De tumor groeit gewoon door

Een patiënt bij wie in februari prostaatkanker werd vastgesteld, kan pas in juni de noodzakelijke bestraling ondergaan. De man beklaagde zich daarover kortgeleden in het artsenblad Medisch Contact....

De anonieme klager is geen uitzondering. Volgens onderzoek van de Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO) moesten prostaatkankerpatiënten in november 1999 (de meest recente gegevens) gemiddeld meer dan 35 dagen wachten op bestraling, twee weken langer dan de NVRO aanvaardbaar vindt. Voor vrouwen die een borstoperatie hebben ondergaan is de situatie niet veel beter: 30 dagen is de gemiddelde wachttijd, 21 dagen is volgens de bestralingsspecialisten acceptabel.

Patiënten met ondraaglijke pijn in hun botten als gevolg van uitgezaaide kanker kunnen dank zij bestraling verlichting (helaas geen genezing) vinden voor hun klachten, maar ze moeten daar gemiddeld meer dan 12 dagen op wachten, terwijl de NVRO een week redelijk acht. In bijna alle 21 bestralingscentra zijn de wachttijden boven de maximaal aanvaardbare norm, met de Randstad als uitschieter.

De paradox is dat de radiotherapie zich als weinig andere sectoren in de gezondheidszorg mag koesteren in het begrip van minister Borst. Maar het inhalen van de achterstand vergt zoveel tijd dat de wachttijden voorlopig niet veel korter zullen worden. Ook bij een snel herstelprogramma duurt het nog jaren voor er voldoende stralingsartsen, klinisch fysici (die de stralingsdosis regelen), laboranten (die de patiënt begeleiden) en apparatuur beschikbaar is.

Hoe kon het zover komen? De indruk dringt zich op dat behalve het jarenlange bezuinigingsbeleid van de overheid ook enige laksheid van de NVRO geleid heeft tot de achterstand. In 1993 voorspelde de Gezondheidsraad de behoefte aan bestralingstherapie voor kankerpatiënten tussen 1995 en 2010. Het aantal nieuwe kankergevallen zou in die periode stijgen van ruim 55 duizend per jaar naar ruim 69 duizend (exclusief huidkanker). Ruwweg de helft van hen komt voor bestraling in aanmerking.

Borst verzuimde de jaren erna een Planningsbesluit te nemen waarin het scenario van de Gezondheidsraad werd vertaald in concrete maatregelen. De NVRO sloeg pas eind jaren negentig alarm, toen de wachttijden onrustbarend lang begonnen te worden.

'We dachten dat er toch niets te halen zou zijn, gezien alle bezuinigingen', herinnert de Nijmeegse radiotherapeut prof. dr. Jan Willem Leer zich.

Eind vorig jaar maakte het onderzoeksbureau Twynstra Gudde de balans op. De 21 centra beschikken over 72 bestralingsapparaten, terwijl er op dat moment 76 nodig waren. Er waren 137 radiotherapeuten (nodig: 165). Het aantal fysici bedroeg 70 (75). In de centra werkten 720 radiologisch laboranten, behoefte: 783. De centra doen wat ze kunnen, ze werken 's avonds en in het weekeind en geven noodgedwongen voorrang aan behandeling boven onderzoek naar betere en effectievere behandelmethodes. Het intensiever gebruik van de stralingsapparatuur biedt echter weinig soelaas, want het 'maximum aantal branduren' wordt daarmee niet groter.

Inmiddels beseft minister Borst dat de tekorten snel weggewerkt moeten worden. Sinds vorig jaar september ligt er eindelijk weer een nieuw Planningsbesluit. Maar het realiseren daarvan kost jaren. Het bouwen van betonnen stralingsbunkers en het aanschaffen van nieuwe apparaten is nog het minste probleem, al zijn daar maanden mee gemoeid. Maar het opleiden van nieuw personeel is, zoals overal in de gezondheidszorg, een enorme bottleneck.

Nauwkeurige wachttijdgegevens zijn er niet: sommige centra zetten patiënten pas op de lijst als de acceptabele wachttijd is verstreken. Dat er patiënten overlijden terwijl ze op bestraling wachten, is niet te ontkennen, zegt Leer. Maar eenduidige gegevens over het verband tussen wachttijd en sterfte ontbreken vrijwel.

Onderzoek in een Schots ziekenhuis wees uit dat van 29 longkankerpatiënten die door bestraling mogelijk hadden kunnen genezen, er zes niet meer behandeld konden worden omdat het kankergezwel tijdens de wachttijd te groot was geworden.

Leer: 'De patiënt heeft moeten wachten op de diagnose, op de operatie en dan moet hij bij ons weer op de bestraling wachten. Alles bij elkaar is dat een heel lange wachttijd. Als de patiënt bij ons komt, is hij mentaal bijna op.

'Het is hard nodig dat er onderzoek wordt gedaan naar de kwaliteit van leven van kankerpatiënten op de wachtlijst.'

Meer over