De vijand die niet terugvocht

Bagdad zou het kerkhof van de Amerikanen worden, verkondigde het Iraakse bewind. Leunstoel-generaals voorspelden bloedige straatgevechten. Hoe konden de strategen zich zo vergissen?...

Een van de grootste legers van het Midden-Oosten, dat zolang met zoveel ontzag is beschreven, joeg zijn soldaten de palmbomen in toen de geallieerde invasiemacht zich samentrok langs de Koeweitse grens. Het idee was dat zij zo tijdig konden waarschuwen of de geallieerde troepen al in aantocht waren. Het was een absurde voorbereiding op de komst van de hi-tech vijand met zijn machtige B-52 bommenwerpers, onzichtbare Stealth-vliegtuigen en voorgeprogrammeerde kruisraketten.

In plaats van hen voor te bereiden op de genadeloze Amerikaanse bombardementen bestookten de Iraakse commandanten hun soldaten vlak voor het begin van de invasie, die de geallieerden de opgewekte naam Operation Iraqi Freedom hadden meegegeven, met ideologische lessen. De Iraakse soldaat, verdediger van een trotse natie, diende te vertrouwen op zijn geloof. De strijd tegen de 'ongelovige indringers' was een jihad, dus wie daaraan meedeed was voorbestemd voor het martelaarschap.

Veel hebben deze instructies, onder andere aangetroffen bij de 51ste Gemechaniseerde Divisie bij Al-Zubair, niet geholpen. Vrijwel de gehele divisie nam meteen de benen toen de oorlog begon. Sommige eenheden trokken zich terug in de zuidelijke stad Basra.

'De meest effectieve militaire macht in de Golf-regio', zo kwalificeerde Irak-specialist en voormalig beleidsambtenaar van het Pentagon Anthony H. Cordesman eind vorig jaar de Iraakse krijgsmacht in zijn boek Iraq's military capabilities.' Het is een lijvige publicatie, vol indrukwekkende cijfers, van de hand van één van Amerika's bekendste kenners van het Iraakse leger. Cordesman, toen: 'Irak moet serieus worden genomen bij elke militaire poging om het regime van Saddam Hussein omver te werpen'.

De militaire analist en strateeg van het Center for Strategic and International Studies (CSIS), een denktank in Washington met Madeline Albright en Alexander Haig, is dezer dagen een drukbezet man. De oorlog is immers voorbij en de militaire lessen dienen te worden getrokken. Het zijn er vele. De professor legt de laatste hand aan een boek over wat hij Amerika's zevende succesvolle oorlog sinds Vietnam noemt.

Het was een conflict waarin Irak volop blunderde en de wereld voor tal van militaire raadsels liet staan. En waarin Amerika nogmaals bevestigde dat een overwinning voorbehouden is aan die partij die een technologisch geavanceerde krijgsmacht in de strijd kan werpen. Eentje die flexibel, snel en inventief kan opereren. Het zijn de drie toverwoorden van een van de meest bizarre oorlogen van de afgelopen decennia.

Was Cordesman niet verrast door de snelle Iraakse instorting? In slechts drie weken. 'Iedereen die zegt dat hij niet verrast was, is arrogant', zegt Cordesman telefonisch vanuit Washington. 'Het /Iraakse leiderschap heeft cruciale inschattingsfouten gemaakt, met name wat betreft de loyaliteit van het militaire apparaat en het Iraakse volk. Was men bereid te vechten? Dat was van tevoren moeilijk in te schatten, ook voor mij.' De vraag is cruciaal: kon Saddam Hussein cum suis, toen de oorlog nabij leek, wel een geloofwaardige verdediging opzetten?

Vermoedelijk dacht Saddam Hussein zelf van wel. Zelfs wanneer ze de liefde van het volk met geweld moeten afdwingen, hebben dictators moeite niet te geloven in de illusie dat het volk achter hen staat. Vermoedelijk tot verrassing van Saddam Hussein bleken de Irakezen niet bereid hun leven op te offeren voor een regime dat hen tientallen jaren had onderdrukt. De heersers in Pyongyang, Damascus en Teheran zijn derhalve gewaarschuwd.

Cordesman: 'In veel Iraakse steden zijn opslagplaatsen vol wapens gevonden. Er was dus een strategie om te vechten. Maar de mensen die deze strijd moesten voeren, kwamen niet opdagen. Bagdad kon ze niet mobiliseren.'

De campagne zal waarschijnlijk nog jaren tot de verbeelding blijven spreken, en mogelijk zelfs gaan dienen als blauwdruk voor toekomstige oorlogen. De race naar Bagdad, de dodelijk effectieve luchtoorlog tegen vooral de Republikeinse Garde en het grootschalige gebruik van commando-eenheden en psychologische oorlogvoering verlamden het Iraakse regime zodanig dat het al vanaf de eerste dag geen gecoördineerde weerstand meer kon bieden.

Het was David tegen Goliath, een gevecht van een dwerg tegen een reus, een wereldmacht die thans in drie dagen net zoveel aan defensie uitgeeft als Irak vóór 1991 in een heel jaar en waarvan het defensie-budget net zo groot is als dat van de vijftien landen die na haar komen op de lijst van grote militaire besteders samen. Deze supermacht vocht een oorlog tegen een land dat door twaalf jaar sancties zat opgescheept met een hopeloos verouderd, centralistisch geleid leger met een laag moreel.

Desondanks waren de verwachtingen ten aanzien van de Iraakse strategie hooggespannen, niet in de laatste plaats aangewakkerd door de media en door hen geraadpleegde leunstoel-generaals. Doemscenario's, zoals een bloedige stadsoorlog in Bagdad of een Iraakse aanval met biologische of chemische wapens, hielden ook het Pentagon bezig. Niets daarvan kwam echter uit. Dammen werden niet opgeblazen, noch de talloze bruggen in Zuid-Irak, waarmee de Amerikaanse opmars had kunnen worden vertraagd.

Van de veel geroemde elite-eenheden, zoals de Republikeinse Garde, werd nauwelijks iets vernomen toen het erop aan kwam. Tenminste, zo leek het. Twee weken na Saddams smadelijke nederlaag is nog altijd niet duidelijk waar al die 389 duizend Iraakse militairen zijn gebleven. Dood? Gevlucht? Hoe kan het dat een leger, beschikkend over een van de omvangrijkste wapenarsenalen in het Midden-Oosten, zo weinig verzet bood? Wat is er gebeurd met die 2200 tot 2600 tanks, 3700 pantserwagens, 2400 artillerie-stukken en de ruim driehonderd vliegtuigen waarover de Iraakse krijgsmacht, aldus Cordesman, beschikte?

Wat steeds duidelijker wordt, is dat de wereld, ondanks de berichtgeving van de embedded verslaggevers, slechts een fractie heeft gezien van deze oorlog. Met name de psychologische oorlogsvoering heeft een belangrijk effect gehad op de wil van de Iraakse militairen om te vechten. Iraakse generaals werden bestookt met e-mails en faxen.

M

aanden voor het begin van de oorlog, begonnen de Amerikanen al met hun 'bombardementen', niet met bommen, maar met pamfletten. Zo'n vijftig miljoen stuks, onder andere met instructies hoe de Iraakse troepen zich moesten overgeven. De geschutskoepel van de tanks naar achteren gedraaid, de loop naar beneden. Wie de slag wilde overleven deed er goed aan flinke afstand te houden van het militaire materieel. Het klonk onvervalst Amerikaans. Vol zelfvertrouwen, op het irritante af zelfs. Alsof de VS de oorlog hadden gewonnen voordat die was begonnen.

In steden werden met luidsprekers de prestaties van de Iraakse man in bed op de hak genomen om er zo achter te komen waar de vijand zich had verschanst. Het resultaat: boze Fedayeen en militairen die hun positie verlieten om de Amerikanen te lijf te gaan.

De propagandaslag was gebaseerd op het gevoel van de Amerikaanse regering dat Saddam Hussein zo weinig steun genoot onder de bevolking dat er maar weinig voor nodig was om hem ten val te brengen. Van meet af aan was dat de kern van de Amerikaanse strategie: een Reaganesk geloof in de zwakte van een tegenstander wiens macht op terreur en onderdrukking steunde. Dat was ook de voornaamste reden voor het bombardement op een villa-complex in Zuid-Bagdad waarmee de oorlog begon.

Het Witte Huis hoopte dat deze poging het bewind te 'onthoofden' de oorlog overbodig zou maken. Toen die poging mislukte, begonnen de Amerikanen de tweede fase van hun psychologische oorlogvoering: de shock and awe-bombardementen. Bedoeling was niet alleen om de Iraakse militairen te demoraliseren, maar ook om de bevolking te laten zien dat het geen oorlog tegen Irakezen, maar tegen Saddam Hussein en zijn kliek was.

In Afghanistan was al gebleken dat het gebruik van 'slimme bommen' het voeren van een psychologische oorlog een stuk makkelijker maakt. Precisiebombardementen op doelen van het bewind bleken ook in Bagdad redelijk te werken. Er vielen burgerdoden door 'afzwaaiers' maar kennelijk hadden de inwoners zoveel vertrouwen dat automobilisten zich zelfs op straat waagden tijdens de bombardementen. De onderliggende gedachte van de Amerikaanse strategie is steeds geweest dat de grootste zwakte van het regime niet militair, maar politiek was. Dat was ook de reden om snel door te stoten naar Bagdad. Het idee: als Bagdad viel, zou meteen het hele regime instorten.

Bagdad viel, in een paar dagen. Niet in de 25 tot 30 dagen waarmee de commandanten van de mariniers, belast met de westelijke opmars naar de stad, rekening hadden gehouden. Alleen, waar waren de verdedigers? De destructieve kracht van de luchtcampagne is de tweede belangrijke reden voor Saddams snelle val. 'De verbazingwekkend snelle opmars naar Bagdad is het zoveelste bewijs dat een moderne lucht-operatie, toegepast met snelheid, accuratesse en dodelijkheid, een revolutionare kracht is die voorgoed de manier waarop grondoorlogen worden gevochten en gewonnen, heeft veranderd', aldus luchtoorlog-deskundige Stephen Budiansky deze maand in The Washington Post.

Slechts de overlevende Iraakse militairen kunnen nog navertellen hoe vernietigend de 900 kruisraketten, 18 duizend precisie-wapens en 8500 'domme' bommen waren die zijn afgeworpen. Was in 1991 7 procent van de bommen high-tech, dit keer was dat ruim 65 procent. Mariniers konden met hun howitzers van 22 kilometer afstand doelen ter grootte van een olievat raken.

Door de snelheid van de grondaanval, aldus Cordesman, moesten de Iraakse troepen wel uit hun posities komen, om te vluchten, zich terug te trekken of de aanval te openen, waardoor ze nog kwetsbaarder werden vanuit de lucht. Cordesman: 'De Republikeinse Garde werd aan flarden geschoten. Zo'n 60 procent van de luchtaanvallen was op hen gericht. Ze verloren in deze oorlog meer materieel dan in 1991. Het beeld dat ze niet vochten, klopt niet. Ze vochten en ze incasseerden veel slachtoffers.'

V

lak voor de val van Bagdad, had de Garde slechts 19 van haar 850 tanks over en maar 40 van de 550 artillerie-stukken. Hoeveel militairen zijn gedood, zal nog lang onduidelijk blijven. Sommige eenheden, zo meldde de Christian Science Monitor vorige week na interviews met Iraakse soldaten, verloren in een week 800 van hun 4000 militairen. Soms zelfs 600 in twee dagen.

Opvallend is dat beelden hiervan totaal ontbreken. Mochten de embedded-verslaggevers dat niet filmen omdat het de VS slecht uitkwam? Het totale aantal doden zal zeker in de duizenden lopen, mogelijk tienduizenden. Maar dat verklaart nog niet waar de honderdduizenden andere militairen zijn gebleven. De enige logische verklaring lijkt dat ze verkozen niet te vechten, hun uniformen uitdeden en opgingen in de burgerbevolking.

Cordesman: 'De lijst met Iraakse fouten is lang. Ondanks de maanden voorbereiding die Bagdad had, werden de troepen niet gehergroepeerd in defensieve posities. Er was geen coherente verdediging. Er werden geen grote troepenconcentraties geformeerd die een bedreiging vormden voor de Amerikaanse flanken.'

De vraag blijft waarom het regime geen chemische of biologische wapens heeft ingezet. Voor sommigen is dat een bewijs dat de VS en Groot-Brittannië ongelijk hadden toen zij besloten Irak binnen te vallen. Anderen beweren dat het Iraakse regime onvoldoende greep op het leger had om de militairen te dwingen dergelijke wapens in te zetten. Cordesman: 'We kunnen er alleen naar gissen. Mogelijk heeft de luchtoorlog hun commando-en communicatiesysteem zo ontregeld, dat inzet onmogelijk bleek. Ze werden al vanaf de eerste dag overrompeld.'

Amerika is in Irak militair niet echt op de proef gesteld. De wereld weet niet hoe in het Witte Huis zou zijn gereageerd als op één dag duizenden Amerikanen zouden zijn gedood bij een Iraakse NBC-aanval. De Amerikaanse overmacht heeft ook een gevaarlijke keerzijde. Want wat weerhoudt een tegenstander als Noord-Korea ervan, wetende wat Irak is overkomen, om bij een conflict de eerste klap uit te delen met een kernwapen? Rustig afwachten tot tienduizenden GI's op je afkomen, is na 'Irak' wel het domste wat je kan doen.

Dit is de eerste aflevering van een serie waarin wordt teruggeblikt op de oorlog. Volgende afleveringen zullen verschijnen op de buitenlandpagina's.

Meer over