De wonderwaterwerken van Wallonië

Ooit lagen er op het vaartraject Charleroi-Brussel 38 sluizen. Een schip van driehonderd ton deed er 25 uur over om alle hindernissen te nemen....

'Gaat ie al?'

Na de tijdens de rondleiding vernomen onheilscenario's over het gevaar van klotsend water en botsende vaartuigen staar je toch gebiologeerd naar de reusachtige bak op wielen - 91 meter lang, twaalf meter breed - waar net twee binnenvaartschepen en een duwbak naar binnen zijn gevaren. Veroorzaakt de wind die rimpelingen op het water, of is de afdaling al begonnen? Wie van de tientallen toeschouwers ziet het eerst beweging, en loopt het wel goed af?

'Hij gaat!'

De snelheid op de eerste meters is een handvol millimeters per seconde. Later neemt dat toe tot 1,20 meter per seconde. Geen schok, geen geklots, geen gebots; de rimpelingen moeten dan toch van de wind komen. Op 236 wielen rollen de schepen naar beneden, 68 meter lager, 1432 meter verder. Daar zal zich een schot openen en begint het kanaal tussen Charleroi en Brussel opnieuw.

Wie het Hellend Vlak van Ronquières bezoekt, loopt grote kans bedrogen uit te komen. Het begrip roept onwillekeurig associaties op met vernuftige waterbouwconstructies uit lang vervlogen tijden. Sleurden Chinezen niet al drieduizend jaar geleden schepen omhoog over een raster van balken? En tussen Ieper en Nieuwpoort trok tot in de zestiende eeuw een installatie van spilwielen en tredmolens vaartuigen op het droge om hoogteverschillen te overwinnen.

Dergelijke romantiek is in Ronquières ver te zoeken. Daar lopen de schepen pas sinds 1 april 1968 op rolletjes. De entourage is dan ook van strak beton. De schepen varen eerst bassins binnen, die op twintig meter hoge zuilen rusten. Krachtige, elektrische gelijkstroommotoren drijven een trommel aan, waarover kabels lopen. Daar is niets Chinees van weleer meer aan.

De leek die vermoedt dat de 125 meter hoge toren op het bovenste station - een ijkpunt in het glooiende Waalse landschap - om functionele redenen zo immens is, heeft het ook al mis. 'Dat is vanwege de toeristen', zegt een medewerker bijna verontschuldigend.

Ooit lagen er tussen het traject Charleroi en Brussel 38 sluizen. Een schip van driehonderd ton deed er 25 uur over om alle hindernissen te nemen. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er serieuze plannen de waterweg tussen de zware industrie van Charleroi en de haven van Antwerpen ingrijpend te moderniseren. Naast kostbaar tijdverlies gingen bij de talrijke schuttingen ook enorme hoeveelheden water verloren. De rivier die het kanaal voedt, de Sambre, kon dergelijke aderlatingen niet altijd compenseren.

Van de 38 sluizen resteren er nog tien. Voortaan kunnen er schepen van 1350 ton passeren, en ze doen er nu achttien uur over om van Charleroi naar Brussel te varen. De vrachtprijs is gezakt, het waterpeil blijft voortaan stabiel.

Wallonië is trots op het Hellend Vlak. Vlaanderen mag dan Brugge hebben met het Begijnhof, Brussel de Grote Markt, maar in Henegouwen zijn de wonderwaterbouwwerken: Ronquières, maar ook de hydraulische scheepsliften op het Canal du Centre bij La Louvière, zo'n twintig kilometer verderop. Unesco heeft er zich inmiddels over ontfermd.

In de catacomben van de roetsjbaan is gepoogd wat meer nostalgische gevoelens op te roepen. Daar is een 'circuit spektakel' over de binnenvaart ingericht: Een schip, een leven. Bezoekers dwalen met een koptelefoon op langs decors van kajuiten, stuurhutten, laadruim, haventjes, schippersbeurs en het café. Poppen spreken, en in het oor ruist geregeld het riet, kwettert het gevogelte en klotst het water gemoedelijk tegen de scheepswand.

Toch moet het de samenstellers worden nagegeven: hier wordt geen propaganda voor het schippersbestaan gemaakt. Afgezien van enkele getuigenissen over het vrije bestaan, hoort de bezoeker in de oorschelp vooral verhalen over de keerzijde. Keihard werken, ijs, mist, vrouwen die manusje-van-alles moeten zijn, eenzame kindertjes op het internaat, benen die afgekneld worden tussen schip en steiger, jawel, hele treinen die vanaf bruggen zo op het dek kunnen donderen. En, leert de geschrokken toehoorder nog, de romantiek is er ook wel zo'n beetje vanaf, tegenwoordig.

Om nog iets te proeven van vroeger tijden zonder op decor aangewezen te zijn, moet je je eerst door wat grauwe buitenwijken van La Louvière begeven en de route des ascenseurs volgen. Dan blijkt, zoals op veel plekken in Wallonië, dat pal achter de rijen sombere gevels, al heel snel de pastorale stilte heerst. Hier scheidt een kruin in het land het bekken van de Maas dat van de Schelde.

Geruis verraadt de nabijheid van de scheepslift van Houdeng-Goegnies, waar zojuist een binnenvaartschip in een bak vijftien meter en veertig centimeter hoger wordt getild. Uit kieren en gaten gutst nog water. Zo gaat dat al vanaf 1888, toen koning Leopold II de constructie inhuldigde.

De lift ziet er met de opengewerkte stalen pijlers ingewikkeld uit, maar de werking is van een fraaie eenvoud. De twee bakken voor de vaartuigen rusten op imposante zuigers, die in cilinders met water zakken. Een flexibel buizenstelsel verbindt de kokers. Het toevoegen van dertig centimeter water, goed voor een gewicht van 75 ton, aan een van de al ruim gevulde bakken is genoeg om het evenwicht te verstoren. De zwaardere bak begint te dalen, de andere komt omhoog.

Verderop zijn er nog drie nagenoeg identieke liften, door de Duitse bezetter in 1917 in gebruik genomen. Vanaf Thieu tot aan Houdeng overbruggen ze samen een hoogteverschil van zesenzestig meter over een afstand van 6700 meter. Ze doen het werk van zeventien sluizen, is bij hun aanleg berekend.

De route des ascenseurs plooit zich naar beneden. 'Nummer vier?' De vrouw achter de buggy in Thieu kijkt niet begrijpend. Nee, daar heeft ze nog nooit van gehoord. Oude lift?

Het verleden in deze gehavende streken is kennelijk te grauw om eraan te hechten. O nee, u moet de nieuwe scheepslift bedoelen! Nee, dan moet u dáár zijn. Ze gebaart naar het eind van de straat, waar een reusachtige luciferdoos boven de huizen uitsteekt. Hier nadert de scheepslift van Strépy-Thieu zijn voltooiing, een nieuw wonderwaterwerk in Henegouwen. Vanaf eind volgend jaar worden op deze plek bakken met vaartuigen aan kabels loodrecht omhoog getrokken. Dat maakt de vier hydraulische liften van rond de vorige eeuwwisseling overbodig. Ze blijven niettemin in werking. 'Voor de toeristen', zegt een machinist, bijna verontschuldigend.

Het Hellend Vlak van Ronquières plus de tentoonstelling 'Een schip, een leven' is nog open tot 31 oktober.

Meer over