De ziel, de zool

Hoe Roy Villevoye troost brengt met voetzolen.

De huid is, in de westerse samenleving, onlosmakelijk verbonden met schoonheid en erotiek. We poetsen onze huid met zonnebrandmiddelen en anti-rimpelcrèmes om haar zo lang mogelijk rimpelloos, jong en stralend te houden. We tonen een enkel, een knie of een schouder, om de ander te bekoren.

Voor kunstenaar Roy Villevoye (1960) is huid al jaren losgezongen van dergelijke, decadente waarden. Voor hem is huid, het dunne laagje dat ieder individu scheidt van de buitenwereld, een podium van onderzoek en vragen. Grote vragen, levensvragen, zoals wat mensen met uiteenlopende kleuren huid met elkaar te maken hebben.

Sinds Villevoye zo'n twintig jaar geleden is gaan reizen, eerst naar India en vervolgens om de paar jaar naar Papoea, voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, staren de andersgekleurde mensen ons aan vanaf grote kleurenfoto's en films. Villevoye laat de gitzwarte lijven en weerbarstige hoofden van de Asmatbevolking oplichten in het knalgroene oerwoud waarin zij leven, met als gevolg een totaal ander kleurenstelsel dan het ons vertrouwde scala van het primaire rood, geel en blauw. De kunstenaar confronteert ons met de verschillen, maar door met zijn camera bovenop de poriën van hun huid te zitten, inclusief littekens en haren, inclusief tegenstrijdige verhalen (in de films die hij met Jan Dietvorst maakt), laat hij ook zien dat we allemaal hetzelfde zijn.

Voordat Villevoye ertoe overging de Asmats te tonen zoals ze zijn, deed hij verwoede pogingen om de verschillen tussen ons en de ander op te heffen. Als een gruwelijke dokter Mengele wilde hij in zijn Voorstel tot Huidtransplantatie (1993) een menssoort creëren, door een cirkel uit de ene huidskleur te nemen en die te plaatsen in een rug met een andere huidskleur - het resultaat oogde eerder als verminking dan als nieuwe harmonie. Met make-up tekende hij kleurenwaaiers van uiteenlopende tinten huid, mengde ze door elkaar, net zo lang tot de kleur van modder ontstond, en het experiment als mislukt terzijde kon worden geschoven.

Tussen de foto's die hij sindsdien maakt, zitten opmerkelijk vaak voeten. Bruine voeten in glanzend grijze modder, zwarte voeten met de witte nagels diep in het zand, voeten met de blanke voetzolen kwetsbaar naar de kijker gericht - in de voetzool is iedereen gelijk.

De kunstenaar verklaart zijn voetenfascinatie als volgt. Het viel hem op dat anders dan bij ons in India en in Papua veel mensen blootsvoets door het leven gaan. Die blote voeten ontroerden hem, 'omdat het een totaal ander beeld geeft van wie wij zijn'.

Villevoyes voetenarchief heeft geleid tot een van zijn bekendste werken: The way to go (2001) in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam Zuid-Oost. Daar is een van de belangrijkste pleinen rondom voorzien van een fries van 83 meter met twintig reusachtige foto's van voeten, afkomstig van zijn talrijke reizen. Voeten van mannen en van vrouwen, blank en zwart, voetzolen met vlekken en plooien op knoestig hout of in knuffelpose over elkaar heen gevleid, weglopende voeten, blanke voeten in witte slippers, meerdere voetparen in vriendschappelijk samenzijn.

Villevoye wist onmiddellijk dat de voeten op dit plein op hun plek zouden zijn. Vanwege het feit dat de hele wereldbevolking in het AMC komt. Vanwege de metafoor van de weg die een mens door het leven gaat.

Het voetenplein, zoals het in de volksmond heet, werkt wonderbaarlijk goed, blijkt uit onderzoek. Het haalt de gewone, aardse wereld binnen in het ziekenhuis, stemt tot andere gedachten, is herkenbaar voor mensen in uiteenlopende omstandigheden.

Maar bovenal brengen de voeten intimiteit, vertrouwdheid en nabijheid in een steriele, voor patiënten en bezoekers soms vijandige omgeving. In het AMC heeft Villevoye voorbij schoonheid en erotiek een andere eigenschap van huid aangeboord. In het AMC brengt huid troost.

undefined

Meer over