De verslavende werking van sportplaatjes

Voetbalplaatjes sparen is verslavend. Vroeger kreeg je ze bij aankoop van een pakje sigaretten, margarine of beschuit, tegenwoordig bij de Albert Heijn. De lol? ‘Het gaat nergens over, maar het is wel leuk.’

Dat is namelijk Jan van Renswouw van DOS, uit het Vanderhout-album ‘Voetbalsterren’, seizoen 1969-1970. Jan van Renswouw stond afgebeeld op het plaatje dat Nauta, destijds 9 jaar, op het schoolplein in Vlaardingen kreeg van een vriendje met meer zakgeld dan hij. Zeven plaatjes in een zakje kostten een kwartje.

‘De plaatjes die ik als kind heb verzameld, daar heb in nu nog steeds het meeste gevoel bij’, zegt Nauta, tegenwoordig filmmaker – maar ook nog altijd voetbalplaatjesverzamelaar.

Hij heeft pas nog in één keer de hele World of Soccer-set van de eredivisie gekocht, 306 plaatjes, voor negentig euro. Goeie prijs, kwestie van contacten. Want de brave verzamelaar betaalt 2,50 per pakje van vijf plaatjes, en moet dan maar afwachten wat erin zit.

‘Hele goeie investering’, zegt Nauta – veelgehoord excuus van mannen die hun jongenshobby voortzetten. ‘Van die plaatjes in de Albert Heijn-serie weet je nu al dat ze nooit veel waard zullen worden. Die serie is eigenlijk totaal niet interessant, daar zijn er gewoon te veel van. Maar de World of Soccer-serie is over een paar jaar schaars, en geld waard.’

Hij heeft er wel eens mot over met zijn vrouw. ‘Je had met dat geld ook leuke dingen kunnen doen, zegt ze dan. Maar dan zeg ik: Ik dóe er ook leuke dingen mee.’

Hij begon in 1988, voor het EK van dat jaar, weer voetbalplaatjes te verzamelen, samen met een vriend. En daarna ging het van kwaad tot erger. Beurzen bezoeken, ruilen, kopen op internet – Nauta schreef zelfs een catalogus met een beschrijving van in Nederland verschenen voetbalplaatjes en hun geschatte waarde. De lol? ‘Het gaat nergens over, maar het is wel leuk.’ En het heeft dus iets verslavends.

Al vele decennia lang vinden (voornamelijk) jongens en mannen het leuk om plaatjes met sporthelden te sparen. Aanvankelijk kregen ze die bij aankoop van een rokertje (Moslem, Philips, Millhoff, Dunlop, Sport Virginia, Santos, Miss Blanche, Van Kerckhof, Van Rossem, Samson, Yatama, Hofnar, Hudson), margarine (Blue Band, Leeuwenzegel, Planta), beschuit (Bolletje, Turkstra, Stereo) of andere producten van inmiddels lang vergeten fabrikanten als Zendijk (worst), Beintema (koffie) en De Kloof (lucifers).

Bernard Nauta’s tot 1960 lopende lijst van Nederlandse fabrikanten die op enig moment de verkoop trachtten te stimuleren met voetbalplaatjes, telt 73 namen. Daarna is het gewoon doorgegaan, met Plus Supermarkt (2006), Texaco en Albert Heijn als laatste bedrijven met een lumineus idee: we doen er voetbalplaatjes bij.

En nog altijd met succes. Voetballers, een album met lege plekken en zakjes met plaatjes om die op te vullen, vormen voor honderdduizenden een onweerstaanbare combinatie. De verzameling is eindig, het sparen heeft een duidelijk doel en de compleetheid is bevredigend. Bernard Nauta: ‘En het is natuurlijk het sociale gebeuren dat erbij hoort, dat het aantrekkelijk maakt.’ Het handelen, de competitie, de milde obsessie.

Al in de jaren vijftig bedacht het Leidse bedrijf Monty dat het niet per se noodzakelijk was voetbalplaatjes te gebruiken om de verkoop van een product te stimuleren. De plaatjes op zich vormden ook een sterk product. Monty produceerde jarenlang voetbalplaatjes, die weliswaar werden verpakt met kauwgom, maar waarbij het overduidelijk ging om de plaatjes.

In 1968 was uitgeverij Vanderhout uit Utrecht de eerste die voetbalplaatjes helemaal afzonderlijk ging verkopen, in navolging van het Italiaanse Panini – dat later Vanderhout van de Nederlandse markt zou verdrijven en bijna synoniem werd met het voetbalplaatje.

Sportplaatjes en sigaretten vormden lang een Siamese tweeling. In Amerika gingen rond 1870 sigarettenfabrikanten ertoe over hun pakjes te verstevigen door er een kartonnen plaatje in te stoppen. Peck and Snyder was het eerste bedrijf dat daar beroemde baseballspelers op ging afdrukken – honkbal was toen al de national pastime. De combinatie was een doorslaand succes. De rage bereikte een hoogtepunt tussen 1909 en 1911, met de legendarische T206-serie van de American Tobacco Company.

Nog altijd zijn er op de hele wereld tienduizenden verzamelaars die ernaar streven die serie van 524 honkballers compleet te krijgen. Dat is voor de meesten overigens een financieel onmogelijke opgave. Op eBay zijn sommige T206-sterren te koop voor tien dollar, maar de zeldzamere plaatjes zijn bijna onbetaalbaar en brengen op veilingen tienduizenden tot soms honderdduizenden dollars op.

Aan de T206 zijn in de VS uitgebreide studies gewijd en er zijn fraaie boeken over geschreven. Alle 6900 mogelijke combinaties van spelers en variërende achterkanten van de plaatjes zijn beschreven en geïnventariseerd.

De Mona Lisa van de sportplaatjes is de T206-afbeelding van Honus Wagner, in het begin van de twintigste eeuw kortestop van Pittsburg. Wagner wenste geen promotie te maken voor een sigarettenmerk (verklaring 1) of wilde meer geld zien van ATC (verklaring 2). In elk geval werden van zijn plaatje maar een zeer beperkt aantal exemplaren gedrukt. Van Honus Wagner met op de achterkant reclame voor het ATC-merk Sweet Caporal zijn nog tussen de 50 en 75 exemplaren in omloop.

Maar de echte Heilige Graal van de sportplaatjesreligie is de Honus Wagner van Piedmont sigaretten. Daarvan zijn er op de hele wereld voor zover bekend maar drie.

In 1985 verkocht de verzamelaar Alan Ray zijn Wagner-Piemont voor 25 duizend dollar aan een New Yorkse handelaar. In 1991 kwam het plaatje voor 451 duizend dollar in bezit van de ijshockeyer Wayne Gretzky. Na verdere omzwervingen en prijsverhogingen kocht een Californische verzamelaar de T206 Wagner in 2007 voor 2.35 miljoen dollar. Zes maanden later verkocht hij het door aan een onbekende verzamelaar, voor 2.8 miljoen dollar.

Maar dat is het sportgekke Amerika.

Elders in de wereld wordt tot duizend euro betaald voor een compleet WK 1970 album van Panini, in Nederland gaat een plaatje uit de Miss Blanche-serie voor tussen de 10 en 25 euro over tafel.

In januari ging David Beckham voetballen voor AC Milan en Panini nam zijn plaatje in productie. Dat kon alleen worden besteld bij de multinational, die sinds de geboorte uit een krantenkiosk in Modena in 1963 zijn werkterrein tot ver buiten de sportplaatjes heeft uitgebreid, onder meer als uitgever van kinderboeken.

Panini produceert ongeveer 1 miljard pakjes voetbalplaatjes per jaar, voor albums van alle voetbalcompetities van enige importantie en voor speciale edities (zoals een speciaal album vanwege het honderdjarig bestaan van Feyenoord). Zes miljard stickers met een voetballer erop vinden jaarlijks hun weg naar de verzamelaars.

De handel in plaatjes is big business, net als de portretrechten van de spelers. In 2000 stopte het bedrijf met het album van de Nederlandse eredivisie, omdat de kosten (350 duizend gulden voor portretrechten) niet langer opwogen tegen de opbrengsten uit de verkoop van 700 duizend albums en zakjes met plaatjes. Maar in 2004 keerde Panini terug in Nederland, tot vreugde van alle verzamelaars.

Panini selecteert zelf de spelers die voor opname in de albums in aanmerking komen. Voor WK’s en EK’s moet het bedrijf de selecties eerder rond hebben dan de verschillende bondscoaches. De Panini-selectie is daarom altijd nieuws, vooral wanneer prominente spelers ontbreken in de stickerselectie.

Terwijl de Italianen een paar jaar geleden nog dachten dat in het digitale tijdperk het voetbalplaatje een langzaam maar zeker verdwijnend fenomeen zou zijn, bewees David Beckham dat het kleine portretje nog altijd springlevend is. Op het hoofdkantoor in Modena werden ze onmiddellijk na de aankondiging horendol van de telefoontjes en mails. Elk Italiaans jongetje wilde David Beckham in zijn Panini-album.

Panini trok alle verloven in, om de bestellingen zo snel mogelijk af te handelen. Het bedrijf wilde een herhaling van de kwestie Pizzaballa voorkomen. Elke Italiaan met ook maar de geringste voetbalkennis wist wat daarmee werd bedoeld.

Pierluigi Pizzaballa was in de jaren zestig van de vorige eeuw de spectaculaire doelman van onder meer Atalanta, AC Milan en Roma. Maar tegenwoordig is hij vooral bekend vanwege zijn Panini-plaatje. Of liever, vanwege het ontbreken van zijn Panini-plaatje. Pizzaballa was doelman van Atalanta toen door nooit helemaal opgehelderde oorzaken van zijn plaatje veel te weinig exemplaren in omloop werden gebracht.

In Italië heet het nog steeds het ‘Pizzaballa-syndroom’: de wanhoop van de verzamelaar, die in zijn verder complete album wordt aangestaard door één witte plek. Dat was de witte plek van Pierluigi Pizzalballa, in het Serie A-album van tienduizenden jongens en mannen die daar een levenslang trauma aan zouden overhouden. Pizzaballa was op zeker moment zelfs 3 Gianni Rivera’s en twee Sandro Mazzola’s waard – de absolute sterren van het Italiaanse voetbal van de jaren zestig.

Panini werd ervan verdacht met opzet bepaalde spelers in beperkte hoeveelheden in de zakjes te stoppen, ter stimulering van de verkoop. Het bedrijf bezwoer alle spelers – beroemd of anoniem – in gelijke aantallen te distribueren. Maar verzamelaars trokken dat in twijfel. Dat was even later in Nederland ook zo. Veertig jaar geleden was Cruijff minstens tien Aad Koudijzers (SVV) of Co Adriaanses (DOS) waard.

De geschiedenis herhaalt zich. Hoewel Albert Heijn zegt van elk van de 270 eredivisiespelers evenveel exemplaren te verspreiden, is een speler als Klaas-Jan Huntelaar (voorheen Ajax, tegenwoordig Real Madrid) op de schoolpleinen meer waard dan Rowin van Zaanen van Volendam. En op Marktplaats.nl wordt voor een ‘zeldzame’ Huntelaar vier euro gevraagd.

Het is vermoedelijk de psychologie van het voetbalplaatje: het plaatje dat door de verzamelaars meer waard wordt geacht omdat de afgebeelde speler beroemder is, ís ook meer waard. Ervaringsdeskundige Bernard Nauta: ‘Huntelaar zit er net zo vaak in als andere spelers, maar omdat hij nu weg is bij Ajax en omdat verzamelaars hem vasthouden omdat hij meer waard zou zijn, wordt hij dus automatisch ook schaarser.’

Bernard Nauta spaart nijver verder. Makkelijk is het niet. Hij ziet zichzelf niet in de rij staan achter de Albert Heijn-kassa, en ruilen op het schoolplein is er ook niet bij. ‘Het is een eenzaam bestaan, als oudere verzamelaar.’

Meer over