De verzoener zoekt de confrontatie

In 2008 was Barack Obama een wit doek waarop de mensheid de mooiste dromen projecteerde. Het wonderkind van de verkiezingscampagne werd de weifelaar van het Witte Huis. Zijn aanhangers keerden zich van hem af. Maar Obama heeft zijn strijdbaarheid hervonden. Deze week was er zelfs weer een glimp van de oude Obama, toen hij als eerste president het homohuwelijk omarmde. Komt deze comeback op tijd voor zijn herverkiezing?

ARIE ELSHOUT

De Spijt

De nazomer van 2011. Barack Obama heeft het moeilijk. Voelen jullie je bekocht?, vraagt komiek Bill Maher in zijn talkshow aan zijn gasten. Ja. Ze hebben er spijt van in 2008 Obama te hebben verkozen boven Hillary Clinton.

Schrijfster Rebecca Traister ontdekt een nieuw gezelschapsspel: W.Z.H.H.G. Wat Zou Hillary Hebben Gedaan? Obama speelt daarin de rol van een verzoenende crypto-Republikeinse slappeling die al zijn principes verkwanselt, terwijl Hillary als een linkse John Wayne al die bandieten in het Congres in het gareel zwiept.

In The New York Times herinnert professor Drew Westen aan de presidenten Theodore en Franklin Roosevelt. Zij hervormden het land door de concentratie van macht en geld bij een kleine groep rijken te bestrijden. Obama had in hun voetsporen moeten treden. Maar door zijn afkeer van conflict heeft hij zijn historische opdracht verprutst. Westen: 'Barack Obama staarde in het gezicht van de geschiedenis en besloot zijn ogen af te wenden.'

In het Zuccotti Park verschijnen de tenten van Occupy. De links-populistische beweging protesteert tegen Wall Street en tegen de toenemende ongelijkheid in Amerika. Maar de president wordt niet gespaard. Michelangelo Bosch, een zware kerel helemaal in het zwart gekleed met kleurige speldjes op pet en borst, verwijt de Democraat Obama net als andere politici geld te hebben aangepakt van banken, beleggers en grote bedrijven. 'Dat zijn de poppenspelers die aan de touwtjes trekken op zijn rug', sneert hij. In 2008 stemde Bosch voor Obama, net als 95 procent van de andere zwarte kiezers. 'Maar dat was naïef.'

Het wonderkind van de verkiezingscampagne van 2008 is veranderd in de weifelaar van het Witte Huis. Hij is net 50 geworden, zijn haar is grijzer en de plooien rond zijn mondhoeken dieper. Alles wat ooit voor hem sprak, is in de ogen van de critici in het tegendeel verkeerd: zijn vermogen alle kanten van een probleem te zien werd besluiteloosheid, zijn rationaliteit veranderde in kilheid, zijn onpartijdigheidsideaal leidde tot te veel toegeeflijkheid.

'Wij die ons allemaal hebben laten betoveren door zijn welsprekendheid in de campagne kozen ervoor een aantal verontrustende aspecten van zijn biografie te negeren: dat hij zeer weinig had gepresteerd voor hij zich kandideerde voor het presidentschap, dat hij nooit een onderneming of staat had geleid, dat hij een buitengewoon onopvallende loopbaan had als rechtprofessor, die in de twaalf jaar op de universiteit van Chicago niets publiceerde, behalve een autobiografie', schrijft Westen. Zoveel venijn kan alleen maar voortkomen uit een gevoel van verraad.

Obama heeft net de veldslag om de verhoging van het nationale schuldplafond achter de rug. Het overleg met de Republikeinen was zo moeizaam, dat het vlak voor de deadline gesloten akkoord niet wordt gezien als een bewijs van macht maar van onmacht. De kredietstatus van de Verenigde Staten wordt verlaagd, de beurzen storten in.

Obama legt de schuld bij het Congres en de door de conservatieve Tea Party geradicaliseerde Republikeinse partij. Hij presenteert zich als Mr. Reasonable, maar die verdwijntruc werkt niet. Het is de taak van een president om het land mee te krijgen. Elk excuus onderstreept zijn zwakte. Zijn aanhangers voelen zich in de steek gelaten.

De Belofte

Januari 2009. Obama is net president. In al zijn vorige banen was hij ongedurig geweest. Het schoot niet op. Nu hij het hoogste ambt bekleedt, beschikt hij eindelijk over de macht om werk te maken van het ideaal dat hij en zijn vrouw Michelle vanaf het begin van hun relatie deelden: het bewerkstelligen van sociale verandering in Amerika door het verkleinen van de kloof tussen hen die van hun geboorte alles mee hebben en hen die van huis uit alles tegen hebben.

Obama is zelfverzekerd. 'Voor elke baan in mijn campagneteam die ik te vergeven heb, ben ik waarschijnlijk beter dan de mensen die ik hiervoor inhuur', zei hij als kandidaat. Hij gelooft in zijn uitzonderlijkheid. Hij wil een nieuw soort leider worden, eentje die het land verenigt in plaats van verdeelt. Hij vergelijkt zich in een interview met John F. Kennedy, Ronald Reagan en Franklin Roosevelt. Presidenten die Amerika veranderden. Michelle is overtuigd van haar mans bijzondere gaven. Dat zij bereid is zichzelf en haar twee dochters op te offeren aan de horreurs van een leven in het Witte Huis, komt doordat zij denkt dat hij grootse dingen kan verrichten.

Ook veel bewonderaars weten zeker dat Barack Obama, de jonge, knappe, charismatische eerste zwarte president van Amerika, een hogere bestemming heeft. Anderen vinden dat aanmatigend. Zijn stafchef, Rahm Emanuel, weigert te geloven dat zijn baas verheven is boven de normale politiek. De Tsjechische oud-president Vaclav Havel waarschuwt Obama voor de gevaren als op een leider 'oneindige hoop' wordt geprojecteerd. Teleurstelling kan omslaan in woede en wrok.

Obama boekt successen. Na de kredietcrisis van 2008 pompt hij 800 miljard dollar in de economie en voorkomt een herhaling van de Grote Depressie uit de jaren dertig. Hij verbetert met een prudent buitenlands beleid het slechte beeld dat na Bush' gestaalde reactie op '11 september' was ontstaan van Amerika. Hij voert een hervorming van de gezondheidszorg door, waarbij 32 miljoen onverzekerde Amerikanen het recht krijgen op een ziektekostenverzekering. Hij maakt een einde aan de achterstelling van homo's in de strijdkrachten. Hij trekt de troepen terug uit Irak. Hij doodt Osama bin Laden.

Het is een indrukwekkende lijst, maar er zijn tegenslagen, waarbij zijn onervarenheid, idealisme en goedgelovigheid zich wreken. Hij heeft de ernst van de crisis onderschat, het stimuleringspakket is te klein, het herstel te halfbakken. Miljoenen Amerikanen worden werkloos, kunnen hun rekeningen niet meer betalen, raken hun huizen kwijt, terwijl Wall Street miljarden hulp krijgt en amper wordt gestraft voor het veroorzaken van de crisis.

Obama wil zo graag een bindende president zijn die over de partijgrenzen heen reikt, dat hij het Congres het voortouw geeft bij het uitwerken van een door de twee partijen gesteunde zorgwet. Daardoor geeft hij de Republikeinen te veel het voordeel van de twijfel, zodat het resultaat historisch is maar bij vrijwel niemand populair.

Met de dood van Bin Laden toont hij leiderschap door tot actie te besluiten, terwijl er 20 tot 40 procent kans was op een echec. Maar zijn achterban is er niet blij mee dat hij meer soldaten naar Afghanistan stuurt, dat hij met drones dood en verderf zaait onder terroristen op grond van geheime, door niemand te controleren informatie. Er wordt gezegd dat hij terreurverdachten liever doodt dan gevangenneemt, zodat hij er niet nog meer hoofdpijndossiers bij krijgt in Guantánamo Bay, dat hij niet weet te sluiten, zoals hij wel beloofd had.

En zo doet Obama een nieuwe ervaring op: waar in de campagne zijn aanhangers hem overschatten, lijken ze nu zijn prestaties te onderschatten. Het is de prijs die hij met terugwerkende kracht betaalt voor zijn fenomenale succes als kandidaat: hij heeft zulke hoge verwachtingen gewekt, dat hij die onmogelijk in onversneden vorm kan waarmaken. Het scenario-Havel.

Velen voelen zich bedrogen. Dat laatste overkomt iedere president, allemaal moeten ze aanhangers teleurstellen, maar Obama wil anders zijn.

De zoon van een vader die hem al jong in de steek liet en een moeder die hem vanaf zijn tiende stalde bij haar ouders, vervalt in zijn oude neiging zich terug te trekken in zichzelf. Hij voelt zich miskend. Michelle ziet hem voor haar ogen ouder worden. Zij weet wat zijn grootste kwaliteiten zijn: zijn verstand, zijn analytische scherpte, zijn vermogen enorm veel informatie in zich op te nemen met zijn fotografische geheugen. Maar ze weet ook dat die gemakkelijk zijn zwaktes kunnen worden. Dan kan hij afstandelijk en niet-betrokken lijken. Dan heeft hij, de grote redenaar, moeite contact te maken met mensen. Dan kan hij crisisslachtoffers niet laten voelen dat hij hun pijn deelt.

Soms grijpt Michelle in. Dan roept ze, zoals in de campagne tijdens een voorbereiding op een debat toen hij zich verloor in beleidsdetails: 'Barack, voel - niet nadenken!'

Maar nu tijdens zijn presidentschap is Obama vaak bedroefd en verbitterd en denkt hij dat het publiek hem wel nooit zal begrijpen. Dan voelt ook hij zich in de steek gelaten - door hen.

De Wederopstanding

Het is december 2011. Obama is in Osawatomie, een scharrig stadje met 4.500 inwoners in Kansas. Een eeuw eerder riep Theodore Roosevelt daar de Amerikanen op de strijd aan te binden tegen de rijken die alle macht naar zich toe hadden getrokken. Obama neemt dat thema over. Hij hekelt de ongelijkheid en heeft het over de 'adembenemende hebzucht' van een kleine groep bankiers en beleggers, die zichzelf enorme bonussen toekenden en met andermans geld zulke risico's namen dat ze het land en de wereld in de financiële crisis stortten. De Republikeinen werkten dit met hun politiek in de hand.

Obama lijkt herboren. Hij is strijdbaar en populistisch. Weg is de vermoeidheid. Weg is de president die zichzelf zo graag boven de partijen, boven de politiek stelde. Weg is de president die de voorgaande zomer nog veel concessies wilde doen om gezamenlijk met de Republikeinen tot een begrotingsakkoord te komen.

In het Congres gaat hij in de aanval over een verlenging van de wet, die voorziet in een lagere loonbelasting. Hij dreigt de Republikeinen verantwoordelijk te maken voor het feit dat straks 160 miljoen Amerikanen meer belasting moeten gaan betalen als ze dwars blijven liggen. Zij zwichten. Zijn Democratische partijgenoten zien verheugd dat hij ditmaal niet inbindt.

Bij de State of the Union in januari lijkt Obama's haar weer minder grijs. Hij pleit voor 'een Amerika waarin iedereen een eerlijke kans krijgt, iedereen eerlijk doet wat het land van hem vraagt en iedereen het spel volgens dezelfde regels speelt'. Door te hameren op eerlijkheid trekt hij zich op uit het verstikkende moeras van ingewikkelde compromissen en tactische spelletjes en krijgt hij weer vaste grond onder zijn voeten met een simpele, sterk moreel getinte boodschap.

Veel gewone Amerikanen klagen dat het systeem in hun land in het voordeel werkt van de grote bedrijven, banken en rijken, terwijl de middenklasse moet vrezen voor zijn baan, huis, inkomen en pensioen, kortom voor een daling op de sociale ladder. Het is een sentiment, dat zich voor het eerst manifesteerde in de Tea Party en definitief doorbrak naar de oppervlakte door Occupy. Obama haakt erop in. Hij heeft weer een verhaal, net als in 2008.

In januari is zijn populariteit nog altijd laag. Maar als de werkloosheid voorzichtig begint te dalen, stijgt het aantal mensen dat zijn beleid goedkeurt, weer tot boven de 50 procent. Het lijkt op een comeback. Maar: komt die op tijd?

De Toekomst

Verkiezingsjaar 2012. De Republikeinse partij maakt van haar voorverkiezingen zo'n excentrieke vertoning, dat de president er weinig voor hoeft te doen om daartegen afgezet de wijsheid zelve te lijken. Maar dat neemt niet weg dat bij rechts een diepe haat leeft tegen Obama, wiens persoon kennelijk altijd sterke emoties oproept. Tegenover kritiekloze bewondering staat redeloze afkeer.

'Persoonlijk verafschuw ik Obama', zegt eind januari de 72-jarige George Dragneff, oud-marinier en oud-politieman bij een stembureau in Tampa, Florida. 'Hij biedt overal excuses aan voor Amerika en hij drukt geld in plaats van het te verdienen.'

'Obama is niet Amerika, hij is de vijand, die het land nu controleert en kapot maakt', zegt de 67-jarige Malcolm Daigle, adviseur voor liften en ijshockeyfan, vlak voor de wedstrijd tussen Tampa Bay Lightning en de Washington Capitals. 'Obama heeft nooit een echte baan gehad', vult zijn maat Ken Johnston aan. 'Hij deed alleen buurtwerk.'

De kritiek gaat verder dan een normaal verschil van mening. Het is een vorm van recalcitrantie: wij laten ons door het zogenoemde weldenkende deel van de natie niet voorschrijven wat correct is en wat niet. En ook: Obama is niet een van ons, hij is on-Amerikaans.

Hoewel de Republikeinse koploper Romney wordt gezien als een weinig overtuigende windvaan, kan Obama niet gerust zijn. Het zijn post-heroïsche verkiezingen. In maart zakt zijn populariteit weer. Oorzaak: de stijgende benzineprijs. De economie is zijn achilleshiel, zegt hoogleraar Susan MacManus, een no-nonsense vijftiger met haar diepe, gerijpte malt-stem. In Florida, een van de swingstaten die beslissend gaat worden in november, volgt zij de kiezers op de voet.

Zoals druïden de toekomst probeerden te lezen uit de ingewanden van offerdieren, zo is de verkiezingskaravaan gefixeerd op cijfers. Na de oorlog is nooit een Amerikaanse president herkozen als op verkiezingsdag de werkloosheid hoger was dan 7,2 procent, zegt de een. De werkloosheid is in april 8,1 procent. Het gaat niet om het percentage, het gaat om de richting, zegt de ander. Als de werkloosheid daalt, zoals het geval is, gaat hij het redden.

Sommigen letten op het aantal banen dat er maandelijks bij komt. Als dat er 200.000 zijn, is Obama de favoriet. Valt de banengroei terug tot 100.000, dan wordt hij de underdog. Bij 175.000 wordt het een van de spannendste races uit de voorbije jaren. In april was het 115.000.

Maar ook Obama weet: verkiezingen worden niet beslist op de rekenmachine. Alles kan op zijn kop worden gezet door Iran, de euro, de benzineprijzen, Afghanistan of de zorgwet. Hij beseft dat het 'frisse', zoals hij het zelf noemt, er af is bij hem. Zijn nieuwe confronterende stijl - hij verwijt de Republikeinen 'sociaal darwinisme' en dreigt het Hooggerechtshof - valt niet overal goed. Hij krijgt het verwijt een 'klassenoorlog' te willen ontketenen. Maar al valt de geest van 2008 niet meer terug te halen, zijn aanhangers van toen misschien wel.

Zijn campagnehoofdkwartier in Chicago probeert veel kleine donoren van toen terug te vinden. The New York Times schrijft daarover in maart. De Obama-campagne is letterlijk het spoor kwijt van veel Democratische kiezers. Vooral mensen met lagere inkomens die hun huis en/of werk hebben verloren en onbereikbaar zijn geworden.

De krant staat er verder niet bij stil, maar ligt bij deze groep misschien de sleutel tot de verkiezingen? Wat zullen die mensen, die het slechter hebben gekregen onder Obama, straks stemmen? Twijfelen ze net zo als Barbara Olencki, een chique vrouw uit Ohio van achter in de vijftig. Ze gaf les aan studenten voor het ministerie van Arbeid, maar nu is ze zonder werk.

In 2008 koos ze Obama. 'Ik dacht toen Mr. Smith Goes to Washington', zegt ze over de Hollywood-klassieker waarin een jonge idealist naar Washington trekt om de corruptie te bestrijden. Maar nu? 'Romney? Of toch weer Obama?' Olencki trekt nerveus met haar gezicht omdat ze door haar werkloosheid hyperonzeker is geworden en zichzelf niet meer vertrouwt.

Er staat veel op het spel voor Obama. Wordt hij herkozen, en wordt zijn zorgwet in juni niet getorpedeerd door het Hooggerechtshof, dan kan hij de geschiedenis ingaan als de man die de grootste hervorming invoerde sinds Medicare, het sociale programma voor ouderen. Dan kan hij behalve een goede president ook een groot president worden, zoals commentator Fareed Zakaria het omschrijft.

Wordt hij verslagen, dan zal hij als een teleurstelling worden gezien, iemand die hoop wekte maar die niet kon waarmaken, die verdeelde in plaats van verenigde, die zo prozaïsch regeerde na een campagne met zoveel poëzie, schrijft James Fallows van het tijdschrift The Atlantic.

Veel is onvoorspelbaar. De Republikeinse en Democratische partij zullen hun gelederen sluiten. Spijtoptanten zullen terugkeren op het nest. Obama is strijdbaar, hij durft zelfs weer een idealistisch geïnspireerde gok te nemen door het homohuwelijk te omarmen, bleek deze week. Maar het wordt spannend. De beslissing zal neerkomen op een kleine groep kiezers die zullen zweven tot het einde. Wat gaat dan die groep zoekgeraakte, door de economische crisis getroffen aanhangers uit 2008 stemmen? Wat gaat de werkloze Barbara Olencki doen?

VERANTWOORDING

Dit artikel is gebaseerd op wat Amerikaanse journalisten, academici en gewone burgers de afgelopen jaren hebben geschreven en gezegd over president Obama. Soms noem ik mijn bronnen expliciet, soms ook niet.

Voor de passages over de persoonlijkheid van de Amerikaanse president heb ik gebruik gemaakt van het boek The Obamas van Jodi Kantor. Deze journaliste van The New York Times zit dicht op de huid van het presidentiële echtpaar. Zij interviewde meer dan tweehonderd mensen: functionarissen van het Witte Huis, vrienden, familieleden en buren. Het leverde een schat aan wetenswaardige details op.

Voor de balans van Obama's presidentschap vormde Obama, explained, een essay van James Fallows in het tijdschrift The Atlantic, een belangrijke leidraad. Ook hij sprak veel ingewijden. Bovendien weet hij zoveel van vroegere presidenten dat hij het leiderschap van Obama enorm veel historisch reliëf geeft. Het enige storende is dat hij de president, op wie hij vier jaar geleden stemde, al gauw het voordeel van de twijfel geeft. Het dubbeltje kan nog zo hevig rondtollen, het valt altijd de goede kant op.

Dat geldt ook voor Fareed Zakaria in The Strategist, het artikel in Time waarin hij Obama's buitenlandse politiek evalueert. De magie van 2008 is kennelijk nog niet uitgewerkt.

David Rohde heeft er minder last van in een kritisch stuk over The Obama Doctrine in een special over 'Obama's Geheime Oorlogen' van het tijdschrift Foreign Policy.

undefined

Meer over