De week van de Franse worsteling met vrijheid en broederschap

Als er iets valt goed te maken of er moet een oude band worden aangehaald, dan doet een mooie fles Bordeaux vaak wonderen....

Dus wat had de Franse oud-premier Jean-Pierre Raffarin bij zich toen hij donderdag in Peking zijn opwachting maakte bij president Hu Jintao? Wat overhandigde hij de Chinese leider, met de speciale complimenten van zijn eigen president? Geen fles, ook niet in magnum-formaat, maar een fraai uitgevoerd boekwerk: de Chinese editie van de biografie van Charles de Gaulle door Yves Guéna.

Een geschenk waarop als het ware met grote letters staat geschreven: Frankrijk is niet echt veranderd, Frankrijk is nog steeds het land van Charles de Gaulle, de eerste westerse staatsman die de erkenning van nationalistisch China inruilde voor officiële betrekkingen met het China van Mao Zedong.

Er is een goede reden om aan te nemen dat deze boodschap niet geheel aan dovemansoren is gericht. Gevoel voor continuïteit is sommige Chinese leiders niet vreemd. Toen Tsjoe En-lai ooit werd gevraagd welke historische invloed hij toekende aan de Franse Revolutie, luidde zijn laconieke antwoord: ‘Het is nog te vroeg om daarover iets te zeggen.’

Maar op de Chinese straat is en blijft Frankrijk voorlopig de gebeten hond. In Wuhan en Qingdao staken de afgelopen week boze demonstranten de tricolore in brand. Her en der klonken oproepen voor een boycot van Franse producten. Op het Chinese internet werd met stelligheid beweerd dat de Franse autoriteiten opzettelijk de beveiliging van de olympische vlam in Parijs hadden verwaarloosd.

Dat laatste is natuurlijk onzin. Maar feit is wel dat het Frankrijk van Nicolas Sarkozy een kritischer houding aanneemt tegenover het autocratisch bestuurde China en daarom ook minder ongecompliceerd omgaat met het olympisch sportfestijn dan het geval zou zijn geweest onder Jacques Chirac. In de vorige president had Peking een allerhartelijkste vriend, die Parijs vol hing met Chinese vlaggen en afbeeldingen, die om de haverklap op bezoek kwam met een keur van Franse industriëlen en die zich onbekommerd opwierp als pleitbezorger van beëindiging van het westerse wapenembargo tegen China.

Niet dat de regering-Sarkozy ongevoelig is voor de economische verlokkingen of dat het Elysée plotseling afkerig is geworden van klassieke machtspolitieke afwegingen. Maar het lijkt er waarachtig op dat bekommernis om de mensenrechten een zwaarder stempel drukt op de buitenlandse politiek dan vroeger. Zij het met wisselende overtuigingskracht, en vandaar de Franse slingerbewegingen die de wereld de afgelopen tijd te zien kreeg.

Sarkozy zou alleen naar de openingsceremonie van de Spelen gaan als China aan een aantal specifieke politieke voorwaarden zou voldoen, beweerde zijn staatssecretaris voor de Mensenrechten. Nee, van voorwaarden is geen sprake, rectificeerde minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner. De verdeeldheid over de vraag of Frankrijk op het hoogste niveau moet zijn vertegenwoordigd bij de opening van de Spelen, bleek vervolgens dwars door regeringspartij UMP te lopen. En trouwens ook dwars door de socialistische oppositie, met de Parijse burgemeester Bertrand Delanoë in een markante rol door het ereburgerschap dat zijn stad verleende aan de dalai lama.

Ik vind de Franse worsteling met deze kwestie wel verfrissend en sympathiek. En het feit dat Peking vrijdag een ontmoeting met vertegenwoordigers van de dalai lama toezegde, is een aardige opsteker voor degenen die niet zijn weggekropen na de waarschuwing dat ostentatief misbaar over schendingen van mensenrechten de Chinese leiders alleen maar onbuigzamer zou maken. Maar dit succesje maakt de verbazing er niet minder op dat Europa opnieuw zo weinig aandrang heeft getoond om op dit gevoelige punt te streven naar een gemeenschappelijke benadering. Angela Merkel: heeft al in een vroeg stadium haar eigen plan getrokken. Gordon Brown: gaat naar de slotceremonie vanwege de olympische verantwoordelijkheid van Londen in 2012. Jan Peter Balkenende: kan een nieuwe internationale affaire missen als kiespijn. Yves Leterme: heeft louter oog voor de Vlaamse mensenrechten. Silvio Berlusconi: onvoorspelbaar, maar laat een spektakelstuk niet graag lopen. José Manuel Barroso: vaart zijn eigen, pro-Chinese koers.

Voor een deel manifesteert zich hier domweg de logica van het kippenhok. Maar op de achtergrond speelt ook een verschil van inzicht over het karakter van de mondiale verhoudingen anno 2008. Een verschil van inzicht dat pregnant tot uiting komt in een briefwisseling tussen de ‘neoconservatieve realo’ Robert Kagan en Robert Cooper, naaste medewerker van Javier Solana, in het mei-nummer van het tijdschrift Prospect. De wereld is teruggekeerd naar een ‘normale’ machtsstrijd tussen grote mogendheden, waarbij liberale democratie en autocratie de voornaamste tegenpolen zijn, betoogt Kagan. Oude tegenstellingen blijven een rol spelen, erkent Cooper, maar het totaalbeeld is diverser en we moeten inzien dat, hoewel democratie als ideologie over de beste papieren beschikt, landen tijd nodig hebben om haar zegeningen te tellen. In het scenario-Kagan komt het vooral aan op het organiseren van democratische (tegen)macht. Volgens de lijn-Cooper moet het Westen ervoor waken om landen als China en Rusland voortdurend moreel de maat te nemen.

Meer over