Analyse

De uitslagenkaart toont een groeiende polarisatie tussen nationalisten en kosmopolieten

Nu de tranen van de verliezers zijn gedroogd en de euforie van de winnaars is weggezakt, kan voorzichtig een eerste balans van deze verkiezingen worden opgemaakt. Een analyse van de uitslag leert dat die vooral de groeiende polarisatie tussen nationalisten en kosmopolieten weergeeft.

Sigrid Kaag wordt onthaald tijdens de fractievergadering donderdag.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Sigrid Kaag wordt onthaald tijdens de fractievergadering donderdag.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Conservatief-nationalistische partijen als PVV, Forum voor Democratie (FvD) en JA21 hebben als groep flink gewonnen (plus 6 zetels). Maar dat geldt ook voor hun tegenpolen, de progressieve kosmopolieten van D66 en Volt (plus 7).

Kind van de rekening zijn de klassieke volkspartijen, die in een lichtgrijs verleden zowel hoog- en laagopgeleiden als stadsbewoners en plattelanders aan zich wisten te binden: CDA, PvdA en SP. De enige partij die dat nog lukt is de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Hoewel: dat is misschien meer te danken aan het leiderschap van premier Mark Rutte dan aan de partijstandpunten.

Een ander kenmerk van deze verkiezingen is namelijk dat de drie grote winnaars (VVD, D66 en FvD) in hun campagne veel nadruk legden op de persoon van de leider. Of dat een structurele trend is, of een gevolg van verkiezingen in crisistijd, is een vraag die waarschijnlijk pas na de volgende verkiezingen beantwoord kan worden. Tijdens grote crises zijn kiezers doorgaans gevoeliger voor de roep van een ‘sterke leider’ dan in gelukkiger perioden.

De voortgaande versplintering van de Tweede Kamer duidt er ook op dat de tijd van grote, deelbelangen overstijgende ideologieën op zijn einde loopt. In Nederland, met zijn lage kiesdrempel, kan elk deelbelang gemakkelijk een eigen nichepartij oprichten en daarmee ook het parlement binnenkomen. Zo hebben we nu (even gechargeerd) een Kamerfractie voor boze boeren (BBB), een partij voor ontevreden ouderen (50PLUS), voor actievoerders tegen de bio-industrie (PvdD), voor Antilliaans- en Surinaams-Nederlanders (Bij1), voor Turks-Nederlanders (Denk) en voor streng gereformeerden (SGP). De partij voor Marokkaanse Nederlanders (Nida) haalde de kiesdrempel (nog) niet.

Terug naar de opvallendste trend van deze verkiezingen: de groeiende tegenstelling tussen kosmopolieten die positief staan tegenover internationalisering en behoudende nationalisten die eurosceptisch zijn. De eersten zijn relatief vaak hoogopgeleide stadsbewoners, de tweede groep is vaker lager geschoold en woont in een plattelandsgemeente.

Een analyse van de uitslagen op gemeenteniveau laat de geografische scheiding tussen Volt/D66-stemmers enerzijds en Forum/PVV/JA21-stemmers duidelijk zien. Volt- en D66-stemmers zijn in vergelijking met de achterban van andere partijen relatief jong en hoogopgeleid. Ze wonen dan ook vooral in (studenten)steden en in de gemeenten die daar tegenaan schurken. In Utrecht en Wageningen hebben deze twee partijen samen meer dan 30 procent van de stemmen gekregen. De zes gemeenten waar Volt het hoogste scoort, zijn alle studentensteden.

De aanhang van de nationalistisch-conservatieve partijen PVV, FvD en nieuwkomer JA21 woont daarentegen overwegend buiten de grote steden. Van deze drie partijen heeft de PVV in vergelijking met 2017 kiezers verloren. Dat stemmenverlies wordt echter meer dan gecompenseerd door de verkiezingswinst van de andere twee partijen op de uiterste rechterflank.

Een peiling van Ipsos in opdracht van de NOS laat zien dat er wel een significant verschil is tussen Forum-stemmers en JA21-stemmers. JA21-kiezers wonen vaker in het westen van het land en zijn gemiddeld hoger opgeleid dan aanhangers van FvD. De JA21-achterban telt ook meer vijftigplussers en mannen dan de volgelingen van Thierry Baudet.

Uit een vergelijking per gemeente van de uitslag voor populistisch rechts (Code Oranje rekenen we daar ook toe) blijkt dat deze partijen het hardst gegroeid zijn in het noorden van Overijssel en Friesland. Hier lijkt de boerenstem een rol te spelen. Omdat Friesland een relatief dun bevolkte provincie is met veel melkveehouderijen, is de boodschap van FvD hier in vruchtbare aarde gevallen. Baudet heeft zich van begin af aan achter de boze boeren geschaard die met tractoren protesteerden tegen de stikstofmaatregelen van het kabinet. Volgens FvD is er geen stikstofprobleem en kunnen de Nederlandse melkveehouders dus op de oude voet blijven doorgaan. Dat is precies wat veel boeren willen horen.

De verkiezingswinst van FvD gaat in Friesland en Overijssel vooral ten koste van die klassieke boerenpartij, het CDA. In de Friese steden, zoals Heerenveen, lijkt vooral de SP het gelag te betalen voor de opmars van conservatief-rechts. De combinatie Forum-PVV-Code Oranje-JA21 scoort echter relatief het hoogst in Edam-Volendam. De PVV is daar de grootste partij en met zijn vieren haalt uiterst rechts meer dan 39 procent van de stemmen in deze gemeente. JA21 is opvallend sterk in de regio’s rond Rotterdam, zoals Voorne-Putten, Westland en Barendrecht-Ridderkerk.

Dat veel kiezers graag stemmen op een kandidaat uit hun eigen regio is ook terug te zien in de geografische analyse. Zo is er in Limburg een Lilianne Ploumeneffect waar te nemen. De PvdA-leider komt uit Maastricht en wekt blijkbaar warme gevoelens op bij de Limburgse kiezer.

In de meeste Nederlandse gemeenten heeft de PvdA licht gewonnen of licht verloren op 17 maart. Dat resulteert per saldo in een stabiel zetelaantal in de Tweede Kamer. Maar in een groot aantal Limburgse gemeenten boekt Ploumens partij meer dan 25 procent winst ten opzichte van 2017. Bij de recentste Europese verkiezingen werden de Limburgse uitslagen al getekend door een levensgroot Frans Timmermanseffect. De Ploumen-push in het land van bronsgroen eikenhout is qua omvang een stuk bescheidener, maar mogelijk significant genoeg om de negende Kamerzetel veilig te stellen.

Volgens hetzelfde stramien heeft de BoerenBurgerBeweging (BBB) relatief veel steun vergaard in Salland, de streek rond Deventer. Dat is de woonplaats van lijsttrekker van Caroline van der Plas. Bekend maakt dus bemind. De BBB doet het ook erg goed in de Achterhoek en Noord-Twente, net als FvD en JA21. De winst van deze drie partijen gaat in Twente vooral ten koste van de SP en het CDA.

De SP krijgt ook enorme klappen in de aangrenzende zuidelijke gemeenten Bergen (Limburg), Boxmeer en Sint Anthonis. Ook hier profiteren vooral JA21, BBB en FvD. Dit bevestigt de bij vorige verkiezingen al waargenomen overlap tussen het electoraat van de SP en nationalistisch-rechts.

Meer over