Interviewhoogleraar Water en Klimaatrisico

‘De Waddenzee kan verdrinken’, zegt hoogleraar na rapport over zeespiegelstijging

Wat betekent een zeespiegelstijging tot wel 1,2 meter voor een land dat zich nu al voor de helft onder zeeniveau bevindt? ‘We kunnen veel technisch oplossen, maar er is een limiet’, waarschuwt Jeroen Aerts, hoogleraar water en klimaatrisico aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

De stormvloedkering in de Oosterschelde.  Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
De stormvloedkering in de Oosterschelde.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Welke problemen kunnen ontstaan als de zeespiegel zo snel stijgt?

‘Ik noem er vier. Het zoute water zal in toenemende mate de polders in stromen, waardoor het grondwater zouter wordt. Dat gebeurt nu al, maar het zal erger worden, met verstrekkende gevolgen voor de landbouw en voor de drinkwatervoorziening.

‘De Waddenzee kan verdrinken. Als de aanzanding niet snel genoeg gaat, verdwijnen de zandplaten onder water. De vogels, de zeehonden die daar rusten: die lopen dan gevaar.

‘We hebben ook een probleem met het IJsselmeer. Nu stroomt het water daar bij eb vanzelf de zee in. Maar als de zeespiegel stijgt, hebben we enorme pompen nodig om al dat water de zee in te krijgen. Of we moeten het IJsselmeer mee laten stijgen. Maar dan moeten alle dijken ook hoger worden. Dat kan wel, maar het kost heel veel geld en ruimte.

‘Ten slotte de stormvloedkeringen. Die zijn niet berekend op zeespiegelstijging. We moeten ze eerder vervangen. Ook dat is heel prijzig.’

null Beeld

Maar het is dus niet zo dat we land moeten prijsgeven aan de zee?

‘Ik denk dat we best een eind komen als we doen wat we tot nu toe deden: zand opspuiten voor de kust, dijken ophogen. Maar er is een limiet. Bij een zeespiegelstijging van anderhalve meter moeten we aan vergaande oplossingen denken.

‘Misschien moeten we een tweede dijk om de kust leggen. Of een ring van eilanden, om te beginnen. Er ontstaat dan een binnenmeer. Dat kun je laten verzoeten, zodat je het zoute water weghoudt van de agrarische gebieden.

‘Een andere optie is om de rivieren mee te laten stijgen met de zee. Maar dan moeten alle rivierdijken ook omhoog, over honderden kilometers. Dat is een gigantische operatie, hartstikke duur en ook niet gemakkelijk uitvoerbaar. Niet overal is ruimte voor een extra grote en dikke dijk.’

Zijn dat serieuze ideeën: eilanden voor de kust, een heel nieuw binnenmeer maken waar nu de Noordzee ligt?

‘Ja, hier wordt wel over nagedacht. Ik ben ook betrokken bij het Deltaprogramma, en heb al honderden plannen in deze richting voorbij zien komen. Van dit soort creativiteit moeten we het hebben.

‘Tegelijkertijd denk ik dat er ook andere vergezichten nodig zijn. Hoe moet Nederland er over 50 of 80 jaar uitzien? Ik verbaas me erover dat er nu weer massaal woningen worden ingetekend in de buurt van de grote steden: in laaggelegen gebieden, met een groot overstromingsgevaar. Ik zou wel willen weten wat de visie daarachter is.’

Het KNMI verwacht ook zwaardere buien in de zomer. Krijgen we straks ieder jaar overstromingen, zoals nu in Limburg?

‘Elke zomer, dat is wel heel vaak, maar we krijgen wel meer met wateroverlast te maken. Kelders en tunnels zullen vaker onderlopen. In het verleden zijn oogsten zoals die van aardappels mislukt door veel neerslag; dat kan in de toekomst vaker gebeuren.

‘De overstromingen in Limburg hadden we totaal niet zien aankomen. We hadden nooit verwacht dat er zo’n hoge waterstand in de rivieren zou komen. Maar dit laat ook zien dat zelfs de extreemste scenario’s niet extreem genoeg zijn. Dat geldt ook voor de zeespiegelstijging.’

Jeroen Aerts, hoogleraar water en klimaatrisico aan de VU Amsterdam.  ‘De overstromingen in Limburg laten zien dat zelfs de extreemste scenario’s niet extreem genoeg zijn.’ Beeld Jeroen Aerts
Jeroen Aerts, hoogleraar water en klimaatrisico aan de VU Amsterdam. ‘De overstromingen in Limburg laten zien dat zelfs de extreemste scenario’s niet extreem genoeg zijn.’Beeld Jeroen Aerts
Meer over