De van de zee onderkant

De Volkskrant staat vandaag in het teken van de Noordzee. Over open velden met bomenpartijen wordt wel gedacht dat de mens de waardering daarvoor in zijn genen heeft meegekregen....

Knikkend tandzaad is een in Zeeland zeldzaam plantje, dat op de plaatjes op internet wel wat weg heeft van het lelijke zusje van de boterbloem. Toch is het een van de ‘hoofdpersonen’ in het kinderboek Oosterschelde Windkracht 10 van Jan Terlouw. In dit boek werkt hij het generatieconflict uit tussen een vader die de Watersnoodramp van 1953 heeft meegemaakt en wil dat er een dichte veilige dam wordt aangelegd, en twee zonen die de zeearm willen openhouden om het milieu en de mosselvisserij te beschermen.

De moeder trekt er in verwarring in een bootje op uit op de Grevelingen. Ze wil ontdekken wie gelijk heeft, haar zonen of haar man. Op het afgesloten Grevelingenmeer vraagt zij zich af of het zeilen anders is dan vroeger op de open zeearm Grevelingen. Ze bespeurt alleen een vaag onbehagen, dat ze niet onder woorden kan brengen en dat evengoed te maken kan hebben met het feit dat ze inmiddels twintig jaar ouder is geworden. Misschien is een open zeearm mooier, maar zeker weten doet ze het niet.

Het gevecht voor het openhouden van de zeearm wordt door Terlouw afgeschilderd als een gevecht om het behoud van het knikkend tandzaad. Een plantje dat is verdwenen aan de oevers van de Grevelingen, maar dat nog wel voortkomt aan de rand van de Oosterschelde. De zonen vechten voor het beschermen van een soort die zij niet kennen en nooit zouden missen als die voor altijd uit Zeeland zou verdwijnen.

Als ooit de verbeelding aan de macht is geweest, dan was dat wel op het moment dat de regering besloot een compromis tussen de generaties uit te werken, door een gedeelte van de dam af te sluiten met beweegbare schuiven. Een investering van 2,5 miljard euro, maar die wel de unieke soortenrijkdom van de Oosterschelde zou kunnen beschermen. Het knikkend tandzaad zou het nu misschien redden aan de oevers.

Wie echter op zoek gaat naar de unieke natuurbeleving van de Oosterschelde, kan gemakkelijk teleurgesteld thuiskomen. In het liedje Horse with no name zong de rockband America al dat de oceaan ‘een woestijn is met ondergronds leven en de perfecte vermomming daarboven’. Ingvild Harkes, themadeskundige ‘oceanen en kusten’ van het Wereld Natuur Fonds, beschrijft dat de unieke Oosterschelde-beleving pas optreedt als iemand door de vermomming van het wateroppervlak heen breekt. ‘Wie gaat duiken, komt in een heel andere wereld terecht, met zicht van soms wel vijftien meter. Onder water heb je ook heel duidelijk seizoenen. In de lente zie je planten opbloeien en in de winter is het kaal. Op sommige dagen zie je de eitjes van het onderwaterleven zweven en als de zon schijnt en het helder is, kun je tussen de pijlers van de Zeelandbrug een school harders zien zwemmen. In de Grevelingen kom je eigenlijk alleen soorten tegen die op één plek leven. Ook kun je op de bodem van de Oosterschelde zeegrasvelden zien, of de sepia, een gestreepte inktvissoort, zien scharrelen.’

De rijke natuur is er dus wel, maar de onzichtbaarheid ervan maakt het twijfelachtig in hoeverre dit zich vertaalt in een rijkere natuurbeleving. Bij de bovengrondse natuur is er wel een duidelijk samenhang tussen natuurbeleving en natuurwaarde. Over open velden met bomenpartijen wordt wel gedacht dat de mens de waardering daarvoor in zijn genen heeft meegekregen. De kraamkamer van de mensheid bevond zich immers in Afrika en een daarop gelijkende omgeving leidt bij velen bijna automatisch tot een gevoelsmatige reactie.

Voor de argeloze wandelaar langs de oevers is het verschil in beleving tussen de Grevelingen en de Oosterschelde gering. Beide wateren bieden prachtige, lege vergezichten waar de mens nog niet te zeer is opgedrongen. Dat garandeert een prettige natuurbeleving, maar de onderliggende natuurwaarde is voor een groot deel door het wateroppervlakte aan het zicht onttrokken. De psycholoog Agnes van den Berg van de Wageningen Universiteit is een specialist op dit gebied, en merkt op dat er nog weinig onderzoek is gedaan naar de beleving van de Oosterschelde. ‘Ik zou zeggen dat je iets wat je niet ziet of zintuiglijk kunt ervaren, ook niet kunt beleven.’

Van den Berg: ‘Kennis van natuurwaarden kan de beleving wel beïnvloeden, maar hoe dat precies werkt, daarover is weinig bekend. Uit onderzoek naar de beleving van cultuurhistorie, die vaak ook niet direct waarneembaar is in het landschap, komt naar voren dat er op dit punt waarschijnlijk grote individuele verschillen zijn.’ Misschien is het zo dat je alleen met veel verbeelding aan de oever van de Oosterschelde iets van de grote cyclus van het leven kunt ervaren, terwijl voor de meerderheid van de mensen de Grevelingen even mooi of fijn is. Hoe uniek de natuur is, blijft alleen invoelbaar voor mensen die de moeite hebben genomen zich te verdiepen in het knikkend tandzaad en veel ander onbekend leven. De liefde voor de Oosterschelde zit in het hoofd en wordt niet automatisch met hart en ziel beleefd.

De toekomst zal uitwijzen in hoeverre de vermomming van het wateroppervlak de natuur eronder zal bedreigen. De oplossing van de beweegbare schuiven in de Oosterschelde, blijkt niet goed genoeg te werken. Doordat eb en vloed onvoldoende krachtig zijn, worden de diepe geulen niet meer uitgeschuurd en verdwijnt daarin het aanwezige zand. Het droog vallende getijdegebied – en daarmee de grootste unieke natuurwaarde – gaat zo in hoog tempo verloren. Zonder serieus ingrijpen zal de Oosterschelde alsnog in een grote bak water veranderen, stelde het overlegorgaan Nationaal Park Oosterschelde in mei.

De Oosterscheldekering is niet de oplossing voor zowel de natuur als de veiligheid voor de mens. Zal het natuurbeschermers opnieuw lukken de verbeelding aan de macht te krijgen? De moeder uit het boek van Jan Terlouw vindt de Oosterscheldekering zijn geld waard, omdat het daarmee is gelukt een brug te bouwen ‘tussen twee soorten mensen. Mensen die in techniek geloven en mensen die vinden dat een lieveheersbeestje een veel kunstiger bouwwerk is dan de Haringvlietsluizen’.

De mensen die in techniek geloven zijn voor een groot deel over de streep getrokken door de belofte voorlopig van de discussie af te zijn. Op de website van de Deltawerken wordt nog steeds trots gemeld dat de ‘stormvloedkering de komende tweehonderd jaar niet aan vervanging toe is. Pas halverwege de 21ste eeuw zal men zich weer achter de oren moeten krabben voor een nieuwe oplossing.’

Deze belofte wordt niet waargemaakt. Het Wereld Natuur Fonds is een van de partijen die hebben geopperd het afgesloten deel van de Oosterscheldekering af te breken en te vervangen door een meer open systeem. De komende jaren wordt het de vraag of het knikkend tandzaad en het leven onder water voldoende aantrekkingskracht hebben om het geld uit de begroting van de regering te kloppen.

Meer over