De vrijheid is er met de gelijkheid vandoor gegaan

De Paarse coalitie werd een pragmatisch samengaan, terwijl het ook een inspirerende verzoening had kunnen zijn van de kinderen van de Franse Revolutie, meent Peter Brusse....

Peter Brusse

Wellicht wordt het tijd voor de sociaal-democraten om ook eens op het middenveld te gaan kijken HENDRIK Jan Schoo (Forum, 31 juli) roept de sociaal-democraten op 'de verheffing van het volk' weer op de agenda te plaatsen. Bas van Stokkom (Forum, 13 september) pleit voor een nieuw 'beschavingsoffensief' en Kees Schuyt (Forum, 13 september) vreest dat wij door het liberale nuttigheidsdenken 'de democratie uit onze handen laten vallen'.

Die zorgen over de teloorgang van het sociaal-democratische gedachtengoed, toont weer eens aan dat de PvdA er nooit in is geslaagd het paarse avontuur te onderbouwen met een visie, laat staan een ideaal. Paars werd een pragmatisch samengaan, terwijl het toch ook een inspirerende verzoening had kunnen zijn van de kinderen van de Franse Revolutie. De liberalen gaven Nederland de eerste sociale wetten; de liberale burgerplicht leidde tot het Paleis van Volksvlijt, het Concertgebouw en de aanleg van het Vondelpark in Amsterdam.

Daarna is het fout gegaan en kwam de splitsing. Het woord liberaal werd in linkse kring een scheldwoord, terwijl in de Angelsaksische wereld 'liberals' gelden als progressief en vernieuwend. Als de sociaal-democraten wat nieuwsgieriger waren geweest, dan hadden ze zelfs wat van hun gading kunnen vinden bij de grondlegger van het liberalisme, Adam Smith. De schrijver van The Wealth of Nations prijst winstbejag en zelfzucht weliswaar aan, maar wijst de koopman ook op zijn burgerplichten, de solidariteit. Smith vindt dat een sterke staat moet waken over zijn burgers. Ja, hij gelooft in een hechte samenleving.

Niet geheel ten onrechte is de PvdA ervan beschuldigd in de paarse coalitie te veel nadruk op vrijheid te hebben gelegd. Dat moest wel, omdat de twee andere grondbeginselen van de Franse Revolutie, gelijkheid en broederschap, ernstig waren aangetast.

De verzorgingsstaat was vastgelopen en had eind jaren tachtig in plaats van gelijkheid en solidariteit inflatie, werkloosheid en fraude gebracht. De ontgoocheling was wreed en traumatisch. Met pijnlijke bezuinigingen, privatisering en controle op tandenborstels wisten Lubbers en Kok het tij te keren.

Nu hebben we het nog nooit zo goed gehad. Het geld kan niet op. Maar het woord gelijkheid verdween uit het vocabulair. De rijken worden rijker, de armen armer. Krijgen we Amerikaanse toestanden?

'Nee,' zegt Klaas Groenveld, directeur van de Teldersstichting (VVD). 'Het gelijkheidsbeginsel is niet verdwenen. De Nederlander is gehecht aan de verzorgingsstaat'. Opiniepeilingen bevestigen het. Ook de VVD-stemmer wenst geborgenheid, zekerheid en geen te grote inkomensverschillen.

Van sociaal-democraten mag meer worden geëist - gelijkheid en solidariteit raken de kern van hun bestaan. Maar hoe kun je het in ere herstellen? Weinigen koesteren nog het ideaal van de egalitaire maatschappij. Het is te geestdodend. Gelijkheid, zo is de algemene mening, is het scheppen van gelijke kansen.

Met name de aanhangers van de Derde Weg worstelen met het probleem. Anthony Giddens, de belangrijkste denker op dit terrein in Engeland, zegt dat sociaal-democraten zich goed moeten realiseren dat gelijke kansen ongelijkheid creëren: de een grijpt de kans, de ander niet. De emancipatie van de vrouw heeft tot gevolg gehad dat er meer vrouwen onder de armoedegrens verzeild zijn geraakt.

Giddens meent dat een zekere ongelijkheid nodig is om mensen aan te sporen hun talenten te gebruiken. De verzorging van wieg tot graf ontneemt de lust tot werken. Het grote goed van het beginsel van gelijke kansen is, volgens hem, de mogelijkheid tot meer sociale en culturele diversiteit. Ieder is vrij zijn leven naar eigen keuze in te richten.

Hij gelooft in herverdeling, niet als doel, maar om nieuwe generaties gelijke kansen te garanderen. En om te helpen wie niet mee kan komen. Solidariteit betekent dat niemand 'uitgesloten' mag worden. Niet alleen aan de onderkant van de maatschappij, maar ook aan de top. De overheid moet er voor zorgen dat onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid zo goed zijn dat de rijken zich betrokken blijven voelen. Een stad zonder rijken verloedert. Hun betrokkenheid behoort meer te zijn dan het betalen van belasting.

De Amsterdamse hoogleraar politieke theorie Jos de Beus is vooral in Giddens geïnteresseerd omdat hij probeert via de menselijke waardigheid en de kwaliteit van het leven tot een klasseloze maatschappij te komen. 'Giddens is als Joop Den Uyl op zoek naar het menselijk geluk.'

De Amerikaanse Derde Weg-socioloog Amitai Etzioni stelt het 'streven naar geluk' ook centraal. 'De grote herverdeling van goederen kan in een democratische maatschappij niet worden afgedwongen.' Als je het toch probeert, schaadt dat de economie. Geluk ontstaat niet door geld, maar door betrokkenheid bij de samenleving: het gezin, de kerk, de buurt, het werk, het verenigingsleven. Kortom, het maatschappelijk middenveld van de christen-democraten, de civil society, die de vier sociaal-democratische premiers (Blair, Kok, Schröder en Persson; Forum, 6 september) ook propageren. Schuyt sprak hierover zijn verwondering uit en vreest dat de 21ste eeuw de eeuw van de grote ongelijkheid wordt. Immers, ook de christen-democraten wilden wel sociaal zijn, maar gaven tegelijkertijd ruim baan aan ongeremd kapitalisme.

De Derde Weg heeft inderdaadveel meer christen-democratische trekjes dan men zich in Nederland realiseert. Zo zoekt Etzioni een evenwicht tussen staat, markt en middenveld, met het accent op het laatste.

Schuyt heeft weinig fiducie in dat middenveld. Hij ziet vooral erosie, omdat op steeds meer terreinen het smalle en eenzijdige nuttigheidsdenken wordt gehanteerd. Etzioni erkent dit probleem en zegt dat het management-denken uit den boze moet zijn bij thuiszorg of armoedebestrijding. En hij meent dat de gemeenschap, de buurt, veel menselijker en mensgerichter kan handelen dan de overheid met zijn anonieme bureaucratie. Hij gelooft in het vrijwilligerswerk, het helpen van anderen, dat volgens hem in Amerika beter is ontwikkeld dan in Europa, maar hij prefereert de wederkerigheid, het helpen van elkaar, op niet-financiële basis.

Solidariteit kan volgens Etzioni niet meer door de overheid worden opgelegd. In de moderne maatschappij met zijn diversiteit aan culturen is de burger veel minder bereid hoge belasting te betalen.

Solidariteit, sociale cohesie, moet vooral groeien vanuit de gemeenschappen die als Olympische ringen met elkaar verbonden zijn: de homo's, de katholieken, de etnische minderheden, de ouders van schoolgaande kinderen. Zij hebben hun eigen cultuur, maar, denkt Etzioni, als deze gemeenschappen aanvaard zijn in de samenleving, wil men elkaar bijstaan. Rijke scholen zullen arme scholen steunen.

Aan de wetten van de vrije markt wil Etzioni vrijwel niet tornen en hij beseft dat de omslag naar een samenleving waar het immateriële boven het materiele wordt gesteld, een grote culturele ommezwaai vergt. Evenmin als de vier premiers in hun pleidooi voor burgerinitiatieven, is hij vrij van zweverige taal. Maar hij levert een interessante bijdrage aan het debat over wat de een 'verheffing van het volk', de ander 'civilisatie' of 'beschavingsoffensief' noemt.

Wellicht wordt het tijd voor de sociaal-democraten om na de ontdekking van de markt, in de volgende fase toch eens, ter wille van de solidariteit en het geluk, te gaan kijken op het middenveld.

Meer over