DE VERDEELDE HOOFDSTAD

De afscheidingsmuur rondom Jeruzalem is bijna af. De Israëlische hoofdstad ‘verjoodst’ volgens plan ten koste van de Palestijnse bewoners. ‘Het is een puur demografische berekening om zo veel mogelijk Palestijnen buiten te sluiten.’ Door Alex Burghoorn..

De hijskraan draait en kraakt en steunt. Aan de kabel zwiert een grijze betonnen plaat door de lucht naar zijn plaats van bestemming. Langzaam zakt het acht meter hoge muurschot naar de grond. Het nestelt zich op zijn brede betonnen voet in het zand, stijf tegen het laatstgeplaatste schot aan. Met schoppen, houwelen en een wals stampen bouwvakkers de aarde eromheen stevig aan.

Het is routine. De muur om Jeruzalem is weer ruim een meter langer.

De werkzaamheden in Anata, een Palestijnse wijk in het noordoosten van de stad, zijn goed te volgen vanaf het dak van de Middelbare School voor Jongens: de route van de muur loopt twintig meter achter het schoolgebouw langs. Van twee kanten naderen gestaag bouwploegen. Het gebrul van motoren en generatoren weerkaatst langs de hellingen van de vallei. Nog even en de muur, die twee keer zo hoog is als de Berlijnse Muur, sluit zich achter de ruggen van de 750 Palestijnse leerlingen.

Anata is dan met zijn tienduizend inwoners afgesneden van Jeruzalem - net als eerder al de Palestijnse wijken, dorpen en steden Ar-Ram, Abu Dis, Beit Jala en Bethlehem. Afgesneden van de markten in de Oude Stad, van de Haram a-Sharif (die joden en christenen de Tempelberg noemen) waarop de Rotskoepel en de Al Aqsa-Moskee staan.

‘Maak de muur rondom Jeruzalem zo snel mogelijk af’, was de opdracht van premier Ehud Olmert na de zelfmoordaanslag in een falafelzaak in Tel Aviv, waarbij op 18 april tien doden vielen. De Israëlische inlichtingendienst denkt dat de zelfmoordterrorist de Westelijke Jordaanoever heeft kunnen ontglippen, omdat rondom Jeruzalem sommige tracés van de muur nog altijd open liggen.

‘Maak de muur nog voor het einde van 2006 af’, heeft burgemeester Uri Lupolianski de regering op het hart gedrukt. ‘Om de burgers van Jeruzalem de veiligheid te bieden die ze zo verdienen.’ Hoewel er al ruim anderhalf jaar geen aanslag meer is gepleegd in de stad is niemand er de opgeblazen bussen en restaurants vergeten. Uit een opiniepeiling bleek in september 2005 dat 73 procent van de inwoners zich veiliger voelt achter een muur.

Het aanslagenoffensief van de Palestijnse terreurbrigaden na het uitbreken van de tweede intifadah was de aanleiding voor premier Ariel Sharon opdracht te geven de bezette Westelijke Jordaanoever met een stelsel van muren, hekken en greppels te omzomen. Palestijnen hebben echter vanaf begin af aan ‘landroof’ de belangrijkste drijfveer van de Israëli’s genoemd.

De muur staat deels op Palestijnse grond en volgt niet precies de Groene Lijn, de grens van voor de Zesdaagse Oorlog in juni 1967, toen Israël de Westelijke Jordaanoever veroverde op Jordanië. Het Internationale Gerechtshof heeft dan ook in 2004 de bouw van de muur en van nederzettingen op Palestijnse grond illegaal verklaard.

Het tracé door de oostelijke, Palestijnse helft van Jeruzalem ligt ver af van de Groene Lijn. Het ministerie van Defensie zegt dat 33 kilometer klaar is en nog eens 34 kilometer bijna, op een totale lengte van 88 kilometer in Jeruzalem. Waar de muur aan het eind van 2006 nog niet staat, heeft het ministerie beloofd een hek te bouwen. Hoogstwaarschijnlijk komt er een uitbreiding van de muur diep de Westoever in om ook Maale Adumim – met dertigduizend kolonisten de grootste joodse nederzetting op Palestijns gebied – bij de stad te trekken. Het maakt de muur rondom Jeruzalem dan twee keer zo lang.

‘Vergeet het veiligheidsargument’, zegt Abdallah Oweis, een Palestijnse stadsplanoloog die zijn opleiding heeft genoten in Duitsland en kortgeleden is teruggekeerd om onderzoek te doen bij het Internationale Centrum voor Vrede en Samenwerking (IPCC) in Jeruzalem. De laatste maanden heeft hij Anata onder de loep genomen, evenals en het naastgelegen vluchtelingenkamp Shuafat, dat ook aan de Palestijnse kant van de muur valt.

Vanaf het dak van de Middelbare School voor Jongens wijst hij op de heuvel tegenover Anata. Daar ligt Pisgat Ze’ev, een grote joodse nederzetting die wel aan de Israëlische kant van de afscheidingsmuur komt te liggen.

‘Waar hier in Anata het minimum aan ruimte is overgelaten tussen de huizen aan de rand van de wijk en de muur, daar krijgt Pisgat Ze’ev de hele heuvel plus het dal dat tussen de wijken in ligt tot zijn beschikking. Zij hebben straks alle gelegenheid om uit te breiden, om meer inwoners op te nemen. Het is een puur demografische berekening: zo veel mogelijk plaats maken voor joden in de stad en zo veel mogelijk Palestijnen buitensluiten.’

Verjoodsing

De voltooiing van ‘de verjoodsing’ van Oost-Jeruzalem verloopt volgens plan. Sinds Israël de stad tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 heeft veroverd, is dat het doel geweest, zegt Oweis. ‘De Israëli’s wilden wel de stad, maar niet de Palestijnse inwoners. Traag en stapsgewijs worden ze verdreven.’ Het is een conclusie die wordt gedeeld door Israëlische actiegroepen en studiecentra die zich het beleid van hun regering in Jeruzalem kritisch volgen - het Israelische Comité tegen de Verwoesting van Huizen (ICAHD), mensenrechtenorganisatie B’tselem, de planologen van Bimkom, en de advocaten en architecten van Ir Amin.

Toen op 7 juni 1967 over de Israëlische legerradio krakerig de boodschap ‘De Tempelberg is in onze handen’ klonk, kende de opwinding in Israël geen grenzen. Van 1949 was Jeruzalem een gedeelde stad geweest, met de Israëli’s in het westen en de Jordaniërs in het oostelijk deel van de stad waar ook Tempelberg lag. De foto van de eerste Israëlische soldaten bij de Klaagmuur, naast de Tempelberg, heeft de status van een icoon gekregen.

In het lied ‘Jeruzalem van Goud’ werd het verlangen naar een verenigd joods Jeruzalem vlak voor het uitbreken van de Zesdaagse Oorlog zo verwoord: ‘De markt is leeg en niemand bezoekt de Tempelberg in de Oude Stad’ – met geen woord werd gezongen over de Palestijnen. Het was een hit. Na de verovering van de Oude Stad is de tekst snel veranderd in ‘We zijn teruggekeerd naar de markt en het plein en vanaf de Tempelberg klinkt de roep van de sjofar (joodse ramshoorn) over de Oude Stad.’

Al drie weken na de inname van Jeruzalem heeft Israël het Palestijnse oosten van de stad geannexeerd, een stap die vrijwel meteen door de Verenigde Naties is veroordeeld. Op eigen gelegenheid trok de Israëlische regering de gemeentegrens. De Palestijnse dorpen aan de rand van Jeruzalem, waren plotseling stadswijken geworden. Op de tussenliggende grond heeft Israël sinds de jaren zeventig nederzettingen gebouwd. Amir Cheshin, destijds adviseur van burgemeester Teddy Kollek, onthulde in 1998 de strategie. ‘Het belangrijkste idee (*) was Oost-Jeruzalem te isoleren van de Westelijke Jordaanoever en een ring van joodse wijken te stichten die een stedelijke buffer zouden vormen tussen de twee.’

Het doel van het officiële ‘Masterplan 2020’ voor Jeruzalem, dat drie jaar geleden is opgesteld, is zeker te stellen dat 70 procent van de stadsbevolking joods is en 30 procent Palestijns. Momenteel is ongeveer al 65 procent joods, de rest is Palestijns. Alleen in de Oude Stad en de naastgelegen wijken, een gebied dat Israël niet wil opgeven, blijven Palestijnen wonen.

De demografische trend laat een verschuiving zien in de bevolkingsverhouding naar 60 procent joden tegenover 40 procent Palestijnen. Israël ziet dat als een gevaar voor de joodse identiteit van de ‘eeuwige, verenigde hoofdstad’. Het is echter moeilijk die ontwikkeling te keren: niet alleen groeit de Palestijnse bevolking sneller, ook trekt een gestage stroom joden weg uit de stad.

De muur biedt de Israëli’s uitkomst, zegt Abdallah Oweis. ‘Op geen andere manier kunnen tienduizenden Palestijnen in een beweging uit de stad worden gezet.’

Het behouden van de joodse nederzettingen in Oost-Jeruzalem schept ‘een nieuwe geo-politieke werkelijkheid’, zegt de Israëlische historicus Meir Margalit. ‘De joodse aanwezigheid zal dan massaal zijn.’ Margalit kent het gemeentebestuur van binnenuit: hij werkte twintig jaar op het stadhuis als gemeenteraadslid en adviseur. Tegenwoordig rapporteert hij voor het ICAHD nauwgezet over de Israëlische nederzettingenpolitiek.

‘De Israëlische handelingen dreigen de tot nog toe relatief rustige Palestijnse bevolking in Oost-Jeruzalem te radicaliseren’, schreven de hoofden van de Europese diplomatieke vertegenwoordigingen bij de Palestijnse Autoriteit een half jaar geleden in een alarmerend getoonzette rapportage aan Brussel. ‘Verscheidene Israëlische maatregelen verkleinen de kans op het bereiken van een akkoord over de deling van Jeruzalem’ – en daarmee ook de kans op vrede tussen Israël en de Palestijnen.

De EU-ministers van Buitenlandse Zaken hebben in december weliswaar hun ‘ernstige bezorgdheid’ uitgesproken over de Israëlische activiteiten in en rondom Oost-Jeruzalem, maar tegelijk de rapportage in een bureaula gelegd ‘voor de volgende vergadering’.

Na de hersenbloeding van Ariel Sharon, de verkiezingsoverwinning van Hamas en de crisis van de financiering van de Palestijnse Autoriteit is de aandacht verschoven. ‘De laatste verovering van Jeruzalem’, zoals het liberale weekblad The Economist de ontwikkelingen onlangs beschreef, speelt zich (grotendeels) af in stilte.

Leerlingen die tijdens de les uit het raam van de Middelbare School voor Jongens in Anata kijken, kunnen de legergroene patrouillewagen van de Israëlische grenspolitie op het schoolplein niet missen. De auto staat er elke dag en de agenten hangen wat rond, met het geweer over de schouder.

Het zit zo: om halftwee, als de school uitgaat, zijn er steevast rellen. Het is begonnen met protesten tegen de bouw van de muur, maar inmiddels is het een terugkerend gevecht tussen scholieren met stenen en politie met traangas en rubberkogels. Het naambord boven de ingang van de school heeft zes kogelgaten en ook op de muren in de hal heeft de rubbermunitie zijn sporen nagelaten. De voeten van de 13-jarige Abd as-Salam Salameh zijn anderhalve maand geleden verbrijzeld toen een patrouillewagen bruusk op hem inreed.

‘Steeds vaker houden ouders hun kinderen thuis’, zegt onderwijzer Mahmoud Najib, die zijn echte naam liever voor zich houdt. ‘De ouders zijn bang dat de jongens gewond raken of worden gearresteerd.’

‘Iedere ochtend staan ons meer onverwachte en ongelooflijke maatregelen te wachten van de Israëlische bezetting’, aldus Hind Khoury, die in maart het Palestijns ministerschap voor Jeruzalem heeft overgedragen aan een lid van Hamas-kabinet.

‘Afgesloten wegen, agressieve belastingheffing, verwoesting van huizen, arrestaties van jongeren, discriminatie bij dienstverlening, herroeping van ons recht om in de stad te leven, verzwaring van het beleg en de afsluiting van de Palestijnse stad, opsluiting in ghetto’s achter hekken.’

In Anata is twee weken geleden een man gestorven aan een hartaanval, omdat de ambulance anderhalf uur door het leger is tegengehouden, zegt Khader Dibbes, voorzitter van de wijkcomités van Anata en het vluchtelingenkamp Shuafat die zich tegen de muur verzetten. De ziekenwagen mocht de controlepost tussen Jeruzalem en Anata niet voorbij, omdat er eerder geen agenten beschikbaar waren om de ambulance in het gebied buiten de muur te escorteren.

‘Ze zeggen dat dat nodig is omdat jongens anders stenen gooien naar de Israëlische ambulances. Maar ze zijn juist stenen gaan gooien sinds de ambulances door toedoen van de politie te laat komen.’

Leegstand

In Ar-Ram, een buitengesloten Palestijnse wijk in het uiterste noorden, staat al 20 procent van de huizen leeg, zegt planoloog Abdallah Oweis. Hier bouwden Palestijnen uit het centrum van de stad een huis, omdat ze elders geen bouwvergunning krijgen. ‘Uit angst de identiteitskaart die hen toegang geeft tot Jeruzalem te verliezen, zijn ze terugverhuisd en bij familie ingetrokken. De muur heeft de nieuwe huizen intussen waardeloos gemaakt.’

In Sawahra, een dorp in het zuidoosten, is na de bouw van de muur de begraafplaats voor sommigen onbereikbaar geworden. Het dorp is in tweeën gedeeld. ‘De begraafplaats ligt binnen de muur’, zegt Oweis. ‘Als in de buitengesloten huizen iemand sterft, mag hij er alleen worden begraven als hij een identiteitskaart heeft voor Jeruzalem.’

Het brengt historicus Meir Margalit al met al tot deze conclusie: ‘Oost-Jeruzalem bevindt zich op de drempel van een krachtige explosie.’

Meer over