De VN dromen al vijftig jaar van een eigen utopia

PRESIDENT KENNEDY had, zondag precies 33 jaar geleden, het Amerikaanse volk in een televisierede ervan op de hoogte gesteld dat de Russen op Cuba kernraketten aan het plaatsen waren....

ROB VREEKEN

Moskou veinsde in eerste instantie van geen raket te weten. In de Veiligheidsraad, de volgende dag in spoedzitting bijeen, leidde dat tot een confrontatie tussen Adlai Stevenson, de Amerikaanse ambassadeur bij de VN, en zijn Russische collega Zorin. Stevenson besefte op welke dramatiek dit historische moment recht had.

'Ontkent u, ambassadeur Zorin, dat de Sovjet-Unie middellange-afstandsraketten aan het plaatsen is op Cuba? Ja of nee. Wacht niet op de vertaling. Ja of nee.' Zorin gaf geen krimp : 'Ik sta hier niet voor een Amerikaanse rechtbank.' 'U bevindt zich nu in de rechtszaal van de wereldopinie', zei Stevenson, en u kunt 'ja' of 'nee' antwoorden.' Maar Zorin liet zich niet opjagen. Stevenson: 'Ik ben bereid te wachten op een antwoord tot de hel dichtvriest. En ik ben ook bereid hier in deze zaal de bewijzen te leveren.'

Dat was het sein voor medewerkers van de Amerikaanse delegatie om de deuren van de Veiligheidsraad open te gooien, panelen naar binnen te rollen en die pontificaal neer te zetten voor het hoogste orgaan van de volkenorganisatie.

Het tafereel is te zien in Visions - Fifty Years of the United Nations, een fotoboek over de vijftigjarige VN. De heren hebben zich half omgedraaid naar vlijmscherpe luchtfoto's van de Cubaanse bouwlocaties. Ontkennen helpt niet langer.

'Het was een media-gebeurtenis van de eerste orde', herinnert een van de ooggetuigen zich in United Nations - The First Fifty Years, het boek waarin Stanley Meisler bovenstaande scène noteert. 'Eindelijk had iemand de communisten gezegd naar de hel te lopen.'

Zoals de Cuba-crisis het High Noon was van de Koude Oorlog (nooit ervoor of erna stond de wereld zo dicht bij een kernoorlog), zo ook was het voor de Verenigde Naties een uitzonderlijk moment. Terwijl de twee supermachten met de neuzen tegen elkaar wachtten wie het eerste met de ogen zou knipperen, stonden de Verenigde Naties, wier hoogste doel heette te zijn het handhaven van de internationale vrede en veiligheid, machteloos langs de kant.

'De meest angstwekkende confrontatie van de Koude Oorlog werd geregeld door de twee hoofdrolspelers onderling', zegt Meisler, en niets wat bij de VN gebeurde, kon daarin verandering brengen.'

Het hoogtepunt van de Koude Oorlog betekende een dieptepunt voor de Verenigde Naties. Wanneer het er werkelijk op aankwam, waren Washington en Moskou niet bereid zaken te doen in een forum waarin Britten, Fransen en Chinezen op gelijke voet meepraatten, nog afgezien van dat honderdtal andere, soms piepkleine staten met een stem in de Algemene Vergadering.

In de grootste oorlog van de jaren zestig en zeventig, die in Vietnam, speelden de VN geen enkele rol. Tijdens de Parijse vredesonderhandelingen keken de secretarissen-generaal U Thant (1961-1971) en Kurt Waldheim (1971-1981) van over de oceaan toe. Bij twee oorlogen tussen India en Pakistan, in menig opzicht voorbeeldige lidstaten, werd het VN-vredesbataljon gewoon opzij geschoven. Nota bene Sovjet-premier Kosygin sleurde de partijen naar de onderhandelingstafel.

De Zesdaagse Oorlog, juni 1967, werd voor de Verenigde Naties de ultieme afgang. Niet alleen had New York kennelijk ook buiten de arena van Oost en West geen enkele grip op de logica van vechten en staakt-het-vuren, de organisatie riep zelfs de beschuldiging over zich af de oorlog ongewild te hebben uitgelokt. 'U Thant's oorlog' zette de Londense Spectator boven zijn commentaar. Door de VN-vredesmacht bij de allereerste stoere taal van Nasser te laten inrukken, aldus de kritiek, dwong U Thant de Egyptische president de verlaten posten in de Sinaï in te nemen en het Israëlisch scheepvaartverkeer door de Straat van Tiran te blokkeren.

Het is een droeve, lang niet volledige opsomming. De Veiligheidsraad fungeerde hooguit als piste voor het publiekelijk uitvechten van wereldwijde meningsverschillen. Toen de Sovjet-Unie en een aantal Arabische landen in 1975 voorstelden het zionisme gelijk te stellen met racisme, trok de Amerikaanse ambassadeur Patrick Moynihan zo fanatiek van leer dat vrijwel het hele zuidelijk halfrond van de weeromstuit vóór de resolutie stemde - het tweede of derde historische dieptepunt in vijftig jaar VN.

De openbaarheid voegde een eigen momentum toe aan het conflict, zo begreep Javier Pérez de Cuéllar, de bedaagde Peruaan die tussen 1981 en 1991 te boek stond als 'meer secretaris dan generaal' dan wel 'iemand die geen golven zou veroorzaken als hij uit een boot viel'. Dat laatste is een zeldzame frivoliteit uit de pen van Rosemary Righter; haar Utopia Lost - The United Nations and World Order gaat nogal aan degelijkheid en loodzware omslachtigheid ten onder.

Pérez introduceerde midden jaren tachtig het besloten overleg tussen de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad. Dat werkte vaak heel goed, maar toegegeven: Pérez de Cuellar had de tijdgeest mee. Met Gorbatsjov aan de macht in Moskou vielen er weer zaken te doen. Ook voor de VN was met perestrojka en glasnost een ander hoofdstuk opengeslagen.

Dat de VN het in 1945 gedroomde utopia zouden verwezenlijken geloofde niemand meer na vier decennia van teleurstelling en impotentie, en zelfs de door George Bush geproclameerde 'nieuwe wereldorde' overleefde de Golfoorlog niet, maar de organisatie heeft zoveel aan geloofwaardigheid gewonnen dat ook Rosemary Righter haar boek een optimistische draai kan geven.

Righter volgde de VN jarenlang voor The Sunday Times, en dat veelal tot haar afgrijzen. Zij ziet nu toekomst voor een gestroomlijnde VN, die minder doen, maar wel beter. Daartoe pleit zij ervoor competitie in het apparaat te introduceren: de lidstaten moeten hun contributie geven aan VN-instellingen die zich het best van hun taak kwijten.

Stanley Meisler pleit nergens voor. De ex-verslaggever van de Los Angeles Times, inmiddels correspondent bij de VN, schildert op smakelijke, anekdotische wijze de geschiedenis van vijftig jaar Verenigde Naties. Beter: een geschiedenis, want veel staat er natuurlijk niet in.

Meisler richt zich geheel en al op de internationale machtspolitiek zoals die in de Veiligheidsraad werd uitgevochten. Dat is inderdaad de gebruikelijke manier om de VN te beschouwen, maar je hoeft maar door Visions te bladeren om in te zien dat de organisatie veel meer is. De foto's gaan van Afghaans vluchtelingenkamp tot beschermde neushoorn, van geïrrigeerd rijstveld tot Cambodjaans knekelpakhuis.

Het leeuwedeel van de VN-instellingen doet werk waarvoor de meeste wereldburgers graag een acceptgirokaart invullen. Als zij zich dat tenminste kunnen veroorloven, want pak-weg een kwart van de mensheid leeft nog altijd in schrille armoede. Dàt is de onvervulde agenda van de Verenigde Naties.

Meisler suggereert dat de aandacht voor de sociaal-economische programma's er met de haren wordt bijgesleept door lieden die het falen van de VN als vredeshandhaver willen verdoezelen. Hij acht dit in strijd met wat de oprichters op 24 oktober 1945 voor ogen hadden.

Meisler moet er het Handvest nog maar eens op naslaan: Hoofdstuk 1, artikel 1.

Rob Vreeken

Jan Ralph (editor): Visions - Fifty Years of the United Nations.

Foundation for the fiftieth anniversary of the United Nations, import Van Ditmar; ¿ 92,-.

ISBN 0 688 14313 X.

Stanley Meisler: United Nations - The First Fifty Years.

The Atlantic Monthly Press, import Novelty; ¿ 48,50.

ISBN 0 87113 616 3.

Rosemary Righter: Utopia Lost - The United Nations and World Order.

The Twentieth Century Fund Press, New York; ongeveer ¿ 60,-.

ISBN 0 87078 358 0.

Meer over