De vertrouweling van Mandela

Het leven van Ahmed Kathrada is nauw verweven met dat van een van de grootste helden van onze tijd: samen met Nelson Mandela werd Kathrada in 1964 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en overgebracht naar Robbeneiland. Dinsdag was hij in Den Haag bij de onthulling van een Mandela-standbeeld. Wim Bossema sprak met hem.

WIM BOSSEMA

Nog vorige week ging Ahmed Kathrada (83) op bezoek bij Nelson Mandela (94) in het plaatsje Qunu. 'Over politiek hebben we het niet meer, wel over mensen: hoe gaat het met die en heb je die nog gezien?' Mandela vond het leuk dat voor hem een standbeeld wordt onthuld in Den Haag. De familie van Mandela heeft zijn oude kameraad Kathrada als gezant gestuurd. Het beeld is dinsdag onthuld.

Hun levens zijn verweven, schreef Mandela in het voorwoord van de memoires van Kathrada. Ze zaten samen op Robbeneiland, 18 jaar, en daarna in de Pollsmoor-gevangenis bij Kaapstad. Met Walter Sisulu, die in 2003 overleed, vormden ze een hecht trio. Kathrada: 'Ik ben de jongste, daarom zou ik Mandela niet gauw een vriend noemen, dat past niet in onze cultuur, eerder een oudere broer. Sisulu was echt als een vader voor me; mijn eigen vader stierf toen ik 14 was.' Kathrada's vader was een immigrant uit India.

'Wij drieën zijn de enigen die de drie geruchtmakende apartheidsprocessen van de jaren vijftig en zestig alle hebben meegemaakt.'

Bij de laatste, het Rivonia-proces, ontsnapten de beklaagden aan de galg. Ze kregen levenslang. Zeven kopstukken, onder wie Mandela, Sisulu en Kathrada, werden afgevoerd naar Robbeneiland, voor de kust van Kaapstad. Dat schept een onbeschrijfelijke band.

Mandela en Kathrada konden het niet vanaf het begin al goed met elkaar vinden. Een jeugdige aanvaring werd legendarisch; Mandela schrijft erover in zijn De lange weg naar de vrijheid (1994) en Kathrada in zijn eigen memoires No Bread for Mandela (2004 in Zuid-Afrika, in 2011 heruitgegeven in de VS). Mandela was een leider van de radicale Jeugdliga van het ANC, Kathrada een jonge communist en militant van het Indische Congres, een bondgenoot van het toen nog geheel zwarte ANC.

Kathrada: 'Het ging om een staking in 1950 die onze organisaties samen hadden georganiseerd. Daarom waren de Jeugdliga en Mandela ertegen. Ze waren niet racistisch, maar ze vonden wel dat de strijd tegen apartheid exclusief door zwarten moest worden gevoerd. Ik kende Mandela al een jaar of vier en we kregen woorden, het werd verhit, ik daagde hem uit: kies een platform en een publiek en in een debat zal ik je laten zien dat iedereen achter mij staat. Tamelijk overmoedig. Mandela werd echt boos en heeft toen zijn beklag gedaan bij de besturen van onze clubs en dat later weer ingetrokken. De staking was een succes, maar er vielen tot onze schrik achttien doden bij. We besloten tot een proteststaking en een dag van rouw en toen deden Mandela en de Jeugdliga wel mee. Ik denk dat dat de dag was waarop hij van houding veranderde.'

De twee raakten nauw met elkaar betrokken in een strijd die in hoog tempo grimmiger werd en leidde naar Robbeneiland. Daar kreeg de Indiër Kathrada een lange broek en brood, de Afrikaan Mandela een korte broek en pap. 'Pas na tien jaar protesteren werd die ongelijkheid onder gevangenen geschrapt.'

Kathrada moest er met een 'communicatiecomité' voor zorgen dat er nieuws over de buitenwereld binnenkwam en berichten illegaal werden verzonden.

'We waren volkomen geïsoleerd in ons blok. President Zuma heeft ook tien jaar op Robbeneiland gezeten, maar we hebben hem nooit gezien. Het was makkelijk met de gewone gevangenen in contact te komen in het geheim. Die werkten in de huizen van de cipiers en namen kranten mee, die ruilden we dan met hen tegen zeep of tabak.

'We hebben ook twee keer een cipier omgekocht om ons leesvoer te bezorgen. Ik stuurde een brief naar een kennis in Londen die geld terugstuurde, waarvan die cipier een deel kreeg. Van het geld kochten we boeken, het Dagboek van Anne Frank. Een andere bewaker hebben we zelfs gechanteerd, ik schaam me het te moeten vertellen. Een oudere man, we hielpen hem op zijn nachtdienst met kruiswoordpuzzels en dreigden hem te verlinken als hij geen geheime briefjes rondbracht.'

Hij voegt er voor alle zekerheid aan toe: 'Dat laatste zouden we nooit hebben gedaan natuurlijk.'

Kathrada en Sisulu zetten Mandela aan tot het schrijven van zijn memoires, die de gevangenis uitgesmokkeld zou worden door een ANC'er, Mac Maharaj, als die zijn twaalf jaar erop had zitten. Dat lukte, maar de top van het ANC in ballingschap in Londen heeft de tekst toen niet uitgegeven - pas na Mandela's vrijlating in 1990 gebruikte hij de gesmokkelde tekst voor zijn De lange weg naar de vrijheid.

Waarom is het toen niet uitgegeven, na al die moeite? Kathrada: 'Dat weten we nog steeds niet. We hebben het wel gevraagd toen we vrijkwamen natuurlijk, maar er kwam geen antwoord. We hebben het maar zo gelaten, het was niet meer zo belangrijk.'

Sisulu en hij schreven opmerkingen in de kantlijn. Waar ging dat over? Kathrada: 'Wat ik me herinner voornamelijk over feitelijke onjuistheden, of we zeiden: waarom daar ook niet wat over schrijven.'

'Ik was er opnieuw heel erg bij betrokken toen Mandela zijn autobiografie liet schrijven door Richard Stengel van Time Magazine, die ook vele interviews met hem hield. Ik overlegde weer met Sisulu die een fenomenaal geheugen bezat. Ik sprak 25 uur met Mandela over zijn memoires, gedurende enkele weken, daar zijn geluidsbanden van en onlangs kreeg ik het transcript, een enorm pak, ik heb het nog niet gelezen.'

Kathrada noemt Mandela een 'superdemocraat' die heel koppig kan zijn. Hij vertelt over een actie die Mandela wilde voeren op Robbeneiland net in de periode dat 'we een prettige verstandhouding hadden met de bewakers en autoriteiten'. Niemand wilde dat op het spel zetten. 'Mandela lobbyde tot het laatst, maar toen hij de stemming verloor, legde hij zich erbij neer.'

Er was een cruciaal moment dat Mandela zijn eigen gang ging: in de jaren tachtig begon hij gesprekken met het apartheidsbewind. Pas later stelde hij zijn vier naaste kameraden op de hoogte, onder wie Kathrada. 'Ik was de enige die het echt met hem oneens was. Ik zei hem dat. We moeten niet met de vijand onderhandelen vanuit een zwakke positie. Ik vond zijn timing fout. Weldra bleek dat ik ongelijk had, zijn timing was perfect.'

Over persoonlijke kwesties sprak Mandela niet met hem, daarvoor is het leeftijdsverschil te groot zegt Kathrada. Voor zijn eigen problemen had hij Sisulu (ook Mandela leunde emotioneel op de oudere Sisulu). Als jonge activist had Kathrada een geheime verkering met een blanke mede-activiste, Silvia, in strijd met de rassenwetten. 'Ik vond dat ik het moest voorleggen aan de politieke leiders, want ik bracht ook collega-activisten in gevaar. Walter Sisulu en zijn vrouw Albertina zeiden: niets daarvan, dat mag jullie geluk niet in de weg staan.'

Ook toen Kathrada en Silvia besloten dat er geen toekomst voor hen was omdat hij levenslang vast zou zitten en zij met een ander trouwde, was Sisulu er als steun. Na zijn vrijlating vond Kathrada zijn nieuwe liefde in Barbara Hogan, parlementslid voor het ANC en korte tijd minister.

Na de eerste vrije verkiezingen werd Kathrada gekozen in het parlement. En hij werd een persoonlijk adviseur van president Mandela. Hij zegt dat er nog andere adviseurs waren. Maar voor echt moeilijke beslissingen had Mandela zijn vertrouweling in een kantoortje naast zich. Toen Mandela zich in 1999 uit de politiek terugtrok, deed Kathrada hetzelfde. 'We vonden het tijd voor een nieuwe generatie. Net als Mandela wil ik me er ook niet meer tegenaan bemoeien.'

Hij zet zich nu in voor het museum op Robbeneiland en heeft een eigen stichting. 'Ons doel is het non-racialisme nieuw leven in te blazen. Veel jonge Zuid-Afrikanen lijken vergeten dat allerlei minderheden hard hebben meegevochten voor de vrijheid, Indiërs, kleurlingen, nog veel meer. Dat was de kracht van onze beweging.'

Laatste vraag: waarom noemen alle vrienden en kameraden, Mandela inbegrepen, hem Kathy? Kathrada lacht: 'De onderwijzer heeft me die bijnaam op de lagere school gegeven. Afrikaners vinden Kathrada kennelijk moeilijk uit te spreken. Dat Kathy is blijven hangen. Ik vind het niet erg, ik heb er nooit iets tegen gedaan.'

Die ontwapende naam past ook goed bij de even bescheiden als invloedrijke Ahmed Kathrada.

MANDELA OVER KATHRADA:

Nelson Mandela schreef een kort voorwoord in de memoires van Kathrada, eerst verschenen in 2004, nieuwe editie uit 2011 met als titel No Bread for Mandela.

'Ahmed Kathrada maakt al zo'n lange periode deel uit van mijn leven dat het ondenkbaar is dat ik hem zijn memoires kon laten schrijven zonder iets bij te dragen, al is het maar een kort voorwoord. Onze levensverhalen zijn zo verweven geraakt dat het vertellen van het ene, zonder dat de stem van de andere ergens wordt gehoord, zou hebben geleid tot een onvolmaakt relaas.'

Als leider van de Jeugdliga van het ANC was Mandela een Afrikaanse nationalist die niets moest hebben van communisme en vakbondsacties. In 1950 kwam hij in aanvaring met de jonge communist Ahmed Kathrada. In zijn autobiografie Long Walk to Freedom (De lange weg naar de vrijheid) schrijft Mandela:

'Ahmed Kathrada was toen net 21 en wilde zoals alle jongeren graag tonen wat hij waard was. (...) Op uitdagende toon zei hij: 'Jij bent een van de Afrikaanse leiders en ik ben een jonge Indiër. Maar ik ben ervan overtuigd dat de meerderheid van de Afrikanen de staking steunt. Ik daag je uit om te komen discussiëren in de Afrikaanse township van jouw keus. En ik garandeer je dat de mensen achter mij staan.' Dat was een loos dreigement, maar toch werd ik er kwaad om. Ik deed er zelfs mijn beklag over tijdens een vergadering. (...) Ik voelde me toch wat schaapachtig en trok mijn klacht in. Hoewel ik het oneens was met Kathrada, had ik bewondering voor zijn bevlogenheid. Later hebben we nog vaak gelachen om dit incident.'

undefined

Meer over