De warboel is ontrafeld

Hij is al 31 jaar, maar Max van Heeswijk heeft het gevoel dat zijn carri pas is begonnen. Bij het Amerikaanse US Postal begrijpen ze dat de Nederlander, morgen een van de outsiders voor Parijs-Roubaix, niet doet en denkt als een doorsnee wielrenner....

Door Marije Randewijk

Van Heeswijk i¿s dit seizoen iemand in het peloton. Collega's kijken naar hem, letten op hem en praten over hem. Maar de renner zelf, goed voor vijf overwinningen, begrijpt het niet goed. Het verwart hem. Hij steekt er niet met kop en schouders bovenuit. En om te kunnen winnen moet voor hem echt alles meezitten.

Soms vraagt hij zich wel eens af hoe het kan dat anderen altijd hogere verwachtingen over zijn loopbaan koesteren dan hijzelf.

Anderen zouden het na zo'n seizoenstart van de daken schreeuwen of een lange neus maken naar hun criticasters. Niet Van Heeswijk. Weet je wat het eerste was dat hij vorig jaar tegen Dirk Demol, ploegleider van US Postal, zei na zijn tweede plaats in de Omloop Het Volk, eigenlijk het begin van zijn wederopstanding? Dirk, ik vind het prachtig dat je me nu de hemel inprijst, maar wees er straks alsjeblieft ook als ik je hulp hard nodig heb.

'Ik ben nog steeds bang dat de mensen die me nu ophemelen, me straks laten vallen als een baksteen', zegt Van Heeswijk eerlijk.

Hij is in zijn leven te hard gevallen om nu al fier en vol zelfvertrouwen overeind te staan. Zijn vertrouwen werd misbruikt en hij liet het gebeuren. Van Heeswijk voelde zich de hond waarmee iedereen speelde. Als hij goed presteerde werd hij geaaid, zodra het even minder ging, werd hij in de hoek geschopt. Dan werden de vooroordelen als zou hij lui en laconiek zijn weer boven gehaald.

Het zijn verhalen die misschien in zijn jeugd op waarheid berustten. Toen hoefde Van Heeswijk weinig te doen om op te vallen. Zijn tweede wielerwedstrijd sloot hij al winnend af. Maar de mensen die nu nog durven beweren dat hij gemakzuchtig is, kennen hem niet.

Hij dacht altijd dat iedereen was zoals hij. 'Ik ben na en te goed van vertrouwen', erkent hij. 'Ik leef bij de dag, het moment. Ik kijk nooit vooruit.'

De mensen die het slecht met hem voor hebben, gunt hij altijd een tweede en soms zelfs een derde kans. Hij houdt niet van ruzie. Vroeger ging hij thuis de conflicten met zijn vader, zijn tegenpool, uit de weg. Die kon hij toch nooit winnen.

Bij US Postal, de ploeg van Lance Armstrong, accepteren ze dat hij anders is. Er wordt naar hem geluisterd, zijn mening telt. Bij de Rabobank, Mapei en Domo raakte het geduld sneller op. 'Ze wilden dat ik binnen een week aan de hoge verwachtingen voldeed. Daar werd ik toch voor betaald? Zo werkt het bij mij niet.

'Ik ben onderaan de ladder begonnen en elk jaar ga ik een stapje omhoog. Ik heb eerst bevestiging nodig, daarna komt de overtuiging. Ik zit nu pas op een kwart van de ladder, langzaam klim ik naar de top.'

Van Heeswijk stond er nooit bij stil dat hij wielrenner van beroep zou worden. Hij was voorbestemd zijn vader op te volgen als autohandelaar. De kans dat hij prof zou worden was zo klein, hielden zijn ouders hem voor. 'Ze zijn altijd voorzichtig met me omgesprongen. Veel mensen vonden dat lastig. Maar ze zeiden gewoon: Max is goed, maar we willen hem graag goed houden.'

Jaren heeft Van Heeswijk gedaan of hij net zo was als zijn collega's. Hij hield zichzelf voor de gek. 'Als ze allemaal in het water springen, wordt verwacht dat je meespringt. Dat wil ik niet meer. Ik ben anders, ik heb tijd nodig. Ze moeten met me bezig, ze moeten me vertrouwen. Ik ben geen voorwerp dat je koopt en waarmee je succes verzekerd is.'

Hij groeit bij een schouderklopje en krimpt ineen bij een scheldkanonnade. Bij de vaststelling dat hij misschien niet het karakter van een topsporter heeft, kijkt hij verontwaardigd. Waarom moet iedereen hetzelfde zijn? Hij is tenminste geen huichelaar.

Zo is hij opgevoed. Hij heeft een lief karakter. Dat komt omdat hij een moederskindje is, bekent Van Heeswijk. Hij was hecht met zijn ouders, overal gingen ze in de zelfgebouwde camper naar toe. Ze waren zo met elkaar verbonden dat het uiteindelijk wel mis moest gaan. Met zijn vrouw kon hij niet het leven leiden dat hij wilde, voornamelijk omdat zij niet door zijn ouders werd geaccepteerd.

Na de Tour van 2001 raakte Van Heeswijk in een depressie. 'Psychisch zat ik helemaal in de knoop. Met mijn ouders wist ik me geen raad. Ik zat voortdurend tussen twee vuren, zo kun je niet leven. Ik wilde het voor iedereen goed doen, dat gaat niet. Fietsen was niet belangrijk, ik wilde weer een beetje gelukkig worden.'

Hij verhuisde, op aanraden van Patrick Lefevere, van Limburg naar Belgim afstand te kunnen nemen. Het is voor hem het belangrijkste bewijs dat hij alles voor zijn sport over heeft. 'Ik wilde redden wat er nog te redden viel. Daarvoor moest ik met mijn ouders breken. Wielrennen was alles voor mij, en mijn gezin had rust nodig. In Limburg trainde ik altijd alleen, daar had ik zoveel tijd om te piekeren dat ik niet eens meer durfde te fietsen. Ik blokkeerde.'

Van Heeswijk bezocht een psycholoog om de warboel in zijn hoofd op orde te brengen. Hij vroeg Lefevere, de manager van Domo en de man die hij als een tweede vader zag, om begrip. Hij kreeg het in woorden, niet in daden. Omdat Van Heeswijk drie maanden niet fietste, kreeg hij geen salaris.

'Ze hebben me ontslagen omdat ik de medicijnen van de ploeg niet wilde nemen. Lefevere wilde dat ik aan de Prozac ging. Ik was ertegen. Ik wil geen medicijnen om mijn problemen op te lossen. Waar eindigt het dan? Voor je het weet ben je verslaafd.'

Eigenlijk, vindt Van Heeswijk, zou elke professionele wielerploeg een psycholoog in dienst moeten nemen. Renners moeten leren praten. 'Vroeger dacht ik ook: als de benen goed zijn, is het hoofd goed. Zo werkt het dus niet. Het is juist andersom, maar het wordt vaak ontkend. Er zijn veel jongens in het peloton met problemen. Het leidt tot echtscheidingen, ruzies en zelfs tot zelfmoord. Dit is een harde wereld.'

Van Heeswijk zegt dat hij er wel tegen kan. Hij heeft zijn dieptepunt gehad. De breuk met zijn ouders is hersteld. Hij is er mentaal sterker uitgekomen, volwassener vooral. Het heeft zijn ogen geopend. 'Het gaat nu aardig, maar ik ben er nog niet. Ik heb nog niets moois gewonnen. Maar het komt wel steeds dichterbij. Ik heb het gevoel Parijs-Roubaix te kunnen winnen. Zijn er meer mensen die dat denken? Echt?!'

Meer over