De Turkse uitzendzeepbel

Honderden Turkse uitzendbureaus in Den Haag zijn op de fles. Ze gingen tenonder toen de Oost-Europeanen hun trukendoos opentrokken.

MAARTEN ZEEGERS

'Kom je vanavond ook online?' vraagt Billy, terwijl hij zijn laptop openklapt. 'Dan spelen we de hele nacht Call of Duty.' Sofia schuift een bord met pannenkoeken gevuld met Nutella over tafel en een kop inktzwarte thee.

'Ah lekker', zeg ik. 'Koffie.'

Billy en zijn vriendin Sofia zijn twee jaar geleden naar Nederland gekomen om te werken in de bloemenindustrie. Onlangs zijn ze verhuisd naar de woning onder mij, omdat hun oude onderkomen geen centrale verwarming had. Billy zit momenteel thuis met een werkeloosheidsuitkering en brengt zijn dagen door met online schietspellen. Sofia wil hier in de Haagse Transvaalbuurt aan de slag als kapster en doet daarom een beginnerscursus Turks.

Billy en Sofia komen uit Thracië, het uiterst noordoostelijke deel van Griekenland waar veel etnische Turken wonen. De meeste Griekse en Bulgaarse arbeidsmigranten in Nederland zijn eigenlijk van Turkse komaf. Billy is wel 'origineel' Grieks en noemt zijn Turkse landgenoten meestal 'zigeuners'.

Het idee om naar Nederland te komen ontstond na een Skypegesprek tussen Billy en een neef van de zus van een vriendin. Deze man woonde al jaren in Nederland en werkte bij een Turks uitzendbureau in Den Haag. Hij had werk voor Billy in een bloemenfabriek. Het contract lag voor hem klaar op het bureau, hij hoefde alleen nog maar een ticket te boeken.

Niet veel later kwam zijn vriendin over en ook zij vond werk in de tuinbouw. Billy laat me de opeenvolgende driemaandencontracten zien bij het Turks uitzendbureau met steeds een andere naam: Asef, Karabulut, A & B personeelsdiensten. 'Het is maar één bureau hoor', licht Billy toe. 'Ik weet ook niet waarom ze steeds van naam veranderden.' Ze betaalden netjes het minimumloon, maar 'vergaten' wel de vakantiedagen mee te rekenen.

Vorige maand kregen Billy en Sofia te horen dat hun tijdelijke contract niet zou worden verlengd. Billy begint zich zo langzamerhand zorgen te maken. Drie maanden heeft hij nog recht op een werkloosheidsuitkering, maar hij heeft geen idee hoe hij daarna de huur moet betalen. Bovendien ligt zijn vloer er al twee weken uit vanwege een lekkende verwarming. De (onder-)verhuurder steekt geen poot uit.

Bij zijn zoektocht naar werk is Billy al een paar keer langs geweest bij de Solidariteitsvereniging voor West-Thracische Turken in Nederland, een door de gemeente gesubsidieerde zelforganisatie die voornamelijk dienst doet als koffiehuis voor ouderen en werklozen van Grieks-Turkse komaf. Bij deze solidariteitsvereniging kon niemand hem tot nu toe helpen.

Een Turkse jongen uit de wijk had hem verzekerd dat hij binnen een paar dagen werk voor hem zou regelen. Maar van hem heeft Billy al anderhalve week niets vernomen. Ook bij de uitzendbureaus in de wijk liep hij vast.

Kiestoon

De volgende ochtend ga ik langs bij een aantal uitzendbureaus. Volgens internet moeten er dat alleen in de wijk Transvaal al een stuk of dertig zijn.

Bij een bureau op de Paul Krugerlaan excuseert een nette Turkse dame zich: 'Nee, we hebben momenteel geen werk. Maar probeer het bij het uitzendbureau verderop nog eens.'

Bij het uitzendbureau verderop is het rolluik naar beneden en bij het bureau daartegenover zit de deur op slot. Op de deurmat ligt de post van een paar dagen. Het uitzendbureau in de Kaapstraat is ook dicht. Wanneer ik het nummer op het raam bel, krijg ik een man met een zwaar Turks accent aan de lijn. 'Ja, met wie?'

'Ik ben op zoek naar werk.'

'Naar werk?' klinkt het verbaasd.

'Inderdaad', antwoord ik. 'Ik spreek toch met het uitzendbureau op de Kaapstraat?'

Er valt een onzekere stilte. 'Ja, dat klopt.'

'Nou ik wil graag weten of er werk is.'

'Nee nee, we hebben geen werk', meldt de man nu snel.

Hierna volgt de kiestoon.

Op naar de Lau Mazirellaan. Hoewel er in deze straat meerdere bureaus zouden moeten zitten, tref ik er maar één. Een Turk met een woeste kop stapt het kantoor uit en houdt me op de stoep tegen. 'Wat wil je?', vraagt hij op een manier die weinig weg heeft van een vraag.

'Ik ben op zoek naar werk.'

'Geen werk.' zegt hij, terwijl hij zich omdraait. 'Er is hier niemand. Ik pas alleen maar op.'

'Waar is de eigenaar dan?'

'Die is hier niet. Die is in Turkije.'

Hij sluit de deur.

In de kantorenflat in de Televisiestraat hetzelfde verhaal.

Tot een jaar of tien terug stikte het van de Turkse en Koerdische intermediairs. Kleine zelfstandige bureautjes met ieder niet meer dan honderd man in dienst. Vanaf de jaren zeventig vonden tienduizenden Turkse arbeiders uit Transvaal en de Schilderswijk dankzij hun bemiddeling werk in de kassen van het Westland. Op het hoogtepunt bevonden zich in Den Haag meer dan tweeduizend Turkse uitzendbureaus, met een gezamenlijke jaaromzet van miljoenen euro's.

Veel van die bureautjes namen het echter niet zo nauw met de Nederlandse wetgeving. Ze ontdoken belasting, droegen geen sociale premies af en sommige instanties financierden buitenlandse politieke organisaties, waaronder de PKK. Ook stalden ze op grote schaal illegale werknemers in de kassen, al dan niet met medeweten van de tuinders zelf.

Midden jaren negentig begon de overheid de malafide uitzendbureaus aan te pakken. Ze deelden niet alleen hoge boetes uit aan de bureautjes, maar ook aan tuinders die illegalen in dienst hadden. Die wilden daardoor niet meer met de bureaus samenwerken. Slechts tweehonderd bureautjes wisten te overleven.

Rozen

Op De La Reyweg vind ik na lang zoeken dan toch nog een actief uitzendbureau. Een man in werkkleding is bezig met onderhoud aan de verwarming. De Turkse eigenaar zit achter zijn bureau en houdt de administratie bij. De Grieken maken weinig kans. 'Alleen als ze ervaring hebben met rozen.'

Waarom er zoveel uitzendbureaus verdwenen zijn? 'Het is crisis, hè.'

'Maar het komt ook door die Poolse mensen', zegt hij met iets van verbittering in zijn stem. 'Die Poolse uitzendbureaus rekenen 13 of 14 euro per uur. Ik moet belasting betalen, ik heb de huur van dit pand, ik heb een auto. Ik moet minimaal 15 of 16 euro vragen. Anders houd ik niets over voor mezelf, snap je?'

De grote uitzendbureaus die met Oost-Europeanen werken, drukken de Turkse familiebedrijfjes met een slimme truc uit de markt. De 'Poolse bureaus' openen vestigingsadressen in het land van herkomst en sluiten daar tijdelijke detacheringscontracten af, waardoor de tuinders voor hun werknemers in Nederland geen sociale verzekering- en pensioenpremies hoeven af te dragen.

Paybacks

Veel vaker nog passen uitzendbureaus zogenaamde paybackconstructies toe. Ze betalen wel het wettelijk verplichte minimumloon uit, maar vorderen bij de pinautomaat direct weer een deel in. Bovendien brengen ze te veel in rekening voor huisvesting, vervoer en zorgverzekering.

Dat betekent per medewerker een korting van zo'n twee euro per uur. Voor een tuinbouwbedrijf met honderd werknemers scheelt dat al gauw 40.000 euro per maand. De keuze voor de grote uitzendbureaus die werknemers rechtstreeks uit Oost-Europa halen, is dus snel gemaakt.

Problemen ontstaan wanneer de werkgever besluit om de tijdelijke contracten op te zeggen. Om weer aan het werk te komen, is de overbodige Pool nu aangewezen op de uitzendbureaus in Nederland. Maar omdat hij dan niet meer direct uit het buitenland is gedetacheerd, is hij een stuk duurder. Oost-Europeanen die in Nederland hun baan verliezen, leggen het af tegen mensen die hier nog niet eens zijn. Recht op bijstand hebben ze alleen als ze minimaal vijf jaar in Nederland wonen. Velen gaan terug. Als ze besluiten om in Nederland te blijven, komen ze gemakkelijk in de marge terecht.

Een Bulgaar die ik ken is al meer dan een jaar op zoek naar werk en klampt mij continu aan of ik voor hem geen baan in de tuinbouw kan vinden. Hij logeert bij vrienden of slaapt op straat. Gisteren liep ik nog een Poolse jonge man tegen het lijf op zoek naar de nachtopvang.

Deze Oost-Europeanen mogen dan duurder zijn dan de verse Oost-Europeanen, ze zijn nog steeds goedkoper dan Turkse of Marokkaanse Nederlanders, omdat ze bereid zijn om voor een veel lager uurloon te werken. Turken hebben hier een gezin, een huis, een auto. Ze betalen gemeentebelasting, waterschapsbelasting. 'Oost-Europeanen slapen 's nachts met zijn achten in één kamer', klaagt de Turkse eigenaar. 'Bovendien geven ze hier geen cent uit. Ze halen alles wat ze nodig hebben uit Polen met die bussen van hen.'

Een bron van ergernis: het Bulgaarse en Poolse wagenpark. Voertuigen met Oost-Europees kenteken betalen geen motorijtuigen- of wegenbelasting. Bovendien hebben ze lak aan het betaald parkeren in de wijk. De overheid kan die boetes toch niet innen. 'En ze scheuren hier altijd over De La Reyweg', foetert de man. 'Omdat ze weten dat ze ermee wegkomen.'

Sommige wijkbewoners zijn hierdoor al op het lumineuze idee gekomen om hun auto maar in Polen te laten registreren en dito kenteken te nemen. Grote uitzendbureaus die hun personeel van huis naar werk vervoeren, doen dit al langer. Scheelt ook weer in de kosten. De Turkse uitzendbureaus sluiten intussen één voor één hun deuren. Ook deze eigenaar houdt het misschien nog een jaar vol.

'En dan?' vraag ik.

'Nou gewoon.' antwoordt de man. 'Werk zoeken. Net als iedereen.'

De Turkse verwarmingsmonteur die luistert naar de naam Moes mengt zich in het gesprek. 'Dit land gaat helemaal naar de knoppen.'

Ook Moes heeft last van concurrentie van goedkope Oost-Europeanen. Zij werken gewoon zwart of richten een onderneming op met een vestigingsadres in Polen, waardoor ze geen, of veel minder, belasting hoeven te betalen.

De Turkse kroegbaas in mijn straat heeft een gelijksoortige ervaring. Hij was de eigenaar van een autopoetsbedrijf met vier man in dienst. Voor 120 euro reinigt hij je hele auto. Toen verschenen de Polen. Zij poetsten dezelfde auto voor 80 euro. De Turk ging failliet en zijn werknemers belandden in de bijstand.

'Nederland is ontzettend dom', zegt Moes. 'Ze moeten voor hun eigen inwoners zorgen. En niet zomaar de grenzen opengooien.'

Vooral ongeschoolde Turkse en Marokkaanse werknemers verliezen hun baan. De Nederlanders met hun kantoorbaantjes profiteren juist van goedkope serres en badkamerverbouwingen. Zolang de blanke middenklasse nog niet in de problemen komt, maakt de politiek zich niet druk.

Moes vindt deze redenatie naïef. 'Wacht maar, jullie komen later ook nog aan de beurt.'

De monteur vindt ook dat de overheid de Oost-Europeanen veel beter behandelt dan de Turken destijds. 'Toen ik hier naar Nederland kwam, moesten we op school allemaal Nederlands leren. En nu geven ze op de Nederlandse scholen gewoon Pools. Zodat de mensen elkaar kunnen verstaan.'

Hij denkt even na en zegt dan: 'Niet dat ik jaloers ben, maar toch.'

Moes denkt dat hij over een jaar moet stoppen. Hij heeft alleen wel een duidelijker toekomstvisie voor ogen dan de eigenaar van het bureau: terug naar Turkije. En hij is zeker niet de enige in Transvaal die er zo over denkt.

De overgebleven Turkse uitzendbureaus werken bijna alleen nog maar met mensen uit Oost- Europa, zegt een eigenaar van zo'n bureau een paar deuren verder op.

'Polen werken hard en zeuren niet', legt hij uit. 'Ook niet als ze lang over moeten werken. Turken zeuren ook niet zo veel, maar willen wel altijd een paar euro meer dan het minimumloon. Marokkanen zeuren over alles.'

'Maar de Polen raken nu ook weer uitgerangeerd. Momenteel willen ze steeds meer Bulgaren.'

'En Grieken?', probeer ik tot slot.

'Moeilijk', zegt de man met een soort van grimas. 'Ik zou maar stoppen met je zoektocht. Ik geef je weinig kans dat je ergens anders wel succes hebt.'

Terug

'Koffie of thee?', vraagt Sofie.

Alsof dat wat uitmaakt. Het verschil is toch niet te proeven.

Het is een week later. Billy ligt languit op bed en kijkt naar het Griekse nieuws op zijn laptop. Hij heeft via de sites van uitzendbureaus, waarvan het niet zeker is of ze wel of niet fysiek bestaan, een paar sollicitatieformulieren ingevuld. Een reactie heeft hij nog niet ontvangen.

Hij vult zijn tijd met Facebook, films en Call of Duty. 'Ik heb ook met een Griekse Turk gesproken', vertelt hij. 'Je weet wel, zo'n zigeuner.'

Die beloofde hem dat er binnenkort zeker werk zou zijn. Over drie weken misschien zelfs al, want dan begint het nieuwe kasseizoen.

'En als het niet lukt?' vraag ik. 'Ga je dan terug naar Griekenland?'

'Dat zit wel in mijn hoofd', zegt Billy. 'Maar ja, daar is ook geen werk.'

Donderdag kreeg Sofia te horen dat ze aan de slag kan in de kassen. Ze heeft vrijdag haar contract getekend, niet bij een Turks uitzendbureau, maar bij een grote Nederlandse firma die vooral werkt met Oost-Europeanen. Vandaag is haar eerste werkdag.

undefined

Meer over