NieuwsGedwongen verdwijningen

De Turkse staat laat na twintig jaar weer mensen verdwijnen

Zeker twintig personen in Turkije werden de afgelopen drie jaar het slachtoffer van gedwongen verdwijning door de overheid, een praktijk die hier sinds 1999 niet meer voorkwam. Dat brengt Human Rights Watch (HRW) woensdag onder de aandacht.

De Zaterdagmoeders, die protesteren vanwege hun verdwenen zonen in de jaren negentig. Tegenwoordig zijn gedwongen verdwijningen weer terug.  Beeld Joris Van Gennip
De Zaterdagmoeders, die protesteren vanwege hun verdwenen zonen in de jaren negentig. Tegenwoordig zijn gedwongen verdwijningen weer terug.Beeld Joris Van Gennip

Gedwongen verdwijning is een internationaal erkend misdrijf, waarbij overheidsfunctionarissen iemand oppakken, waarna de buitenwereld lange tijd niets over hem of haar verneemt, zelfs geen levensteken. Eén geval wordt door HRW belicht, omdat het slachtoffer onlangs voor de rechtbank gedetailleerd vertelde over wat hem overkwam.

De 43-jarige Gökhan Türkmen werd op 16 februari vorig jaar in zijn woonplaats Antalya meegenomen door drie mannen die zich voorstelden als leden van de binnenlandse veiligheidsdienst MIT, aldus HRW. Daarna vernam zijn familie niets meer van hem, tot op 6 november bleek dat hij in hechtenis verbleef in een politiecel.

In februari werd de man voorgeleid voor de rechter. Daar bleek dat hij wordt verdacht van spionage en banden met de verboden beweging van prediker Fethullah Gülen.

Gemarteld

Türkmen vertelde de rechtbank dat hij 271 dagen in eenzame opsluiting had gezeten, geblinddoekt en met zijn handen en voeten geboeid. Hij zou zijn gemarteld, voldoende slaap en voedsel was hem onthouden. Zesmaal werd hij, volgens zijn relaas, ondervraagd door leden van de MIT. Hierbij zouden de ondervragers hem en zijn familie hebben bedreigd.

Türkmens advocaat heeft een klacht ingediend over zijn behandeling, maar eerder deze maand besloot de openbaar aanklager dat er geen noodzaak was die te onderzoeken.

In het HRW-rapport worden de namen genoemd van nog zes mannen die vorig jaar verdwenen en wier lot vele maanden voor de buitenwereld onbekend bleef. Hun families hebben klachten ingediend, maar zelf willen de mannen tot nu niet spreken over hun wederwaardigheden. Ze zitten in hechtenis. Ook zij worden verdacht van banden met de Gülen-beweging.'

Twintig slachtoffers

Volgens HRW zijn de afgelopen drie jaar ruim twintig personen in Turkije het slachtoffer geworden van gedwongen verdwijning. De praktijk deed zich in Turkije op grote schaal voor in de jaren negentig, toen het Turkse leger en de Koerdische PKK in oorlog waren. Na de wapenstilstand van 1999 deden verdwijningen zich niet meer voor.

Na de mislukte coup van juli 2016 lijken delen van het Turkse staatsapparaat terug te grijpen op oude methoden. In de strijd tegen diverse bedreigingen en vormen van terrorisme (extreemlinks, IS, PKK, Gülenbeweging) treden politie en inlichtingendiensten hard op. Human Rights Watch roept de Turkse regering op serieus onderzoek te doen naar de klacht van Gökhan Türkmen.

Familieleden van de vorig jaar verdwenen personen hebben zich gevoegd bij de Zaterdagmoeders, familieleden van (veelal Koerdische) mannen van wie sinds de jaren negentig niets meer is vernomen. Sinds die tijd houden zij elke zaterdag een half uur stil protest in het centrum van Istanbul, naar het voorbeeld van de Dwaze Moeders in Buenos Aires. Sinds de uitbraak van corona in Turkije is het stille protest opgeschort.

De VN-commissie voor Gedwongen Verdwijningen komt vanaf 4 mei bijeen in Genève. Voor het eerst zullen getuigenissen van slachtoffers en familieleden online worden afgelegd.

Meer over