De vleeseter is nog niet klaar voor de tofuburger

Wat voor de boer geldt, gaat ook op voor de burger. Wat die niet kent, dat eet hij ook niet. De angst voor het onbekende, zegt voedingsdeskundige Annet Hoek van de Wageningen Universiteit, houdt consumenten af van vleesvervangers op plantaardige basis zoals de tofuburger. Alleen als fabrikanten erin slagen nepvlees beter te laten lijken op een biefstuk of een karbonade, zal de vleeseter zich laten verleiden.

Peter van Ammelrooy

Met die stelling hoopt Hoek 12 januari te promoveren. Ze voerde een onderzoek uit in het kader van een grootschalig project van de overheid en universiteiten dat is gericht op het terugdringen van de consumptie van dierlijk eiwit. Dat is op termijn gunstiger voor het milieu.

De promovenda stelt dat de Nederlandse eetcultuur nog niet toe is aan groenteburgers. ‘Vlees is geliefd, en uniek qua smaak en textuur. De vleeseter is tevreden en ziet geen reden om te veranderen.’ Vleesvervangers geven ook een minder verzadigd gevoel omdat er minder eiwit in zit.

Een campagne om duurzaam voedsel te bevorderen, zal weinig zoden aan de dijk zetten. Hoek verwacht meer van nepvlees dat niet van echt is te onderscheiden. Het zou ook helpen als supermarkten de vleesvervangers tussen de vleesproducten zouden aanbieden in plaats van in een apart schap, vindt ze.

Vleesvervangers hebben nu een marktaandeel van 1 procent. Van het nepvlees belandt 80 procent op het bord van vegetariërs.

Als Hoek dinsdag haar promotor niet kan overtuigen, kan ze altijd nog verwijzen naar de jongste cijfers over de vleesconsumptie, die donderdag werden gepubliceerd. In 2009 at Nederland per hoofd van de bevolking 43,3 kilogram vlees – 8 ons meer dan het jaar daarvoor. Het Productschap voor Vee, Vlees en Eieren schrijft die stijging toe aan de economische crisis. Daardoor eten meer mensen thuis en de vleesporties zijn daar door de bank genomen groter.

Meer over