjas zijn en tegelijkertijd minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.' De gedreven Peper spreekt nu: 'Openbaar bestuurders horen niet gekrenkt te zijn. Er is geen tijd voor overdreven sentimenten.' Met opgeheven hoofd: 'Openbaar bestuurders horen robuust te zijn.'

Maar de afgelopen maanden heeft Peper nauwelijks robuust kunnen besturen. Hij is volledig in de greep van het onderzoek van de Rotterdamse commissie die de declaraties van de stadsbestuurders onder de loep neemt. Hij laat verstek gaan bij Europese vergaderingen, meldt zich een week ziek en zegt daarna afspraken af omdat hij wegens zijn ziekte achterstallige zaken moet inhalen.

Peper is voortdurend bezig met zijn verdediging tegen de aantijgingen van de commissie. Het is een gaan en komen van advocaten en accountants. Schijnbaar goed gemutst liep hij de afgelopen maanden over het Binnenhof. Maar hij was altijd gespannen, als een kat gespitst op iedere beweging. De zenuwenoorlog werd hem uiteindelijk te veel. Ook zijn omgeving leed eronder, zegt hij.

OP 26 JANUARI neemt Eerste-Kamervoorzitter Korthals Altes het in het NOS-Journaal voor Peper op. Grote opwinding; Peper speelt zijn rol met verve.

De dag erop, na een debat over decentralisatie van schoolgebouwen, wordt Peper opgewacht door de media. Eerst blijft hij in de vergaderzaal tergend lang napraten met partijgenoot en staatssecretaris Adelmund van Onderwijs, dan kauwt hij wat zenuwachtig op zijn handpalm en komt hij als de rust zelve naar buiten.

Of hij blij is met het interview van Korthals Altes van de avond ervoor? Nou en of Peper daar blij mee is. Hij zegt niets van het interview te hebben afgeweten, maar hij vindt het een prachtige uiteenzetting van Korthals Altes. 'Ik geloof dat hij helder heeft gemaakt waar het in Nederland om draait als men ergens onderzoek naar doet.'

Korthals Altes heeft de onzorgvuldigheid van de Rotterdamse onderzoekscommissie gehekeld. Anonieme verklaringen van ambtenaren, de verdachte Peper die aanvankelijk geen inzage in de stukken krijgt, de zeer lange periode waarover het onderzoek gaat: de oud-minister van Justitie heeft er geen goed woord voor over.

Met minister Van Boxtel, verantwoordelijk in het kabinet voor de kwestie-Peper, heeft hij helemaal geen contact, verzekert hij. 'Er loopt een Chinese muur door het ministerie', ginnegapt hij. Maar zeker vier ingewijden weten even later te melden dat Van Boxtel een memorabel gesprek tussen Kok en Peper heeft bijgewoond. In dat gesprek maant Kok Peper op te houden met het dwarszitten van de Rotterdamse commissie. Kok gruwt van de open strijd. Het zijn duidelijke tekenen dat het nu voor Peper helemaal misloopt.

Een dag later loopt Peper over het Plein voor de Tweede Kamer naar het torentje van Kok. Daar staat een ander heikel politiek onderwerp op de agenda: Twentestad. De fusiestad in het Oosten is zeer omstreden in de Eerste Kamer. Na de Nacht van Wiegel over het referendum kan Peper zich niet nog een zeperd in de senaat veroorloven.

Om de hoek staat een groep verslaggevers hem op te wachten. Voordat hij daar is, loopt hij drie journalisten tegen het lijf die hem staande houden.

Lol heeft hij in al die belangstelling. Peper op zijn best: alle aandacht, altijd in voor een droog grapje en een big smile. U ziet er goed uit, excellentie. Haha, zeker, zo voelt hij zich ook. Goede avond gehad wellicht? Haha, nou, hij heeft genoten.

Dan verschijnt Ed van Thijn ten tonele. Een scène uit een B-film: Van Thijn is in 1994 ook afgetreden als minister van Binnenlandse Zaken en ook vanwege zijn verleden als oud-burgemeester. Toen ging het over de IRT-affaire, nu gaat het over bonnen. Van Thijn is nu senator.

'Eèèèèèèèèèd', roept Peper toneelspelerig. Hij zakt licht door de knieën en spreidt zijn armen. Van Thijn stort zich erin. 'Ed, wat doe. . .'

'Ik ben hier voor de ambassadeursconferentie', zegt Van Thijn enigszins overvallen.

'Ah, je doet, da's waar, buitenlandse zaken in de senaat.' Peper kijkt de wat verbouwereerde Van Thijn in de ogen en slaat een arm om hem heen: 'Ed, bewaar je je bonnen van je reizen wel goed?'

Ed knikt en glimlacht. 'Ja, ja.'

'Weet je wel dat jíj me indertijd nog hebt benoemd als burgemeester, zegt Peper. 'Haha, hoe zat dat eigenlijk met jouw ambtswoning. Is die toen ook verbouwd?' Peper praat maar door. Nerveus. Hij spreekt tegen Ed van Thijn, maar het gaat slechts over hemzelf.

DE MENINGEN over Peper veranderen met de dag. De ene week is de stemming somber, de andere week weer niet. Alleen in de Partij van de Arbeid is de stemming onveranderlijk slecht. Als Peper zich op 31 januari ziek meldt, gonst het weer van de geruchten.

Maar twee weken later meldt hij zich monter op vliegveld Valkenburg voor een trip naar Londen. Peper, parkieten op de stropdas, begint direct met een declaratiegrap: 'Richard, betaal jij met de creditcard, ik heb geen geld bij me.'

'Toch raar dat we geen schoenendoos bij ons hebben', grapt directeur-generaal Dessens.

'Hij is voortdurend bezig met de kwestie', zegt voorlichter Richard Matthijse. 'Ik ben blij als het is afgelopen.'

Peper gaat een overeenkomst tekenen met de Engelse minister Straw over de aanpak van relsupporters tijdens het Europees Kampioenschap voetbal komende zomer. Er wordt gevlogen met de KBX, het luxe vliegtuig van het koninklijk huis. Riante fauteuils, brede tafels. Koffie, cake en verse gebakjes worden geserveerd. Peper is in zijn element, ambtenaren gaan aan de slag.

'Hoe vertalen we bestuurlijk ophouden', zegt Peper. 'Administrative arrest', suggereert EK-topambtenaar Zunderd. Directeur-generaal Dessens vindt het niks: 'Administrative detention'. Maar dat bekt slecht. 'We zadelen de ambassadeur ermee op', oppert een ander. 'Waarvoor heb ik jullie nou aangenomen', vraagt Peper zich hardop af. Hij krijgt geen antwoord. Twee topambtenaren zijn onder Peper al vertrokken.

In de weelderige ambassadeurswoning in Londen voelt Peper zich zichtbaar thuis. Secretaris Joost wordt diverse malen aangeroepen door de ambassadeur. Met bekakte stem: 'Joost, waar ben je? Joost, waar gaan we nu naar toe?'

Peper, terloops: 'Kijk, zo gaat dat in het buitenland. Ik weet dat, want ik heb zoals jullie allemaal weten als burgemeester veel gereisd.'

Later op de dag wachten journalisten hem op in het schitterende Home Office, waar de Engelse minister van Binnenlandse Zaken met zijn gasten eet. Een immense hal met kroonluchters, goud, overal rood fluweel, wanden behangen met oude meesters, brede marmeren trappen.

Als Peper de eetzaal verlaat, zegt hij: 'Zie je, en dan hebben wij het over bonnetjes ja. Wij kunnen alleen op het Catshuis dineren en anders moeten we naar een restaurant.'

Dan verzekert hij: 'Ook kleine landen hebben zo'n grandeur hoor. Zweden, Denemarken. . .'

Meer over