Bellen met Herien Wensink

‘De veerkracht van de theaterwereld is bewonderenswaardig: als het niet kan, dan kan het toch’

In dit jaar van lockdowns waren de theaters meer dicht dan open. Desondanks wisten theatermakers zich in bochten te wringen om hun voorstellingen bij het publiek te krijgen, ziet theaterredacteur Herien Wensink. En zelfs om overheidsdiensten te bereiken.

Wies de Gruijter
De première van de theatervoorstelling Oorlogswinter in een lege zaal van Schouwburg Odeon in Zwolle. De schouwburg is vanwege de coronamaatregelen gesloten voor publiek.  Beeld Robin van Lonkhuijsen / ANP
De première van de theatervoorstelling Oorlogswinter in een lege zaal van Schouwburg Odeon in Zwolle. De schouwburg is vanwege de coronamaatregelen gesloten voor publiek.Beeld Robin van Lonkhuijsen / ANP

Tot de jaarwisseling blikken redacteuren van de Volkskrant terug op het jaar 2021.

Wat was 2021 voor een jaar voor een theaterredacteur?

‘Een jaar van improvisatie, alweer. Voor de lockdowns was ik drie à vier keer per week in een theater, dit jaar was mijn hele agenda weer grotendeels leeg. We belandden in een start-stopmodel waar ik helemaal gefrustreerd van werd; alles is voorwaardelijk.

‘De lockdowns dwongen ons om andere invalshoeken voor verhalen te bedenken. Het belang van het publiek, bijvoorbeeld. In de livestreams mis je niet alleen live contact met de spelers, maar ook de toeschouwers om je heen. De beleving wordt versterkt door je samen te voelen: je kunt ontroerd raken door de tranen van je buurman.’

Wat is je opgevallen aan de manier waarop theatermakers zich aanpassen aan de coronabeperkingen?

‘Aan de ene kant dwong de pandemie de theaterwereld tot een technologische sprong voorwaarts. Theatermakers zijn veroordeeld tot livestreams en registraties, en juist die combinatie van theater en film is best tof en verrassend. Het vergt een nieuw soort denken: wat is de essentie van dit verhaal en hoe breng ik dat, al dan niet via een scherm, over het voetlicht?

‘Zo zag ik een voorstelling die een soort videoclip was geworden: camera’s draaien om de acteur heen. Dat is andere koek dan een paar camera’s op een statief in de zaal. Ook dankzij het extra geld en de extra inspanning van de NPO zijn theater en tv meer naar elkaar toegegroeid, en dat heeft heel interessante vormen opgeleverd.

‘Dit jaar werd een livestream van Micha Wertheim geselecteerd voor Het Nederlands Theaterfestival, dat jaarlijks de beste theaterproducties van het seizoen toont. Dat is bijzonder, want normaal gesproken selecteert de jury alleen live podiumkunsten. Dat was echt een honorering: als je het intelligent aanpakt, kun je live gefilmd theater tot een nieuwe kunstvorm verheffen.

‘Aan de andere kant was er een herontdekking van de essentie van het theater: acteurs kwamen bij mensen thuis spelen, zonder decor of rekwisieten, met alleen hun lichaam en stem. Simpelweg op een zeepkist je verhaal vertellen, dat is toch het oeridee van theater.’

Je bent zo positief!

‘Dat komt deels door mijn karakter, maar ook door de sector. Als ik zelf moedeloos werd − wat iedere lockdown wel een keer het geval was − verzonnen theatergezelschappen toch weer manieren om te blijven spelen. De veerkracht is bewonderenswaardig; als het niet kan, dan kan het toch.

‘Wel zorgelijk is het natuurlijk dat een groot deel van het publiek wegblijft, en dat zzp’ers in de sector nauwelijk profiteren van de coronasteun. De steun gaat namelijk naar geijkte instellingen. Het idee is dat het geld via die instellingen bij freelancers terechtkomt, en dat gebeurt ook wel, maar niet iedere freelancer is direct verbonden aan een gezelschap of theater. Die mensen vallen massaal buiten de boot.’

Je schrijft veel over onderwerpen als diversiteit, inclusiviteit en klimaatactivisme in theater. In hoeverre oefent het theater invloed uit op het maatschappelijk debat?

‘Alle grote maatschappelijke debatten spelen ook in het theater: Black Lives Matter, klimaatactivisme, queer-zijn. En soms gaan theatermakers een soort crossovers aan om iets in gang te zetten. De makers van de bekroonde voorstelling De Zaak Shell werden aandeelhouder van Shell om een stem te hebben in de aandeelhoudersvergadering. Dat gaat veel verder dan een voorstelling spelen voor een publiek dat het over het algemeen toch al best wel met je eens is.

‘In juni verscheen het verhaal over theatermaker Ilay den Boer, die zeven maanden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werkte. Ik volgde hem anderhalf jaar, als een soort fly on the wall. Hij waagde − vol scepsis en verontwaardiging − zijn eerste stappen in de wondere wereld van het asielbeleid, en stelde langzaam zijn visie bij. Daar maakte hij een huiskamervoorstelling over. Samen met zijn publiek zamelde hij ideeën in om het vluchtelingenbeleid humaner te maken.

‘Veel IND’ers kwamen ook kijken en hun reacties waren hartverwarmend, vertelde Den Boer onlangs. Ze zeiden: eindelijk wordt er met nuance naar ons werk gekeken. De voorstelling werd zelfs onderdeel van de opleiding van de IND: de Module-Den Boer. En inmiddels hebben ook andere overheidsdiensten interesse in de methode. Kun je nagaan hoe ver de invloed van een theatermaker kan reiken.’

Welke les kunnen we uit het verhaal van Den Boer trekken?

Kunst wordt vaak weggezet als een hobby. Hardwerkende freelance professionals in de sector lopen cruciale coronasteun mis, en de VVD zegt dan domweg: die mensen moeten maar wat anders gaan doen.

‘Maar wat Den Boer bij de IND teweeg heeft gebracht, dat had echt niet vanuit ambtenaren of politici kunnen komen. Kunstenaars hebben een andere manier van denken. Ze zijn vindingrijk, creatief, empathisch en gebruiken hun verbeelding. Die kwaliteiten zijn niet overal in de samenleving vertegenwoordigd.

‘Waarom laten ze kunstenaars niet vaker meedenken over heikele kwesties? Zoals een toeschouwer bij Den Boers voorstelling, een rechter, zei: ‘Ik wens iedere overheid een kunstenaar toe.’’

Meer over