'De volgende zege draag ik op aan mijn vader'

In de schaduw van de drie troeven van Rabobank komt Wout Poels steeds verder als wielren-ner. Zonder zijn vader vervolgt hij woensdag zijn ontdekkingsreis in Tirreno-Adriatico.

De Alto de l'Angliru is de meest gevreesde klim van Spanje en voor velen die van Zuid-Europa. Maar Wout Poels bewaart louter goede herinneringen aan de berg in Asturië, waar het gemiddelde stijgingspercentage de 10 procent overschrijdt en het steilste stuk met 23 procent oploopt.


Niets wist Poels van de Angliru toen die in september in de Ronde van Spanje opdoemde. Ja, dat renners er een ander verzet op hun fiets laten monteren omdat de klim zo lang en zwaar is. Maar voor de rest betrad hij de reusachtige berg met open vizier. 'Al met al viel het niet tegen', zegt hij nu, een half jaar later.


Poels lacht erom. In werkelijkheid reed hij als een veteraan naar boven. Vedetten als Mentsjov, Sastre en Wiggins hapten in zijn wiel naar adem. Juan José Cobo, die de Vuelta zou winnen, was de enige wiens tempo hij niet kon bijbenen. 'Misschien kom ik er nog eens en denk ik: ik wil hier nooit meer zijn. Maar deze keer had de klim nog wel wat langer mogen duren.'


Pochen doet Poels niet zo gauw en gewoon is bij hem al gek genoeg. Maar de aanblik van een groep wielrenners die steeds sneller uitdunde naarmate de top meer in het zicht kwam, deed hem beseffen wat hij al langer wist. In de bergen is hij, meer dan waar dan ook, op zijn plek.


Poels (24) lijkt voorbestemd om uit te groeien tot een van de beste klimmers die Nederland heeft voortgebracht. Zijn tweede plaats op de Angliru was niet de enige proeve van bekwaamheid die hij vorig jaar met succes aflegde. In een andere etappe in de Vuelta moest hij alleen Joaquim Rodriguez voor zich dulden. En het had hooguit een meter gescheeld of Philippe Gilbert was te laat geweest om zijn jump in Tirreno-Adriatico af te stoppen.


Zijn ontdekkingsreis voert hem elk jaar een stapje hoger. Hij is het beste dat er buiten de Raboploeg te vinden is op het gebied van klimmers en renners met de potentie om een ronde te winnen.


Johnny Hoogerland heeft de vorm van 2009 nooit meer kunnen evenaren. Een andere ploeggenoot, Rob Ruijgh, werd 12de in de Tour de France. Maar Poels presteert over een jaar veel regelmatiger.


Pantani

Hij gaat zo handig bergop mee dat het hem maar niet lukt een hardnekkig vooroordeel uit te roeien: dat hij door zijn afkomst makkelijk praten heeft. Limburgers groeien immers op tussen de heuvels.


Hij lacht. Poels woont al zijn hele leven in Blitterswijck, een dorp van 1.100 inwoners dat valt onder de gemeente Venray en waar het net zo vlak is als in de rest van het land. 'Als ik naar de Cauberg wil, is dat 100 kilometer rijden. Niet dat je even op en neer kan met de fiets.'


Poels voelt zich beter op zijn gemak in een rittenkoers als Tirreno-Adriatico, waar hij woensdag aan de start staat, dan in het Vlaamse voorjaar. 'Ik rij liever de Angliru of Alpe d'Huez op dan dat ik 180 kilometer op het vlakke fiets, met draaien en keren en al die kasseien. Ik kan helemaal van streek zijn als ik weet dat zoiets nadert. Op het vlakke fietsen is niet mijn ding. Dat is bergop.'


Het talent om te klimmen is een gift van de natuur geweest, denkt hij. Al kwam dat pas tot uiting toen hij stopte met voetballen en zijn fietsende broers Norbert en Jos achterna ging. Maar waar Jos 'al na 10 kilometer vroeg hoe ver het nog was' en Norbert niet verder kwam dan de junioren van Rabobank, is Poels inmiddels aan zijn derde seizoen bij Vacansoleil bezig.


Drie profzeges prijken er achter zijn naam, plus een lange lijst ereplaatsen op het hoogste niveau. Hij waagt zich niet te spiegelen aan Contador en Evans, renners die zowel in de bergen als op een tijdritfiets een ronde naar hun hand zetten. Poels steekt meer tijd dan ooit tevoren in het tijdrijden, maar zal vooral een klimmer in hart en nieren blijven. Iemand die van Pantani genoot. 'Dat temmen van een berg, anderen laten afzien. Echt speciaal wat hij deed.'


Vastberaden is hij om de eerste Nederlander te worden die sinds 2005 weer een Touretappe wint. Met dat doel was hij vorig jaar ook aan de ronde begonnen. Negen dagen later kneep hij de remmen dicht en zocht hij kotsmisselijk de auto op van ploegleider Michel Cornelisse.


De eerste reactie die hij voelde, was er een van schuld. Poels deed er niet moeilijk over dat zijn debuut in Frankrijk op een sof was uitgelopen. Meer nog dan voor hemzelf, vond hij het sneu voor zijn ouders, die hem in de Tour zouden komen opzoeken.


Longkanker

Het is er niet meer van gekomen en het zal er ook niet meer van komen. Zeven weken geleden verloor Poels zijn vader. Precies een jaar eerder had die hem opgebeld om te zeggen dat het begin van het einde misschien wel was aangebroken.


Poels was aan het trainen in Benidorm toen zijn telefoon rinkelde. 'Mijn vader zei: ik heb longkanker, dus ik word geen 100 meer. Hij was er nog nuchter onder. Volgens artsen had hij dertig procent kans om te overleven.'


Een jaar later werkte Poels zich onder dezelfde Spaanse zon in het zweet met zijn ploegmaats. Nu was het de naam van zijn oudste broer die op het scherm van zijn mobiel oplichtte. 'Kom maar naar huis, want het gaat niet goed hier', luidde de onheilspellende boodschap. Niet veel later was zijn vader overleden.


De kanker had zich in een jaar zo resoluut een weg door het lichaam gebaand dat er voor zijn vader nog maar een uitkomst mogelijk was. 'Ik wil niet dat ze me tot het eind uitknijpen', had Poels hem al eens horen zeggen. Toen dat moment was aangebroken, bleek hij niet van die beslissing af te houden.


Henk Poels wilde zelf kunnen bepalen wanneer het genoeg was geweest. Zijn vrouw, zijn kinderen en zijn zus die hem intensief had verzorgd, zaten rond het bed dat al enige tijd in de woonkamer stond. En zagen hoe hij insliep, 57 jaar oud.


Poels heeft het trainen die dag maar een keer overgeslagen. 'Ik dacht nog wel dat ik het kon. Maar het was behoorlijk heftig. 's Ochtends kwam een team het infuus aanleggen, zodat de dokter alleen de laatste stap nog hoefde te zetten. Zoiets moet je niet te vaak zien in je leven. Maar voor mijn vader was het een opluchting. Hij zei: ik ben blij dat het vandaag gaat gebeuren.'


Dat begreep Poels. 'Als je zo veel pijn hebt dat ze je moeten wassen, terwijl je altijd alles zelf hebt gedaan, snap ik dat. Dat je niet meer weet of het dag of nacht is. Hij had een scootmobiel nodig om naar de wc te kunnen. Heel zielig om te zien.'


Poels heeft geen moment getwijfeld of hij zijn vaders besluit tot euthanasie zou respecteren. 'Ik heb altijd gezegd: ik kan niet voelen wat jij voelt. Dan zei hij: een hond maken ze af, maar mij laten ze lijden. Dat kwam er rot uit, maar hij wilde zelf over zijn leven kunnen beslissen.


'Hij heeft de kist waarin hij begraven wilde worden door zijn broer laten maken. Maar hij had niks meer om naar uit te kijken. Dus stond ik achter hem. Het is fijn dat euthanasie in Nederland mogelijk is. In andere landen ligt dat moeilijker.'


Poels lacht als hij de stuurse kant van zijn vader in herinnering roept. Die liet zich niet snel tegenhouden, zeker niet waar het de carrière van zijn zoon betrof. Daarvan moest en zou hij zo veel mogelijk getuige zijn.


'Hij is nog zelf naar de Ronde van Polen gereden, waar ik na de Tour mijn rentree maakte. In de Vuelta heb ik aan mijn ploegleider, Jean-Paul van Poppel, gevraagd of mijn vader onder de luifel van de teambus mocht zitten. Heeft onze kok de hele dag eten voor hem gemaakt. Hij heeft een topdag gehad.'


En nu is een ooit zo gezond mens er ineens niet meer, stelt Poels vast. Hij doet het in alle nuchterheid, zoals het hele gesprek is verlopen.


Dat mensen hun overlevingskansen op kanker kunnen beïnvloeden, dat krijgen ze hem bijvoorbeeld niet aangepraat. 'Op een gegeven moment zat die kanker overal bij mijn vader. Dan hoor je mensen zeggen: je moet ervoor vechten. Maar dat maakt echt niks meer uit, hoor. Het is gewoon een kwestie van: de een overleeft het, de ander niet.'


Met opvallend groot gemak praat hij over de maanden die achter hem liggen. Hoe hij laatst nog een jas van zijn vader van de kapstok haalde. Dat hij er in brieven op attent wordt gemaakt dat hij in aanmerking komt voor een wezenpensioen, terwijl hij allang niet meer studeert.


'Eigenlijk is dit een van de eerste keren dat ik geen tranen in mijn gezicht krijg als ik erover vertel', zegt hij. Maar niemand die hem kan verzekeren dat het ook zo blijft.


'Dit verhaal is toch de rode draad van mijn leven geworden. Ik kan me niet voorstellen dat ik instort. Aan de andere kant: ik heb nog nooit bij zijn graf kunnen staan zonder dat er een traan rolde. En als die inzinking komt, dan is dat zo. Je moet dat toch maar op je laten afkomen.'


De verhalen over Robert Gesink zijn hem vorig seizoen niet ontgaan. De Rabokopman worstelde openlijk en geregeld met de dood van zijn eigen vader. In dezelfde Tirreno-Adriatico waar Poels bijna een rit won, beleefde Gesink een terugval toen herinneringen kwamen bovendrijven.


Poels maakte het niet van nabij mee. Op de koers zeggen ze elkaar gedag, maar meer ook niet. Hij kreeg van Gesink wel een sms toen zijn vader net was overleden.


'Gesink werd nog derde in die Tirreno, dan heb je het niet slecht gedaan. Bij hem zeggen ze al sneller dat het niet goed gaat. Maar ik kan me wel voorstellen dat je je er af en toe niet goed bij voelt. Op trainingskamp lag ik met Pim Ligthart op de kamer. Ik betrapte me erop dat ik over pap begon te praten. Ik hoop niet dat je het erg vindt, zei ik. Hij antwoordde: nee joh laat lekker gaan, misschien schiet je nog iets moois te binnen.'


Emoties

De voornaamste reden dat Poels fietst, is omdat hij zo 'van het spelletje houdt'. 'Maar ik kan me voorstellen dat ik mijn eerstvolgende overwinning aan mijn vader opdraag. Dat lijkt me zelfs logisch. Net als dat er dan emoties los zullen komen.'


Is het daarmee een ander seizoen dan anders? 'Dat was het vorig jaar al. Maar je moet door. Je kunt wel bij de pakken neer gaan zitten, maar daarmee heb je alleen jezelf. Zo kijk ik ook naar mijn sport: ik weet wat ik ervoor doe en laat. Lukt het niet in een wedstrijd, dan ben ik blijkbaar niet goed genoeg.'


Natuurlijk, zegt hij, baalt hij er stevig van dat hij in zijn eerste Tour de finish niet haalde. 'Dat moet ook, daarvoor ben je topsporter. De olympische gedachte van meedoen en winnen, ik heb er niet zo veel mee. Ik ben geen pelotonvulling.


'Misschien dat ik over vijf jaar kan zeggen: een goed klassement of een rit winnen in de Tour zit er niet meer in, maar ik ben een goede knecht geworden. Maar nu niet.'


Nu gaat het erom het beter te doen dan vorig jaar, al was zijn vader dik tevreden. Het beeld van Poels die de Angliru beklom werd in de huiskamer gevolgd. 'Mijn vader zei: we hebben een klotejaar gehad, maar ik ben blij hoe super jij hebt gereden.'


CV


1987 Op 1 oktober geboren in Venray


2006-2008 Fondas-P3 Transfer, later P3 Transfer


2009 Debuut als prof bij Vacansoleil, de voortzetting van P3 Transfer


2010 Eerste profzege in Tour de l'Ain, wint ook rit in Ronde van Groot-Brittannië


2011


Ritzege Tour de l'Ain, geeft in eerste Tour na negen dagen op vanwege ziekte, vijf 2de plaatsen in andere koersen, waaronder twee in de Vuelta


Poels heeft een mbo-studie marketing en communicatie afgerond


Meer over