De zestien liften in de flats zijn dichtgelast

In Clichy-sous-Bois ontstond in 2005 de golf van rellen in Franse voorsteden. Hoe gaat het nu in de Parijse banlieue? 'Gelukkig woon ik hier zelf niet.'

CLICHY-SOUS-BOIS - Zes grote flessen water, een pak wasmiddel en twee volle Lidl-tassen haalt Hatice Erdogan uit de achterbak van haar autootje. De wekelijkse boodschappen. Ze moeten naar de derde etage. En dat gaat Nacer Belaïd voor haar verzorgen.

Op de rug van zijn fluorescerend gele hesje staat dat hij agent de portage is. Een elegante term, die je oneerbiedig als 'menselijke lift' zou kunnen vertalen. De liften in het flatgebouw waar mevrouw Erdogan woont werken niet, en dat is al heel lang zo. Om de bewoners tegemoet te komen heeft de gemeente een draagdienst ingesteld. Belaïd en zijn drie collega's zijn vier uur per dag op afroep beschikbaar. Het nummer van hun diensttelefoon hangt in de hal.

'Best mooi werk', zegt Belaïd als hij zijn vracht bij de voordeur van mevrouw Erdogan heeft neergezet. 'Je spreekt veel mensen. En je maakt je nuttig. Ze zijn je dankbaar voor wat je doet.' De 160 treden tot aan de elfde verdieping kan hij inmiddels wel dromen. Hij weet ook waar de ganglichten zijn uitgevallen, waar hij op de tast verder moet. Belaïd komt uit de horeca en was al een tijdje werkloos. 'Dit is natuurlijk geen echte carrière', zegt hij. 'Maar ik verdien er wat mee. Ik heb geleerd me dienstbaar op te stellen.'

'We betalen hier 250 euro servicekosten', vertelt mevrouw Erdogan in het verveloze trapportaal voor haar deur; het beton is rafelig, overal graffiti. 'Dat is meer dan in veel luxe flatgebouwen. Voor dat geld wordt niks gedaan. Het is hier vies en slecht onderhouden; de ratten lopen in de portieken. In de zeven jaar dat ik hier woon, heeft de lift het nooit gedaan.'

In Clichy-sous-Bois begonnen in 2005 de rellen in de Franse voorsteden, nadat twee jongens bij een achtervolging door de politie waren geëlektrocuteerd in een verdeelstation van het energiebedrijf. De Parijse voorstad groeide uit tot zinnebeeld van de banlieues: verpauperd, verkleurd, kansarm. In Clichy is de hoogbouw van Chêne-Pointu er dan weer het slechtst aan toe. Betonnen flats van elf verdiepingen uit de jaren zestig met miezerige raampjes; 1.520 appartementen al bij al die samen een verticale sloppenwijk vormen. In de jaren zestig waarschijnlijk te goeder trouw ontworpen door Bernard Zehrfuss, leerling van Le Corbusier en winnaar van de Grand Prix de Rome. Maar geleidelijk uitgegroeid tot schoolvoorbeeld van wat er mis kan gaan bij stadsplanning.

Ooit was dit een felbegeerde wijk: eindelijk kwamen koopflats in een groene omgeving ook binnen bereik van mensen met een smalle beurs. Meneer Gecmez (vijfde verdieping, zijn vrouw is diabetisch) die zelf in 1986 kwam, maakte de staart van die gouden periode mee. 'Toen was het 10 procent buitenlanders en 90 procent Fransen', zegt hij. 'Nu is het omgekeerd. Daarom is dit een rechteloos gebied. De mensen hier kunnen zich niet altijd goed in het Frans uitdrukken. Ze hebben vaak geen stemrecht. Daarom laat de politiek ons links liggen.' Verhuizen is voor hem geen optie, legt hij uit. De appartementen brengen veel minder op dan ze ooit kostten. Wie wil er wonen op tien hoog zonder lift? Bovendien, Chêne-Pointu heeft ook zijn voordelen. 'Veel frisse lucht', vindt Gecmez. 'En de mensen helpen elkaar. Ze leven niet verborgen achter hun voordeur.'

Verderop pakt de gemeente de verpaupering aan. In haut Clichy wordt gesloopt en gerenoveerd. Maar dat is sociale woningbouw. In Chêne-Pointu gaat het om koopappartementen, waarschijnlijk de goedkoopste van het hele land. Wie hier eenmaal woont, komt niet meer weg. Veel appartementen worden tegen woekerprijzen onderverhuurd: drie gezinnen in een driekamerflat. De servicekosten worden vaak niet meer betaald, de gezamenlijke schuld zou zijn opgelopen tot 6 miljoen euro. Met als gevolg dat er aan onderhoud niets meer gebeurt. En dat alle zestien liften zijn dichtgelast, ook die die nog werkten.

Drager Nacer Belaïd heeft vandaag een dubbele taak. Hij deelt ook folders uit voor de demonstratie van morgen voor de komst van Tramlijn 4, die het isolement van Clichy moet doorbreken. Tram en metro waren al beloofd toen de flats werden gebouwd. Maar de 19 kilometer naar Parijs kosten nu met het openbaar vervoer nog steeds meer dan een uur.

'Dat isolement is een van de grootste problemen', vindt Christine Ramakers van Energie, een stichting die langdurig werklozen helpt en ook bemiddelde bij de komst van de porteurs van Clichy. 'Ik woon zelf gelukkig niet in Clichy', zegt ze tegen een oudere heer met baard en wijde broek die een folder aanpakt. 'Maar ik geloof dat het iedereen hier zou helpen als die tram er komt.'

De heer knikt instemmend. Maar zodra Ramakers buiten gehoorsafstand is, maakt hij zich boos. 'Hoorde u wat ze zei: dat ze gelukkig niet in Clichy woont! Zo wordt er naar ons gekeken.' Hij wil de parkeerplaats achter de flat laten zien. Die blijkt volgestort met kapotte beeldbuizen, oud ijzer en vage stukken plastic. 'Is dit nog Frankrijk? Wie is daar verantwoordelijk voor, denkt u? Dat is de gemeente, publieke werken. Ze weten dat het er ligt, maar ze doen niks.'

De vraag of hij niet liever zou verhuizen maakt hem boos. 'De verkeerde vraag meneer! U zou moeten uitzoeken wie hier verantwoordelijk voor is. Deze troep kan in een half uur worden opgeruimd.'

Terug naar Belaïd, die het boekje laat zien waarin hij noteert wie hij zoal de trap op heeft geholpen: vier alleenwonende dames, een zwangere vrouw, een gehandicapte man. Voor zakken rijst van 30 kilo deinst hij niet terug. Maar kinderen of invalide mensen mag hij niet naar boven dragen. Dat zou problemen geven met de aansprakelijkheid. Ook elektrische apparatuur moet hij laten staan. 'We sjoemelen wel eens', glimlacht hij. 'Een dame met haar nieuwe tv laat je niet beneden staan.'

Mahmoud Elhelw (22), student met Egyptische ouders, heeft de dragers niet nodig. Als hij komt aanrijden met de boodschappen, belt hij zijn broer op de zevende verdieping. Die laat een tas aan een touw zakken, dat over een katrol loopt. Zo gaan de flessen water en pakken fris omhoog. Ook de buren maken van hun takel gebruik. Anderen hebben het systeem gekopieerd.

'Als mijn oom en tante uit Caïro komen, geloven ze hun ogen niet', vertelt hij. 'Is dit Frankrijk, zeggen ze. Dan nemen we hen snel mee naar de Champs-Élysées. Om te laten zien dat ze echt in het goede land zijn.'

De familie Elhelw kwam naar La Chêne-Pointu toen Mahmoud 1 jaar oud was. 'Je had hier bloemperken', herinnert hij zich. 'De portieken waren met deurcodes beveiligd.' Toch is hij aan de wijk gehecht. 'Als het hier zou worden opgeknapt: schilderbeurt, nieuwe deuren - dan zou ik best willen blijven. Parijs is om de hoek.'

'De regio wil voor eind dit jaar de liften vervangen', zegt Christine Ramakers. 'Ze hebben er 1,2 miljoen euro voor gereserveerd. Dat zou prachtig zijn. Denk eens aan al die ouderen die nooit meer buiten komen, moeders die 's middags niet de moed hebben hun kind weer naar school te brengen. Maar...', zegt ze, knikkend naar de hal waar plafond, ramen en deuren ontbreken. 'Als dit zo blijft, zullen ook de nieuwe liften niet lang standhouden.'

undefined

Meer over