InterviewRemco Breuker

De universiteit moet op de schop, waarschuwt Koreadeskundige Remco Breuker

Remco Breuker.Beeld Jiri Büller

Hoogleraar Remco Breuker besloot iets te doen met zijn frustraties over het functioneren van universiteiten en schreef een pamflet, samen met twee andere hoogleraren. ‘De universiteitscultuur is extreem hiërarchisch, bijna feodaal.’

Toen Remco Breuker (48) twee jaar geleden het gevoel had dat hij dicht tegen een burn-out aan zat, bracht hij een bezoek aan de bedrijfsarts. De arts legde hem drie scenario’s voor. De hoogleraar Koreastudies aan de universiteit Leiden, bekend vanwege zijn even kalme als goed geïnformeerde mediaoptredens over Noord-Korea, zou ontslag kunnen nemen.

Als het werk hem zo zwaar viel, wat belette hem op te stappen van de universiteit? Een plek waar hoogleraren gemiddeld 45 procent meer uren maken dan in hun contract staat. Een plek ook waar Breuker, toen hij tien jaar geleden hoogleraar werd, al eens een burn-out opliep. Waar hij sindsdien elk jaar opnieuw bij de bedrijfsarts belandt omdat hij zich ‘op het randje van de klif’ bevindt.

De hoogleraar zou ook door kunnen werken tot hij er dood bij neer zou vallen – scenario twee. Of, en dat was het derde scenario dat de bedrijfsarts hem voorhield, de hoogleraar zou zijn ‘frustraties en negatieve emoties’ constructief kunnen gebruiken.

Dat laatste, zegt Breuker nu, ‘was advies waar ik wat mee kon’. Want kort na zijn bezoek aan de bedrijfsarts kreeg hij een email van de Amsterdamse hoogleraar Rens Bod. Of Breuker interesse had zich aan te sluiten bij WO in actie, de protestgroep die hij een jaar eerder had opgericht om problemen als de grote werkdruk in het wetenschappelijk onderwijs aan te kaarten.

Breuker sloot zich aan en werd al snel een van de gezichten van de actiegroep. Hij presenteerde vorig jaar rond deze tijd de alternatieve opening van het academisch jaar in Leiden, een protestactie tegen het kabinetsplan om geld van alfa- en gammastudies naar bèta en techniek te verschuiven. De actie kon op brede steun vanuit de academische wereld rekenen, tot universiteitsbesturen aan toe.

Eind deze maand verschijnt er van een Breuker een pamflet dat hij schreef met Rens Bod en de Utrechtse hoogleraar Ingrid Robeyns. In veertig stellingen vatten de academici de, volgens hen, grootste problemen van de universiteit samen en opperen ze oplossingen voor hoe het wel zou moeten.

U belandt elk jaar op het randje van een burn-out. Hoe kan dat?

‘Als docent aan een universiteit voel je je permanent schuldig. Universiteiten zijn in Nederland zwaar ondergefinancierd. Er moet te veel gebeuren voor veel te weinig geld. Het gevolg is: stelselmatig overwerk waar niets tegenover staat. Als ik mijn verplichtingen aan mijn studenten enigszins wil nakomen, moet ik ’s avonds en in de weekenden doorwerken. Daar lijdt mijn gezin onder.

‘Maar wat dit werk het zwaarst maakt, is het feit dat je te weinig inspraak hebt in wat je doet. De universiteit is niet altijd een prettige werkomgeving omdat het extreem hiërarchisch is. In ons pamflet noemen we het een bijna feodale cultuur. Alle macht is geconcentreerd bij een paar personen. Het nekt je dat er beslissingen worden genomen die over jou gaan, waar je helemaal geen inspraak in hebt.’

Overkomt u dat ook als hoogleraar?

‘Ik heb meer macht dan iemand die geen hoogleraar is. Ik heb een vast contract, dat is geen vanzelfsprekendheid aan een universiteit. Maar de macht van hoogleraren is gebroken in 1998, toen de wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie van kracht ging.

‘Sindsdien hebben de instituutsdirecteuren, de decanen en de collegevoorzitters dan wel rectoren het voor het zeggen. Zij worden benoemd, niet gekozen. In mijn geval bepaalt de instituutsdirecteur in grote mate hoe mijn werk eruit ziet. Wat het tempo is, wat de werksfeer is. Ik kan als hoogleraar wel een voorkeur uitspreken voor iemand, maar daar hoeft de decaan, die de instituutsdirecteur benoemt, niet naar te luisteren.’

In de inleiding schrijven jullie dat de coronacrisis ‘de teloorgang en de kwetsbaarheid’ van de universiteit extra blootlegt. Wat bedoelen jullie daarmee?

‘Sinds de coronacrisis wordt er nog harder gewerkt. We moesten omschakelen naar online onderwijs. Ook komend jaar blijven we hoofdzakelijk onderwijs op afstand geven. Ik geef maar één college in de week op de universiteit, de rest is online. Dat kost meer tijd. Alles wat je eerder snel en informeel deed, een praatje met een student, even langslopen bij een collega, moet nu per mail of telefonisch.

‘Ik mis eerlijkheid van mijn werkgever over het feit dat ons werk meer tijd kost en ik zie dat graag gecompenseerd. En dan bedoel ik niet, zoals dit voorjaar gebeurde, een bon van 7,50 euro van Fleurop, terwijl de bezorgkosten 7 euro zijn voor een bos bloemen.

‘Als er geen geld is: ook goed, maar zeg dat dan. In plaats daarvan kreeg ik dit voorjaar van een leidinggevende te horen: hoezo lopen jouw mensen achter met onderzoek? Ze zitten toch de hele dag thuis? Als je zoiets zegt, vraag ik me af of je nog voldoende aansluiting heb met de werkvloer.

‘De top-down bestuursvorm is nu nog zichtbaarder geworden. Er moest tijdens de coronacrisis snel worden geschakeld. Dat is niet het moment om iedereen te gaan raadplegen, dat begrijp ik, maar de crisissituatie bleef lang aanhouden, ik kreeg de ene oekaze na de andere. Als je daartegen protesteert krijg je snel de reputatie van lastpak.’

Jullie stellen ook dat niet elke student die nu op de universiteit rondloopt daar thuis hoort.

‘Onze conclusie is dat de universiteit een stuk kleiner kan. Omdat universiteiten worden betaald op basis van aantallen studenten, loont het veel studenten te trekken. Onze bacheloropleiding Koreastudies in Leiden telt tachtig studenten per jaar en we blijven maar groeien. Ik ben groot voorstander van mijn vakgebied, we hebben echt mensen nodig die tussen Korea en Nederland kunnen pendelen. Maar tachtig studenten per jaar? Ik weet het niet.

‘Een ander probleem is dat veel studenten die wetenschappelijk onderwijs volgen eigenlijk een beroepsopleiding hadden willen doen. Ze kiezen voor de universiteit omdat hogescholen worden gezien als minder prestigieus. Onzinnig, vind ik, want een goede hbo-opleiding doet niet onder voor een goede wetenschappelijke opleiding. Wij pleiten ervoor hogescholen een universitaire status te geven, zodat je als student kunt kiezen tussen twee trajecten: beroeps of academisch en het allebei evenveel waard is.’

‘Nu we het toch over studenten hebben wil ik nog iets anders aankaarten. Ik zou graag zien dat studenten wat meer verantwoording nemen voor de rol die zij hierin spelen.’

Hoe bedoelt u?

‘Veel studenten doen alsof hun neus bloedt. De steun die we als WO in actie van studenten ontvangen – en dan bedoel ik niet op persoonlijk niveau, want dat is hartverwarmend –vind ik teleurstellend.

‘Er zijn nogal wat studenten. Als zij morgen in enige indrukwekkende aantallen onze collegevoorzitters schrijven en zeggen: wij willen dat het anders gaat, reken maar dat daar serieus rekening mee gehouden wordt, meer dan wanneer wij dat doen. Maar dat gebeurt niet.

‘Als docenten aan de universiteit betalen wij 30 tot 40 procent van de opleiding van studenten feitelijk uit eigen zak door het structurele overwerk dat wij moeten leveren. Studenten hebben niet alleen een studieschuld, maar ook een morele schuld bij degenen die hun opleiding mogelijk maken.’

Je zou ook kunnen zeggen: studenten hebben het meest te lijden onder de problemen die jullie signaleren. Zij krijgen les van overwerkte docenten.

‘Zeker. Ik wil alleen maar zeggen: het kost ze niets om in actie te komen en ze hebben er veel bij te winnen. Als wij meer ruimte krijgen, merken zij dat ook. Dan krijgen ze hun papers wel op tijd nagekeken, met meer feedback.’

Jullie stellen de overheid medeverantwoordelijk voor ‘de menselijke schade’ door overwerk aan de universiteit. Is dat reëel?

‘Absoluut. Het bestuur van de universiteit is verantwoordelijk voor de werkomstandigheden, maar de overheid schept de voorwaarden waarbinnen dat moet gebeuren. De minister weet dat de financiering van universiteiten inadequaat is. Minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft zelf vorig jaar gezegd dat er een miljard extra bij moet. Geld dat er nog altijd niet is.

‘Het is aangetoond dat er op universiteiten veel wordt overgewerkt. Met WO in actie hebben wij vorig jaar een oproep gedaan onder wetenschappelijk personeel om zich bij ons te melden met klachten over overwerk en de gevolgen daarvan, voor een collectieve aangifte. We kregen uiteindelijk ruim zevenhonderd reacties van mensen die bereid waren aangifte te doen bij de arbeidsinspectie.

‘Hun verhalen waren heftig om te lezen omdat ze zo herkenbaar zijn. Mensen die worstelen met de combinatie werk en gezin, tot echtscheidingen aan toe. Maar ook verhalen over burnouts en hartklachten.’

Een van de oplossingen die jullie suggereren is het in ere herstellen van een senaat die de universiteit bestuurt.

‘Wij willen de academische senaat terug, maar dan inclusiever. Niet meer zoals vroeger met alleen witte, mannelijke hoogleraren. Alle medewerkers van de universiteit en ook studenten moeten gerepresenteerd worden. Decanen en collegevoorzitters worden vervolgens gekozen door de senaat.’

Jullie hebben scherpe kritiek op bestuurders van universiteiten. Maar wat kunnen zij doen als het grootste probleem geldgebrek is?

‘We zijn ons ervan bewust dat we kritisch zijn op mensen die vast zitten in een onmogelijke structuur. Ik geloof in de goede intenties van bestuurders. Tegelijkertijd denk ik: je bent volwassen, je hebt een goede opleiding gehad, je bent niet op je mondje gevallen, dan heb je de kans wat te doen.

‘In Australië is laatste een interessante rechtszaak geweest over wage theft, loondiefstal. De Universiteit van Melbourne moet medewerkers miljoenen dollars loon terugbetalen. De universiteit gaf werknemers structureel te weinig tijd om hun werk te doen. Docenten kregen bijvoorbeeld betaald per nagekeken paper, de universiteit rekende drie minuten nakijkwerk per paper – dat is natuurlijk veel te weinig tijd.

‘Ik hoop nog steeds dat we dit als volwassenen kunnen oplossen. Als dat niet zo is, dan lijkt me een proefproces over loondiefstal ook een interessante optie.’

Hebt u het eerste scenario dat de bedrijfsarts schetste, ontslag nemen, eigenlijk ooit overwogen?

‘Dat is niet wat ik wil. Ik wil heel graag aan de universiteit werken. Ik wil graag onderzoek doen, ik wil graag college geven, ik wil graag met mijn vakgebied bezig zijn.

‘Ik heb wel besloten: ik speel het spelletje niet meer mee. Ik ben opleidingsvoorzitter van de bachelor Koreastudies. Ik zet mijn handtekening niet meer onder die eindeloze tijdelijke contracten voor personeel. Ik neem geen genoegen meer met vijf of tien minuten tijd voor een scriptiebegeleidingsgesprek, terwijl iedereen weet dat er meer voor nodig is. Als we dat allemaal doen, heb ik goede hoop dat de universiteit weer een gezond instituut kan worden.’

Reactie Universiteit Leiden

Breuker mist erkenning over het extra werk dat afstandsonderwijs met zich mee brengt. Een woordvoerder van de Universiteit Leiden laat in een reactie weten dat er juist ‘heel veel waardering’ is voor de extra inspanningen van docenten. ‘Dat is in elke sector aan de hand, ook bij ons. Wij steken onze waardering daarvoor niet onder stoelen of banken.’

De universiteit reageert ook op de opmerking van een leidinggevende waarover Breuker vertelt. ‘Hoezo lopen jouw mensen achter met onderzoek?’ ‘Als deze opmerking zo gemaakt is, vind ik het een volslagen belachelijke opmerking',  aldus de woordvoerder. ‘We weten dat het onderzoek op veel plekken is gaan achterlopen ten gevolge van de coronacrisis. Daar is juist veel begrip voor.’

Lees ook:

De moderne universiteit is in een diepe crisis beland, meent Eelco Runia. Hij zegde zijn baan op aan de universiteit en zette zijn grieven uiteen in het boek Genadezesjes. ‘De universiteit is twee keer blij met studenten: als ze binnenkomen en als ze hun diploma halen.’ Lees hier het interview met hem terug. 

Ze grijpen al steeds naast onderzoeksbeurzen en dan maakt de minister ook nog meer geld (hun geld?) vrij voor de technische universiteiten. De geesteswetenschappers hebben er genoeg van

Floris Cohen, emeritus hoogleraar in de geschiedenis van de natuurwetenschap, ontwierp De ideale universiteit, en volgens hem ‘uitvoerbaar alternatief’ voor universiteiten zoals we die nu kennen. 

Meer over