ANALYSE

De vraag waar het om draait: heeft Trump aangezet tot een opstand?

6 januari, Trump-aanhangers zijn het Capitool in Washington binnengedrongen en raken slaags met ordetroepen. Beeld Mostafa Bassim / Anadolu / Getty
6 januari, Trump-aanhangers zijn het Capitool in Washington binnengedrongen en raken slaags met ordetroepen.Beeld Mostafa Bassim / Anadolu / Getty

Dinsdag begint het impeachmentproces tegen ex-president Donald Trump. Het is een politiek proces waarbij de Democraten en Republikeinen hun stellingen hebben betrokken. Wordt het meer dan een showproces?

Het gaat eigenlijk maar om een paar woorden, vanaf vandaag, in het tweede impeachmentproces tegen de Amerikaanse ex-president Donald Trump: hij wordt beschuldigd van het ‘aanzetten tot een opstand’. Aangezien Trump geen president meer is, kan hij bij een veroordeling niet meer worden afgezet. Maar er resteert nog één andere (mogelijke) sanctie: hij mag nooit meer president worden.

Voor de duidelijkheid: hij ís al ‘impeached’, ­namelijk op 13 januari, door het Huis van Afgevaardigden. Alle Democraten en tien Republikeinen concludeerden dat Trump mede verantwoordelijk was voor de bestorming van het Capitool, een week eerder. Deze conclusie vormt nu de aanklacht in de tweede stap van de afzettingsprocedure: een strafproces, waarbij negen leden uit het Huis van Afgevaardigden de aanklagers zijn en de honderd leden van de Senaat de rechters – of, in een meer Amerikaanse analogie, de jury.

De vergelijking met een juridisch strafproces maakt de impeachmentprocedure begrijpelijker, maar wekt tegelijkertijd ook te hoge verwachtingen. Want het is geen juridisch, maar een politiek proces. Senatoren zijn geen rechters maar politici; ze zijn niet onpartijdig, maar (letterlijk) partijdig. Daarmee keert het denken ­helemaal om.

Geen juridisch proces

In een juridisch proces zijn de feiten leidend, zoals die gezien worden door de aanklagers en de advocaten, waarna de rechter daar een conclusie uit trekt (schuldig of onschuldig).

In een impeachmentproces daarentegen is de conclusie leidend, en zoeken de rechters daar de meest bruikbare feiten bij. De vijftig Democratische senatoren, die Trump willen veroordelen, zullen vooral de feiten willen zien en horen waaruit blijkt dat Trump schuldig is. De meeste Republikeinse senatoren, die Trump niet willen veroordelen, nemen genoegen met feiten waaruit blijkt dat Trump onschuldig is.

Goed, er zal een minderheid van Republikeinen zijn die wél tegen hun eigen partijdigheid in durven te gaan. Om Trump te veroordelen, is een tweederdemeerderheid in de Senaat nodig; omdat de verhouding tussen Democraten en Republikeinen precies fifty-fifty is, betekent dat er 17 Republikeinen met de Democraten zouden moeten meestemmen. Dat is onwaarschijnlijk. Twee weken geleden probeerden 45 van de 50 Republikeinen het proces al te verijdelen door te stellen dat het ongrondwettig is.

Dat argument is door constitutionele experts (ook conservatieven) terzijde geschoven. Ten eerste: Trump is al tijdens zijn presidentschap impeached, en dit proces is slechts het gevolg daarvan. Ten tweede: het zou merkwaardig zijn als je als president niet meer verantwoordelijk kunt worden gehouden voor misdaden aan het eind van je termijn. Ten derde: ja, hij kan niet meer worden afgezet, maar nog wel worden uitgesloten van een toekomstig presidentschap. Ten vierde: er zijn verschillende precedenten van functionarissen die ná hun aftreden op deze ­manier zijn vervolgd.

Desalniettemin beroepen ook de advocaten van Trump zich op dit argument, dat een handige schaamlap is om verder niet inhoudelijk op Trumps daden in te hoeven gaan.

De uitkomst van het proces is dus zo goed als zeker ‘onschuldig’. Wat resteert is welke feiten de twee partijen zullen aandragen, of negeren, om tot hun eigen conclusie te komen.

DE AANKLAGERS

Dus is de vraag: heeft Trump aangezet tot een opstand? De aanklagers vinden van wel. Ze wijzen daarbij niet alleen op de speech die Trump op 6 januari gaf, maar ook op alle uitspraken die hij in de weken en maanden daarvoor al had gedaan, waarmee hij de uitslag van de verkiezingen weigerde te accepteren – die hij met 306-232 had verloren, de verhouding van zogeheten kiesmannen in het kiescollege, de archaïsche tussenstap waarmee de staten van Amerika hun stempel op de keuze van de president drukken. Tientallen rechts­zaken, en zware druk op de functionarissen in de staten die die kiesmannen moesten certificeren, hadden niets aan die uitslag kunnen veranderen.

Dat weigeren begon al ver voor de verkiezingen.

Op 19 juli, als antwoord op een vraag van Fox News of hij de uitslag zou accepteren: ‘Dat zie ik dan wel. Ik moet het aankijken. Nee, ik ga niet gewoon ja zeggen.’

Tijdens een rally in Wisconsin, op 17 augustus: ‘De enige manier waarop we kunnen verliezen, is als ze de verkiezingen manipuleren.’

‘Ik heb de verkiezingen gewonnen’

Via Twitter, op 11 november, vlak voordat Biden tot winnaar werd uitgeroepen: ‘Ik heb de verkiezingen gewonnen, met heel veel!’

In een videotoespraak van 46 minuten, op 2 december: ‘Deze verkiezingen gaan over enorme fraude, fraude die we nog nooit eerder hebben gezien. Dit gaat niet alleen over het eerbiedigen van de stemmen van 74 miljoen Amerikanen die op mij hebben gestemd. Dit gaat erom dat Amerikanen vertrouwen hebben in de verkiezingen. En in alle toekomstige verkiezingen.’

In een tweet op 12 december, tijdens een pro-Trump-rally in Washington: ‘Wow! Duizenden mensen bij elkaar in Washington DC om de Diefstal te Stoppen. Ik wist dit niet, maar ik kom even langs!’ (Daarna zou hij overvliegen in de presiden­tiële helikopter.) En toen: ‘We zijn nog maar net begonnen met vechten!!!’

In een tweet op 19 december: ‘Statistisch onmogelijk dat we de verkiezingen hebben verloren. Groot protest in DC op 6 januari. Kom ook, het wordt wild!’

Op 26 december: ‘Het OM en de FBI hebben niets tegen de verkiezingsfraude gedaan, en moeten zich schamen. De geschiedenis zal het onthouden. Geef niet op. Ik zie jullie allemaal in DC, op 6 januari.’

Een dag later: ‘Zie jullie in Washington DC, op 6 januari. Is het niet. Informatie volgt!’

Op 1 januari: ’De GROTE Protest­demonstratie in Washington DC begint om 11 uur op 6 januari. Exacte ­locatie volgt. StopTheSteal!’

Op 3 januari, een retweet van een van de organisatoren. ‘We komen naar DC en we staan TROTS naast jullie.’ (Een verwijzing naar de Proud Boys, die een belangrijke rol zouden spelen tijdens de opstand, en over wie Trump eerder had gezegd: ‘Treed terug en wees paraat.’)

Op 4 januari, tijdens een rally in Georgia: ‘Als de Democraten de ­Senaat pakken en het Witte Huis – en ze krijgen het Witte Huis niet – dan gaan we keihard vechten, ik zeg het je, we pakken het terug.’

Op 2 januari belt Trump ook nog met Brad Raffensperger, de voor het tellen van de stemmen verantwoordelijke functionaris in Georgia, en vraagt hij hem het verkiezingsresultaat te veranderen. ‘Ik wil gewoon die 11.780 stemmen vinden. Want we hebben de staat gewonnen. Er is niets mis met zeggen, je weet wel, dat je de boel opnieuw uitgerekend hebt.’

6 januari, Donald Trump spreekt bij het Witte Huis de menigte toe, die daarna naar het Capitool zou optrekken. Beeld Jim Bourg / REUTERS
6 januari, Donald Trump spreekt bij het Witte Huis de menigte toe, die daarna naar het Capitool zou optrekken.Beeld Jim Bourg / REUTERS

De bestorming van het Capitool

6 januari vormt de climax. Duizenden mensen komen dan samen bij het Washington Monument, zwaaiend met vlaggen en soms in gevechtstenue. Er zijn demonstranten met stokken, tasers, een radio op de schouder; de aanwezigen praten over het bestormen van het Capitool, waar het Congres die dag, onder leiding van vicepresident Mike Pence, de stemmen van het kiescollege telt, normaal gesproken een van de meest triviale rituelen van de presidentiële machtsoverdracht.

Trump spreekt de aanwezigen toe, vanaf een podium achter het Witte Huis. ‘We pikken het niet meer, en dat is waar dit over gaat. We stoppen de diefstal. (…) We zijn hier in het hart van onze hoofdstad bijeengekomen voor een heel, heel basale en simpele reden: om onze democratie te redden. (…) Hierna gaan we lopen, en ik zal bij jullie zijn. We gaan naar het Capitool lopen, om onze dappere senatoren en afgevaardigden aan te moedigen. We gaan waarschijnlijk niet zo veel juichen voor sommigen van hen, want je kunt ons land nooit terugpakken met zwakte. Je moet kracht tonen, en je moet sterk zijn.’

Hij gebruikt het woord ‘vechten’ weer verschillende keren, maar meestal doelend op de politici in het Capitoolgebouw die hun best voor hem moeten doen. ‘Als ze niet vechten, moeten we ze weg zien te krijgen via de voorverkiezingen. (…) We moeten veel harder vechten, en Mike Pence moet voor ons opkomen. Als hij dat niet doet, wordt het een treurige dag voor ons land.’

‘Vecht voor Trump! Vecht voor Trump!’, klinkt er uit de menigte, en ze beginnen al richting het Capitool te bewegen voordat Trump uitgesproken is.

De aanval is dan al begonnen. ­Leden van de Proud Boys, de knokploeg die zich trots tooit met Trumps verzoek om ‘paraat te staan’, hebben de eerste hekken aan de kant getrokken, en de eerste politielinie geslecht. Uit verschillende reconstructies van de afgelopen weken blijkt dat zij, en milities als de Oath Keepers en Three Percenters, al vooraf van plan waren het Capitool binnen te vallen.

13 januari, Nancy Pelosi, de Democratische voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, ondertekent het besluit van het Huis tot impeachment van Donald Trump. Beeld AFP
13 januari, Nancy Pelosi, de Democratische voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, ondertekent het besluit van het Huis tot impeachment van Donald Trump.Beeld AFP

DE VERDEDIGING

Dat is dan ook waar de advocaten van Trump op wijzen. Zij hebben twee verdedigingslinies: behalve het feit dat het impeachmentproces ongrondwettig zou zijn, hebben ze ook inhoudelijke argumenten. In een verklaring maandag stellen ze dat ‘een kleine groep criminelen’ op eigen houtje naar Washington was gekomen, en dat het ‘absurd’ is te veronderstellen dat mensen door Trump waren aangevuurd. Ook zeggen ze dat Trump zijn aansporingen om te vechten ‘figuurlijk’ bedoelde, en dat hij geen enkele keer expliciet tot geweld heeft aangezet. Daarom, stellen zij, valt alles wat Trump heeft gezegd gewoon onder de vrijheid van meningsuiting.

Alles draait daarbij om de betekenis van het woord ‘incitement’, aanzetten. Het probleem van de aanklagers is, in zeker zin, dat het geweld al begon voordat Trump goed en wel aan het woord was. Dat verbreekt de oorzaak-gevolgrelatie, die voor het aanzetten tot geweld noodzakelijk is. Om die reden wijzen de aanklagers erop dat Trump al maandenlang had beweerd dat de verkiezingen waren gestolen. ‘Hij versterkte deze leugens voortdurend, en probeerde zijn aanhangers ervan te doordringen dat ze slachtoffer waren van een grootscheepse samenzwering die het voortbestaan van de hele natie bedreigde’, schrijft Jamie Raskin, de ­Democratische afgevaardigde die het team leidt.

Alleen: voor het aanzetten tot geweld is een ‘onmiddellijke’ reactie nodig. Het Supreme Court heeft gezegd dat als er tijd tussen het opjutten en het geweld zit (‘Laten we morgen die vent in elkaar slaan’), de geweldpleger dan gelegenheid heeft gehad om wijzere raad op te volgen. Oftewel: Trumps hele opjuttende voortraject zou waarschijnlijk niet genoeg zijn om hem in een rechtszaak te veroordelen. Dat sommige verdachten in verklaringen aan de FBI hebben laten weten dat ze het ­Capitool hebben bestormd ‘omdat Trump dat wilde’, is dan ook niet genoeg om Trump schuldig te verklaren.

25 januari, een delegatie  van het Huis van Afgevaardigden draagt het impeachmentdossier officieel over aan de Senaat, dat een oordeel moet vellen. Beeld EPA
25 januari, een delegatie van het Huis van Afgevaardigden draagt het impeachmentdossier officieel over aan de Senaat, dat een oordeel moet vellen.Beeld EPA

‘De menigte werd gek’

Tegelijkertijd pleit het feit dat het geweld al begonnen was, Trump niet vrij. Er waren simpelweg verschillende groepering aanwezig, op 6 januari. De knokploegen, die al een plan hadden, maar ook de QAnon-gelovigen en meelopers, die simpelweg alle woorden van Trump voor zoete koek slikken. Uit locatiegegevens van mobiele telefoons, die dag in Washington, blijkt dat het gros van de aanwezigen pas naar het Capitool marcheerde nádat Trump had gezegd dat ze naar het Capitool moesten marcheren. Eén verdachte, Joshua Black, zei naderhand: ‘Toen we eenmaal hadden gehoord dat Pence zich tegen ons had gekeerd en de verkiezingen dus echt gestolen waren, toen werd de menigte gek. Ik bedoel, het werd een meute.’

Idealiter zou de dag verder aan de hand van getuigen worden gereconstrueerd. Trump zou kunnen vertellen wat hij vooraf wist over eventuele dreiging, en wat zijn bedoelingen waren. Zijn adviseurs zouden kunnen vertellen wat Trump zei en deed, in de uren tussen zijn speech en zijn reactie op de bestorming (een video waarin hij zegt: ‘Ga naar huis, we houden van jullie , jullie zijn heel speciaal’). De organisatoren van de demonstratie, onder wie voormalige campagnemedewerkers van Trump, zouden kunnen vertellen wat zij wisten, van het dreigende geweld.

Maar Trump heeft al gezegd niet te willen komen, en zowel Democratische als Republikeinse senatoren lijken weinig zin te hebben in veel getuigen. Ze willen idealiter dat het proces in een week achter de rug is, zo meldde Politico maandag: de Republikeinen zodat ze ervan af zijn, en de Democraten zodat ze door kunnen met Bidens agenda.

De senatoren zouden vooral veel beelden willen laten zien van 6 januari, en de opmaat daartoe. Of die beelden veel nieuws toevoegen is de vraag. Wordt het toch nog een showproces.

Reconstructie: En toen waren ze binnen

Trump-supporters overrompelden op 6 januari, twee weken voor de inauguratie van president Biden, de beveiliging bij het Capitool en drongen zo door tot het hart van de Amerikaanse democratie. Wat gebeurde er allemaal in de chaos? Een reconstructie in zeven scènes.

Meer over