Column

'De Veiligheidsraad weerspiegelt een voorbije wereld'

Reken niet op de VN bij grote complicaties, schrijft Paul Brill. 'De samenstelling weerpsiegelt nog in hoge mate de wereld van kort na de Tweede Wereldoorlog.'

De Veiligheidsraad Beeld afp
De VeiligheidsraadBeeld afp

Voor de betere lijstjes moet je bij Foreign Policy zijn. Originele klassementen, spitsvondige thema's en, onvermijdelijk, soms ook alarmerende overzichten. In laatstgenoemde categorie: daags voor de jaarwisseling kwam het blad met een toptien van conflicten die in 2014 de mondiale stabiliteit het meest op de proef zullen stellen.

Er zijn uiteraard enkele usual suspects bij, zoals Syrië/Libanon, de Sahel en Soedan, die een jaar geleden ook voorkwamen op de FP-lijst van meest verontrustende spanningshaarden. Maar de helft bestaat uit nieuwkomers die al wel van zich hebben doen spreken, maar vooralsnog niet in het brandpunt van de belangstelling staan. Zoals Honduras, dat is uitgegroeid tot een regionaal centrum van drugscriminaliteit met een lugubere graad van gewelddadigheid.

Kleinere conflicten
De FP-lijst van gevaarlijkste conflicten is bepaald niet (alleen) bedoeld om te shockeren. Hij is opgesteld en beargumenteerd door Louise Arbour, de voormalige Hoge Commissaris voor de Mensenrechten die tegenwoordig leiding geeft aan de International Crisis Group. Ze hoopt juist te bereiken dat de wereld zich niet blindstaart op de welbekende crisisgebieden, maar zich ook rekenschap geeft van de nu nog kleinere conflicten die gemakkelijk kunnen uitgroeien tot grote drama's.

Veelvuldig valt in haar tekst het woord 'internationale gemeenschap', die ze oproept 'verantwoordelijkheid' te nemen en in actie te komen.
Maar dat is natuurlijk juist het grote probleem: er heeft zich wel een volkenrecht ontwikkeld en er zijn tal van internationale instituties, maar de bijpassende internationale gemeenschap blijft voornamelijk een droombeeld. We leven nog lang niet in een wereld die wordt gedragen door een gemeenschappelijk waardenstelsel, waaraan nationale belangen en aspiraties ondergeschikt zijn. Het is misleidend en zelfs gevaarlijk om te doen alsof dat wel het geval is.

De Verenigde Naties leveren het nodige, pijnlijke illustratiemateriaal. Diplomatieke initiatieven moeten vooral van bepaalde mogendheden komen en vredesmissies worden misschien wel gesanctioneerd door de VN, maar voor de uitvoering ervan is de wereldorganisatie volledig afhankelijk van regionale bondgenootschappen en individuele lidstaten.

Waakhond van de status-quo
Dat is niet alles. Ruim tien jaar geleden wees diplomaat en publicist Robert Cooper al op de wezenlijke contradictie die de VN parten speelt: enerzijds is er de pretentie vorm te geven aan collectieve veiligheid en een nieuwe wereldorde, anderzijds fungeert de organisatie juist als waakhond van de status-quo, in het bijzonder van de nationale soevereiniteit en van tirannieke regimes die geen vreemde pottenkijkers dulden. Dit is sindsdien alleen maar een knellender probleem geworden.

Louise Arbour. Beeld epa
Louise Arbour.Beeld epa

Meest zichtbare patstelling: het onvermogen om tot een hervorming te komen van de Veiligheidsraad, waarvan de samenstelling nog in hoge mate de wereld van kort na de Tweede Wereldoorlog weerspiegelt.

Dat betreft vooral de dominante positie van de vijf permanente leden met vetorecht: de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland en China. Gezien de huidige internationale constellatie zou er veel voor te zeggen zijn dat ook India, Japan, Duitsland, Brazilië en een Afrikaans land een vaste plaats in de V-raad krijgen. Maar elke hervorming stuit op blokkades. China moet niets weten van een Japanse promotie. Pakistan eist islamitische compensatie voor een opwaardering van India's status. Europa is al ruim vertegenwoordigd en Londen noch Parijs maakt aanstalten om een stapje terug te zetten (bijvoorbeeld een roulatieschema met de Duitsers). De twee Afrikaanse gegadigden - Zuid-Afrika en Nigeria - verkeren in slechte conditie.

Geloofwaardigheid ingeboet?
Hebben de VN daardoor aan geloofwaardigheid ingeboet in de niet-westerse wereld, steen des aanstoots voor het Westen is de selectieve verontwaardiging waarmee diverse VN-instellingen zijn behept. Het voorbije jaar heeft daarvan weer een aantal schrijnende voorbeelden opgeleverd. De Algemene Vergadering nam maar liefst 21 resoluties met een veroordeling van Israël aan, tegen slechts vier waarin andere landen werden gekapitteld. Notoir repressieve regimes, zoals Cuba en Saoedi-Arabië, werden benoemd in de Commissie voor de Mensenrechten. Syrië werd een plaats waardig bevonden in de mensenrechtenraad van Unesco. Iran mocht presideren over de VN-ontwapeningsconferentie. Zimbabwe kreeg de topconferentie over mondiaal toerisme toebedeeld.

Het is allemaal geen reden om het streven naar een sterkere VN op te geven. Maar laat die wens niet de vader van de gedachte zijn in de buitenlandse politiek.

Paul Brill is buitenland- commentator van de Volkskrant
Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over