ANALYSE

De vaccinatiestrategie tegen covid-19 kampt met drie fundamentele problemen

Na de vaccinatie moeten mensen nog even op de locatie blijven, ‘omdat mogelijk een paar mensen – op de vele tientallen miljoenen vaccins – een anafylactische shock kunnen krijgen’. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Na de vaccinatie moeten mensen nog even op de locatie blijven, ‘omdat mogelijk een paar mensen – op de vele tientallen miljoenen vaccins – een anafylactische shock kunnen krijgen’.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Lichtpuntjes deze week: nationale records coronavaccineren op zowel woensdag (ruim 70 duizend) als donderdag (meer dan 86 duizend). Toch kan dit niet verhullen dat de campagne nog steeds 800 duizend prikken achterloopt bij de verwachtingen van een maand geleden. Waar komt dit door? Drie structurele problemen die in het oog springen – en de mogelijke oplossingen.

1. De zorgmedewerkers komen niet

120 duizend afspraakmogelijkheden. Zo veel zorgmedewerkers zouden deze en komende weken hun AstraZeneca-prik komen halen bij de GGD, berekende het RIVM. Een grove overschatting, zo blijkt. Donderdagmiddag stonden er nog 80 duizend van deze ‘slots’ leeg.

Het RIVM en het ministerie zien de oorzaak nog steeds in de vaccinatiestop met het AstraZeneca-vaccin van twee weken geleden. Inmiddels zijn we aanbeland bij de laatste groep zorgmedewerkers. Zij moeten een nieuwe afspraak weer in hun rooster zien in te plannen, of wellicht stellen zij hun planklusje gewoon even uit.

Maar dat is niet de volledige verklaring, zegt Hans Buijing, bestuurder bij branchevereniging Zorgthuisnl. ‘Bij de medewerkers in de wijkverpleging, bij de dagbesteding, vanuit de wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning, red.), speelde altijd al dat zij meer vragen hebben over vaccinaties dan hun hooggeschoolde collega’s in andere sectoren. Ook bij de griepprik is de opkomst in deze groep altijd laag.’

Het AstraZeneca-vaccin is het middelpunt van een mediastorm met onrust over mogelijke zeldzame, ernstige bijwerkingen. Onder meer Duitsland vaccineert er alleen nog ouderen mee. Buijing: ‘Wij horen vanuit onze achterban dat er twijfels zijn, dat medewerkers afspraken afzeggen of niet inplannen.’ Vrijdag werd ook in Nederland besloten tot een prikstop met AstraZeneca, voor mensen onder de 60 jaar.

Het ministerie heeft de koepelorganisaties opdracht gegeven ‘nog een keer aan de boom te schudden’, zoals een woordvoerder het verwoordt. Om alle medewerkers nogmaals op te roepen de prik te gaan halen, want ‘now is the time’. Dat werkt soms averechts, merkt Buijing. ‘Vorige week kregen wij als reactie terug: jullie zijn ons aan het pushen. Dat willen we juist niet, maar de goede informatie moet op de werkvloer terechtkomen. Het is echt een gevoelig onderwerp.’

Volgens Buijing moet het ministerie meer werk maken van de communicatie met deze specifieke groep zorgverleners. ‘Zij hebben vragen, daar moet je niet met dedain mee omgaan, maar juist serieus ingaan op de vraagtekens die boven tafel hangen.’

2. De strategie is zo flexibel als een loden deur

Voor de hand liggende vraag: kan het RIVM voor die 80 duizend onbenutte prikafspraken snel andere mensen oproepen? Animo genoeg in den lande.

Nu er geen zorgmedewerkers meer over waren die voor AstraZeneca in aanmerking kwamen, besloten ministerie en RIVM de vaccins te verdelen over de huisartsen. Die prikken immers de 60- tot 64-jarigen (en een rijtje uitzonderingsgroepen).

Dat zou een vertraging hebben gegeven van enkele weken, want voordat een huisarts de prik zet, moet er worden besteld, geleverd, uitgenodigd, ingepland en coronaproof worden geprikt in een vaak krappe huisartsenpraktijk. (Zóú, want AstraZeneca levert volgende week weer eens minder dan beloofd, waardoor dit plan B niet doorgaat.)

Het tekent de inflexibiliteit van de vaccinatiestrategie, zegt Jan Fransoo, hoogleraar logistiek in Tilburg en nu regelmatig adviseur van het RIVM. ‘We moeten flexibeler zijn in het vrijgeven van groepen mensen die een vaccin kunnen halen.’ Dat is nu lastig, want de hele vaccinatieuitnodiging is een ‘briefproces’. ‘Voordat je een brief hebt opgesteld, geprint en opgestuurd, ben je snel een week kwijt. Dat werkt vertragend.’

Onderliggend probleem is de gebrekkige digitalisering van de zorg in Nederland. In Denemarken is elke burger middels een app aangesloten op een elektronisch patiëntendossier; een pushbericht en de uitnodiging is binnen. In Nederland is zoiets nooit van de grond gekomen.

Er is een tussenoplossing, denkt Fransoo: ‘Eigenlijk wil je naar een systeem toe waarbij je iedereen alvast uitnodigt, zodat mensen kunnen aangeven dat zij het vaccin willen, en hoe zij per mail of telefoon bereikbaar zijn. Zo kun je mensen straks snel digitaal een uitnodiging sturen wanneer ze aan de beurt zijn. Dat maakt schuiven in de planning makkelijker.’

Zelfs met de huidige techniek moet dat binnen een maand te realiseren zijn, denkt Fransoo, al kan hij moeilijk inschatten in hoeverre IT-beveiligingseisen zo’n relatief eenvoudige wijziging kunnen vertragen.

‘Als straks de grote groep gezonde Nederlanders onder de 60 aan de beurt is, is het veel minder voorspelbaar hoe hoog de vaccinatiebereidheid is, en hoeveel mensen – bijvoorbeeld de zorgmedewerkers – al een prik hebben gehad. Dan wil je snel nieuwe mensen kunnen uitnodigen.’

Het ministerie heeft zelf ook een nieuwe uitnodigingsstrategie. Mensen uit de geboortejaren 1947 en 1948 kunnen zonder uitnodigingsbrief toch online al een afspraak maken voor een prik met het Pfizer-vaccin.

3. Voor de huisartsen is het vaccineren een enorm gedoe

Vooropgesteld, zeggen huisartsen: we helpen graag met de vaccinatiestrategie. Belangrijk werk, goed voor onze patiënten, en we krijgen er ruimhartig voor betaald. Maar bevreemdend is het soms wel.

‘De hele logistiek is uiterst verwarrend en verandert constant’, zegt de Amsterdamse huisarts Bart Meijman. Deze week kreeg hij plots te horen dat huisartsen in een groot deel van het land een beduidend grotere groep mogen uitnodigen dan verwacht. Binnen een dag moest hij berekenen hoeveel patiënten uit zijn praktijk tussen de 60 en 64 zijn, hoeveel mensen een BMI van boven de 40 hij heeft, hoeveel mensen met het syndroom van down, en hoeveel ouderen niet mobiel genoeg zijn om naar de GGD toe te gaan voor een prik. Hele vaccinatieplanning weer op de schop. Ondertussen loopt het gewone huisartsenwerk gewoon door.

Zijn bestelling heeft hij deze week kunnen doen, dan komt dat volgende week woensdag binnen (‘tussen 7 uur ’s ochtends en 21 uur ’s avonds’). De uitnodigingsmaterialen ontving Meijman een dag na de bestelling, zodat hij de uitnodigingsbrieven mét informatiefolders in de honderden enveloppen kon vouwen om mensen weer een week later op vijf ochtenden tussen 8 en 10 uur uit te nodigen.

De gevaccineerden moet hij vervolgens na de prik een kwartier lang observeren, op 1,5 meter van elkaar, ‘omdat mogelijk een paar mensen – op de vele tientallen miljoenen vaccins – een anafylactische shock kunnen krijgen. Het slaat nergens op, maar daardoor kan ik er niet in één keer een groep doorheen jagen, zoals ik met de griepprik gewend ben.’

De vaccinatiestrategie is veel te complex gemaakt, zegt Meijman. ‘Dat is het overgeorganiseerde van Nederland. Doodsbang dat er iets misgaat. We willen het voor elke subgroep zo goed mogelijk doen, waardoor we simpele oplossingen over het hoofd zien en dus in de problemen belanden.’

En dat is frustrerend, zegt collega-huisarts Marike de Meij. ‘Het is nu erg druk in de huisartsenpraktijk, maar wij hebben minder tijd voor patiëntenzorg, omdat we enveloppen moeten dichtplakken. Wij moeten plannen maken wanneer we prikken, welke doktersassistenten we vrij roosteren, op zaterdag wordt iedereen opgetrommeld, terwijl er hallen leegstaan waar iedereen gewoon kan worden geprikt. Waarom gebruiken we die dan niet?’

Eigenlijk zou je willen, zegt Meijman, dat de huisartsen alleen de medische selectie van hun patiënten doen, waarna de GGD’s dit soort grootscheepse vaccinaties overnemen.

Meer over