De uitstraling van weervast staal

De samenstellers van 'Skins for buildings' geven een staalkaart van materialen voor gevels en wanden. Een naslagwerk voor architecten, dat de leek doet wegdromen....

Wie zijn huis wel eens verbouwd heeft, weet hoe moeilijk het is. Je komt met een vaag idee de keukenspeciaalzaak binnen en vrijwel meteen ben je in verwarring. De keus aan materialen is enorm. Vierkant, rechthoekig, wit of met een kleurtje, mat, glans, met motief, zonder - en dan heb je het alleen nog maar over de tegeltjes. Voor in een keuken.

Nee, dan een architect. Het is zijn werk, okay, maar hij moet nadenken over de vormgeving van de vloeren, buitenmuren, binnenmuren, deuren, gevels, daken, kozijnen, ga zo maar door. Over constructie en vorm natuurlijk, maar even zo belangrijk is het materiaal.

En elk materiaal heeft weer een andere uitstraling: een houten vloer voelt warm en gezel lig, een betonnen vloer kaal en koud. Ook de plek speelt een rol: een houten vloer is weer heel anders dan een houten plafond. Om nog maar te zwijgen van technische eigenschappen (sterk, slap, flexibel, waterdicht, isolerend, brandwerend) en toepassingsmogelijkheden.

Als we de samenstellers van het boek Skins for buildings mogen geloven is 'de keus aan architectonische materialen nog nooit zo groot geweest' en passen architecten van nu materialen op steeds weer nieuwe manieren toe. Vandaar de samenstelling van een vuistdikke materiaalatlas die de 'tweehonderd belangrijkste materiaalsoorten voor toepassing op gevels en wanden' behandelt.

Hoe bepalend materiaal is voor architectuur, besef je pas goed als je het boek doorbladert. Denk je aan Berlage dan denk je automatisch aan baksteen. Bij baksteen denk je aan Hollandse huizen of een kerk. En bij een kerk denk je weer nooit aan staal.

Neem het Guggenheim in Bilbao. Een van de dingen die het museum van Frank O'Gehry zo bijzonder maakt, is dat het n is gemaakt van een of ander buigbaar metaal zoals de flexibele vorm suggereert, maar uit massieve blokken natuursteen die door middel van speciale freesmachines gemodelleerd zijn. Als een waar beeldhouwwerk.

Voor sommige architecten is de keuze voor een bepaald materiaal niet meer dan een noodzaak om een bepaalde constructie voor elkaar te krijgen; met hout kun je nu eenmaal geen wolkenkrabber bouwen, dat gaat het best in staal. Voor andere architecten is het materiaal het uitgangspunt. Zo staat de Japanner Shigeru Ban bekend om zijn gebouwen van papier en karton, zoals het Japanse paviljoen voor de Expo 2000 in Hannover en zijn Paper Dome in de Leidsche Rijn, een koepeltent van papier die sinds kort fungeert als theaterpodium.

Voor de architect is Skins vooral een praktisch naslagwerk - mooi vormgegeven, dat wel - vol wetenswaardigheden die goed van pas komen tijdens het ontwerpproces. Het boek, dat in het Engels is geschreven, telt acht grote hoofdstukken, voor elke 'materiaalfamilie' , te weten hout, natuursteen, gebakken kunststeen, niet-gebakken kunststeen, metaal, kunststof, glas en nieuwe materialen. Elk hoofdstuk is ook weer onderverdeeld, zoals bij hout in hardhout, zachthout, houtachtige materialen, houtsamenstellingen. Je komt de mooiste namen tegen - mahonie, grenen, beuken, natuurlijk. Maar ook lariks, iroko, meranti, bangkirai. Voor het gemak worden alle namen vermeld in het Spaans, Duits, Frans, Italiaans en Nederlands.

Van elk materiaal worden, telkens op twee pagina's, de technische aspecten en de toepassingen gegeven. Steeds met een foto van een bestaand gebouw erbij dat het materiaal in de praktijk laat zien: bij 'weervast staal' staat het gebouw dat MVRDV maakte voor de RVU in Hilversum, bij 'roestvast staal' de Amsterdamse bioscoop Pathrena van de Architekten Cie. Onderaan elke pagina staat steeds een korte beschrijving van de kleur, mate van glans, transparantie, textuur, hardheid, temperatuur, geur, en mate van geluiddempendheid.

De specialistische staalkaart is ook voor de niet-architect een heerlijk boek. Op bijna elke rechterpagina staat een prachtige detailfoto, die de textuur en sfeer, ja zelfs geur en temperatuur van een bepaald materiaal tot leven brengt. Of het nou de tekening is van kokosnotenhout (smalle druppelvormige streepjes in vuurrood en zwart), het deels korrelige, deels gladde oppervlak van geglazuurde bakstenen, of het steriele van een kunststof als polyvinylchloride. Elke keer aai je onbewust weer over de pagina als om het materiaal echt te voelen.

Meer over