De uitvoerders van het enkeltje Bagdad

Ze lichten 's nachts uitgeprocedeerde asielzoekers van hun ben en fouilleren kinderen. Wie zijn deze mensen die andere mensen uitzetten? En wat vinden ze van hun werk?

Dit is een verhaal zonder achternamen. Soms zijn ook de voornamen gefingeerd. De mensen om wie het gaat zijn ambtenaar, of werken bij de Koninklijke Marechaussee. Ze doen hun werk doorgaans nauwgezet, nadenkend en met compassie. Ze voeren de wet uit. Toch kan het problemen geven als hun namen in de krant staan. Daarom is het beter om ze weg te laten. Daarom ook is niemand echt herkenbaar op de foto's die de afgelopen weken van ze zijn gemaakt. Dat is van tevoren zo met ze afgesproken.

De mensen in dit verhaal zetten vreemdelingen uit. De roep is sterk om vreemdelingen uit te zetten. Illegalen en uitgeprocedeerde asielzoekers moeten weg, zo is de wet. Soms zijn het criminelen of oorlogsmisdadigers, dat maakt het wat gemakkelijker. Maar meestal zijn het gewone mensen die niks op hun kerfstok hebben. Mensen op zoek naar geluk. Ze hebben zich jarenlang met hun nagels vastgehouden aan Nederland, ze hebben er vrienden gemaakt en kinderen gekregen, de taal geleerd, ze hebben leren fietsen, zijn verliefd geworden of naar school geweest. Van een aantal kun je zeggen, dat ze Nederlanders zijn geworden.

En dan is het afgelopen, en worden ze uitgezet. Alleen of met hun kinderen, die niets anders van de wereld hebben gezien dan Nederland.

Politici gebruiken het woord uitzetten graag. Het is er de tijd naar. 'Simpelweg uitzetten', zoals Tweede Kamerlid Sietse Fritsma het vorige week nog formuleerde. Hij weet dat uitzetten niet simpel is, hij weet dat het enorm ingewikkeld is, maar dat doet er niet toe. Het gaat om het signaal. Elke vreemdeling die wordt uitgezet, is een signaal. Een teken dat je maar beter niet naar Nederland kunt komen, als vreemdeling. En een teken dat de overheid de burger serieus neemt, als de roep om uitzetten sterk is.

Wie zijn de mensen die andere mensen uitzetten? En wat vinden ze van hun werk?

Ambtenaar Maarten, van de Dienst Terugkeer en Vertrek in Den Haag: 'Wij doen wat we in Nederland democratisch met elkaar hebben afgesproken, wat is neergelegd in wetten en regelingen.'

Zijn collega Ronald: 'Ik vind het niet leuk om mensen uit te zetten. Maar we hebben samen besloten het te doen. Wij geven de wet een gezicht. En dan begint de discussie.'

Collega Hans: 'Het is niet altijd negatief. We hebben een psychiatrische patiënt uitgezet, die in eigen land veel beter af was. Maar het blijven altijd menselijke dilemma's, waar we mee te maken hebben. We lopen hier de hele dag van dilemma naar dilemma.'

Dit verhaal begint op het ministerie in Den Haag, bij de Dienst Terugkeer en Vertrek. Daar bereiden ze een vlucht voor naar Bagdad, een uitzettingsvlucht. Zes Iraakse gezinnen worden uitgezet, plus een handvol mannen en een vrouw alleen. Dat is geen sinecure. Het is een politiek gevoelige vlucht, bovendien. Irak is volgens tegenstanders helemaal niet veilig, en er gaan voor het eerst gezinnen met kleine kinderen mee. Dat is allemaal afgewogen. Minister Leers heeft er persoonlijk toestemming voor gegeven.

Er is een hoop te regelen, vertellen ze op het ministerie. Hier, en daar. Voordat zo'n uitzettingsvlucht naar Irak vertrekt, reizen ambtenaren er al een paar keer naartoe om de plooien glad te strijken. Een week voor de vlucht moet Hans op stel en sprong naar Bagdad, omdat er een nieuwe immigratieofficier is aangesteld. Die moet onmiddellijk worden bijgepraat.

Machiavelli

De Dienst Terugkeer en Vertrek heeft 550 medewerkers. Van de ruim tienduizend mensen die vorig jaar uit Nederland weg moesten, is meer dan de helft aantoonbaar vertrokken. Afgezet tegen eerdere jaren was dat een mooi resultaat, staat in het jaarverslag van de Dienst (dat een motto heeft van Machiavelli: 'zonder creativiteit is nog nooit iemand groot geweest in zijn vak'). Uitzetten is niet goedkoop. Vorig jaar had de dienst 58 miljoen euro nodig. Daar komen de kosten van de politie, de Marechaussee en het gevangeniswezen nog bij.

Het vliegtuig dat de ambtenaren gecharterd hebben voor de reis naar Bagdad, kost een ton. Gezien de omstandigheden, zegt Maarten, is dat niet veel.

Je zou denken dat de mensen die dit werk doen, het politieke klimaat als een steun in de rug ervaren. Maar dat is niet zo. Ze hebben er vooral last van, zeggen ze: de actiegroepen en advocaten weren zich harder dan ooit. 'De toonzetting is te ver doorgeschoten', zegt Maarten. 'Onder een PvdA-staatssecretaris ging het eerlijk gezegd wat gemakkelijker.'

Het zijn vooral uitgeprocedeerde asielzoekers die de Dienst terug moet sturen. Die hebben 28 dagen de tijd om te vertrekken, maar doen dat meestal niet. Daarom worden ze nu bij de hand genomen door een 'regievoerder' van de Dienst, die alles regelt wat van belang is, en druk zet op de vreemdeling. Dat noemen de ambtenaren 'maatwerk'. Ze zetten alleen mensen uit die 'verwijderbaar' zijn en een 'schoon dossier' hebben. 'Het is een logistiek proces met heel veel onzekerheden', zegt Hans. 'Je moet iedereen op hetzelfde moment bij elkaar hebben. Je moet alle papieren op orde hebben. Je moet midden in de nacht nieuwe asielverzoeken kunnen behandelen. Er kan zomaar ergens een fax blijven liggen en het gaat al mis.'

Om te beschrijven hoe ingewikkeld uitzetten is, hebben ze bij de Dienst een boekje gemaakt. Het heet Dan zet je ze toch gewoon uit, en de titel is ironisch bedoeld. Er staan verhalen in van uitzetprocedures die zomaar drie of vier jaar duren en op het moment suprême alsnog mislukken. Het is vaak tien stappen vooruit en negen terug. Dat is frustrerend, zegt Jacqueline, een regievoerder die in Ter Apel werkt. 'Je moet het hebben van de unieke momenten dat het allemaal lukt. De momenten dat iemand beseft: het is inderdaad beter als ik meewerk en terugga.'

Dat gebeurt niet vaak.

In Ter Apel wonen 700 ex-asielzoekers. Ze worden er voorbereid op hun vertrek. Hier zijn ook de zes Irakese gezinnen die naar Bagdad gaan. Ze leven in de sobere barakken en caravans van een 'Vrijheidsbeperkende Locatie'. Ze zijn niet opgesloten, maar moeten zich elke werkdag melden en mogen de gemeente niet verlaten.

'Dit is het laatste station', zegt manager Rob. 'Deze mensen hebben jaren in Nederland gezeten, en hier stopt het. Maar we helpen ze wel. Wij zeggen: u moet terugkeren - hoe kunnen we u daarbij helpen?'

Hij zegt ook: 'We doen ons best om het zo humaan mogelijk te houden. Maar als ze echt niet willen, kun je niet veel. De eerste die uitvindt hoe je mensen echt humaan kunt terugsturen, moet een standbeeld krijgen.'

Humaan en respect - het zijn belangrijke woorden voor iedereen die zich met uitzetten bezighoudt. Die woorden vallen in elk gesprek, of het nu in Den Haag is, in Ter Apel, op Schiphol of in de vreemdelingengevangenis van Rotterdam.

'Investeer in je vreemdeling!!!', staat in de powerpointpresentatie voor marechaussees, ter voorbereiding op de vlucht naar Irak.

'Samen, humaan en respectvol werken aan een waardig vertrek', is de missie van de Vreemdelingenbewaring in Rotterdam.

Dat is echt veranderd de afgelopen jaren, zeggen de ambtenaren zelf. En het maakt hun werk er ook wat prettiger op.

De Vreemdelingenbewaring is een nagelnieuw gebouw, dat zwart en hoekig naast Rotterdam Airport staat. Hier worden vreemdelingen vastgehouden tot ze worden uitgezet.

Omdat vreemdelingen meestal niets hebben gedaan behalve vreemdeling zijn, doen ze er in Rotterdam alles aan de gevangenschap comfortabel te maken. Van buiten een gitzwart Alcatraz, is het gebouw van binnen licht met grote, van bomen en grasveldjes voorziene luchtplaatsen. Er is een bibliotheek met boeken in vele talen, en kranten uit de hele wereld. Er is een sportschool. Een sportzaal. Een crea-ruimte. Er zijn imams, een pastor, een dominee, een humanist, een pandit en op afroep een rabbijn.

De vreemdelingen krijgen een hotelpasje, waarmee ze kunnen bellen. Ze kunnen ook eens per week boodschappen bestellen op een computerscherm.

Enorm teleurgesteld

'Behandel de ander zoals je zelf behandeld wil worden', zegt Folker, het hoofd van de terugkeerafdeling, die een rondleiding geeft. 'Het zijn mensen die een keuze hebben gemaakt om naar Nederland te komen. Die zijn enorm teleurgesteld. Daar moet je de tijd voor nemen, je moet je verplaatsen in de ander: hoe komt het nu dat hij reageert, zoals hij reageert?'

Collega Annemarie: 'Voorheen zagen we alleen de vreemdeling, de illegaal. Nu kijken we veel meer naar het individu, en naar het humane.'

Ze hebben allebei gewerkt op de detentieboten in Rotterdam, waar de sfeer anders was. Gedetineerden in luchtkooien, die naar je schreeuwden als je langsliep. 'Je kreeg er vanalles naar je hoofd gegooid', zegt Folker. 'Ik heb me afgevraagd: wil ik daar werken? Ik heb toch besloten het te doen. Omdat er zoveel verbeterd kon worden.'

Annemarie: 'Als je ziet wat voor dagprogramma we hier hebben. Dat geeft een stuk ontlading.'

Folker: 'Dit werk heeft een ratio. We doen wat de wet voorschrijft. Maar we werken met ons hart. Wij zijn ook mensen.'

De Vreemdelingenbewaring heeft een speciale gezinsafdeling. Daar speelt een bewaker badminton met een meisje van 5. Een ander tafeltennist met haar vader. Dat maakt het een merkwaardige gevangenschap.

In de Vreemdelingenbewaring gebruiken ze andere woorden dan voorheen. Ze spreken niet langer van gedetineerden, maar van ingeslotenen. Over die term is een tijdlang nagedacht.

De ingeslotenen hebben een eigen sleutel. De ramen hebben geen tralies. Er is een keuken, waar de ingeslotenen hun eigen eten kunnen koken. En in de kinderopvang maakt begeleider Mustafa lol met de ingesloten kinderen. Soms leert hij ze rekenen of taal. De kinderen dartelen om hem heen, de meesten spreken goed Nederlands.

Mustafa: 'Ik probeer het allemaal een beetje uit de detentiesfeer te halen. Afgelopen weekend hebben we nog pannenkoeken gebakken.'

Maar hij heeft wel moeite met het idee dat het jochie met wie hij vandaag lol maakt, morgen is verdwenen.

Ook bij de Koninklijke Marechaussee gebruiken ze tegenwoordig andere woorden. Tot voor een paar jaar ging het om deportees - een internationaal geaccepteerde term. Nu gaat het om vreemdelingen. Sommigen zeggen zelfs: klanten.

Opfriscursus

Het is een dag voor de uitzettingsvlucht naar Bagdad. In een zaaltje op Schiphol is een opfriscursus, voor de marechaussees die meegaan. Om 38 Irakezen uit te zetten, zijn 140 marechaussees nodig. Bijna 80 vliegen mee als 'escort'. De rest zal de vreemdelingen uit hun cellen halen, en hen naar het vliegtuig brengen.

Het zijn geen rauwdouwers, de marechaussees die dit werk doen. Daar zijn ze op uitgezocht. Het zijn geen 'brede grote kerels', zegt Jorrit, algemeen commandant van de uitzetvlucht naar Irak. 'We selecteren ze vooral op hun vermogen contact te maken met de vreemdeling. Op hun gevoel. Je moet empathie hebben, als escort. Meer dan de buitenwereld denkt.'

Jorrit is een jonge militair, die zijn werk met overtuiging doet. Hij leidt op Schiphol het verwijdercentrum, waar dagelijks vreemdelingen met lijnvluchten worden teruggestuurd, vaak geëscorteerd. Hij zegt: 'Ik sta achter het werk. Ik vind dat het noodzakelijk is. Ik heb vertrouwen in de mensen die de asielbeslissingen nemen. En ik vind het een geweldige uitdaging om zo'n operatie te mogen leiden.'

Hij zegt ook: 'Ik ga niet onder stoelen of banken steken dat zo'n vlucht iets met ons doet. Vooral zo'n vlucht met kinderen. Het zijn de klussen waar we het meest tegenop zien. Maar het moet wel gebeuren. Zolang je jezelf nog in de spiegel kunt aankijken ben je... het woord immuun is niet het goede. Maar je kunt het wel een plekje geven.'

Aan het begin van de opfriscursus vraagt docent Lennart of er iemand is die problemen heeft met de klus. Niemand steekt zijn hand op.

Hoe vaak is de marechaussee geen gewelddadigheid verweten? Vorig jaar nog, bij een uitzettingsvlucht naar Irak, kregen ze de volle laag van Amnesty International. Dat was een zware klus, vertelt instructeur Rob; voordat ze in het vliegtuig zaten, waren de vreemdelingen 'vol in verzet'. Ze schreeuwden, sloegen, beten, schopten, smeerden poep op de muren - alles om de vlucht niet door te laten gaan. 'Als we dan met vijf man boven op zo iemand liggen', zegt hij, 'ziet dat er heftig uit. Maar het enige wat we doen, is zo'n man rustig maken, de situatie controleren. We doen het humaan, en met respect. We zorgen dat hij niet beschadigt. Het is jammer dat veel mensen dat niet begrijpen.'

Tijdens de training krijgen ze ook les in wat docent Marcel het 'wettelijk kader' noemt. Marcel staat voor de zaal met marechaussees, en haalt de Grondwet aan. 'Lichamelijke integriteit is verankerd in de Grondwet', zegt hij. 'Dus is het normaal dat jij zomaar een vreemdeling beetpakt?'

'Nee', zegt een marechaussee.

Hij vertelt over de Roemeen die begin jaren negentig zwaar gehandicapt raakte omdat marechaussees zijn mond met tape hadden dichtgeplakt.

'Wat denk je dat er gebeurt, als zoiets opnieuw voorvalt?'

'Dan worden we finaal afgemaakt.'

'Juist. Dat is het politieke afbreukrisico waar we mee te maken hebben. Het ligt gewoon allemaal heel gevoelig.'

Later zegt hij tegen de marechaussees: 'Het beste wapen dat je hebt zit niet op je heup, maar tussen je oren.'

Die middag oefenen ze met de 'dwangmiddelen', speciaal bedacht om vreemdelingen in toom te houden. De dwangmiddelen zitten in een onopvallende, zwarte rugzak. Twee meter klittenband, een gezichtsmasker van blauw kunststof, tie-wraps en een Franse body cuff, een handboeiensysteem van textiel dat de armen van de vreemdeling niet beschadigt.

Ze oefenen ermee.

Het gaat er serieus aan toe.

Commandant Rob zegt nog: 'Blijf scherp. Laat je niet in de luren leggen als er zo'n klein mannetje met grote kijkers naast je komt zitten. Die kunnen ook bijten. Hou er rekening mee dat er taferelen ontstaan met kinderen waarvan je denkt: Hé, dat stond niet in de folder. '

De volgende dag passen ze alles toe. Dan komt het hele verhaal bij elkaar. Vroeg in de ochtend worden de vreemdelingen, de klanten, de gezinnen uit hun cellen gehaald, met busjes naar het vliegtuig gebracht, het vliegtuig in geholpen en naar Bagdad gebracht. Het gaat zoals het was besproken. Als een marechaussee een onwillige klant een zetje geeft in de rug, zegt zijn collega: 'Niet aanraken! Dat doen we niet!'

'Het is behoorlijk professioneel geworden', zegt Rob, de opperwachtmeester die al jaren uitzettingen doet. 'Ik heb er wel wat mee, met de vreemdelingen. Als je dat niet hebt, moet je dit werk niet doen. Je moet je realiseren dat het best wat doet, met die mensen. De beslissing is genomen. Daar kunnen wij niets tegen doen. Maar ik weet dat het emotioneel niet gemakkelijk voor ze is.'

Duidelijkheid

Bij het boarden wordt Rob bespuugd door een woedende jonge Irakees. Hij doet alsof het niet is gebeurd. 'Dan moet je gewoon verdergaan. Daar moet je begrip voor hebben. Duidelijkheid is altijd prettig. Duidelijkheid is altijd het beste.'

In het vliegtuig bijt een vreemdeling zijn escort. Een ander sloopt een stoel. De één gaat in de body cuff, de ander in de boeien. Maar als het toestel is opgestegen komt de rust, en uiteindelijk kletsen de escorts met hun vreemdelingen alsof ze samen op vakantie gaan.

De vlucht is een succes: 38 vreemdelingen uitgezet. Maar niemand zal de vlucht een succes noemen, als de vreemdelingen zijn verdwenen, het vliegtuig opstijgt van Bagdad International Airport, en de spanning van de gezichten zakt.

Succes is het verkeerde woord. 'Ik heb ook kinderen thuis hoor', zegt marechaussee Simon.

Laat in de avond, als het vliegtuig terug is op Schiphol en de laatste ambtenaren van de Dienst Terugkeer en Vertrek in een busje zitten op weg naar huis, overleggen ze over de volgende vlucht.

De volgende vlucht gaat naar Afrika.

undefined

Meer over