De wraak van de zeemeermin

Retranchement en ‘t Zwin zijn on-Hollands glorieus. John Wanders ontdekt dat een wandeltocht beter begint in België...

Over het smalle voetpad komt een rund aansjokken. Het beest houdt halt, kijkt ons in de ogen, lijkt zijn opties te overwegen en kiest dan voor een terugkeer naar zijn soortgenoten in de wei. Het schrikdraad dat het wandelpad markeert, veroorzaakt een korte huppelbeweging in het zware achterlijf. Dan is de rust hersteld op de Wallen van Retranchement, door de lezers van de PZC (Provinciale Zeeuwse Courant) uitgeroepen tot mooiste plek van Zeeland.

Eindelijk erkenning voor de absolute schoonheid van Retranchement, zegt Leo van Klaveren (60), weliswaar geen Zeeuw van geboorte, maar toch zeker al een jaartje of dertig verliefd op Truzement, zoals de plaatselijke bevolking (vierhonderd zielen) het dorpje pleegt te noemen. Van Klaveren, voormalig Dordtenaar, woont er sinds hij met de vut ging. En is er gelukkig.

Met tevreden blik tuurt hij over de velden, akkers en kreken. ‘Hier ben je nog iemand’, zegt hij dan, om het contrast te onderstrepen tussen de geborgenheid van het plattelandsdorp, waar iedereen elkaar kent, en de anonimiteit van de grootstedelijke samenleving. Het is de eerste echte voorjaarsdag van 2008. De lucht boven Zeeuws-Vlaanderen is helder. Aan de einder is Vlissingen zichtbaar.

Het verhaal wil dat het bevoegd gezag van Retranchement kort na de Bevrijding om steun vroeg in Den Haag bij het op orde brengen van zijn openbare ruimte, en daarop een bondige brief retour kreeg met een hilarische opdracht: ‘Wendt u zich tot uw eigen regering in Brussel!’

Toegegeven, de naam van het Zeeuwse dorp klinkt ‘over de grens’ – het is de Franse vertaling van het woord ‘verschansing’. Daarbij ligt Retranchement zo diep in de zuidwesthoek van Nederland – je kunt er letterlijk naar België spugen – dat je het gehucht makkelijk over het hoofd ziet.

Bovendien heerst in dit ook qua uiterlijk on-Nederlandse dorp de stilte, met niets anders dan het geknars van grind onder onze voeten, het kraaien van een haan, het gegak van ganzen in de verte, het gekwaak van eenden en het gejubel van overtrekkende vogels die de zomer in hun kop hebben.

Aan de zuidwestkant van het dorp passeren we de robuuste, witte grenspaal 364-b, die deel uitmaakt van de zogeheten ‘Drieling van Retranchement’. Iets verderop in het veld zien we de twee andere broertjes staan, keurig geschilderd en in het gelid.

De aarden vestingwallen danken hun bestaan aan de Tachtigjarige Oorlog. Prins Maurits liet ze aanleggen om zijn manschappen te beschermen tegen aanvallen van de Spanjaarden – vandaar de plaatsnaam ‘Verschansing’. De nabijgelegen zeearm ’t Zwin vormde de frontlijn.

Rond 1644 werd in Retranchement de eerste stenen burgerwoning gebouwd. Eeuwenlang vormden scheepvaart en visserij een belangrijke inkomstenbron, maar met de verzanding van ’t Zwin ging die economie ten onder.

Bij zo’n dramatische omwenteling in een regiohistorie hoort een legende en die is er dan ook in het zuidwesten van Zeeuws-Vlaanderen. Ze verhaalt over de zeemeermin Cassandra, door lokale vissers gevangengenomen en tentoongesteld op jaarmarkten en kermissen in Sluis, Aardenburg en St Anna ter Muiden.

De gekwelde meermin sprak voor zij stierf een vreselijke vloek uit over haar gijzelnemers en hun nakomelingen, waarin zij aankondigde dat ’t Zwin zou verzanden en de inkomsten uit de zee voorgoed zouden verdwijnen als sneeuw voor de zon – hetgeen geschiedde.

Nu is ’t Zwin een grensoverschrijdend natuurreservaat. Vanaf het strand zie je de Noordzee bij opkomend water schuin inbreken in een breed, gapend gat tussen twee duinenrijen. De vloedstroom verspreidt zich snel en verkleint zo vooral de toegankelijkheid vanaf Nederlandse zijde. Wandelen wordt daarnaast bemoeilijkt door een hekwerk met verbodsaanduidingen, gericht op de bescherming van de broedvogels.

’t Zwin is opgenomen in een door de VVV uitgezette wandelroute van Cadzand naar Retranchement en terug. Maar het is goed te weten dat de Belgische zijde ruimer toegang biedt tot de slufter. Van Retranchement is het een autorit van circa 8 kilometer naar de ingang aan Belgische zijde, bij Knokke-Heist, waarbij ook nog een origineel stukje Belgische kasseiweg wordt meegenomen.

Hier staat tegenover dat de Belgen 5,20 euro entreegeld vragen, maar goed, je krijgt er ook wat voor terug. Als gezegd een aanzienlijk betere en diepere toegang tot de slikken en schorren, het broedgebied van ruim honderd vogelsoorten (neem een verrekijker mee).

En waar het bezoekerscentrum ’t Zwin aan Nederlandse zijde de lokaal voorkomende vogelsoorten in opgezette vorm tentoonstelt, tonen de Belgische parkbeheerders dezelfde vogels in levende lijve. Roofvogels als de bruine kiekendief, de zwarte wouw en de buizerd zitten in het Belgische vogelpark in volières. Maar de ooievaars begroeten je al bij de parkeerplaats van ‘Provinciaal Natuurpark Zwin’ vanuit de open lucht.

Meer over