De volgende splijtzwam dient zich aan: Iran

Kan onder het presidentschap van Bush-II of Kerry-I de komende vier jaar de alliantie met de Europeanen worden hersteld? Dat is stellig de ambitie, niet alleen van Kerry maar ook van Bush, zo valt althans op te maken uit Amerikaanse diplomatieke kringen....

Vier van de vijf hebben betrekking op het 'grotere Midden-Oosten'. De Verenigde Staten benadrukken dat de bevordering van pluriformiteit en vrouwenrechten een generational issue is: een proces van de lange adem, gericht op het aanpakken van de diepere oorzaken van het islamitisch terrorisme. (Was die structurele aanpak niet waar zoveel Europeanen na 11/9 om vroegen? Behalve traditionele conservatieven, die niet in zulk Wilsoniaans idealisme geloven, doen opvallend veel 'progressieve' critici hierover lacherig. Het doet denken aan de Koude Oorlog, toen sommigen de inspanningen van Oost-Europese dissidenten irrelevant of zelfs destabiliserend noemden.) Op dit vlak bestaat er grote overeenstemming tussen de VS en de Europese Unie, die in het zogeheten Barcelona-proces al zo'n beleid heeft voor het Mediterrane gebied. Het verbaast dan ook niet dat een vurige pleidooi van Joschka Fischer eerder dit jaar nauwelijks te onderscheiden viel van de toespraken van Bush over de democratisering van het Midden-Oosten.

Over de overkoepelende strategie is er dus meer kans dat Amerika en Europa het eens worden dan de bittere ruzies over Irak doen vermoeden. Beiden zien ook dezelfde dreigingen: terrorisme, massavernietigingswapens en falende staten. De crux ziet hem dus niet in de dreigingsanalyse, maar in de aanpak van concrete problemen.

Het is niet Bush' vision thing die hem van sommige Europese bondgenoten heeft vervreemd, maar zijn concrete acties, vooral in Irak. Daar is het koord geknapt en daar zal het weer verbonden moeten worden. Bij de unanieme aanvaarding van Irak-resolutie 1546 in juni leek het er even op dat dit zou gebeuren, maar die hoop is allang wegge. In Parijs en Berlijn erkennen politici wel dat de troebelen in Irak hlangen raken, maar met de nodige schadenfreude houden ze vast aan het adagium: wie de troep veroorzaakt heeft, mag hem opruimen. Blijkbaar valt sommigen, ook elders in Europa, de keuze tussen de krachten van de vooruitgang en die van de destructie erg zwaar, zolang deze in Irak gemaakt moet worden.

Dit legt nu al een hypotheek op de volgende brandende kwestie en potenti splijtzwam: Iran. In Washington beraadt men zich op een Iran-strategie voor na de verkiezingen. Uitgangspunt is de onduldbaarheid van een Iran met kernwapens. Over militaire opties, om tal van redenen onwenselijk, wordt nog niet hardop nagedacht. Zeker is dat de kwestie-Iran de komende jaren beslecht moet worden. Maar hoe?

De grote drie in Europa hebben het afgelopen jaar geprobeerd Iran te doen inbinden door een deal te sluiten. Daar is niets van terecht gekomen. Hetzelfde geldt voor de confrontatiepolitiek van de VS. Maar nu Iran heeft aangekondigd zijn 'vreedzame' nucleaire programma door te zetten, desnoods zonder VN-toezicht, nadert het eindspel, in of buiten de VN.

Daarin moet duidelijk worden of de VS en Europa elkaar nog kunnen vinden in internationale crises. Zo ja, dan kan de druk op Iran optimaal worden opgevoerd, wat de beste kans biedt op een vreedzame oplossing. Zo nee, dan zal onder Bush II of Kerry I opnieuw een grote crisis uitbreken, wordt het Amerikaans unilateralisme verder aangewakkerd, en de Europese irrelevantie in de wereldpolitiek weer bevestigd.

In Washington wordt gedacht aan het aanbieden van een Grand Bargain, een grote deal, aan het Iraanse bewind. Dat zou kunnen bestaan uit het aanbieden van alle voorhanden zijnde 'wortels' waarover de VS beschikken (hoofdprijs: het herstel van diplomatieke betrekkingen) in ruil voor verifieerbare Iraanse abdicatie van het streven naar een kernwapen.

Het State Department gelooft niet in de hervormbaarheid van het mullah-regime, maar er leeft whet besef dat eerst een diplomatiek 'alles-of-niets'-offensief moet worden ingezet alvorens de hardere opties op tafel komen. Dat verplicht Europeanen zich te beraden op de vraag of zij, zoals ze in hun veiligheidsstrategie schrijven, desnoods bereid zijn behalve wortels ook de stok te hanteren.

De Iraanse kwestie vergt, eigenlijk net als Irak, van zowel Amerikanen als Europeanen het vermogen over de eigen schaduw te springen. Ongeacht wie het Witte Huis zal bewonen, de tijd begint te dringen.

Meer over