ANALYSE

De zorg loopt over, maar de jonge specialisten zitten werkloos thuis

Jeroen Ponten:  ‘Het voelt alsof Nederland helemaal niet op mij zit te wachten.’
 Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Jeroen Ponten: ‘Het voelt alsof Nederland helemaal niet op mij zit te wachten.’Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Terwijl de druk in de zorg toeneemt en ziekenhuizen na de coronacrisis duizenden operaties moeten inhalen, vinden jonge medisch specialisten maar moeilijk werk. Hoe kan dat samengaan? ‘Het lijkt erop dat we het te lucratief hebben gemaakt om op te leiden.’

Het liefst zou chirurg Jeroen Ponten nu in de operatiekamer het stuwmeer aan zorg wegwerken. In plaats daarvan staat hij, met ruim veertien jaar opleiding en een specialisme in de maag- en slokdarmchirurgie, fulltime coronaprikken te zetten op de GGD-locatie. Hij kan niet anders. Net als veel van zijn leeftijdsgenoten kan Ponten (35) als chirurg vrijwel nergens aan de slag. ‘Het voelt alsof Nederland helemaal niet op mij zit te wachten.’

En dat is moeilijk uit te leggen, merkt Ponten. Zeker nu ziekenhuizen duizenden operaties moeten inhalen en zorgpersoneel overwerkt aan de kant staat uit te puffen, krijgt hij keer op keer die vraag: hebben ze jou dan niet nodig? ‘In een jaar tijd heb ik achttien keer gesolliciteerd. Niks lukte.’

Sinds enkele maanden komen bij beroepsverenigingen signalen binnen van werkloze ‘jonge klaren’, zoals specialisten die net van de opleiding komen in vakjargon heten. Jaarlijks stromen er zo’n negenhonderd tot duizend specialisten de arbeidsmarkt op. Schattingen lopen uiteen van enkele honderden tot duizend specialisten die geen passend werk kunnen vinden. Uit cijfers van het UWV blijkt dat zo’n 140 opgeleide specialisten in de werkloosheidswet (WW) zitten. Exacte cijfers zijn er niet omdat er veel verborgen werkloosheid is. Zo zijn er specialisten die andere banen vervullen, van contract naar contract hoppen of vertrekken naar het buitenland. Onder meer oncologen, gynaecologen, cardiologen en chirurgen zitten werkloos thuis.

Het is een verspilling van talent en kapitaal. Een specialist in opleiding kost al gauw een miljoen euro aan belastinggeld. ‘Als we niks doen, is dat weggegooid geld’, zegt Casper Tax, vicevoorzitter van De Jonge Specialist en chirurg in opleiding. Bovendien zijn de jonge specialisten volgens Tax hard nodig. ‘We zitten met wachtlijsten die we misschien wel nooit helemaal wegwerken, maar we maken geen gebruik van de mensen die ons daarbij kunnen helpen.’ En op de lange termijn moeten de jonge specialisten van nu de groei van de zorg door onder meer vergrijzing opvangen. Hoe kan het dat deze belangrijke arbeidskrachten nergens aan het werk komen?

Marktwerking

De problemen van nu hangen samen met politieke beslissingen van tien jaar geleden. Toenmalig minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) wilde meer marktwerking in de zorg. Het idee: hoe meer specialisten we opleiden, hoe groter de concurrentie en hoe lager de salarissen. Het moest de oplopende zorgkosten drukken. Daarnaast was Nederland voor een deel afhankelijk van specialisten uit het buitenland en dat vonden ziekenhuizen onwenselijk.

Maar het Nederlands zorgsysteem is geen volmaakte vrije markt waar het aandraaien van de volumeknop automatisch tot meer concurrentie leidt. Zorg is duur en daarom zijn arbeidsplekken beperkt. En als je veel meer mensen opleidt dan er plek is, betekent het niet dat de nieuwe aanwas gaat concurreren met de zittende garde. Zolang het aantal arbeidsplekken niet toeneemt, belanden ze in tijdelijke contracten, kunnen ze nergens plek vinden en worden ze naar de rand van de arbeidsmarkt geduwd.

Om zo’n scenario te voorkomen adviseert het Capaciteitsorgaan aan de overheid hoeveel opleidingsplekken nodig zijn om de zorg de komende twaalf tot achttien jaar op peil te houden. Tien jaar geleden had Schippers daar geen boodschap aan. ‘Vanaf 2012 zijn daarom drie jaar lang veel meer specialisten opgeleid dan daarvoor’, zegt Olivia Butterman, programmasecretaris van het Capaciteitsorgaan. ‘Nu zie je de negatieve gevolgen, maar toen was iedereen er heel blij mee.’

Ziekenhuizen leiden de specialisten graag op. Voor elke plek ontvangen ze tussen de 130- en 150 duizend euro per jaar om onder meer salaris en begeleiding te betalen. Daarnaast krijgen ze arbeidskrachten van hoog niveau die een afgeronde studie geneeskunde en vaak minimaal een aantal jaar werkervaring of een wetenschappelijke promotie achter de rug hebben.

‘Het lijkt erop dat we het te lucratief hebben gemaakt om op te leiden’, zegt Marco Varkevisser, hoogleraar marktordening in de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit. Bovendien dragen specialisten in opleiding volgens de hoogleraar indirect bij aan werkloosheid. ‘Zij doen tijdens hun opleiding zoveel werk dat het ongunstig is duurdere jonge specialisten aan te nemen, het systeem is deels gebouwd op gesubsidieerde arbeidskrachten.’

Voor specialisten is de werkloosheid een persoonlijk drama. Na tal van afwijzingen laten ze zich omscholen of vertrekken ze naar het buitenland, waar wel vraag is naar hun diensten. Chirurg Ponten kreeg een buitenlands aanbod. ‘Er is een hele mooie maag- en slokdarmplek in Manchester waarvoor ze me gepolst hebben’, zegt Ponten. Hij weigerde vanwege zijn vrouw en kinderen in Nederland. ‘Maar ik kan me goed voorstellen dat anderen er wel voor kiezen. Nederland is een van de weinige landen met deze problemen. Ik hoop dat een braindrain ons bespaard blijft.’

Perverse prikkels

Zitten we dan echt met te veel specialisten? Zeker niet, zegt Peter Paul van Benthem, voorzitter van de beroepsvereniging Federatie Medisch Specialisten (FMS) en zelf kno-arts. ‘We hebben veel meer mankracht nodig om alle uitgestelde zorg de komende jaren aan te pakken en werkdruk te verlagen.’ Jonge specialisten bieden uitkomst. ‘Zij verdienen een eerlijke start na de investering die zij in zichzelf hebben gedaan.’

De nieuwe krachten kunnen we inderdaad goed gebruiken om de werkdruk in de zorg te verlichten, ziet ook hoogleraar Varkevisser. ‘Maar als je mensen die aan de kant staan wilt benutten, betekent dat wel dat de beloning van medisch specialisten naar beneden moet.’

En daar wringt het. Naast specialisten die werken in loondienst zijn velen als vrijgevestigde medici aangesloten bij medisch specialistische bedrijven (msb). Dat zijn organisaties waar tientallen tot honderden specialisten werk en salaris verdelen. ‘Als daar iemand bijkomt, levert de rest salaris in’, zegt Varkevisser. Financieel is er dus een prikkel om de voorraad werk op te laten lopen: want meer werk betekent meer salaris. Varkevisser: ‘Dat soort perverse prikkels moeten we bijstellen, bijvoorbeeld door meer specialisten in loondienst te dwingen.’

Van Benthem wijst juist naar de overheid voor de oplossing. Zonder een verhoging van het budget voor specialistische zorg verdwijnt het probleem niet, zegt hij. ‘Sommige ziekenhuizen hebben zelfs een vacaturestop.’ Door bezuinigingen mag de zorg nauwelijks groeien en de coronacrisis brengt voor zowel msb’s als ziekenhuizen onzekerheid. Tel daarbij op dat juist nu veel specialisten klaar zijn met hun opleiding en je hebt de ‘perfecte storm’ waardoor er zoveel thuiszitten. ‘Het is doodzonde om mensen die er zijn niet te gebruiken als er wel werk is’, zegt FMS-voorzitter Van Benthem. ‘Ik verwacht dat de overheid meer geld vrijmaakt. Het kan niet anders.’

De geldkraan opendraaien is een onwenselijke reflex en geen structurele oplossing, vindt hoogleraar Varkevisser. ‘We kunnen de kosten van de zorg niet te hoog laten oplopen. De afgelopen jaren hebben we daarom juist bedacht dat we minder ziekenhuisbehandelingen willen uitvoeren.’ Het echte probleem is volgens Varkevisser dat opleiden lucratief is en dat zittende specialisten wél baat hebben bij de gesubsidieerde arbeidskrachten, maar niet bij hun net afgestudeerde duurdere collega’s. ‘Om tot een oplossing te komen, is het onvermijdelijk dat te benoemen. Het komt de zorg ten goede als specialisten bereid zijn werk beter te verdelen, je houdt meer tijd over voor de patiënt.’

Flexibel

Kan met de nieuwe krachten ook het stuwmeer aan zorg worden weggewerkt? Dat valt waarschijnlijk tegen. ‘Als we meer specialisten aan het werk willen, hebben we ook begeleidend personeel als verpleegkundigen nodig’, zegt Casper Tax van de Jonge Specialist. ‘Daar zijn er veel te weinig van. Dan loop je alsnog tegen een grens aan.’

In de tussentijd willen nieuwe specialisten niet stilzitten. Ze wijzen erop dat de jonge groep goed overweg kan met e-health en een stuk flexibeler is dan oudere specialisten. Zo kunnen ze bijvoorbeeld onlinepoli’s bemannen of inspringen bij (digitale) spreekuren om overwerkte collega’s te ontlasten.

Ponten blijft voorlopig doorprikken op de GGD-locatie. In de komende maanden wil hij zijn ervaring als chirurg op peil houden door tijdelijk in te vallen voor chirurgen die met verlof zijn. En daarna? ‘Ik probeer niet somber te zijn. Zielig ben ik niet, ik heb een goede opleiding en goede kansen’, zegt Ponten. ‘Een beetje nederigheid dient de mens. En bovendien: een goed chirurg heeft altijd een plan C klaarliggen. Huisarts blijft ook een prachtig beroep.’

 Arthur Bloemen, opgeleid chirurg, nu UWV-verzekeringsarts.
 Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Arthur Bloemen, opgeleid chirurg, nu UWV-verzekeringsarts.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

‘Het is jammer van de jaren die je hebt besteed aan je specialisatie, maar als arts ben je zo breed inzetbaar’

Arthur Bloemen (35), opgeleid chirurg, nu UWV-verzekeringsarts: ‘Jarenlang droomde Arthur Bloemen van een carrière als chirurg. ‘Er is niks mooiers dan met collega’s in die operatiekamer staan. Met de handen aan het werk. Concentratie. Daar maak je het verschil.’ Toch pakt hij noodgedwongen de scalpel niet meer op.

Toen hij in 2019 de arbeidsmarkt instroomde, was er nauwelijks perspectief. Werkloosheid of uren reizen voor tijdelijke baantjes door het hele land waren zijn voorland. Hij koos voor zekerheid en schoolde zich om tot verzekeringsarts bij het UWV, waar hij de operatietafel verruilde voor het bureau en mensen beoordeelt op arbeidsgeschiktheid. Hoewel hij zijn oude werk mist, is hij erg blij met zijn beslissing. ‘Binnen drie maanden had ik een vaste baan. En het werk is heel interessant, je moet mensen echt leren kennen.’

Hij wil zijn verhaal delen om andere jonge specialisten te laten zien dat een andere loopbaan een optie is. ‘Velen denken er over na, maar durven de stap niet te zetten. Het is jammer van de jaren die je hebt besteed aan je specialisatie, maar als arts ben je zo breed inzetbaar. Het is ook zonde om daar geen gebruik van te maken.’

Chantal du Perron is sinds ze in november klaar was met haar opleiding tot internist-oncoloog nog geen dag aan het werk geweest. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Chantal du Perron is sinds ze in november klaar was met haar opleiding tot internist-oncoloog nog geen dag aan het werk geweest.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

‘Hoewel ik weet dat ik er niks aan kan doen dat ik geen baan kon vinden, voelt het toch ook een beetje als verliezen.’

Chantal du Perron (35), opgeleid internist-oncoloog: ‘Vijftien jaar lang had ze ernaartoe gewerkt, maar Chantal du Perron is sinds ze in november klaar was met haar opleiding tot internist-oncoloog nog geen dag aan het werk geweest in haar droomberoep. Ze heeft een vergeefse zoektocht naar werk achter de rug. Ze zat in de WW, deed tijdelijk werk, stuurde brief na brief, maar perspectief bleef uit.

Ze heeft de knoop nu definitief doorgehakt. In plaats van kankerbehandelingen gaat Du Perron zich toeleggen op ouderengeneeskunde. Werk waar wél vraag naar is. Ze is blij dat ze weer aan de slag kan. ‘Maar’, zegt ze, ‘hoewel ik weet dat ik er niks aan kan doen dat ik geen baan kon vinden, voelt het toch ook een beetje als verliezen.’

Voor haar jonge collega’s hoopt ze op een ander carrièreverloop. In mei deelde ze haar verhaal op LinkedIn. ‘Ik kreeg honderden reacties, bleek lang niet de enige. Normaal spreken specialisten zich niet uit omdat ze bang zijn dat ze ‘zeuren’. Ik vind dat we ons juist moeten laten horen anders gebeurt er niks.’

Meer over