De wondere wereld van een verdronken telefooncel

Duiken leer je het beste in Nederland, menen de kenners. Het aantal vissen in de Grevelingen is net zo groot als bij een tropisch rif....

BAS MESTERS

Vissen zijn gewoon vriendelijker dan mensen', zegt de duiker. Vliegend boven Bonaire kijkt hij gelukzalig over zijn schouder uit het raampje. Nog een kwartier en hij zet met zijn vrouw en nog zestig onderwatertoeristen voet aan wal op Divers Paradise.

Morgen zal hij weer ontspannen, want zo vindt hij: duiken spoelt alle stress weg. Al twaalf keer kwam het stelletje naar de Antillen voor een duikvakantie. Bijna lyrisch praten ze over wat ze intussen hebben moeten missen. Vissen, die je begroeten en uit je hand eten. En dan 's avonds in bed, je sluit je ogen en je ziet ze weer op je af zwemmen.

Vijftien jaar geleden nog leek duiken alleen weggelegd voor een stel stoere mafkezen en voor Jacques Cousteau. Als een gewoon mens de weldaad aan kleuren onder water wilde genieten, stemde hij af op een van de documentaires, gemaakt door de Fransman.

Nu springen alleen op Bonaire jaarlijks al bijna dertigduizend duikers in het water. In Egypte aan de Rode Zee zijn het er al 150 duizend, en op de Maladiven duiken jaarlijks 300 duizend vakantiegangers. De onderwatertoeristen maken hun eigen onderwaterfilms en foto's. Stelletjes zweven hand in hand tussen de riffen.

René Huisman van Holdive duikscholen herinnert zich nog hoe exclusief het tien jaar geleden was om duiker te zijn. 'Je kon wel een bordje met je naam en daar onder de titel duiker in je tuin zetten.'

In de beginjaren, voor de oorlog, was duiken iets voor militairen, vertelt Huisman. Cousteau en Hans Hass hebben het uit de militaire sfeer getrokken. Zij zijn de grondleggers van de scuba-diving, het duiken met een duikfles op je lichaam, een selfcontained underwater breezing apparatus. Tot deze uitvinding ademden de duikers onder water met behulp van lange slangen waardoor met pompen lucht vanaf de oppervlakte naar beneden werd geperst.

In Nederland heeft de sport zich vanaf de jaren zestig ontwikkeld. 'In het begin ging ook dat er nog heel spartaans aan toe. Je had een rubber pak dat je met talkpoeder om je lichaam rolde en over je schouders sjorde. De ademautomaten van die tijd ademden nog heel erg zwaar. Om te duiken moest je een ijzersterke conditie hebben, zo was men van mening. Duikers moesten kerels zijn, geen mietjes.

'Maar met het toenemen van het aantal duikers werd het voor de fabrikanten economisch interessanter om in verbetering van de apparatuur te investeren. Daardoor is duiken nu veel veiliger en comfortabeler dan vroeger en hoef je er minder een bikkel voor te zijn.' De spartaanse Aqualong van Cousteau is geëvolueerd tot een makkelijk ademende automaat.

Zo heeft zich een nieuwe wereld voor de sportieve reiziger geopenbaard. Het betaalbaar worden van verre reisbestemmingen betekende een extra stimulans voor de duiksport. Tropische riffen werden bereikbaar. Inmiddels hebben grote touroperators het fenomeen ontdekt en bieden ze duikreizen aan.

Tienduizenden Nederlanders hebben al een duik gemaakt. De meeste van hen leren de beginselen van het onderwaterbestaan in eigen land. Op die manier hoeven ze in de tropen hun tijd niet te verdoen in een donker klaslokaaltje, terwijl honderd meter verderop de mooiste vissen krioelen.

Een cursus bij een vereniging die is aangesloten bij de Nederlandse Onderwatersportbond (NOB) duurt ongeveer acht maanden. Bij Padi-Nederland, dat grossiert in stoomcursussen, is in twee tot drie weken een duikdiploma te halen, na vijf zwembadlessen, vijf theorielessen en vier buiten-water-duiken.

De Nederlandse Onderwatersportbond heeft zestienduizend leden. Padi-Nederland zag het aantal duikers dat een brevet haalde in drie jaar verdrievoudigen van vijftienhonderd tot boven de vierduizend in 1994.

Het valt niet mee om op je zwemvliezen, beladen met een duikfles en zes kilo lood over stenen de zee in te lopen. De kinderen die zwemmen in de branding van Bonaire, zien met plaatsvervangende schaamte hoe de instructeur me bij de arm neemt op weg naar mijn introductieduik. De hele ochtend heeft hij staan oreren over de onderwatertaal van duikers, over drukverschillen op verschillende diepten, over het klaren van mijn oren om scheuren in de trommelvliezen te voorkomen, en over het doorademen om klaplongen te voorkomen - dat ik toch vooral moet doorademen bij het opstijgen om de druk in de longen gelijk te houden aan de omgevingsdruk.

Eenmaal wat verder in het water is het gewicht draaglijker. Het bit kan in. We gaan kopje onder. En ik heb nog steeds lucht. Zelden concentreerde een mens zich meer op zijn ademhaling.

Het voelt als de eerste autorijles. Geen tijd om op het verkeer te letten, te druk met schakelen en gas geven. Het eerste kwartier zie ik geen vis, ook al zwemmen er tientallen om me heen. Te druk met ademen en slikken om de druk van mijn oren weg te krijgen. Tot overmaat van ramp laat de instructeur me niet met rust. Er moet geoefend worden in overleven onder water. Hoe het mondstuk terug te vinden als het uit je mond is gevallen. Niet meteen inademen als je het weer hebt, want dan stromen je longen vol water. Eerst leegblazen en dan inademen met de tong tegen het bit.

Geleidelijk verandert de duikbril in een monitor. Ik blijk lekker te kunnen zweven in het water en word wat rustiger. De eerste privé-onderwaterdocumentaire begint. Een kleurige vis kijkt me onverstoorbaar aan. Wat hem betreft is alles onder controle, van de indringer kijkt hij al lang niet meer op, getraind als hij is.

Zelf ben ik duidelijk wat onwenniger tijdens deze eerste onderwaterontmoeting. Na een half uur kijk ik verlangend naar de lucht tien meter boven me, waarin de palmen nog steeds moeten wuiven. Eenmaal boven zie ik toch weer uit naar de tweede duik. Het dromerige verlangen van de duikers aan wal doet wat minder vreemd aan.

Bonaire is onder duikers bekend als Divers Paradise. Je kunt er met je duikfles aangegespt zo van het strand naar het rif zwemmen, bijna een unicum in de wereld.

De hele infrastructuur is op het eiland aangepast aan het duiken. Overal langs de weg liggen gele stenen die de tachtig duikstekken aangeven. In het water drijven boeien waaraan boten kunnen worden aangelegd. Ankeren is verboden sinds de wateren rondom het eiland in 1979 tot marinereservaat werden uitgeroepen.

Het koraal tot zestig meter diepte rondom Bonaire is beschermd, mede dank zij de inspanningen van Captain Don Stewart, een Amerikaan die aan de wieg staat van het duiktoerisme op Bonaire. Parkwachters controleren zowel boven als onder water of de duiker zich goed gedraagt. Zo mag de onderwatertoerist geen handschoenen aan. Zonder bescherming bedenkt hij zich wel tien keer voor hij het kwetsbare koraal aanraakt. Het kan vuurkoraaal zijn dat een akelig brandend gevoel veroorzaakt.

Volgens Captain Don zijn duikers op Bonaire niet langer de macho's die zich moeten bewijzen of de jagers die moeten doden. 'We zijn geëvolueerd. We hebben ons goed duikgedrag aangeleerd. Milieubewustzijn en veiligheid staan hoog in ons vaandel.' Daarmee loopt Bonaire samen met Australië voorop in het ecoduiktoerisme, zegt ook Jan van Duren een duiker van het eerste uur die werkt aan een voorlichtingsprogramma over het leven op koraalriffen.

Over het algemeen is het volgens Van Duren triest gesteld met de meest populaire koraalriffen in onder meer het Caribisch gebied, de Rode Zee en Indonesië. Speervissen is nog lang niet overal verboden. Veel duikers worden volgens hem te weinig voorgelicht over de kwetsbaarheid van de riffen. Daar zouden de duikscholen meer aandacht aan moeten besteden. 'Een aanraking kan het koraal al voor jaren beschadigen.'

Daarnaast is de aanleg van zandstranden bij hotels een gevaar voor het onderwaterschoon. Als het zand over de koralen slaat, sterft het. Ook bestrijdingsmiddelen en vervuild afvalwater die via rivieren en riolen in zee stromen doen de riffen weinig goed.

'Als er niet snel wat gebeurt, is veel koraal voor langere tijd en mischien voor altijd beschadigd. En dat kan onder meer grote gevolgen hebben voor de visstand, omdat de riffen door veel kustvissen als kraamkamer worden gebruikt.' Goed gereguleerd toerisme zoals op Bonaire is volgens Van Duren een voorwaarde voor het voortbestaan van het koraal. Sommige riffen moeten naar zijn mening helemaal worden afgesloten voor duikers.

Aangetrokken door de schoonheid van het tropische onderwaterland zoeken de meeste duikers het minstens één keer per jaar verderop. Ze bladeren verlekkerd door de twee Nederlandstalige tijdschriften Duiken en Onderwatersport, waarin maandelijks sappige reportages vanuit verre oorden worden gepresenteerd. Ze bezoeken de duikbeurzen en praten erover met duikende vrienden.

De echte freaks kopen ook de Amerikaanse bladen Skindive en Scuba Diving. Met daarin bijvoorbeeld de gids naar 's werelds topwrakken. Tips voor onderwaterfotografie en lekker makende verhalen over de Rode Zee, een relatief goedkope tropische bestemming. Tropische toplocaties als Australië, Indonesië, de Maladiven en het Caribisch gebieden zijn bijzonder in trek. Maar ook de Middellandse Zee heeft haar aantrekkingskracht. Er liggen veel wrakken. Bij Scapflow bij Schotland ligt het Walhalla voor de wrakduikers, een heus oorlogskerkhof met veel wrakken uit de Tweede Wereldoorlog.

Jet, Edward en Ron hebben zich uitgebreid gedocumenteerd voor ze hun reis naar Bonaire boekten. Ze zitten op de veranda van de Caribbean Club wat na te suffen na vier duiken in twee dagen.

Uit hun verhalen blijkt dat duiken geen goedkope sport is. Een simpele uitrusting met een ademautomaat, een manometer, een dieptemeter, een fles, een pak, een duikbril, wat lood om naar beneden te kunnen en zwemvliezen kost drieduizend gulden. De basiscursus duiken kost ongeveer 750 gulden. En de jaarlijkse duikreis komt ook al gauw op 2000 gulden voor een week.

Bovendien blijkt er zoiets te bestaan als het duikersconsumentisme, de drang naar mooier en technisch nog betere spullen. De drie hebben al voor vijf- à zesduizend gulden aan materiaal.

Edwards trots is zijn supersterke onderwaterlamp voor het nachtduiken, die een bundel van negentig graden geeft. Tot zijn spijt heeft hij de lamp thuisgelaten, omdat hij dacht dat hij het apparaat op Bonaire niet kon opladen, vanwege de lage netspanning.

Ron heeft net voor het eerst zijn eigen onderwatercamera gebruikt en bekijkt de afdrukken die hij snel bij een plaatselijke fotograaf heeft laten ontwikkelen. Het blijkt nog niet allemaal te functioneren. Volgens de camera bestaat er onder water maar één kleur: blauw.

Een tafel verderop pocht een Groninger over zijn nieuwste aanwinst, een duikcomputer. Het apparaat heeft net voor hem uitgerekend dat hij morgen nog vijf keer kan duiken, zonder kans te lopen op de verlammende decompressieziekte die ontstaat als je te veel stikstof in je weefsel krijgt en stikstofbelletjes in je bloed komen.

Ook Edward, Ron en Jet beschikken sinds kort over een duikcomputer. Jets volgende doel is een interface waarmee ze de computer op haar pc kan aansluiten. Dan kan ze grafiekjes uitdraaien over het stikstofgehalte in haar bloed.

Maar als het gaat om materiaalverliefdheid spant Edward de kroon. Hij heeft een ademapparaat met vergulde elementen. 'Zo heb ik tenminste wat anders dan de anderen.' Hij lacht wat geschrokken van zijn ontboezeming. 'Dat is het linke van de sport.'

De duikers in de Caribbean Club op Bonaire blijken allemaal gepokt en gemazeld in Nederlandse wateren. Ook die zijn zo slecht nog niet, vinden ze. Alleen het gedrang tijdens de Paas-, Pinkster- en Hemelvaart-weekenden op veel Nederlandse dijken stuit hen tegen de borst. Voor tien liter perslucht, een uur duiken, staan ze dan anderhalf uur in de rij bij het vulstation. Daarna is het aansluiten bij het trapje waarlangs de topzware onderwatertoeristen in de Grevelingen, de Waddenzee of de Oosterschelde verdwijnen.

Uit de berichten in het tijdschrift Duiken blijkt dat de duikers bang zijn dat ze het voor zichzelf gaan verpesten, nu ze met zo velen zijn. Wil de sport overleven, dan moet de vrijbuiterij aan banden. Er wordt een nadrukkelijk beroep gedaan op de zelfdiscipline van de duikers.

In een column dringt de hoofdredacteur van het blad erop aan toch vooral niet in de blote kont op de de dijk te gaan staan om het duikpak aan te trekken. Daar houden de Zeeuwen niet van. Laat staan van zes breed geparkeerde auto's. Ook het opensnijden van visnetten moet achterwege blijven.

Natuurlijk was het vroeger allemaal gezelliger en beter, maar duikinstructeur René Schmetz van Blue Diving in Amsterdam blijft enthousiast over de Grevelingen en de Oosterschelde. Het zicht is erg beperkt, maximaal zeven meter, meestal veel minder. Maar dat is geen probleem. Je moet micro kijken in Nederland, zegt Schmetz. In een tropisch rif zie je mooie waaiers. In Nederland moet je op de vierkante meter kijken. Hij spreidt zijn armen. 'Op dit gebied voor je zie je alles wat er is. Je hoeft niet veel te zwemmen want een paar meter verderop is het hetzelfde. Je ziet krabbetjes, oranje en paarsachtige zeesterren, grote anemonen van smetteloos wit tot fel gekleurd en ook zeenaald, een leuk, plat, smal visje van dertig centimeter.

'De dichtheid van het aantal vissen is in de Grevelingen net zo hoog als bij een tropisch rif. Het stikt hier van de vis. Het verbaast me iedere keer weer. En er is geen gevaarlijk zeedier in de Grevelingen.'

De Waddenzee is populair vanwege de wrakken die er liggen. Schmetz: 'Een wrak heeft charme en veel vissen verzamelen zich rondom een wrak. Het wordt een soort kunstmatig rif.' Om een duikdoel te creëren hebben de duikers verschillende objecten laten afzinken. Een telefooncel in de Slotenplas, een stadsbus in de Vinkeveense Plassen, een Amsterdammertje in de Grevelingen en een omgekeerde halve gastank waar een luchtbel onder zit: het onderwaterhuis waar duikers hun ademautomaat kunnen uitnemen. Schmetz: 'Natuurlijk kun je bussen ook boven water zien, maar het is leuk om te ontdekken hoe zoiets begroeid raakt.'

Helaas, zoals zoveel openbare telefoons boven water is tegenwoordig ook de onderwatertelefooncel vernield. Van de onderwaterbus zijn de ruiten ingeslagen. Ook onder water slaat het vandalisme toe, verzucht Schmetz.

Toch lijkt Edward na een paar dagen wat heimwee te krijgen naar de modderige en kille Nederlandse wateren. Hij schudt zijn hoofd als een stel Amerikanen op een paar meter afstand van zijn avondeten het water induikt. De luxe wordt hem even te veel.

'Hier op Bonaire leer je niet wat echt duiken is. Je wordt hier te zeer in de watten gelegd.' Duikflessen die gevuld en wel klaar staan, water op loopafstand en onderwaterzicht van dertig meter. Het is grote verwennerij.

'Ik let hier alleen op de grote vissen, ik vergeet helemaal naar de kleintjes te kijken. Ik moet me echt dwingen om af en toe tien minuten naar de kleintjes te kijken.' Zoveel overdaad is hij niet gewend. 'Voor mij is een duik geslaagd als ik ook maar één nieuwe vis heb gezien.'

Meer over