Analyse

De VVD stevent af op een eclatante overwinning, dus Ruttes grootste zorgen liggen na 17 maart

 Sigrid Kaag (D66) en Mark Rutte (VVD) tijdens het NOS Radiodebat, eind februari. Beeld Remko de Waal / ANP
Sigrid Kaag (D66) en Mark Rutte (VVD) tijdens het NOS Radiodebat, eind februari.Beeld Remko de Waal / ANP

Na de meest zorgeloze verkiezingscampagne uit zijn 15-jarig partijleiderschap, doemt de echte uitdaging voor VVD-lijsttrekker Mark Rutte pas na de verkiezingen op. Voor de doorstart van zijn premierschap heeft hij waarschijnlijk weer drie of zelfs vier coalitiepartners nodig, maar die kunnen voor die samenwerking niet allemaal bij voorbaat rekenen op enthousiasme in hun achterban.

Ook na drie weken intensieve campagne stevent de VVD nog steeds onbedreigd af op een eclatante verkiezingsoverwinning, blijkt uit het slot van het verkiezingsonderzoek dat I&O Research deed in opdracht van de Volkskrant. Twee dagen voor de opening van de eerste stembussen gaapt in de zetelpeiling van I&O nog altijd een groot gat tussen de VVD en de belangrijkste uitdager, Geert Wilders’ PVV. En hoewel slechts 31 procent van alle kiezers al een vaste keuze heeft gemaakt, geldt dat al voor 44 procent van de potentiële VVD-kiezers. Alleen de SGP-achterban (50 procent zeker) is vastbeslotener. Alle andere kiezers kampen met meer twijfels.

Hoe die VVD-kiezers na 17 maart verder willen, is ook duidelijk. Het CDA is onder hen veruit de meest gewenste coalitiepartner, gevolgd door D66 en de ChristenUnie. Als die partijen genoeg zetels leveren voor een Kamermeerderheid, mag Rutte van zijn eigen kiezers de doorstart van zijn demissionaire kabinet gaan regelen.

D66-kiezers willen linksaf

Ook voor de kiezers van CDA en ChristenUnie is dat een prima optie. Een probleem ontstaat echter bij D66, dat de eigen kiezers de andere kant op ziet gaan: die hebben een uitgesproken voorkeur voor GroenLinks en de PvdA als partners. VVD en CDA accepteren ze ook – hoewel de VVD in aanzien is gedaald – maar na vier jaar regeren met de ChristenUnie vinden de Democraten dat nu wel mooi geweest. Voortzetting van de huidige coalitie heeft de voorkeur van slechts 3 procent van de D66-kiezers. Veel liever hebben zij PvdA of GroenLinks erbij in plaats van de ChristenUnie.

De liefde vanuit D66 jegens de achterbannen van PvdA en GroenLinks is geheel wederzijds. Die kiezers willen het allerliefste samen regeren en D66 volgt in beide gevallen meteen daarna. Progressieve blokvorming kwam onder de partijleiders niet op gang voor de verkiezingen, maar is onder hun kiezers dus springlevend. GroenLinksers en PvdA’ers zouden liefst ook helemaal zonder de VVD regeren. Een vijfpartijencoalitie van CDA, PvdA, D66, GroenLinks en SP is onder hen het populairst. Dat geldt ook voor de SP-kiezers.

Die stemming werpt z’n schaduw vooruit over de aanstaande kabinetsformatie. In het Torentje wordt het woensdagavond spannend bij het tellen van de stemmen, zeker nu CDA en D66 ook volgens dit onderzoek zijn verwikkeld in een strijd om wie Ruttes grootste potentiële coalitiepartner wordt. Als D66 na 17 maart als eerste in beeld komt, zal die partij er alles aan gaan doen om de ChristenUnie in de coalitie te vervangen door GroenLinks of de PvdA.

Tekst gaat hieronder verder

null Beeld

Een extra complicerende factor is dat die twee partijen hun kiezers hebben beloofd dat ze niet zonder een andere linkse partij in een coalitie zullen stappen. Dat kan Rutte gaan confronteren met een progressief blok waar hij lastig omheen kan. Als het CDA met voorsprong de grootste junior-partner wordt, stijgen de regeringskansen van de ChristenUnie juist aanzienlijk. Dan moet D66-lijsttrekker Kaag oppassen dat ze haar plek aan tafel niet verliest aan PvdA en Groenlinks, die onder de ChristenUnie-achterban veel populairder zijn.

Het Kaag-effect

Dat het nog spannend lijkt te gaan worden tussen CDA en D66 is het voornaamste effect van de verkiezingscampagne tot nu toe. Sigrid Kaag heeft met Lilianne Ploumen (PvdA) en Liane den Haan (50Plus) de grootste sprong in naamsbekendheid gemaakt. Bovendien vinden inmiddels veel meer kiezers haar een ‘echte leider’ en vinden ook veel meer mensen dat ze ‘een goede visie’ heeft voor de toekomst van het land en dat ze ‘begrijpt wat er leeft onder gewone mensen’.

Op die punten staat zij inmiddels gelijk met CDA-lijsttrekker Hoekstra, die daarin gedurende de campagne geen progressie en hier en daar zelfs achteruitgang heeft geboekt. Bijna net zoveel mensen vinden Kaag inmiddels even ‘betrouwbaar als minister-president’ als Hoekstra. Rutte zelf heeft daarin iets ingeleverd maar ligt nog altijd eenzaam aan kop.

Tekst gaat hieronder verder

null Beeld

‘ Kaag heeft in de debatten goede zaken gedaan', stelt I&O-onderzoeker Peter Kanne vast. ‘Voorafgaand aan het RTL-debat vonden veel mensen haar afstandelijk en elitair. Onder andere dankzij haar optredens daar en in het Pauw-debat heeft ze gewonnen aan premierwaardigheid én heeft ze een menselijker gezicht gekregen.’

De andere verrassing van de campagne – de opkomst van de pan-Europese partij Volt – gaat intussen juist ten koste van Kaags positie. 5 procent van de D66-kiezers uit 2017 zegt nu van plan te zijn op Volt te gaan stemmen. Die partij profiteert ook van 4 procent overstappende kiezers die eerst bij GroenLinks zaten.

Verantwoording

I&O-onderzoekers Peter Kanne en Milan Driessen voerden dit representatieve onderzoek uit van 5 tot 8 maart onder 2.576 Nederlanders van 18 jaar en ouder. De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017.

Meer over