de wendingMartijn van den Boogaard

De voormalig nertsenfokker die nooit meer dieren wil: ‘Alles waar stront uit komt, willen we niet’

Er heerst leegte en stilte in de stal van ex-nertsenfokker Martijn van den Boogaard (43), geen piepende en kwetterende pups meer: ‘Zo’n kantoorbaan is niks voor mij. Ik wil verder met het bedrijf. Maar geen dieren meer. In Nederland word je als boer platgeslagen met regels die steeds weer veranderen.’

Martijn van den Boogaard op zijn erf in Beek en Donk.  Beeld Jiri Büller
Martijn van den Boogaard op zijn erf in Beek en Donk.Beeld Jiri Büller

‘Ik word geregeld gebeld door mensen die wat met mijn stal willen’, zegt ex-nertsenfokker Martijn van den Boogaard (43) tussen duizenden lege nertsenkooien in de enorme bedrijfshal op zijn erf in Beek en Donk. Ze willen er hout zagen, oldtimers parkeren of bouwsteigers opslaan. ‘Zelfs wiettelers hebben me benaderd, twee keer. Je denkt: dat zal mij toch niet overkomen? Maar eentje stond begin dit jaar zelfs zomaar voor de deur.’

De Brabantse nertsenfokker moest eind vorig jaar van de rijksoverheid verplicht stoppen met zijn bedrijf, net als alle andere ruim honderd collega’s in het land. Zijn nertsen waren al in juni geruimd. Want hij was een van de twee eerste nertsenfokkers in Nederland wier bedrijf was besmet met corona. Het virus, dat tot een bijna onstuitbare besmettingsgolf leidde op nertsenbedrijven, maakte drie jaar eerder dan gepland een eind aan een omstreden veehouderijtak.

De vreemde man aan de deur vroeg: is de stal beschikbaar, kan ik daarin ruimte huren? ‘Hij bood een flinke vergoeding per meter, wilde vooraf drie maanden zwart betalen, maar draaide verder een beetje om de hete brij heen’, vertelt Van den Boogaard. ‘Dan weet je al dat het niet pluis is. Uiteindelijk zei hij wel waar het om ging. Een paar honderd planten, heette het. Ja, daar begint het mee. Ik heb hem vriendelijk bedankt en gedag gezegd.’

Aan de terrastafel in het Brabantse buitengebied ten noorden van Helmond laat de voormalige nertsenfokker ook een mail zien die hij eind mei kreeg van iemand die zich presenteert als ‘freelance area sales manager’. Deze persoon schrijft dat hij ‘voor een opdrachtgever’ ruimte zoekt in schuren of bedrijfshallen voor kortere (drie maanden) of langere perioden. ‘Uiteraard tegen een ruime maandelijkse financiële ­vergoeding’, aldus de schrijver. ‘Een collega uit makelaarsland gaf mij de tip mij te focussen op de nertsenbranche, aangezien deze groep nu waarschijnlijk te maken heeft met lege schuren.’

Van den Boogaard, een jonge vent met een open, vriendelijke uitstraling, vindt het ongelooflijk dat hem dit overkomt. Zestien jaar geleden nam hij noodgedwongen het nertsenbedrijf over van zijn vader. Dag in dag uit heeft hij gewerkt aan ‘een eigen fokstam’: moederdieren die elk voorjaar pups krijgen met ‘de mooiste pelzen’ in de kleuren bruin, grijs, zwart, pearl en cross (gespikkeld). ‘Al dat werk in één klap weg’, aldus Van den Boogaard, die een gezin met drie jonge kinderen moet onderhouden. En dan valt hij in deze moeilijke fase van zijn leven ook nog eens ten prooi aan dubieuze lieden die op zijn lege stal azen.

De nertsenfokkerij is al decennialang de meest verguisde veehouderijtak van het land. Heeft u daar nooit last van gehad?

‘Die maatschappelijke discussie over een fokverbod speelde al heel lang, ook toen ik nog maar een kind was. Ik ben ermee opgegroeid. Ik wist niet beter. Ja, we lagen onder een vergrootglas. Maar nertsenhouders zijn die kritieken wel gewend. We zijn gewend om tegen de stroom in te roeien. Ik vergelijk het vaak met de discussie over kernenergie. Die loopt ook al meer dan 25 jaar. En zie: de laatste tijd wordt er opeens weer anders naar gekeken. Feit is dat de nertsenhouderij altijd een legale bedrijfstak is geweest, tot begin dit jaar.’

Begrijpt u al die kritiek?

‘Iedereen mag natuurlijk zijn eigen mening hebben. Maar eigenlijk begrijp ik het niet helemaal. Wij zorgden goed voor onze dieren. We voldeden aan de hoogste welzijnseisen, hadden de strengste regels van de hele wereld. Het kabinet heeft in 2013 vooral vanuit ethische motieven besloten tot een fokverbod, die tien jaar later in 2024 zou ingaan. Het houden van dieren voor vlees wordt als een eerste levensbehoefte gezien. Een bontjas geldt niet als eerste levensbehoefte, en een dier uitsluitend fokken voor zijn vel wordt als onethisch ervaren.

‘Maar wat maakt het nou uit voor welk doel je dieren houdt? Je kunt ook zeggen: bont is duurzaam, want gaat 25 jaar mee. En een karbonade is in één hap weg. Ik heb er geen problemen mee, of het nou om vlees of de vacht of huid van een dier gaat. Moet je dan ook maar geen leren schoenen meer dragen?’

Was het een roeping om nertsenfokker te worden?

‘Nee, helemaal niet. Ik had geen ­ambitie om het bedrijf over te nemen. Ik studeerde landbouwtechniek in Wageningen. In het laatste jaar van mijn studie zat ik in Nieuw-Zeeland: drie maanden stage lopen en drie maanden backpacken. Een heerlijke tijd, maar toen overleed mijn vader plotseling aan een hartinfarct op 56-jarige leeftijd. Ik beloofde mijn moeder om haar een jaartje te helpen. Daarna zouden we wel zien: verkopen of verhuren? Het werd geen van beide. Ik ben blijven plakken. Ik vond het ondernemen leuk en het verzorgen van dieren ook.

‘Het was een verouderd bedrijf vol oude sheds met looprennen en nachthokken – ik noemde het tuinhuisjes. Het was de goedkoopste manier om nertsen te houden. Toen de welzijnsregels werden aangescherpt, besloot ik deze stal te laten bouwen, een breedkapper, met grotere nachthokken en looprennen. Het heeft wat weg van een tuincentrum. Dat was al een beetje met vooruitziende blik: als er ooit een fokverbod komt, kan ik er ook iets anders mee doen.’

En dat fokverbod kwam er dus. Hoe vond u dat?

‘Ja, dat was heel raar en ik vond het ook erg onrechtvaardig. We waren de stal nog aan het afbouwen. Ik dacht als ondernemer: na deze investering kan ik weer twintig jaar vooruit. Maar ik kreeg dus nog maar tien jaar. De overheid gaf ons geen financiële compensatie, maar tijd. In tien jaar zouden we onze investeringen kunnen terugverdienen, was de gedachte. Maar vergeet het maar, dat pakte heel anders uit. Want die terugverdientijd was gebaseerd op de pelsprijzen in een piekjaar. Daarna zakte de markt volledig in. Van dat terugverdienen kwam niets terecht. Sommige collega’s stopten, anderen waren zelfs zo wanhopig dat ze uit het leven zijn gestapt. Het mocht allemaal geen euro kosten bij de overheid.’

Toen kwam de coronacrisis en werd het eind april 2020…

‘We zaten in de werptijd, met 7.500 moederdieren. Er was opeens een verhoogde uitval in het bedrijf: er gingen opeens acht in plaats van twee moederdieren op één dag dood. Ik heb de dierenarts gebeld, er is sectie verricht. Toen ik die rode longen zag, wist ik het eigenlijk al: corona. Een dag later op zaterdagavond 25 april belde het ministerie van Landbouw: het is inderdaad corona. Zondag werd het bekendgemaakt. We waren het tweede besmette nertsenbedrijf in Nederland, na een bedrijf in De Mortel. Er werd besloten om eerst verder onderzoek te doen en niet in het wilde weg te gaan ruimen. Wel werd het bedrijf hermetisch op slot gegooid. Wijzelf leefden in een bubbel.

‘Uit de bloedmonsters bleek dat 95 procent van de moederdieren besmet was. Bijna alle dieren hadden antistoffen aangemaakt. Op 7 juni werd er geruimd. Dat was heel heftig. Collega’s kwamen helpen om alle dieren te doden. Opeens is het helemaal stil in de stal, waar normaal continu het gepiep en gekwetter van de pups is te horen.

‘Maar helemaal onverwacht kwam het niet. Er was al zes weken onderzoek gedaan, en het virus bleef maar circuleren in de stal. Ik zag het wel een beetje aankomen. Het drama was onvermijdelijk. Daarna raakte het ene na het andere nertsenbedrijf in Nederland besmet.’

Heeft u enig idee hoe het virus in de stal is gekomen?

‘Het klinkt bizar, maar ik ben zelf waarschijnlijk de oorzaak geweest. Ik had eind februari twee dagen carnaval gevierd en had lichte ziekteverschijnselen, zoals griepklachten en verkoudheid. Mijn vrouw en moeder bleken ook besmet te zijn, evenals twee vaste medewerkers en twee parttime medewerkers. Ik heb waarschijnlijk alle zeven mensen besmet die meehielpen in de paartijd, toen we de reuen bij de teven zetten, en weer terug.’

Maar u dacht toen nog niet: dit is einde bedrijf?

‘Nee, na een grondige ontsmetting wilde ik de stal eigenlijk weer volzetten en doorgaan tot 2024. Bij een collega had ik al een voorlopig koopcontract getekend voor nieuwe moederdieren en reuen. Je zit met de jaarcyclus, dus in januari dacht ik weer te kunnen opstarten. Ik hoopte dat tegen die tijd er wel een vaccin voor nertsen zou zijn. Dat is er nu inderdaad, ontwikkeld in Rusland, maar ik weet niet of het al ergens is ingezet.’

Wat hebt u sinds de ruiming van juni vorig jaar gedaan?

‘Ik heb in de zomer en herfst collega’s bij de ruimingen geholpen. Daar kreeg je gewoon voor betaald, per uur. Het ging maar door. In Gemert, ook wel de nertsenhoofdstad van Nederland genoemd, zijn alle twintig bedrijven als gevolg van besmettingen geruimd.

‘Toen de overheid eind vorig jaar het vervroegde einde van de hele sector bekendmaakte, heb ik een LOI-cursus gevolgd: programmeren en website ontwikkelen. Ik heb van januari tot eind mei stage gelopen bij een softwarebedrijf. Maar toen het mooi weer werd, begon het toch weer te kriebelen. Zo’n kantoorbaan is niks voor mij. Ik wil verder met het bedrijf en de stal.

‘Dat gebouw staat er nu eenmaal, zevenduizend vierkante meter groot en helemaal ontsmet, klaar voor een nieuwe bestemming. Ik denk aan een bedrijfsverzamel­gebouw of stalling van caravans.’

Hoe ziet u de toekomst?

‘Die compensatieregeling komt eraan, al is dat nog wel veel gedoe. De hokken zijn verkocht aan een Poolse fokker die in Kaliningrad (Rusland, red.) 150 duizend moederdieren wil gaan houden. Die heeft in deze regio bijna alle nertsenhokken opgekocht. Dat wordt echt een ongekend groot bedrijf, twintig keer zo groot als mijn bedrijf. Reken maar dat daar anders met dierenwelzijn wordt omgegaan. Dat is wel wrang.

‘De grootste uitdaging wordt om het bestemmingsplan te laten aanpassen. Want dit perceel heeft nu nog een louter agrarische bestemming. Dat wordt een hele discussie met de gemeente. Als het tegenzit, duurt dat jaren en zolang kan ik niet wachten. Anders krijg ik het niet bij elkaar verdiend voor mijn gezin.

‘Ook bij veel andere nertsenfokkers is de herbestemming momenteel het grootste obstakel. Nee, ik wil geen dieren meer. Je wordt in Nederland als boer platgeslagen met regels die steeds weer veranderen. De overheid is een weinig betrouwbare partner gebleken. Overal waar stront uitkomt, willen we niet meer.

‘Maar ik ben nog jong en probeer optimistisch te blijven. Er is veel ­gebeurd het afgelopen jaar, mijn ­leven staat op zijn kop en ik zie nog weinig toekomstperspectief. Het enige dat ik kan constateren is dat ik een jaar ouder en acht kilo zwaarder ben geworden.’

Mijn zomer

‘Eigenlijk doen we hetzelfde als toen we nog nertsen hadden. Dat is het voordeel van een iets groter familiebedrijf. Ik had twee mensen vast in dienst – dus gingen we om de beurt met vakantie. Vorig jaar zijn we op een camping in Luxemburg geweest. De kinderen zijn nog klein – 1,5, 4 en 5. Die maakt het eigenlijk niks uit waar we zitten. Dan kun je wel helemaal naar Zuid-Frankrijk rijden, maar hun ervaring op de camping blijft hetzelfde. In augustus gaan we nu een weekje naar een huisje op een natuurcamping in Duitsland, net over de grens bij Hardenberg. Daarnaast maken we wat dagtripjes, zoals naar de dierentuin.’