De vraaihaaid heeft de salons gehaald

De vierde maai' sprak Trijntje Oosterhuis voor de radio en ook veel andere Nederlanders laten de laatste tijd hun klinkers glijden....

Op de radio spreekt de presentatrice haar gast aan. Goeiemiddag meneer Van Eijk', klinkt het. Dr. Jan Stroop stelt zijn computer in: het apparaat neemt de spraak van de radio rechtstreeks op. Behendig snijdt Stroop goeiemiddag meneer Van' en de slot-'k' van het geluidsfragment af, zodat hij alleen de ei'-klank uit Eijk' overhoudt.

Dan keert hij de opgenomen ei' om, en speelt hem achterstevoren weer af. Jà', klinkt het, in plaats het te verwachten jè'. Strikt genomen zei de presentatrice dus Aijk' in plaats van Eijk'.

Deze truc met de achterstevoren afgespeelde ei'-klank noemt Stroop zijn lakmoesproef' voor Poldernederlands. De proef is ook te vinden op zijn website. Daar worden de ei' van voormalig PvdA-voorzitter Marijke van Hees en die van nieuwslezer Henny Stoel omgekeerd. Stoel zegt keurig jè'. Van Hees laat daarentegen een duidelijk jà' horen. Daarmee is Van Hees voor Stroop een spreker van het Poldernederlands.

Taalkundige Jan Stroop, sociolingui st en dialectoloog, neemt op vrijdag 3 oktober afscheid van de Universiteit van Amsterdam. Hij wordt in oktober 65 jaar. Stroop verwierf bekendheid als naamgever van het Poldernederlands, waarover hij de afgelopen jaren veelvuldig sprak voor radio en televisie.

De uitspraak van het Nederlands verandert voortdurend, zij het zeer langzaam en geleidelijk. Wij spreken niet meer zoals Rembrandt, en zelfs de spraak in films uit de jaren zestig klinkt al gedateerd. Dialectologen, fonetici en sociolingui sten onderzoeken onze uitspraak en de veranderingen erin.

Daardoor is het een bekend gegeven dat veel Nederlanders de ei' al lange tijd uitspreken als aai': in dialecten van Groningen tot Limburg, van West-Friesland tot Zeeland. Daarmee hoort die aai' dus van oudsher tot plat' Nederlands. Wat Stroop zegt, is dat die voorheen platte aai' nu ook oprukt in de standaardtaal, in netjes' Nederlands. Volgens hem zijn jonge, behoorlijk opgeleide vrouwen uit de hogere middenklasse de voortrekkers in de acceptatie van deze uitspraak, en in het zelf actief toepassen ervan.

Stroop kwam voor het eerst met die stelling in 1997, toen hij zangeres Trijntje Oosterhuis hoorde in een radiospotje ter gelegenheid van de Dodenherdenking. Daarin had ze het over de vierde maai' en over vraaihaaid'.

Niet het feit dat Oosterhuis zo sprak verbaasde Stroop, maar het gegeven dat haar uitspraak kennelijk niet als dialectisch werd ervaren, maar als aanvaardbaar Nederlands. Sindsdien viel hem deze uitspraak in de media vaak op, vooral wanneer jonge vrouwen aan het woord waren.

Stroop concludeerde daaruit dat de norm voor wat netjes Nederlands wordt gevonden, bezig is te veranderen. Omdat hij die constatering deed op het moment dat in de politiek het Poldermodel hoogtij vierde, noemde hij deze uitspraakverschuiving gekscherend Poldernederlands'. Op den duur zal die aai' de ei'-uitspraak vervangen in de standaardtaal in heel Nederland, aldus Stroop.

De aai' is een voorbeeld van de neiging van veel sprekers om de onderkaak te laten zakken, de mond ver open te doen bij het uitspreken van tweeklanken en lange klinkers. De ei' wordt zo aai', de ou' wordt aau' (als in Waauter Bos'), de ui' wordt au' ('autspraak'). Maar ook: de lange ee' van leven' gaat op deze manier richting ei' ('leiven) en de oo' van boot' gaat open, met boowt' of zelfs baowt' als resultaat.

Allemaal elementen van het Poldernederlands, dat de huidige algemeen geaccepteerde standaardtaal zal vervangen, meent Stroop. Zelf spreekt hij met een stevig West-Brabants accent. Hij heeft een rol-'r', en roept voilà' wanneer hij een stelling bewezen acht, waardoor hij verraadt dat zijn wiegje vlakbij Vlaanderen stond.

Een deel van de taalkundige wereld vindt dat Stroop een aardig item bij de kop heeft. Onderzoekers in Nijmegen en Leiden constateren dat proefpersonen feilloos het echte ABN pikken uit luistertoetsen, maar dat ze volgens ei-DE VOLKSKRANT

gen zeggen ook Poldernederlands kunnen waarderen. En dat ze desgevraagd aangeven dat ze zelf best Poldernederlands willen spreken. Vooral jonge vrouwen blijken er gevoelig voor.

Stroop: Het wezenskenmerk van Poldernederlands is dat het voortkomt uit de onbewuste behoefte juist géén perfect ABN te spreken. Men spreekt de ei' expres nonchalanter uit. Zo kom je vanzelf in de richting van een aai'. Ik definieer Poldernederlands dus in zekere zin negatief: want er is nog geen nieuwe norm voor hoe de standaardtaal precies moet klinken.

Je hoort ook nog veel onderlinge variatie tussen mensen die Poldernederlands spreken. Nieuwslezer Sacha de Boer zit ertussenin, die zegt geen ei', maar ook nog geen aai'. Er zijn mensen bij wie je nog nauwelijks hoort dat ze richting aai' gaan, anderen spreken die tweeklank zo zwaar uit dat hij bijna klinkt als de langgerekte aai' van fraai'. Maar je hoort het hoe dan ook meteen als mensen die ABN-'ei' niet willen spreken.'

Willen, benadrukt Stroop; Poldernederlands is namelijk een vorm van zich afzetten tegen de norm. Onbewust wil men niet spreken zoals Adriaan van Dis: ABN wordt bekakt gevonden.'

Er valt in de taalkundige wereld ook forse kritiek te beluisteren op het Poldernederlands-verhaal. Zo vindt men dat Stroop de vondst claimt van een inderdaad wijd verbreide klankverschuiving die evenwel al eerder door anderen is beschreven. Tuurlijk', beaamt Stroop, hijzelf is de eerste om de dialecten aan te wijzen waarin de aai' van oudsher voorkomt. Maar tot de jaren zestig is er van die aai' geen sprake in de nette standaardtaal.'

Waar het hem om gaat is dat het Poldernederlands geen lokaal dialect is dat wordt beoordeeld als plat-Nederlands: maar dat het over heel Nederland verspreid raakt, en bovendien wordt geaccepteerd als standaardtaal. Die constatering, de acceptatie van de aai', deed hi j als eerste, stelt Stroop.

Ander punt van kritiek: Stroop baseert zijn theorie op een beperkt aantal eigen opnames van sprekende vrouwen op radio en televisie. Ik heb geen theorie, ik constateer feiten', repliceert Stroop. Ik ben waarnemend sociolingui st. Ik constateer, schrijf mijn observaties op. Ik luister heel systematisch. En er is door niemand een luistertest gedaan die weerlegt wat ik zeg. Je kunt wel zeggen: zijn observaties zijn gebaseerd op onvoldoende sprekers, maar dat betekent niet dat ik het niet hoor.'

Feitelijk staat de wetenschappelijke onderbouwing van Stroops constatering nog in de kinderschoenen: er is vooralsnog op beperkte schaal onderzoek naar gedaan. Wel ligt er een uitgebreid onderzoeksvoorstel bij het Amsterdam Center for Language and Communication waarin alle aspecten van het Poldernederlands aan bod komen. Dat voorstel wacht nog op honorering.

Het komt er dus op neer dat zijn claim vooralsnog niet verder gaat dan dat een vroegere vorm van plat Nederlands in de toekomst doordringt tot de standaardtaal? Nee, ik zeg: als je niet genoeg je best doet nauwkeurig ABN te spreken, wordt het automatisch Poldernederlands. Het is eigenlijk een heel simpel verhaal. Dat maakt het ook zo sterk.'

Meer over