De waanzinnige is geen wildeman

De patiënten van het psychiatrisch ziekenhuis Vincent van Gogh in Venray hadden er toch wat moeite mee. Twee enorme billboards flankeren de ingang van hun rustieke park, met daarop hét stereotiepe beeld van de krankzinnige: een schreeuwende, verwilderde man met baard....

Toch, als entree voor een tentoonstelling over hedendaagse kunst en psychiatrie, heeft het wel wat. Het legt een link naar het begin van een lange traditie van kunstenaars op onderzoek in het krankzinnigengesticht. De Goya schilderde begin negentiende eeuw inderdaad die bebaarde woestelingen. Subtieler werd het al bij Géricault, die in dienst van de opkomende psychiatrie de kenmerken van de waanzin op het gezicht zocht.

De kunst op de tentoonstelling De Waan is dan wel compleet anders, maar de invalshoek niet. Ook hier treden de kunstenaars op als beschóuwers van de waanzin. De Waan is daarmee tegengesteld aan de meer geijkte invalshoek van vermenging van kunst en geestesziekte. Hier dus geen Van Gogh-achtige romantiek over 'kunstenaars die ook een beetje gek zijn'. En ook geen variatie op Art Brut met creaties van geesteszieken.

Zeventien internationale kunstenaars, onder wie bekende namen als Atelier van Lieshout, Marina Abramovic en Yang Shaobin, werkten twee weken lang op het terrein. Ze werden uitgenodigd omdat het oude instituut wordt afgebroken. Om een eeuw psychiatrisch verleden in Venray te gedenken is de flink gesubsidieerde manifestatie De Waan georganiseerd, waarvan de kunsttentoonstelling de kern vormt.

De Waan is in feite een confrontatie tussen de hedendaagse kunst en de oude psychiatrie. De installatiekunstwerken bloeiden op tussen de vroeg twintigste-eeuwse medische gebouwen, uit de tijd dat een kerk nog naast de snijkamer stond, het moralisme naast de wetenschap. Toen de patiënten nummers waren en de kale leefruimtes grijs geverfd.

De kunstenaars schrokken, of gingen als kinderen op ontdekkingstocht. En dat doet het publiek nu ook weer. Met een plattegrond loop je over het terrein, en stapt dan bijvoorbeeld de snijkamer in, waar Krien Clevis hersenscans heeft geprojecteerd boven de oude snijtafel. Of je stuit op de volledig uit zeep opgebouwde kamer van Jinram Kim: het reinigingsideaal van de psychiatrie tot in het uiterste doorgevoerd. Alles is wit, ruikt fris, maar het boenen van de zeepvloer vervormt wel de structuur van die vloer.

De beeldtaal op De Waan is duidelijk, verwijst naar grote existentiële gevoelens, en schiet soms dus door richting overdadig symbolisme. Andreas Hetfeld verbeeldt de waanzin door boven een nauwe schacht luidsprekers op te hangen, die af en toe in gedonder uitbarsten. Reinier Kurpershoek maakte geknakte kruizen als herinnering aan de overleden patiënten. Prettiger is dan Ulay, die de twintigste-eeuwse medische portrettraditie omkeert: niet de geijkte foto's van moeilijk kijkende geesteszieken, maar hij liet de patiënten zélf portretten maken.

De fantasie blijft geprikkeld, niet alleen door de prachtige locatie, maar ook dankzij die kunstenaars die niet wegzinken in voorspelbare ernst. Bij Abramovic' video van zwijgende mannetjes met puntmutsen in een boot valt er zelfs veel te lachen. Matthieu Knippenbergh gebruikt levende vliegen als materiaal, maar doet er méér mee dan alleen maar verval te tonen. Niet zijn hoofdwerk - een lange stinkende gang waarin vliegen krioelen - is treffend, maar wél een foto waarin hij naakt en onder de vliegen aan een oud bureau zit te schrijven. In volmaakte rust.

De kunst is het sterkst als ze samenvloeit met de ruimte tot één sterk beeld, zonder opgelegde emotie. Zoals Shaobins' hardroze agressieve beelden in de meditatieve kloostertuin.

Negen van de kunstenaars zullen permanente kunstwerken maken voor op de rotondes rondom het dorp. Volgens het subsidieplan moet het 'eigenwijze' kunst worden. Maar tot dusver zijn de meeste voorstellen afgewezen. Na de confrontatie met de psychiatrie moeten de kunstenaars nu dus in dialoog met het gemeentelijke 'gezonde verstand'.

Meer over