De zonnige rol van een lijk

DE PARABEL is een uitgelezen vorm voor een moralist. En een parabel over België is vragen om moralisme in het kwadraat....

Tom Lanoye hoort in het bovenstaande rijtje thuis. Eerder heeft hij zijn moralisme aangenaam verpakt in de schelmenroman Alles moet weg (1988) en in enkele bundels met sprankelende en vlijmende columns. Deze keer koos hij, wellicht terneergedrukt door zorgwekkende tendensen als de opkomst van het Vlaams Blok en de affaire-Marc Dutroux, voor een breed opzette roman waarin de gein slechts een bijrol mag vervullen. Leken voorheen de zotskap en de lachspiegel twee onlosmakelijkheden voor zijn schrijverschap, anno nu heeft hij de behoefte gevoeld deze attributen in de kleedkamer achter te laten.

Hij zet de Vlaamse familie Deschryver op de bühne, als prototype van de Belgische samenleving. Er mag gelachen worden om het taaltje en de wederwaardigheden van de leden, maar het cynisme van hun bedenker viert de boventoon. Ook aan al het flierefluiten komt een einde, drukt Lanoye kort voor zijn veertigste verjaardag uit. Gaan we te ver, of mogen we de familienaam als veelbetekenend beschouwen? In dat geval is Deschryver synoniem met het materiaal van De Schrijver: dit is wat hij ziet en waar hij het mee moet stellen. Is het dan vreemd dat de entertainer het in zijn binnenste zwaar te verduren heeft, en dat zijn sombere commentaar een zwarte schaduw over de vertelling spreidt?

De zonnigste rol is weggelegd voor een lijk. Dirk Vereecken heet de geluksvogel, een prof. in het belastingrecht wiens huwelijk na bijna zeven jaar in wederzijds sarren is gestrand. Zijn vrouw Katrien doet onhandig met zijn jachtgeweer, en schiet haar man per abuis naar gene zijde.

Daar is het goed toeven. Bevrijd van zijn lijf en zijn corrupte familie, zweeft de geest van Vereecken ongrijpbaar voor alle vuile handen over land en goed. Pas nu hij wijlen is, kan hij ervan genieten. Vrolijker dan ooit constateert hij dat in België geen twee huizen identiek zijn. Hij weet waarom: iedere inwoner begint met een standaardwoning, maar al spoedig slaat men illegaal aan het vertimmeren en uitbouwen. Zo ontstaat een unieke lappendeken die mooi van lelijkheid is. De schoonheid van het eigenzinnige bevalt hem als aflijvige opperbest. Hij herkent er de vrijheid in die hem in zijn huidige staat deelachtig is geworden.

Boven de grijnslach van Dirks geest torent echter de hoofdschuddende schrijver. Hoe droef, maant hij de lezer die zich al bijna samenzweerderig met Vereecken verkneukelde, dat je eerst dood moet zijn voordat je zulk schuldeloos plezier kunt beleven.

Hoe intens triest dat een vrouw haar man met zijn eigen jachtgeweer om zeep helpt, dat hun kind is verwekt door een rossige verkrachter in een lift, dat haar broer in het donker van de homosauna eindelijk iets van ware liefde proeft van uitgerekend zijn bloedeigen broer, en dat Katrien er na de dood van Dirk pas achter komt dat hij in het geniep verdachte transacties uitvoerde. Dat niemand in staat is uit de knellende rol te breken die familieband heet.

Die familie staat voor het land. Dat blijkt wel uit de figuren uit de politiek, recherche en journalistiek die het pad van de Deschryvers kruisen. Allemaal van hetzelfde laken een pak: bonhomie, aanzien en idealen die door de kanker van handjeklap, malversaties en frustraties zijn aangevreten.

Wat is de geschikte lengte voor een parabel? Lanoye schreef een mooie van twintig bladzijden in zijn verhalenbundel Spek en bonen (1994). De nieuwe roman telt ruim driehonderd bladzijden, en wordt bovendien besloten met de woorden 'Einde Deel Een' die kunnen wijzen op een te verschijnen vervolgdeel, of wellicht een variatie zijn op 'Enzoverder, Enzovoorts'.

Ook in het laatste geval is de lengte van het boek een obstakel. De stijl is verzorgd, zoals we van deze schrijver gewend zijn, maar nieuw is de bedaagde toon als van iemand die plukkend aan zijn kin op zijn paladijnen nederkijkt, en het onmachtige gehannes van hun levens bij voorkeur in een paar woorden of zinnen te kijk zet. Lanoye ontpopt zich als een ietwat vermoeide chroniqueur en vergeet daarbij dat een aforist alleen uit de verf komt op de korte baan. Geef je zo iemand veel speelruimte, dan vallen zijn sententies in de pet van de lezer, als gevatheden van dertien in een dozijn. Aforismen hebben ademruimte nodig, willen ze tot hun recht komen. Staan ze te trappelen om hun plaats in een dikke roman op te eisen, dan vreten ze elkaar op en hakt niets er nog in.

Neem het volgende. Een man gaat zitten op een Luxemburgs terras dat verder wordt bevolkt door renteniers: 'De één voldaan als na gedane arbeid, de ander uitgelaten als na het winnen van een loterij. En de ouderdom komt misschien met zijn gebreken maar hij komt ook met een stijgende waardering voor de kleinste geneugten van het leven. Als in een processie, een defilé van kruk en rolstoel, kunstgebit en pacemaker, schreden de renteniers - behangen met goud en diamant, gekleed in maatpak en haute couture - naar de cafés en restaurants van Luxemburg, waarvan La Passerelle het beroemdste was. En de hap die ze aten was exquis, en de wijn die ze dronken was zeldzaam, en de roddels die ze opdisten gingen over de tegenslag van anderen.'

Zo vlak kenden we Lanoye nog niet. Waar is de lenige jongleur met vondsten en ideeën gebleven? Lees en gaap: 'Niet alle vormen van schoonheid laten zich mengen. Er zijn dure, delicate stoffen die afzonderlijk betoveren maar die, verwerkt in één japon, allebei lijken te vloeken. Zo was het met Katrien en Alessandra in één kamer ook.'

Enzoverder, enzovoorts. De roman over 's levens malheur, geschetst aan de hand van Katrien en haar familie, wil maar geen beklijvende indruk maken doordat Lanoye zich van meet af aan opwerpt als de vertragende betweter. Wat zou Dirk Vereecken van hém vinden, de schrijver die zich nadrukkelijk afzijdig houdt van de Deschryvers? Het is jammer, nee: funest, dat Lanoye zichzelf die spiegel niet heeft willen voorhouden. De aanblik van een nar verkleed als blikken dominee zou hem tijdig uit de valkuil van deze topzware parabel hebben getrokken.

Arjan Peters

Tom Lanoye: Het goddelijke monster.

Prometheus; 337 pagina's; ¿ 34,90.

ISBN 90 5333 571 4.

Meer over