reportage

De voetbalvreugde in Italië krijgt een extra dimensie door de pandemie

Italianen juichen voor hun nationale ploeg in Rome zondag tijdens de EK-finale tegen Engeland.  Beeld EPA
Italianen juichen voor hun nationale ploeg in Rome zondag tijdens de EK-finale tegen Engeland.Beeld EPA

Na een van de moeilijkste jaren uit zijn geschiedenis viert Italië sinds zondagavond feest. Even zijn de zorgen over pandemie en economie ver weg en beleven de Italianen na een diep dal een hoge piek.

Uitzinnig toeterende auto’s vulden zondagavond de Via Borgo Palazzo in Bergamo. Anderhalf jaar geleden haalde de onopvallende straat het wereldnieuws met heel andere beelden: precies hier reed de trieste optocht van legertrucks vol coronadoden. Na de Italiaanse overwinning op Engeland lijkt die episode een boze droom van lang geleden.

Niet alleen in Bergamo, maar op het hele Italiaanse schiereiland veroorzaakte de EK-titel een langverwachte explosie van vreugde. Na maanden van strenge en minder strenge coronamaatregelen – de discotheken zijn nog altijd gesloten – snakte de Italiaanse jeugd naar het volksfeest dat zich zondagavond op straat voltrok, begeleid door een chaotische symfonie van claxons en vuurwerk.

Net als het land legde ook het nationale elftal de afgelopen jaren een parcours van hoge pieken en diepe dalen af, met als brandstof de in Italië altijd hevige emoties. In 2017 verontschuldigde de legendarische keeper Gianluigi Buffon zich nog huilend voor de camera’s na het mislopen van het WK in Rusland.

Een paar jaar later groeit een nieuwe Gianluigi onder de Italiaanse lat uit tot speler van het toernooi. Van de onvermijdelijke vergelijkingen met Buffon wil de bescheiden Donnarumma (22 jaar) zelf nog niets weten: ‘Hij is de grootste van iedereen.’

Vrolijkheid

Om de Italiaanse spelersgroep hing het hele Europees Kampioenschap een sfeer van vrolijke saamhorigheid, die oversloeg op het publiek. Normaal hangen Italianen sterk aan hun lokale identiteit, soms zelfs zo sterk dat ze alleen juichen voor ‘hun’ SSC Napoli, Juventus of AS Roma, en zich niet interesseren voor de nationale ploeg. Dit jaar was dat anders.

Dat had er ongetwijfeld mee te maken dat het team won, maar ook met het feit dat de voetbalvreugde door de pandemie een extra dimensie kreeg. Meer dan ooit waardeerden de Italianen het voorrecht zich eindelijk weer eens druk te mogen maken om iets futiels als voetbal.

En zich druk maken, dat deden ze. Bijvoorbeeld om de Engelse supporters, die het in de Italiaanse media moesten ontgelden omdat ze het zondagavond waagden door het Italiaanse volkslied heen te fluiten. De Italianen waren sowieso al ontstemd omdat de finale een Engelse thuiswedstrijd was, en te meer omdat er vanwege de coronarestricties maar weinig Italiaanse fans mee mochten reizen.

Een van hen was president Sergio Mattarella. Hij juichte weliswaar beduidend ingetogener dan koning Willem-Alexander, maar zijn aanwezigheid op Wembley was voor de fans, die zich vooraf zorgen maakten over het coronarisico voor hun 79-jarige staatshoofd, toch van grote betekenis. Mattarella is populair als constante, verbindende factor in het verder uiterst grillige politieke klimaat.

Vooral de jeugd snakte naar een volksfeest. Beeld EPA
Vooral de jeugd snakte naar een volksfeest.Beeld EPA

Mattarella was ook de man die Italië in februari uitlegde dat nieuwe verkiezingen het land midden in een pandemie niet zouden dienen. Hij zette de politiek op het spoor van de regering van nationale eenheid onder premier Mario Draghi, die nu al bijna een half jaar behoorlijk goed functioneert.

Beiden ontvingen de azzurri maandag om hen te feliciteren, maar ze zijn hun misschien ook wel een persoonlijk bedankje verschuldigd. Het gevoel van nationale eenheid en saamhorigheid kan Italië ook de komende maanden namelijk nog goed gebruiken, als het al maanden geldende verbod op ontslagen afloopt en de economische klappen van de crisis zich vermoedelijk pas echt gaan laten voelen.

Europa

Om de economische pijn te verzachten komen binnenkort, na de Europese beker, ook de Europese miljarden uit het herstelfonds naar Rome. Draghi stelde het astronomische bedrag van zo’n 200 miljard euro na maanden hard werk veilig met een ambitieus hervormings- en investeringsplan, dat de tevredenheid van de EU kan wegdragen.

Niet voor niets lieten Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en Europese Raadvoorzitter Charles Michel zondag weten mee te juichen met lidstaat Italië. Dat was uiteraard een anti-Engels statement, maar ook een steunbetuiging aan Italië, dat in veel Europese landen op sympathie kan rekenen. Na het grote coronaverdriet gunt iedereen de Italianen, die in mei ook al het Eurovisiesongfestival wonnen, een nieuw begin.

Of dat er ook echt gaat komen moet de komende tijd blijken, want ook op het schiereiland nemen de besmettingen weer toe, zij het veel langzamer dan in Nederland. Wel spraken experts hun zorgen uit over de feesten na de EK-finale, die de komende weken voor een versnelling in de verspreiding van de deltavariant zouden kunnen zorgen.

En toch: zelfs als dit EK achteraf geen einde maar slechts een korte adempauze in de pandemie blijkt te zijn, neemt niemand de Italianen hun onbezorgde voetbalzomer meer af. Zondagavond waren volle ziekenhuizen, de gehavende economie en de legertrucks vol doodskisten mijlenver weg.

Even voelden de Italianen zich kinderlijk gelukkig, zoals Federico Chiesa, die de blijdschap na de finale belichaamde. Vanaf het veld belde de aanvaller, zoals het een goede Italiaanse zoon betaamt, meteen zijn moeder om haar zijn gouden medaille te laten zien, met een brede lach op zijn gezicht en een komisch dansje in zijn benen.