DE ZAAK L

Maandag moet het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag uitspraak doen in de zaak tegen de van oorlogsmisdaden verdachte Serviër Dusko Tadic....

Van Dragan Opacic - alias 'L' - zijn maar twee foto's in omloop, en het is moeilijk voor te stellen dat er een en dezelfde persoon op staat.

Op de eerste foto kijkt een jongen met een kinderlijk gezicht en grote blauwe ogen verlegen de camera in. Dragan staat voor een geschilderd decor, in de studio van de dorpsfotograaf misschien, en lijkt een beetje onder de indruk van de gelegenheid. De beduimelde en gekreukte foto wordt zorgvuldig bewaard door Dragans moeder. Telkens als ze het enige aandenken aan haar jongen in handen neemt en zich realiseert dat Dragan het slachtoffer is geworden van een duivels complot, springen haar de tranen in de ogen.

Op de tweede foto staat een beer van een vent met halflang haar en zware wenkbrauwen die verwezen voor zich uitstaart. Die foto is genomen door de Bosnische veiligheidsdienst in Sarajevo en maakt deel uit van het dossier waarin tot in de details is vastgelegd hoe Dragan Opacic in de herfst van 1992 als bewaker van het Servische concentratiekamp Trnopolje tientallen Moslims verkrachtte en vermoordde.

Er hangt veel af van de vraag wie de Dragan Opacic is die vastzit in de VN-vleugel van de Scheveningse strafgevangenis: een onschuldige boerenjongen of een oorlogsmisdadiger. Of hij uit Nederland terugkeert naar zijn familie of naar een Bosnische gevangenis. Of Dusko Tadic, de Serviër die maandag door het Haagse VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in het voormalige Joegoslavië de gerechte straf krijgt opgelegd. En vooral of het tribunaal niet zo wordt gemanipuleerd door Serviërs, Moslims en Kroaten - die na het eind van de oorlog nog een overwinning op hun vijanden willen behalen - dat er geen sprake kan zijn van een normale rechtsgang.

Omtrent 'de zaak L' bestaan veel vragen en weinig antwoorden. Vast staat dat Dragan Opacic op 16 mei 1995 in Sarajevo werd veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf en kort daarop onder de codenaam 'L' werd uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal, als kroongetuige in de zaak tegen Tadic. Nadat de verdediger van Tadic had aangetoond dat de verklaring van Dragan was gelogen, zag de aanklager zich gedwongen hem terug te trekken als getuige.

Dragan Opacic verklaarde dat hij door de Bosnische autoriteiten was afgeperst en getraind om een valse verklaring af te geven. Het tribunaal schudde op zijn grondvesten. Was het waar, dan rees er twijfel over de betrouwbaarheid van een groot deel van het bewijsmateriaal. De mediagenieke VN-ambassadeur van Bosnië, Muhamed Sacirbey, haastte zich de beschuldiging van de hand te wijzen en verklaarde dat Dragan erop uit was de rest van zijn gevangenisstraf in Bosnië te ontlopen.

De 'zaak L' begint in Bosanska Bojna, een afgelegen gehucht van een paar honderd inwoners in de noordwestpunt van Bosnië, waar de familie Opacic in een houten boerderijtje woonde. Vader Janko keuterde op zijn land en verdiende een mager salaris als schoonmaker en eierraper op een grote kippenfarm van het bedrijf Agrokomerc. Dragan was de op een na jongste van zes kinderen. Hij maakte de middelbare school niet af en ging op het land werken.

Mensen die hem kennen, beschrijven hem als een simpele jongen. Op de zittingen van het tribunaal zat hij vaak te hannesen met de koptelefoon voor de simultane vertaling en had hij moeite om alle vragen te begrijpen. 'Dragan was een goede jongen', zegt Milan Ergarac, die met hem opgroeide. 'Heel rustig, zelfs een beetje teruggetrokken.'

Toen de oorlog in Bosnië uitbrak, was Dragan zestien, net te jong voor militaire dienst. Bosanska Bojna was de enige plaats in de wijde omtrek waar Serviërs woonden en de dorpelingen voelden zich bedreigd door de Moslims. Dragans oom Djuro Opacic toog naar Banja Luka om hulp te vragen bij de verdediging, maar kreeg nul op zijn rekest. Bojna was te onbetekenend, te geïsoleerd. In plaats daarvan stelden de Servische autoriteiten voor dat iedereen zou verhuizen naar een dorp in de buurt van Banja Luka waaruit de Moslimbevolking net was verdreven.

'Toen we in september 1992 aankwamen in Hrnjici was het dorp leeg op een paar Oekraïense orthodoxe families na', herinnert oom Djuro zich. Hrnjici ligt aan de weg tussen Banja Luka en Prijedor, in een streek waar de wreedheden tijdens de etnische zuiveringen nog groter waren dan in de rest van Bosnië. Overal liggen overwoekerde ruïnes van in brand gestoken en verwoeste Moslimhuizen. Toen de familie Opacic in 1992 haar intrek nam in een verlaten boerderij, moet er een doordringende stank van vuur in de lucht hebben gehangen.

Als plaatselijk hoofd van de Servische Democratische Partij (de partij van de Bosnisch-Servische leider Karadzic en consorten) had Dusko Tadic het in de buurt voor het zeggen. Hij hield toezicht op de verhuizing en regelde de verdeling van de humanitaire hulp van de VN onder de nieuwskomers. Dragan ging naar hem toe om een hulppakket voor de familie af te halen, zeggen zijn ouders.

Vier jaar later getuigde hij voor het Joegoslavië-tribunaal dat hij bij die gelegenheid een baantje kreeg aangeboden als bewaker in het concentratiekamp Trnopolje, een minuut of twintig lopen van het nieuwe huis van zijn ouders. Hij had het aanbod geaccepteerd omdat hij dacht dat het de enige manier was om de militaire dienst te ontlopen.

Trnopolje was een doorgangskamp. Er zaten duizenden Moslims uit de omgeving opgesloten. De Serviërs wilden hen over de frontlijn drijven. Veel mannen werden mishandeld en vermoord; veel vrouwen verkracht. In Den Haag beschreef Dragan hoe hij als bewaker meer dan tien meisjes had verkracht in de kelder van een wit huis bij het kamp.

Aanklager: 'Werd ze vastgehouden toen ze haar op het matras duwden?'

Dragan: 'Ze werd op het matras gedrukt. . . Na een tijdje zei Dragicevic dat ik me moest uitkleden, dat wil zeggen dat ik het meisje moest verkrachten. Ik keek naar Dusko Tadic, wat hij zou zeggen, maar hij zei niets tegen mij. Dus trok ik alleen mijn broek uit, en toen duwde Dragicevic me op het meisje. Ik viel over haar heen en toen kwam ik na een tijdje klaar buiten haar lichaam, niet erin.'

Aanklager: 'Ejaculeerde u buiten haar lichaam?'

Dragan: 'Ja.'

Aanklager: 'Maakte het meisje geluid of zei ze iets toen ze werd vastgehouden?'

Dragan: 'Ja, ze worstelde, huilde, smeekte om haar niet te doden. Ze dacht, ze geloofde dat ze gedood zou worden.'

De Bosnische Serviër tekende een plattegrondje met de plaats van het witte huis, hij had de afmetingen van de kelder beschreven, de aarden vloer, het raampje, het opgestapelde brandhout en het matras. Geen getuigenis was zo belastend voor Dusko Tadic als de zijne. Er was één probleem: het witte huis en de kelder bestonden niet.

De Nederlandse verdediger van Tadic, Michail Wladimiroff, had Trnopolje diverse malen bezocht en kon het beruchte huis niet terugvinden. Sinds het kruisverhoor in Den Haag had de advocaat al het idee dat er iets niet klopte. De verklaring van Dragan was ongelofelijk gedetailleerd, maar op rechttoe rechtaan vragen van de verdediger bleef hij het antwoord vaak schuldig. Dan moest de rechter eerst dreigen met gevangenisstraf voor hij zijn mond wilde opendoen.

De vermoedens van de advocaat werden bevestigd toen hij Dragans vader vond, Janko Opacic. En Dragan had getuigd dat hij in november 1992 een week vrijaf had gekregen van kampcommandant Tadic voor de begrafenis van zijn vader! Er volgde een dramatische confrontatie tussen vader en zoon in Scheveningen. 'Hij zat aan een ronde tafel en sprak met de advocaat in een taal die ik niet kende', vertelt Janko Opacic. 'Hij had in de gevangenis wat Engels geleerd. Hij had veel gewicht verloren, maar ik zag meteen dat hij het was.' Toch duurde het nog twintig minuten voor zijn zoon zwichtte. Toen biechtte Dragan op dat de Moslims hem hadden gedwongen in Den Haag een valse getuigenis af te leggen. 'Ze zeiden dat ze hem anders zouden doden', zegt vader Janko. 'In het echt heeft hij Tadic misschien twee keer gezien.'

De familie-Opacic had al die tijd niet beter geweten dan dat Dragan vermist raakte bij een offensief van het voornamelijk uit Moslims bestaande Bosnische leger ten zuidoosten van Sarajevo in oktober 1994. Hij was die zomer opgeroepen voor militaire dienst, had een veel te korte training gekregen in een kazerne in Pale, het hoofdkwartier van de Bosnische Serviërs, en was ingedeeld als kok bij de eerste Garde-Brigade. Toen de Moslims onverwachts in de buurt door de linies braken, werd hij aangewezen als vrijwilliger en naar het front gestuurd. Dragan, net negentien, was kanonnenvlees. Hij werd bijna meteen in zijn schouder geschoten en krijgsgevangen gemaakt.

Omdat Dragan was vergeten zich af te melden bij zijn eenheid voor hij naar het front ging, was hij te boek komen staan als deserteur. De Servische militaire politie kwam zelfs naar het huis van zijn ouders om hem te zoeken. Hij zou nooit als krijgsgevangene worden aangemeld bij het Rode Kruis en kwam op geen enkele lijst voor. De Moslims konden hem laten verdwijnen zonder dat iemand dat in de gaten zou hebben.

Iemand van de Bosnische militaire politie vertelde het weekblad Slobodna Bosna dat andere Servische krijgsgevangenen zich hadden laten ontvallen wat Dragan in Trnopolje had uitgevoerd. Ze waren jaloers op Dragan omdat hij, als de jongste en bangste van het stel, uit medelijden meer eten en sigaretten kreeg van de bewakers. Dragan werd ondervraagd, bekende en werd door de rechtbank in Sarajevo veroordeeld tot tien jaar - de maximumstraf voor misdaden begaan door een minderjarige - voor 'misdaden tegen de burgerbevolking' en 'genocide'. Toen het vonnis werd voorgelezen, begon de Bosnische Serviër te huilen, en zei hij: 'Het is niet waar wat ik allemaal heb verklaard.'

Na zijn ontmaskering in Den Haag zou Dragan beweren dat zijn bekentenis voor hem was opgesteld door zijn Moslimondervragers. Twee maanden lang had hij de tekst zeven uur per dag uit zijn hoofd moeten leren, had hij amateurvideo's waar Tadic opstond moeten bekijken (zodat hij hem later zou kunnen identificeren) en had hij de plattegrond van het concentratiekamp Trnopolje moeten leren tekenen.

De Bosnische autoriteiten hadden het Joegoslavië-tribunaal geattendeerd op de bruikbaarheid van Dragan in de zaak tegen Tadic. De aanklagers in Den Haag waren zo blij met de in hun schoot gevallen kroongetuige dat ze geen diepgravend onderzoek instelden. Twee medewerkers van het tribunaal reisden naar Sarajevo, legden Dragan een serie foto's voor, en waren tevreden toen hij erin slaagde Tadic en enkele andere kampbewakers te identificeren. Nog voor zijn veroordeling vroegen ze de Bosnische regering officieel om zijn uitlevering.

Had Sarajevo echt geprobeerd het tribunaal te manipuleren omdat ze bang waren voor de politieke schade als de eerste Serviër die terecht moest staan zou worden vrijgesproken of een lichte straf zou krijgen? Of had Dragan Opacic een geniale smoes verzonnen om te voorkomen dat hij zijn tien jaar gevangenisstraf zou moeten uitzitten?

In november 1995 reisde een team van het tribunaal naar Sarajevo voor een onderzoek en sprak met de autoriteiten, de aanklager in de zaak-Dragan, de advocaat en de rechter. De bezoekers konden geen sporen vinden van manipulatie. 'De informatie van onze onderzoekers suggereert dat Dragans beschuldigingen tegen uw autoriteiten vals zijn', schreef Louise Arbour, het hoofd van de aanklagers, in een vertrouwelijke brief aan de Bosnische president Izetbegovic. Maar vijf maanden later is het onderzoek nog steeds niet afgerond, en geven de feiten over 'de zaak L' weinig aanleiding om de conclusie van het tribunaal te ondersteunen.

Het dossier van Dragan in Sarajevo is misschien een centimer dik, en dat voor een zaak over meervoudige moord en meervoudige verkrachting. Behalve de bekentenis, die door Dragan onder aan elke pagina met kinderlijke blokletters is ondertekend, bevat het roze A4-mapje voornamelijk medische en psychiatrische rapporten. Er waren geen getuigen die konden bevestigen dat Dragan in Trnopolje was geweest. Ex-gevangenen die zijn foto onder ogen kregen, hadden hem niet herkend. De Servische soldaten die hem zouden hebben aangegeven bij de Bosnische militaire politie, waren niet gehoord omdat ze voor het begin van de rechtszaak al waren uitgewisseld tegen Moslimkrijgsgevangenen. Dat hoefde ook niet, zegt Ismet Hadzic, de rechter die de zaak behandelde. 'Het sleutelbewijs was zijn eigen bekentenis.'

De Bosnische wet schrijft in zo'n geval voor dat wordt onderzocht of de verdachte toerekeningsvatbaar is. Een arts, een sociaal werker, een psycholoog en een neuropsychiater uit Sarajevo voerden op last van de rechter gesprekken met de jonge Servische soldaat, en concludeerden eensgezind dat hij de waarheid sprak. 'Een boerenknul die de middelbare school niet heeft afgemaakt zou nooit zo gedetailleerd kunnen liegen over moorden en verkrachtingen', meent de rechter. In Den Haag bleek dat de specialisten het - tenminste gedeeltelijk - bij het verkeerde eind hebben gehad. Dragan loog wel degelijk.

Het zou niet de eerste keer in Bosnië zijn dat een bekentenis met geweld is afgedwongen, en Dragan - alleen opgesloten, gewond, jong - was een gemakkelijk slachtoffer. 'Als iemand die zelf terecht moet staan in een andere zaak als sleutelgetuige optreedt, moet je erg voorzichtig zijn', zegt Zarko Bulic, een top-advocaat uit Sarajevo die in de oorlog meer dan honderd Serviërs verdedigde in Bosnische gerechtshoven. 'Je kunt niet uitsluiten dat er psychologische of fysieke druk is uitgeoefend. Zelf heb ik tijdens de oorlog twee gevallen meegemaakt. Bovendien kan zijn beloofd dat de straf wordt verkort of kwijtgescholden in ruil voor een bepaalde getuigenis. Dat is voor de oorlog meermalen gebeurd bij politieke processen in Bosnië.'

Kon een Serviër - een cetnik! - sowieso op een eerlijk proces rekenen in het belegerde Sarajevo, in een rechtbank die letterlijk onder vuur lag van de Servische sluipschutters, met een verdediger die geen enkele mogelijkheid had getuigen op te roepen uit Servisch gebied, en met een rechter die zijn hele hebben en houwen was kwijtgeraakt tijdens de etnische zuiveringen?

In februari kwam de onschuld vast te staan van Sretko Damjanovic, een Serviër die net als Dragan krijgsgevangen was genomen en in 1993 in Sarajevo was veroordeeld voor misdaden tegen de burgerbevolking en genocide. Hij had bekend Moslims te hebben verkracht en vermoord. Maar zijn veronderstelde slachtoffers werden onlangs levend en wel aangetroffen in een buitenwijk van Sarajevo. De advocaat van de Serviër verklaarde dat zijn cliënt was gemarteld tot hij had 'bekend'.

Niemand weet met zekerheid wat er met Dragan Opacic is gebeurd in de drie maanden nadat hij krijgsgevangen werd gemaakt tot hij officieel in staat van beschuldiging werd gesteld. Volgens het rechtbankdossier werd hij ondervraagd door het Centrum voor Veiligheidsdiensten in Sarajevo, waaronder zowel de uniformpolitie, de recherche als de beruchte Bosnische veiligheidsdienst AID ressorteren.

Zijn bekentenis roept veel vragen op. Waarom zou hij de militaire dienst hebben willen ontlopen door zich aan te melden als kampwacht, terwijl hij te jong was om in dienst te hoeven? En waarom meldde hij zich zonder aarzeling aan toen hij negen maanden later wel werd opgeroepen? Hoe komt het dat hij tot in detail de kelder beschrijft waar verkrachtingen plaatsvonden, terwijl die kelder niet blijkt te bestaan? Waarom verzon hij een heel verhaal over de dood van zijn vader? Hoe zit het met de wreedheden in december die hij beschrijft, terwijl het kamp volgens het Internationale Rode Kruis al was gesloten?

Darko Culibrk is een 21-jarige Serviër die tegelijk met Dragan in het leger ging, bij dezelfde eenheid diende en op dezelfde dag door het Bosnische leger werd neergeschoten en krijgsgevangen werd genomen. De Moslimsoldaten gaven hem pijnstillers voor zijn beenwond, maar ondervroegen hem hardhandig over de Servische posities voor ze hem naar een ziekenhuis brachten.

'Ze zeiden dat ik een cetnik was en dat ze me zouden afslachten.' Nadat zijn been in het gips was gezet, werd Culibrk in zijn eentje opgesloten in een kelder van een flat in Hrasnica, een dorp bij Sarajevo. Hij werd verder niet mishandeld, maar hij was niet geregistreerd door het Rode Kruis en had behalve met zijn bewakers geen contact met de buitenwereld.

'Op een dag in december kwam er een onbekende man met een groene baret op zijn hoofd, niet een van de bewakers', vertelt Culibrk. 'Hij zei dat ik moest bekennen dat mijn vader kampbewaker was geweest in Omarska, dat hij vijftien mensen had vermoord en vier vrouwen had verkracht. Anders breek ik je andere been en allebei je armen, zei hij. Denk daar maar goed over na, want morgenochtend kom ik terug.'

Net die avond werd Culibrk door tussenkomst van een Moslimarts, die voor de oorlog bevriend was met zijn familie, teruggebracht naar het ziekenhuis. Hij is ervan overtuigd dat de Moslims met hem hetzelfde voorhadden als met Dragan Opacic. 'Je denkt dat je iets moet bekennen zodat je niet zult worden geslagen en ondertussen hoop je dat je snel zult worden uitgewisseld.'

Culibrk had geluk. Zijn ouders hoorden al snel dat hij gevangen was genomen. Zijn vader reisde meteen naar Pale, trok overal aan de bel en spendeerde flink wat Duitse marken om hem op de lijst te krijgen van soldaten die moesten worden uitgewisseld. Op 20 januari was het zover: vijftig Servische tegen vijftig Bosnische soldaten.

Dragan Opacic bleef achter. Het slachtoffer van een duivels complot? Of een oorlogsmisdadiger die door stom toeval tegen de lamp was gelopen? De aanklagers van het Joegoslavië-tribunaal hebben weinig geld en menskracht, en vertrokken uit Sarajevo zonder dat ze bewijzen voor manipulatie vonden. Trouwens, Dragan was toch al afgevoerd als kroongetuige en zijn valse getuigenis had geen invloed meer op de berechting van Tadic. Nu lijkt het tribunaal met Dragan in zijn maag te zitten. De Serviër zit in de Scheveningse gevangenis te wachten of hij voor het tribunaal moet verschijnen wegens meineed.

Het is zijn woord tegen dat van de Bosnische autoriteiten. Zoals zo vaak in Bosnië zijn er geen documenten of onafhankelijke getuigen die uitsluitsel kunnen geven. Wie wil weten wat er met Dragan Opacic is gebeurd, belandt in een labyrint van spiegels. Iedereen heeft reden om te liegen, elke partij zou de zaken kunnen verdraaien. Het Joegoslavië-tribunaal moet opboksen tegen landen waarvoor de uitspraken in Den Haag van enorm politiek belang zijn, en die veel meer geld en een veel groter apparaat tot hun beschikking hebben dan de aanklagers. De 'zaak L' is maar een voorbode van wat het tribunaal te wachten staat als de echte kopstukken ooit worden berecht.

Dragans ouders wisten niet of ze blij of verdrietig moesten zijn toen ze hun zoon in Den Haag terugvonden. Hun leven ging nooit verder dan de grens van het dorp, het werk op het land, de wisseling van de seizoenen, en ze voelen dat ze bij iets zijn betrokken dat zoveel groter is dan zijzelf dat ze het niet begrijpen. Zorka Opacic pleit met betraande ogen voor haar zoon. 'Dragan heeft nooit iets gestolen, nooit gelogen of zelfs maar slechte taal uitgeslagen', zegt ze. 'Waarom laten ze hem niet gewoon naar huis gaan?'

Bart Rijs

Met medewerking van Hella Rottenberg

Meer over